Go to content

Eisen administratie financiële onderneming

Sommige ondernemingen hebben hun hoofdkantoor op Curaçao of Sint Maarten, terwijl het verkoopkantoor is gevestigd in Caribisch Nederland. Ook dan is de financiële onderneming verplicht om de toezichthouder inzage te geven in de boekhouding of administratie op de plaats waar deze zich bevindt.

 

Aan welke eisen voor de administratie moet een financiële onderneming voldoen?

Een financiële onderneming die een vergunning heeft om activiteiten te verrichten in Caribisch Nederland moet zorgen voor?

  • Een klantenadministratie die voldoet aan de wet- en regelgeving
  • Een administratie waarin alle klachten zijn vastgelegd
  • Een administratie waarin alle incidenten zijn vastgelegd

De administratie van consumenten in Caribisch Nederland moet afgescheiden te zijn van de overige administratie.

 

Aan welke eisen moet een cliëntdossier minimaal voldoen?

De inventarisatie van de financiële positie, kennis en ervaring, doelstellingen en risicobereidheid zal in ieder geval uit het cliëntdossier (zoals dat in de administratie van de financiële instelling is opgenomen) moeten blijken (artikel 5:7 Wfm BES). Ook moet de verkregen informatie worden bewaard (artikel 3:23-3:25 Bfm BES).

 

Er is geen checklist waar een cliëntdossier in Caribisch Nederland aan moet voldoen. De informatie die ingewonnen zal moeten worden is mede afhankelijk van de complexiteit van het product. In de toelichting op dit artikel wordt als voorbeeld gegeven: ‘Zo zal de verplichting van de dienstverlener om te informeren naar de financiële positie van de consument of cliënt van groot belang zijn als het gaat om een beleggingsproduct of een krediet (zie ook artikel 5:14). De verplichting is minder uitgebreid als de consument bijvoorbeeld een spaar- of betaalrekening wil openen of een specifieke risicoverzekering wil afsluiten.’

Veelgestelde vragen

Aan welke eisen moet een cliëntdossier minimaal voldoen?

De inventarisatie van de financiële positie, kennis en ervaring, doelstellingen en risicobereidheid zal in ieder geval uit het cliëntdossier (zoals dat in de administratie van de financiële instelling is opgenomen) moeten blijken (artikel 5:7 Wfm BES). Ook moet de ingewonnen informatie worden bewaard (artikel 3:23-3:25 Bfm BES).
Er is geen checklist waar een cliëntdossier in Caribisch Nederland aan moet voldoen. De informatie die ingewonnen zal moeten worden is mede afhankelijk van de complexiteit van het product. In de toelichting op dit artikel wordt als voorbeeld gegeven: ‘Zo zal de verplichting van de dienstverlener om te informeren naar de financiële positie van de consument of cliënt van groot belang zijn als het gaat om een beleggingsproduct of een krediet (zie ook artikel 5:14). De verplichting is minder uitgebreid als de consument bijvoorbeeld een spaar- of betaalrekening wil openen of een specifieke risicoverzekering wil afsluiten.’
 

Wat de AFM in een dossier in ieder geval verwacht aan te treffen is onder andere:

  • Getekend aanvraagformulier voor een verzekering of krediet;
  • Verzekeringspolis of kredietovereenkomst;
  • Afhankelijk van de complexiteit: Vastlegging van het nader uitvragen omtrent de financiële positie, kennis en ervaring, doelstelling en risicobereidheid;
  • Bij verschaffing van een consumptief of hypothecair krediet of een (levens-)risicoverzekering: Onderbouwing van de financiële positie door middel van werkgeversverklaring en loonstrook en vermogenspositie (pensioenoverzichten, eigendommen, banksaldo, etc.);
  • Bij verschaffing van een consumptief of hypothecair krediet of een (levens-)risicoverzekering: Onderbouwing van de lopende financiële verplichtingen;
  • Een vastlegging van een keuze van een consument of cliënt om anders te handelen dan geadviseerd, bijvoorbeeld door een ander product te kopen dan aanbevolen;
  • Alle correspondentie met de consument of cliënt;
  • Vastleggingen van afspraken met consument of cliënt al dan niet schriftelijk of telefonisch.
 
De AFM zal een dossier controleren door vanuit het product dat is geadviseerd te toetsen of het gegeven advies aansluit bij de financiële positie, kennis en ervaring, doelstellingen en risicobereidheid.
In de praktijk ziet de AFM ook dat de informatieverstrekking aan de consument of cliënt in het cliëntdossier wordt bewaard. Hiermee kan de financiële dienstverlener aantonen welke informatie hij of zij heeft verstrekt. Voor wetgeving zie artikel 3:23 Bfm BES.