Go to content

Benchmarkverordening

Let op: de Benchmarkverordening (BMR) is per 1 januari 2026 gewijzigd.

De Benchmarkverordening (BMR) is herzien. Door deze wijziging vallen veel benchmarks niet langer onder de reikwijdte van de verordening. Als een benchmark buiten de reikwijdte van de BMR valt, is voor de beheerder geen vergunning of registratie op grond van de BMR vereist. Het ontbreken van een vergunning betekent daarom niet zonder meer dat een benchmark niet gebruikt mag worden.

Op deze pagina leest u welke benchmarks onder de BMR vallen en wat dit betekent voor beheerders, gebruikers en contribuanten. 

Wat is de Benchmarkverordening?

De Europese Benchmarkverordening (Benchmark Regulation/BMR) bevat regels voor benchmarks die worden gebruikt in financiële instrumenten, financiële overeenkomsten en voor het meten van de prestaties van beleggingsfondsen. De verordening is sinds 1 januari 2018 van toepassing in de Europese Unie en heeft als doel de betrouwbaarheid, integriteit en transparantie van benchmarks te waarborgen.

Een benchmark is een index die wordt gebruikt als referentie voor het bepalen van de waarde van een financieel instrument of financiële overeenkomst, of voor het meten van het rendement van een beleggingsfonds. Bekende voorbeelden is de rentebenchmark EURIBOR en de beursbenchmark AEX.

Waarom bestaat de BMR? 

De Benchmarkverordening is ingevoerd naar aanleiding van gevallen van manipulatie van benchmarks, waaronder LIBOR en EURIBOR. Dergelijke manipulatie kan leiden tot marktverstoringen, financiële schade voor consumenten en beleggers en een afname van het vertrouwen in de financiële markten. De verordening beoogt daarom de nauwkeurigheid, robuustheid en integriteit van benchmarks en het benchmarkproces te versterken.

Op wie is de BMR van toepassing? 

De Benchmarkverordening is in het bijzonder van toepassing op: 

  • beheerders van benchmarks (administrators);
  • organisaties die gegevens aanleveren voor benchmarks (contribuanten);
  • onder toezicht staande entiteiten die benchmarks gebruiken, zoals banken, beleggingsondernemingen, beheerders van beleggingsfondsen en andere financiële instellingen.

Belangrijkste vereisten 

De Benchmarkverordening stelt onder meer eisen aan: 

  • governance en interne beheersing van benchmarkbeheerders; 
  • het voorkomen en beheersen van belangenconflicten; 
  • de kwaliteit en representativiteit van inputgegevens; 
  • de methodologie waarmee benchmarks worden vastgesteld; 
  • transparantie richting gebruikers; 
  • toezicht op contribuanten; 
  • procedures voor klachtenafhandeling en het melden van overtredingen;
  • openbaarmakingen voor bepaalde benchmarks, EU-klimaattransitiebenchmarks en op de Overeenkomst van Parijs afgestemde EU-benchmarks.  

Herziening van de Benchmarkverordening vanaf 2026

De Benchmarkverordening is herzien en de gewijzigde regels zijn vanaf 1 januari 2026 van toepassing. Met deze herziening wil de Europese wetgever de administratieve lasten verminderen en het toezicht richten op benchmarks die van wezenlijk belang zijn voor de Europese financiële markten.

De belangrijkste wijziging is dat de reikwijdte van de verordening aanzienlijk is beperkt. Vanaf 1 januari 2026 vallen in beginsel alleen nog de volgende categorieën benchmarks onder het BMR-regime:

  • kritieke benchmarks; 
  • significante benchmarks; 
  • EU Climate Transition Benchmarks (CTB's); 
  • EU Paris-aligned Benchmarks (PAB's);
  • bepaalde grondstoffenbenchmarks.  

Veel benchmarks die voorheen als niet-significant werden aangemerkt vallen daardoor niet langer onder de verordening. Hierdoor kan het toezicht zich richten op benchmarks waarvan het gebruik een substantiële impact heeft op de financiële markten en op de bescherming van beleggers en consumenten.

Een benchmark kan onder meer als significant worden aangemerkt wanneer het gebruik ervan binnen de Europese Unie een omvang van €50 miljard bereikt. Daarnaast kunnen bevoegde autoriteiten benchmarks aanwijzen als significant wanneer deze van systemisch belang zijn. Onder bepaalde voorwaarden kan een benchmarkbeheerder ook verzoeken om opname binnen het regime.

Rol van de AFM

De AFM is in Nederland de bevoegde toezichthouder voor benchmarkbeheerders die onder de reikwijdte van de Benchmarkverordening vallen. De AFM is verantwoordelijk voor: 

  • vergunningverlening aan benchmarkbeheerders; 
  • het doorlopende toezicht op de naleving van de Benchmarkverordening; 
  • samenwerking met ESMA en andere (Europese) toezichthouders.  

Rol van ESMA

ESMA is verantwoordelijk voor het directe toezicht op beheerders van kritieke benchmarks binnen de EU en op erkende benchmarkbeheerders uit derde landen. ESMA houdt vanaf 2026 toezicht op zowel erkende benchmarkbeheerders uit derde landen als op benchmarks uit derde landen die via een Europese benchmarkbeheerder worden bekrachtigd (endorsement). Hierdoor ontstaat één Europees toezichtkader voor benchmarks van buiten de Europese Unie.

Vergunningen en meldingen

Benchmarkbeheerders die onder de reikwijdte van de Benchmarkverordening vallen, moeten beschikken over een vergunning indien dit op grond van de verordening vereist is.  

Voor vergunningaanvragen en vragen over de toepassing van de Benchmarkverordening kan contact worden opgenomen met de AFM via benchmarks@afm.nl.  

Marktpartijen kunnen klachten over benchmarks of benchmarkbeheerders en signalen van mogelijk marktmisbruik met betrekking tot benchmarks eveneens melden via benchmarks@afm.nl.  

ESMA-register

ESMA houdt een openbaar register bij van:

  • benchmarkbeheerders met een vergunning; 
  • erkende benchmarkbeheerders uit derde landen; 
ESMA houdt ook een openbaar register bij van:
  • benchmarks die onder het toepassingsbereik van de herziene Benchmarkverordening vallen; 
  • benchmarks uit derde landen die binnen de Europese Unie mogen worden gebruikt; 
  • De ESMA-registers vormen een belangrijk hulpmiddel voor marktpartijen om na te gaan of een benchmark en de bijbehorende beheerder voldoen aan de toepasselijke Europese regelgeving.