Go to content

Kennis en bekwaamheid

Medewerkers van beleggingsondernemingen die klanten informeren of adviseren over beleggingsdiensten en financiële instrumenten moeten beschikken over voldoende kennis en bekwaamheid. Deze eis volgt uit MiFID II en is in Nederland opgenomen in de Wet op het Financieel Toezicht (Wft) en verder uitgewerkt in de Regeling vakbekwaamheid werknemers beleggingsondernemingen Wft. 

ESMA-richtsnoeren

Daarnaast geven de ESMA-richtsnoeren voor de beoordeling van kennis en bekwaamheid (2016) en de ESMA-richtsnoeren met betrekking tot bepaalde aspecten van de MiFID II-geschiktheidseisen (2023) verdere invulling aan de vereisten die gelden voor medewerkers die klanten informeren of adviseren. Het uitgangspunt is dat beleggingsondernemingen:

  • Vaststellen welke medewerkers klanten informeren of adviseren over beleggingsdiensten en financiële instrumenten.
  • De vakbekwaamheid van hun medewerkers borgen door ervoor te zorgen dat medewerkers een passende opleiding met succes hebben afgerond of een passend examen met succes hebben behaald.
  • Jaarlijks de vakbekwaamheid en opleidingswensen van medewerkers evalueren.
  • Aantoonbaar vastleggen welke medewerkers vakbekwaam zijn.

Om ondernemingen te ondersteunen bij het aantonen en borgen van de vereiste kennis en vakbekwaamheid van hun medewerkers, hebben de AFM en Stichting DSI sinds 2018 afspraken vastgelegd in een convenant. Per 1 januari 2027 treedt een vernieuwd convenant in werking. Dit convenant bevat geactualiseerde verwijzingen naar wet- en regelgeving. Daarnaast hebben de AFM en DSI enkele aanvullende afspraken toegevoegd over klanttevredenheidsonderzoeken, aansluiting opleidingen, aanbod opleidingen en het bevorderen van het aantal registraties.

Voor banken en beleggingsondernemingen verandert er niets. De geldende vereisten voor het borgen van de vakbekwaamheid van medewerkers die klanten informeren of adviseren over beleggen blijven ongewijzigd.

Veelgestelde vragen over de reikwijdte

In de Regeling vakbekwaamheid werknemers beleggingsondernemingen Wft, ESMA-richtsnoeren voor de beoordeling van kennis en bekwaamheid (2016) en de ESMA-richtsnoeren met betrekking tot bepaalde aspecten van de MiFID II-geschiktheidseisen (2023)  wordt onderscheid gemaakt tussen werknemers die cliënten informeren en werknemers die cliënten adviseren. Betekent dit dat de regeling en richtsnoeren niet van toepassing zijn op het verlenen van vermogensbeheer?

Op personen die de beleggingsdienst vermogensbeheer verrichten, is de vakbekwaamheidsnorm van toepassing. Hoewel de Regeling vakbekwaamheid werknemers beleggingsondernemingen Wft en de relevante ESMA-richtsnoeren niet specifiek op vermogensbeheer ingaan, betekent dit niet dat vermogensbeheerders buiten het toepassingsbereik van vakbekwaamheidseisen vallen. Gezien de aard en complexiteit van hun werkzaamheden gaat de AFM ervan uit dat de vakbekwaamheid van vermogensbeheerders ten minste gelijkwaardig moet zijn aan die van beleggingsadviseurs. Voor zover medewerkers in het kader van vermogensbeheer cliënten informeren of adviseren, zijn de Regeling vakbekwaamheid en de relevante ESMA-richtsnoeren daarop bovendien onverkort van toepassing. 

Zijn de richtsnoeren ook van toepassing op het Nationaal Regime?

Met ingang van 1 april 2019 geldt de Regeling Nationaal Regime MiFID II. Met deze regeling zijn de nodige wijzigingen in de Vrijstellingsregeling Wft als gevolg van MiFID II doorgevoerd. Op het
vlak van vakbekwaamheid wordt hierin onderscheid gemaakt tussen financiële dienstverleners die diensten onder het nationaal regime verrichten en beleggingsondernemingen met een nationaal regime-vergunning. Voor deze twee groepen geldt een verschillend regime. Voor financiële dienstverleners is Wft Vermogen verplicht. Op beleggingsondernemingen met een nationaal regime-vergunning zijn de Regeling vakbekwaamheid en relevante ESMA-richtsnoeren van toepassing. Kijk voor meer informatie op onze website onder Nationaal Regime. 

Beschikken werknemers van beleggingsondernemingen die het examen Wft Vermogen hebben behaald hiermee over een passende kwalificatie zoals bedoeld in de Regeling Vakbekwaamheid en relevante ESMA Richtsnoeren?

Anders dan bij examens die door de accreditatiecommissie van DSI zijn getoetst en geaccrediteerd, moet een onderneming die aan de Regeling vakbekwaamheid en de relevante ESMA-richtsnoeren moet voldoen en daarbij Wft Vermogen als uitgangspunt wil gebruiken, zelf beoordelen of alle relevante criteria uit de regeling en richtsnoeren in het examen of de opleiding zijn opgenomen en of deze voldoende diepgaand worden behandeld om medewerkers in staat te stellen hun werkzaamheden adequaat uit te voeren. 

Bij onze onderneming is het adviesproces opgedeeld in deelprocessen. Moeten alle medewerkers die een deelproces uitvoeren, voldoen aan de criteria voor het verstrekken van beleggingsadvies?

Volgens de regeling vakbekwaamheid en relevante ESMA-richtsnoeren dienen beleggingsondernemingen medewerkers in dienst te hebben die over de nodige vakbekwaamheid, kennis en deskundigheid beschikken om de hun toevertrouwde verantwoordelijkheden uit te oefenen. De AFM verwacht daarom dat personeelsleden die een rol 
hebben binnen het adviesproces, beschikken over de kennis en bekwaamheid op het niveau dat zij nodig hebben om hun werkzaamheden goed uit te kunnen oefenen. Wanneer een persoon significante invloed heeft op het advies, zal deze persoon als adviseur aangemerkt worden. In dat 
geval verwacht de AFM dat deze persoon voldoet aan de criteria voor adviseren uit de Regeling vakbekwaamheid en de relevante richtsnoeren. 

In de Regeling Vakbekwaamheid wordt gesproken over werknemers en in de ESMA-richtsnoeren wordt gesproken over personeel. Zijn de regeling en richtsnoeren niet van toepassing op dga’s?

De Regeling vakbekwaamheid en de relevante ESMA-richtsnoeren zijn ook van toepassing op dga’s die relevante werkzaamheden verrichten. Hoewel de Regeling vakbekwaamheid spreekt over "werknemers", wordt hieronder verstaan: werknemers en andere natuurlijke personen die werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de beleggingsonderneming. De ESMA-richtsnoeren hanteren daarnaast het begrip "personeel", waaronder natuurlijke personen worden verstaan die namens de beleggingsonderneming relevante diensten aan cliënten verlenen. Een dga die dergelijke werkzaamheden verricht, valt daarom eveneens onder het toepassingsbereik van de regeling en de richtsnoeren en dient aan de daarin opgenomen vakbekwaamheidseisen te voldoen.

Is een bestuurder die door de AFM geschikt is bevonden als beleidsbepaler daarmee ook automatisch vakbekwaam om te informeren of adviseren volgens de Regeling vakbekwaamheid en relevante ESMA-richtsnoeren?

Nee, een geschiktheidstoetsing van een bestuurder en een vakbekwaamheidsexamen verschillen inhoudelijk van elkaar en dienen ook een ander doel. Bij de geschiktheidstoetsing van bestuurders wordt weliswaar ook getoetst op de kennis op het gebied van producten, diensten en markten waarop de onderneming actief is, maar hierin worden regeling en richtsnoeren niet meegenomen. Een beleidsbepaler die geschikt is bevonden als bestuurder door de AFM en die tevens adviseert of informeert over beleggingen moet daarom, net als alle andere personeelsleden die informeren of adviseren, ook aan de relevante vakbekwaamheidseisen uit de regeling en richtsnoeren voldoen. 

Hoe verhouden de ministeriele regeling (Regeling vakbekwaamheid werknemers beleggingsondernemingen Wft, Stcrt. 2018, 237) en de ESMA- richtsnoeren zich tot elkaar? 

De ESMA-richtsnoeren worden in Europees verband opgesteld door de Europese autoriteit ESMA. Vervolgens dient de nationale toezichthouder van iedere EU-lidstaat aan te geven of zij de richtsnoeren gaat toepassen in haar toezicht. De AFM heeft verklaard de richtsnoeren toe te passen in haar toezicht. In de Regeling vakbekwaamheid werknemers beleggingsondernemingen Wft is ervoor gekozen om aan te sluiten bij de richtsnoeren. In deze regeling geeft de minister uitvoering aan artikel 25, eerste lid, van MiFID II, waarin is bepaald dat iedere lidstaat de criteria ter beoordeling van deze kennis en bekwaamheid openbaar dient te maken. Ondanks het gebruik in de ministeriele regeling van termen die iets afwijken van de terminologie in de richtsnoeren, is het de bedoeling van de regelgever geweest om voor de criteria ter beoordeling van kennis en bekwaamheid die de lidstaten op grond van MiFID II moeten vaststellen en openbaar maken, aan te sluiten bij de criteria die in de richtsnoeren zijn opgenomen. In de ministeriële regeling zijn dus de criteria opgenomen ter beoordeling van kennis en bekwaamheid. Deze zelfde criteria komen vervolgens weer terug in de ESMA-richtsnoeren.

Veelgestelde vragen over passende kwalificatie

Op de AFM website staat dat het uitgangspunt is dat ondernemingen “De vakbekwaamheid van hun medewerkers borgen door hen een passende opleiding te laten doen. Wat houdt dat in?

Voor de kenmerken van een passende opleiding sluit de AFM aan bij de criteria vakbekwaamheid in de Regeling vakbekwaamheid en de relevante richtsnoeren, met de toevoeging dat het personeel aantoonbaar een kwalificatie of andere toets of opleiding met succes behaald moet hebben. 

 Wat bedoelt de AFM met ‘aantoonbaar’?

De AFM verwacht dat uit de administratie van de beleggingsonderneming blijkt dat de relevante personen een toets of examen met succes hebben afgelegd of een opleiding hebben gevolgd waarmee kan worden aangetoond dat de relevante persoon minimaal aan de criteria uit de regeling en ESMA-richtsnoeren voldoet. Dit kan bijvoorbeeld door het opnemen van een certificaat of diploma in het personeelsdossier. Daarnaast verwacht de AFM dat uit de administratie blijkt dat met het diploma of certificaat is voldaan aan de criteria uit de regeling en richtsnoeren. Bijvoorbeeld door een bewijs van een derde deskundige instantie waaruit blijkt dat het betreffende examen of de aangeboden opleiding is geaccrediteerd. Is de opleiding of het examen niet geaccrediteerd, dan verwacht de AFM dat de onderneming ten aanzien van alle afzonderlijke criteria uit de richtsnoeren aantoont dat deze deel uitmaken van het examen of de opleiding en dat de mate waarin deze worden behandeld voldoende is om de betreffende werkzaamheden uit te voeren. 

Op de AFM-website staat dat beleggingsondernemingen: “De vakbekwaamheid van hun medewerkers borgen door ervoor te zorgen dat medewerkers een passende opleiding met succes hebben afgerond of een passend examen met succes hebben behaald”. Voor de kenmerken van de passende kwalificatie sluit de AFM aan bij de criteria in de regeling Vakbekwaamheid en de relevante ESMA-richtsnoeren, met de toevoeging dat het personeel aantoonbaar een opleiding en/of examen met succes behaald moet hebben”. Wat bedoelt de AFM met ‘met succes behaald’? 

De AFM bedoelt hiermee dat de onderneming met bewijsstukken moet kunnen aantonen dat de
relevante personen een examen met succes hebben afgelegd of een opleiding hebben gevolgd die met succes is afgerond (bijvoorbeeld door het afnemen van een afsluitend examen of het maken van opdrachten). Hiermee kan worden aangetoond dat de werknemer over de nodige kennis en bekwaamheid beschikt en dat hij deze kan toepassen in de praktijk. Het is niet voldoende als het personeelslid alleen aanwezig is geweest bij informatiebijeenkomsten, seminars, (meerdaagse) cursussen, en dergelijke. 

Heeft de AFM opleidingen of examens goedgekeurd waarmee voldaan wordt aan de passende kwalificatie? 

Nee, de AFM heeft geen opleidingen of examens goedgekeurd en zal dit ook niet gaan doen. De nationale toezichthouders hebben de keus gekregen om de criteria uit de regeling en richtsnoeren te publiceren of om een lijst van opleidingen en/of examens te publiceren die voldoen aan de richtsnoeren. Vanwege het bestaan van DSI en het convenant dat de AFM met DSI heeft gesloten over de Regeling vakbekwaamheid en relevante ESMA-richtsnoeren, heeft de AFM ervoor gekozen om de criteria uit de regeling en richtsnoeren te publiceren. DSI accrediteert opleidingen voor zowel de retail- als de institutionele markt. 

Zijn er opleidingen of opleidingsprogramma’s beschikbaar waarmee de passende kwalificatie kan worden aangetoond? 

Sinds begin 2018 kunnen werknemers die diensten verlenen aan retailbeleggers of institutionele beleggers examens doen waarmee kan worden aangetoond dat zij voldoen aan de criteria voor ‘informeren’ of ‘adviseren’ uit de regeling en de richtsnoeren. Op de website van DSI kunt u hier meer informatie over vinden. Voor beide markten blijft voor opleidingsinstituten de mogelijkheid bestaan om accreditatieverzoeken in te dienen bij DSI. De AFM vindt de kwaliteit van opleidingen erg belangrijk. Zij moedigt ondernemingen daarom aan om te kiezen voor accreditatie. Hoewel dit tijd kan kosten, merkt de AFM op dat dit ook tijd kan besparen, omdat het risico voorkomen wordt dat medewerkers aanvullende examens moeten doen wanneer achteraf geconstateerd wordt dat het niveau van de niet-geaccrediteerde opleiding onvoldoende is.

Beschik ik over een passende kwalificatie zoals bedoeld in de Regeling vakbekwaamheid en ESMA-Richtsnoeren als ik beschik over het diploma Wft Vermogen?

Zie vraag 3 van de Veelgestelde vragen over reikwijdte.

Ben ik verplicht om mijn personeel dat klanten adviseert of informeert bij DSI te laten certificeren? 

Nee, u bent dit niet verplicht. U bent er als onderneming verantwoordelijk voor dat personeel dat cliënten informeert of adviseert vakbekwaam is. Daarnaast moet u op verzoek van de AFM kunnen aantonen dat uw personeel beschikt over een passende kwalificatie en passende ervaring. Hoe u dit doet is vormvrij. De AFM vindt certificering via DSI wel een goede invulling van deze norm. 

Hoe kan ik aan de AFM aantonen dat mijn personeel beschikt over een passende kwalificatie als ik dit niet via DSI regel? 

De Regeling Vakbekwaamheid en relevante ESMA-richtsnoeren schrijven voor dat u administratieve gegevens aan de AFM kunt verstrekken over de kennis en bekwaamheid van het personeel dat informeert of adviseert. Deze administratie moet gegevens bevatten op basis waarvan de AFM kan beoordelen of verifiëren of aan de richtsnoeren wordt voldaan. Als u geen gebruik maakt van DSI, dan verwacht de AFM dat u per personeelslid kunt aantonen dat hij/zij over de nodige kennis en bekwaamheid beschikt zoals beschreven in de van toepassing zijnde criteria. Dit moet voor ieder afzonderlijk onderdeel van de criteria apart gebeuren. U moet 
niet alleen aantonen dat de betreffende persoon de informatie tot zich heeft genomen, maar ook dat een kwalificatie of andere toets of opleiding met succes behaald is.

Is het voor een passende kwalificatie voldoende als wij interne opleidingen verzorgen? 

Ja, het verzorgen van interne opleidingen is mogelijk, mits die opleidingen aan de criteria uit de Regeling Vakbekwaamheid en de relevante ESMA-Richtsnoeren voldoen. De onderneming moet dus kunnen aantonen dat het personeel door het volgen van de interne opleiding voldoet aan de criteria uit de richtsnoeren. Dit kan door de interne opleiding te laten accrediteren door een externe deskundige of door zelf aan te tonen dat alle afzonderlijke criteria uit de richtsnoeren voldoende onderdeel uitmaken van de opleiding. Met andere woorden, u dient per criterium toe te lichten waarom en hoe met het volgen van de aangeboden interne opleiding aan de Regeling vakbekwaamheid en relevante ESMA-Richtsnoeren wordt voldaan. Daarnaast zult u nog moeten aantonen dat het betreffende personeelslid de opleiding met succes heeft afgerond.

Een aantal van mijn personeelsleden geeft al ruim 20 jaar beleggingsadvies. Moeten zij ook over een passende kwalificatie beschikken?

Ja, ook personeel met een lange ervaring moet over een passende kwalificatie beschikken. De regeling en richtsnoeren vereisen zowel een passende kwalificatie als passende ervaring. Alleen ervaring is daarom niet voldoende. Dit komt overeen met de wijze waarop vakbekwaamheid van financieel dienstverleners ingericht is. 

Sommige van mijn personeelsleden beschikken over een DSI-certificering. Voldoen zij hiermee aan de criteria uit de Regeling Vakbekwaamheid en de relevante ESMA-richtsnoeren? 

De AFM en DSI hebben afgesproken dat DSI ervoor zorgt dat personen die informeren of adviseren over beleggingsinstrumenten en per 2018 DSI-gecertificeerd zijn, voldoen aan de criteria uit de Regeling vakbekwaamheid en ESMA-richtsnoeren met betrekking tot kennis en bekwaamheid. Met een DSI-registratie voor de relevante personen is overigens niet gezegd dat de onderneming volledig aan de Regeling vakbekwaamheid en ESMA-richtsnoeren voldoet. De normen in de richtsnoeren zijn breder. Zo zijn er organisatorische eisen voor de onderneming in opgenomen. Ook moet het personeel op de hoogte zijn van interne gedragsregels en procedures van de onderneming (en deze begrijpen en toepassen). Omdat de uitwerking hiervan voor iedere onderneming specifiek is, maakt dit geen onderdeel uit van de certificering bij DSI.

Een aantal medewerkers heeft in het verleden een relevante opleiding gevolgd en diploma behaald. Is dit voldoende?  

Nee, deze ‘oude’ opleiding en diploma zijn niet zonder meer voldoende. U heeft als onderneming de verantwoordelijkheid om te beoordelen of uw medewerkers beschikken over een passende kwalificatie als bedoeld in de Regeling vakbekwaamheid en de relevante ESMA-richtsnoeren. U dient daarom te beoordelen of een eerder gevolgde opleiding voldoende is of niet. Als u van oordeel bent dat met de betreffende opleiding wordt voldaan aan de criteria uit de regeling en richtsnoeren, dan zult u dit op verzoek moeten kunnen aantonen aan de AFM. Wanneer u onvoldoende in staat bent aan te tonen hoe opleidingen uit het verleden voldoen aan de criteria uit de Regeling Vakbekwaamheid en ESMA-richtsnoeren, raden wij u aan om uw personeelsleden opnieuw een examen te laten maken. Wanneer op basis van opleidingen uit het verleden daadwerkelijk al over veel kennis en bekwaamheid wordt beschikt, zal dit slechts beperkte inspanning vergen. De regeling en richtsnoeren schrijven daarnaast ook voor dat deze kennis en bekwaamheid onderhouden en bijgewerkt moeten worden door middel van permanente beroepsontwikkeling en opleiding.

Stuurt de AFM medewerkers die al jaren informeren of adviseren terug naar school?

Nee, de AFM verwacht van instellingen dat zij aantonen dat hun personeel beschikt over een 
passende kwalificatie. Het volgen van een opleiding (naast het doen van een examen) is een mogelijkheid, maar dit is alleen nodig als de relevante persoon niet over de vereiste kennis en bekwaamheid beschikt. Als de werknemer hier wel over beschikt, maar dit niet kan aantonen, dan kan er bijvoorbeeld ook voor gekozen worden om alleen een examen af te leggen waarmee kan worden aangetoond dat aan de criteria uit de Regeling Vakbekwaamheid en ESMA-richtsnoeren worden voldaan.

Vindt de AFM het voldoende als medewerkers meerdere brede opleidingen hebben gevolgd? 

Het is de verantwoordelijkheid van de beleggingsonderneming om te beoordelen of medewerkers beschikken over een passende kwalificatie. De AFM zal hierover op voorhand geen uitspraken doen. Het is vervolgens aan de beleggingsonderneming om dit op verzoek ook aan te tonen aan de AFM. Om het voor ondernemingen te vergemakkelijken om aan te tonen dat medewerkers aan de vereisten voldoen, heeft de AFM een convenant gesloten met DSI. DSI kan door andere partijen ontwikkelde opleidingen en examens op voorhand accrediteren.

Voldoe ik aan vereisten uit de Regeling Vakbekwaamheid en relevante ESMA-richtsnoeren met betrekking tot kennis en bekwaamheid als ik een passende kwalificatie behaald heb? 

Met een passende kwalificatie toont de medewerker aan dat minimaal voldaan wordt aan de criteria uit de Regeling vakbekwaamheid en ESMA-richtsnoeren. Dit is een belangrijke eis uit de regeling en richtsnoeren. Daarnaast moet de medewerker voldoen aan het ervaringsvereiste. Met een DSI-certificering kan een medewerker beide vereisten aantonen, die passend zijn voor zijn/haar functie. De regeling en richtsnoeren schrijven daarnaast ook voor dat deze kennis en bekwaamheid onderhouden en bijgewerkt moeten worden door middel van permanente beroepsontwikkeling en opleiding. Daarnaast moet het personeel op de hoogte zijn van interne gedragsregels en procedures van de onderneming die bedoeld zijn om naleving van MiFID II en de Wft te waarborgen. Het personeel moet deze begrijpen en toepassen.

Voldoe ik aan de criteria uit de Regeling Vakbekwaamheid en relevante ESMA-richtsnoeren met een academische opleiding?

Nee, een academische opleiding staat niet per definitie gelijk aan het voldoen aan de vakbekwaamheidseisen uit de regeling Vakbekwaamheid en relevante ESMA-richtsnoeren, ook niet wanneer er sprake is van voldoende werkervaring. In de regeling en richtsnoeren wordt uitgewerkt welke criteria van belang zijn om te voldoen aan de vereisten. In veel academische opleidingen zullen deze criteria niet allemaal gedekt worden. Indien beleggingsondernemingen van mening zijn dat een bepaalde bachelor of master wel aansluit bij de criteria uit de ESMA-richtsnoeren, dan dient dit per criterium onderbouwd te worden vastgelegd, zodat kan worden aangetoond dat aan deze criteria wordt voldaan. Een dergelijke analyse gaat dus verder dan het enkel in kaart brengen van de opleidingen die medewerkers hebben genoten.

Moet ik het integriteitsprogramma van DSI gedaan hebben om aantoonbaar vakbekwaam te zijn volgens de Regeling vakbekwaamheid en de relevante ESMA-richtsnoeren? 

Nee. DSI stelt het DSI-integriteitsprogramma als één van de verplichte voorwaarden voor toetreding tot het DSI-register. Deze route heeft de voorkeur van de AFM. Kiest u voor een andere route dan DSI-certificering, dan hoeft een DSI-integriteitsprogramma daar geen deel van uit te maken. Wel moeten ondernemingen ervoor zorgen dat personeel over de nodige kennis en bekwaamheid beschikt om aan de geldende wet- en regelgevingseisen en normen op het gebied van bedrijfsethiek te voldoen (ESMA-richtsnoer 14, Kennis en bekwaamheid, 2016). De onderneming dient vast te leggen op welke wijze ervoor is gezorgd dat het personeel over deze kennis en bekwaamheid beschikt en moet dit aan kunnen tonen. 

Hoe kunnen niet- CFA/VBA gecertificeerde medewerkers in de institutionele markt voldoen aan de criteria uit de Regeling vakbekwaamheid en relevante ESMA-richtsnoeren?

Daarvoor is een examen beschikbaar en voor wie wil toetreden tot het DSI-register aanvullend is er een integriteitsworkshop en een integriteitsexamen. Zie voor meer en actuele informatie de website van DSI. 

Hoeveel werkervaring heb ik nodig om te voldoen aan de eis passende ervaring voor vakbekwaamheid?

Van passende ervaring is sprake als een medewerker door eerdere werkzaamheden heeft aangetoond de relevante werkzaamheden goed te kunnen uitvoeren. Deze werkzaamheden moeten zijn uitgevoerd op voltijdsbasis gedurende een periode van ten minste 12 maanden. In de ESMA-richtsnoeren is een minimumnorm opgenomen van zes maanden voltijds relevante werkervaring. De AFM  mag een hogere norm eisen en heeft ervoor gekozen deze termijn te verlengen naar 12 maanden, zodat medewerkers voldoende praktijkervaring kunnen opdoen. Een toelichting op de invulling van de ESMA-richtsnoeren beoordeling kennis en bekwaamheid kan je vinden op de AFM website op de pagina Toelichting AFM op richtsnoeren ESA.

Mag ik klanten informeren of adviseren als ik nog niet voldoende passende werkervaring heb?

Als u nog niet over voldoende passende werkervaring beschikt, mag u klanten informeren of adviseren, maar alleen onder toezicht van een ervaren collega die beschikt over de vereiste kwalificaties en passende ervaring. Deze collega is verantwoordelijk voor de begeleiding en het toezicht op uw werkzaamheden. Een medewerker mag maximaal vier jaar onder toezicht werken, tenzij een kortere termijn van toepassing is.

Overige veelgestelde vragen

Voldoe ik als onderneming aan alle criteria uit de Regeling vakbekwaamheid en relevante ESMA-richtsnoeren van ESMA met betrekking tot kennis en bekwaamheid als mijn personeel dat cliënten informeert of adviseert hiervoor gecertificeerd is bij DSI? 

Met een DSI certificering toont de onderneming aan dat het betreffende personeelslid beschikt over een passende kwalificatie en over passende ervaring. Dit zijn belangrijke eisen uit de regeling en richtsnoeren. Deze kennis en bekwaamheid moet onderhouden en bijgewerkt worden door middel van permanente beroepsontwikkeling en opleiding. De regeling en  richtsnoeren schrijven echter ook voor dat personeel op de hoogte is van interne gedragsregels en procedures van de onderneming die bedoeld zijn om naleving van MiFID II en Wft  te waarborgen en dat het personeel deze begrijpt en toepast. De onderneming moet daar ook nog voor zorgen. Daarnaast moet de onderneming nog voldoen aan de organisatorische eisen die in de richtsnoeren staan. 

Wat is het verschil tussen adviseren en het verstrekken van informatie? 

Er is sprake van beleggingsadvies als er een gepersonaliseerde aanbeveling wordt gedaan aan een cliënt, hetzij op diens verzoek hetzij op initiatief van de beleggingsonderneming, met betrekking 
tot één of meer transacties die met financiële instrumenten verband houden. Wordt er niet-gepersonaliseerde informatie verstrekt aan cliënten over financiële instrumenten, hetzij op initiatief van de onderneming, dan is er sprake van informeren. Van medewerkers die adviseren wordt een hoger niveau van kennis en bekwaamheid verwacht dan van medewerkers die informeren. 

Moet iedere medewerker ook periodiek een examen afleggen om aan te tonen dat zijn kennis actueel is? 

Op basis van de Regeling Vakbekwaamheid en relevante ESMA-richtsnoeren is het afleggen van een periodieke toets of examen niet verplicht. In de regeling en richtsnoeren is de interne en externe evaluatie opgenomen als een organisatorische eis. Deze evaluatie moet ervoor zorgen dat het personeel zijn kennis en bekwaamheid onderhoudt. De beleggingsondernemingen kunnen permanente educatie daardoor op een eigen manier vormgeven. Zij moeten wel borgen dat de actuele ontwikkelingen te allen tijde op een adequate manier door hun personeel dat informeert en adviseert worden opgepakt en toegepast. Ook moeten zij op verzoek aan de AFM kunnen aantonen dat zij de permanente educatie hebben geborgd. In verband met die aantoonbaarheid is de AFM wel voorstander van het met een bepaalde regelmaat toetsen van medewerkers, zeker wanneer er sprake is van ontwikkelingen die relevant zijn voor de kennis van medewerkers.