Kapitaalmarkten

Eén van de belangrijke ontwikkelingen op de kapitaalmarkten heeft betrekking op benchmarkbeheerders. Op basis van het EU Action plan on financing sustainable growth heeft de Europese Commissie de Benchmarkverordening aangepast zodat beheerders verplicht zijn te rapporteren hoe duurzaamheid (in de vorm van zogeheten ESG-factoren) wordt weerspiegeld in de methodologie en de benchmarkstatements.

Benchmarkverordening en low carbon benchmark package

Dit betekent dat beheerders in hun informatieverstrekking aan gebruikers, bepaalde informatie moeten opnemen die zijn gedefinieerd in Delegated Regulations. Daarnaast zijn er twee nieuwe benchmarkcategorieën of labels gecreëerd voor zogenaamde “low carbon benchmarks”: de “Paris-aligned Benchmark (PAB)” en de “Climate Transition Benchmark (CTB)”.

Om gebruik te mogen maken van de labels moet een benchmark aan bepaalde, in de Benchmarkverordening neergelegde, strenge eisen voldoen. Op die manier weten beleggers in een instrument dat verwijst naar een dergelijke benchmark, zeker dat zij beleggen in een werkelijk groene benchmark. Ook moeten beheerders voor alle benchmarks behalve rentevoet- en valutawisselingsbenchmarks in de benchmarkstatements uitleggen hoe de methodologie is afgestemd op de koolstofemissiereductiedoelstelling, of hoe de benchmark de doelstellingen van de Paris Agreement bereikt.

Er komt dus steeds meer informatie beschikbaar voor beleggers op het gebied van groene benchmarks.  Gezien de aanhoudende toename van passief beleggen en de stijgende populariteit van groene beleggingen heeft de AFM specifieke aandacht voor hoe de benchmarkbeheerders onder haar toezicht aan de wettelijke ESG-eisen voldoen. Ook draagt de AFM via het Benchmarks Network binnen ESMA actief bij aan de ontwikkeling van beleid, bijvoorbeeld door middel van Q&A’s om onduidelijkheden over de regels zoveel mogelijk weg te halen.

EUA-handel

In juni 2021 heeft ICE Futures Europe de handel in emissierechtderivaten van haar Britse platform naar de gereguleerde markt, ICE Endex in Nederland verplaatst. Emissierechtderivaten geven het recht om een vastgestelde hoeveelheid broeikasgassen (Co) uit te stoten. Via dit marktinstrument probeert de EU haar eigen klimaatdoelstellingen (Parijs) en die van het Kyoto Protocol te realiseren.

Met de verplaatsing van het Verenigd Koninkrijk naar Nederland komt een groot deel van de Europese handel in emissierechtderivaten onder het toezicht van de AFM te vallen. Het gaat hierbij om de secundaire handel in future-optiecontracten met emissierechten “European Union Allowances (EUA)” en “European Union Aviation Allowances (EUAA) als onderliggende waarde. De primaire handel van deze emissierechten vindt plaats op European Energy Exchange (EEX) in Duitsland. Nederlandse partijen die emissierechten bezitten en deze willen verhandelen dienen daarvoor een registratie te hebben bij de Nederlandse Emissie Autoriteit (NEA). De AFM werkt samen met de NEA en ook met de ACM en de Duitse toezichthouder Bafin op het gebied van de EUA-handel.

Obligatiemarkt

De ontwikkeling van de duurzaamheidstransitie is goed zichtbaar op de obligatiemarkt, welke hard groeit in Europa.

In Nederland verdubbelde deze markt in omvang in 2019 en 2020 en deze groei zette ook in 2021 door. In het rapport “Sustainable Bonds in the Netherlands” onderschrijft de AFM het belang van deze positieve ontwikkeling. De AFM wijst daarbij op het belang van transparantie in prospectussen, rapportage van relevante non-financiële informatie en standaardisatie.

In juli 2021 publiceerde de Europese Commissie haar wetsvoorstel voor een European Green Bond Standard (GBS). Dit voorstel creëert een vrijwillige standaard voor obligaties die tot doel hebben om duurzame investeringen te financieren. Deze EU GBS zal naar verwachting de standaard worden voor bedrijven en overheden die groene obligaties willen uitgeven om grote investeringen te financieren, waarbij tegelijkertijd strenge duurzaamheidseisen gelden en beleggers worden beschermd. Door te voldoen aan de EU GBS zullen uitgevende instellingen kunnen aantonen dat zij inderdaad legitieme groene projecten financieren (in lijn met de EU-taxonomie). Beleggers kunnen zo eenvoudiger vergelijken en beoordelen of hun beleggingen ook inderdaad duurzaam zijn, wat het risico op greenwashing kan verminderen. De vier kernelementen van de EU GBS zijn:

  • In lijn met de Taxonomie: De opbrengsten van de obligatie moeten worden gealloceerd aan projecten die in lijn zijn met de EU taxonomie.
  • Transparantie: Volledige transparantie over hoe de opbrengsten van de groene obligatie worden gealloceerd middels gedetailleerde rapportages.
  • Externe review: Alle Europese groene obligaties moeten worden gecheckt door een externe reviewer om compliance met deze verordening en de taxonomie te garanderen
  • Europees toezicht op de externe reviewers: Reviewers die diensten verlenen aan uitgevers van European green bonds moeten zich registreren bij- en staan onder toezicht van de European Securities and Markets Authority (ESMA).