Terug

Informatie over het nationaal regime Voor Adviseurs & bemiddelaars

Ondernemingen met een nationaal regimeregistratie of -vergunning zijn vrijgesteld van een deel van de eisen van MiFID II. Het nationaal regime is per 1 april 2019 aangepast.

Wat is het nationaal regime?

De MiFID-regels zouden een grote impact hebben op financiële dienstverleners. Daarom heeft de minister van Financiën een vrijstelling ontworpen: het nationaal regime. De vrijstelling houdt in dat slechts een deel van de MiFID II regels van toepassing zijn op partijen onder het nationaal regime.

Binnen het nationaal regime mogen alleen deze beleggingsdiensten worden verleend:

  • het ontvangen en doorgeven van orders in deelnemingsrechten in beleggingsinstellingen en icbe’s (beleggingsfondsen) en/of
  • het geven van beleggingsadvies over beleggingsfondsen

Voor wie geldt het nationaal regime?

Adviseurs en bemiddelaars

Het nationaal regime is vooral relevant voor financiële dienstverleners die adviseren in hypothecair krediet en/of vermogen. Het nationaal regime stelt deze ondernemingen in staat om advies te geven over gecombineerde producten met een beleggingscomponent (zoals effectenhypotheken, pensioenproducten en andere vermogensopbouwproducten). Daarnaast kunnen zij voor deze producten orders ontvangen en doorgeven. Onder het nationaal regime mogen zij deze diensten ook verlenen bij beleggingsfondsen zonder dat er sprake is van een gecombineerd product.

U kunt alleen gebruikmaken van het nationaal regime als u beschikt over een nationaal-regimeregistratie.

Ter verduidelijking: adviseert een financieel dienstverlener over beleggingsverzekeringen? Dan volstaat een vergunning ‘adviseren in vermogen’. Maar adviseert hij over beleggingsrekeningen (een rekening met een optie om te beleggen in beleggingsfondsen)? Dan is een nationaal-regimeregistratie nodig.


Dat geldt ook voor advies over zogeheten effectenhypotheken (een hypothecair krediet met een effectenrekening). Zelfs als de adviseur of bemiddelaar adviseert dat product om te zetten in (bijvoorbeeld) een annuïteitenhypotheek. Dan wordt er immers een beleggingsadvies gegeven en een order doorgegeven om de effectenportefeuille te verkopen.

Tip: neem bij twijfel contact op met de aanbieder van het product.

Beleggingsondernemingen onder verlicht vergunningsregime

Het nationaal regime staat ook open voor beleggingsondernemingen die zich uitsluitend willen toeleggen op de dienstverlening binnen het nationaal regime: het adviseren over beleggingsfondsen en/of het ontvangen en doorgeven van orders in deze beleggingsfondsen. 

Om gebruik te maken van het nationaal regime, moeten ondernemingen een verlichte vergunning als beleggingsonderneming hebben. Zij worden daarbij van een aantal vergunningseisen vrijgesteld. Deze vergunning wordt aangeduid als nationaal regimevergunning (NR-vergunning).

Welke eisen gelden er?

Voor ondernemingen die onder het nationaal regime vallen, gelden eisen. De belangrijkste eisen lichten we hieronder toe. Een volledig overzicht van de eisen vindt u in artikel 11 en 35a van de vrijstellingsregeling. Meer informatie over bepaalde eisen vindt u ook in het document Wijzigingen beleggersbescherming onder MiFID II.

Organisatorische eisen

Dagelijkse (mede-)beleidsbepalers van financiële ondernemingen moeten geschikt en betrouwbaar zijn. Zij zijn verantwoordelijk voor de naleving van de regels, ook voor de werkzaamheden die een onderneming uitbesteed. We lichten daarnaast drie belangrijke organisatorische eisen toe: het productontwikkelingsproces, het bewaren van gegevens en vakbekwaamheid.

Productontwikkelingsproces

Een onderneming die onder het nationaal regime beleggingsproducten en -diensten verleent, geldt als distributeur. Voor de distributeur gelden deze eisen:

  • De distributeur heeft een adequaat proces, waarbij de producten en diensten die zij aanbieden aansluiten bij de behoeften, karakteristieken en doelstellingen van een geïdentificeerde doelgroep.
  • De distributiestrategie is afgestemd op de doelgroep.
  • De distributeur gebruikt de informatie van de productontwikkelaar en combineert dit met haar eigen informatie over haar klanten. Aan de hand van de behoeften, karakteristieken en doelstellingen van haar klanten bepaalt de beleggingsonderneming aan wie zij het beleggingsproduct of de dienst gaat aanbieden.
  • De distributeur stelt zelf haar doelgroep vast en bepaalt zelf hoe de distributie plaatsvindt.
  • Is het beleggingsproduct niet ontwikkeld door een ontwikkelaar die onder de regels van MIFID II valt? Dan moet de distributeur al het redelijke doen om te waarborgen dat de productinformatie van deze ontwikkelaar betrouwbaar en adequaat is.
  • De distributeur moet het selectieproces van beleggingsproducten regelmatig beoordelen en bepalen of het product of de beleggingsdienst aansluit bij de behoeften van de doelgroep. Ook moet hij beoordelen of de distributiestrategie nog steeds geschikt is. De distributeur moet de ontwikkelaar hierover informeren en ook over de verkoop van het beleggingsproduct. De ontwikkelaar heeft die informatie nodig voor het herzien van zijn beleggingsproducten.

Bewaren van gegevens

Ondernemingen moeten gegevens over beleggingsadviezen en ontvangen en doorgegeven orders vijf jaar bewaren. Telefoongesprekken en elektronische communicatie met klanten over het verrichten van transacties in financiële instrumenten moeten opgenomen en opgeslagen worden. Nieuwe en bestaande klanten moeten daarvan op de hoogte gesteld worden. U vindt dit terug in de artikelen 35 en 35.0a BGfo en 72, 74 en 76 van de gedelegeerde verordening.

Vakbekwaamheid

Financiële dienstverleners onder het nationaal regime moeten zorgen voor vakbekwame beleggingsdienstverlening aan klanten. Hun medewerkers moeten over het Wft-diploma Adviseur Vermogen beschikken en op de hoogte zijn van actuele ontwikkelingen. Nieuwe kennis moet daarom snel en adequaat binnen een onderneming worden verspreid.

Beleggingsondernemingen met een NR-vergunning moeten voldoen aan de vakbekwaamheidseisen in de Regeling vakbekwaamheid werknemers beleggingsondernemingen Wft.

Gedragsregels

Onder het nationaal regime gelden gedragsregels. Zo gelden er regels voor cold calling, colportage en belangenconflicten. Ook geldt de algemene zorgplicht. We lichten vier belangrijke gedragsregels toe: informatieverstrekking, kostentransparantie, ken uw klant en de provisieregels.

Informatieverstrekking

  • De informatie aan een klant moet feitelijk juist, begrijpelijk en niet-misleidend zijn en voldoen aan de voorwaarden van artikel 44 in de gedelegeerde verordening. De klant moet informatie ontvangen over de beleggingsdienst of beleggingsfonds voor zover dit redelijkerwijs relevant is voor een adequate beoordeling van de beleggingsdienst of het financieel instrument.
  • De klant moet informatie krijgen over de onderneming en haar dienstverlening, financiële instrumenten en voorgestelde beleggingsstrategieën, de plaatsen van uitvoering en alle kosten en bijbehorende lasten.
  • De onderneming moet klanten vóór een advies vertellen of zij afhankelijk of onafhankelijk adviseert. Ook moet zij vertellen of het advies op een brede of beperkte analyse van beleggingsfondsen is gebaseerd.
  • De onderneming moet haar klant informeren of zij periodiek de geschiktheid van de producten en diensten waarover zij adviseert, beoordeelt. Over verleende beleggingsdiensten moet zij periodiek rapporten verstrekken aan haar klant.

In artikelen 46 tot en met 48 en 50 tot en met 53 van de gedelegeerde verordening staan nadere voorschriften over de informatieverstrekking.

Kostentransparantie

  • De onderneming moet voorafgaand aan de dienstverlening de klant een totaaloverzicht van alle te verwachten kosten verstrekken. Onder alle kosten wordt verstaan: de kosten van de dienstverlening (beleggingsdienst en nevendienst) en de kosten van het financieel instrument, zoals de transactiekosten die een fonds maakt bij de koop en verkoop van effecten. 
  • Met behulp van een illustratie moet de onderneming haar klant inzicht geven in het cumulatieve effect van de totale kosten op het rendement. De illustratie is vormvrij, maar moet het effect van de totale kosten en lasten op het rendement én verwachte kostenpieken of –schommelingen tonen.
  • De onderneming moet haar klant informeren over de manier waarop de kosten in rekening worden gebracht.
  • De onderneming die een doorlopende relatie heeft met een klant moet deze klant minstens één keer per jaar informatie geven over de in totaal in rekening gebrachte kosten. Deze informatie kan in de reguliere periodieke rapportages worden opgenomen.
  • Voor meer informatie kunt u hier terecht.

Ken uw klant: geschiktheids- en passendheidstoets

Een onderneming die beleggingsadvies verleent, moet een geschiktheidstoets uitvoeren bij haar klant. De adviseur moet bij de klant informatie inwinnen over diens financiële positie, kennis, ervaring, beleggingsdoelstellingen en risicobereidheid. Deze informatie moet meegenomen worden in het advies. (Zie ook artikelen 54 en 55 van de gedelegeerde verordening.)

Een onderneming die orders ontvangt en doorgeeft, moet een passendheidstoets uitvoeren. Zij moet vaststellen of de belegger genoeg kennis en ervaring heeft om de risico’s van de dienst en het beleggingsfonds te begrijpen. (Zie ook artikelen 55 en 56 van de gedelegeerde verordening.)

De passendheidstoets hoeft in bepaalde gevallen niet uitgevoerd te worden. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een niet-complex financieel instrument en als de order op initiatief van de klant wordt ontvangen en doorgegeven zonder voorafgaand advies. Of er sprake is van een niet-complex financieel instrument dient te worden beoordeeld aan de hand van artikel 57 van de gedelegeerde verordening.

Provisieregels

Er mag geen provisie worden ontvangen of verstrekt bij beleggingsdiensten aan niet-professionele beleggers. Er zijn enkele uitzonderingen op deze provisieregels, zoals betalingen die rechtstreeks worden gedaan door de klant. (Zie ook artikel 168a BGfo.)

Research kwalificeert in principe ook als provisie. Een onderneming mag daarom alleen research ontvangen als hij dat zelf uit eigen middelen betaalt of in rekening brengt bij haar klanten.

Wanneer een onderneming ervoor kiest research in rekening te brengen bij haar klanten, kan dat op twee manieren: direct (via een aparte rekening) of door een opslag bij de transactiekosten. Bij een opslag bij de transactiekosten gelden strenge eisen. Zo moet het bedrag voor research gebaseerd zijn op het vastgestelde budget van de onderneming. Bovendien mag het bedrag nooit afhankelijk zijn van het transactievolume en/of de waarde van de uitgevoerde transacties.

Informatie delen

Delen via: deel
Alle onderwerpen voor Adviseurs & bemiddelaars