Actueel en publicaties

Hieronder leest u meer over de meest belangrijke en voor u relevante informatie over nieuwe ontwikkelingen en publicaties. De AFM heeft de belangrijkste onderwerpen voor u op een rij gezet.

Nieuwsbrieven en alertservice

De AFM verstuurt verschillende nieuwsbrieven. Hier kunt u zich abonneren. Ook zijn er meerdere RSS-feeds beschikbaar. 

Belang cliënt hoort centraal te staan bij uitlenen van financiële instrumenten

De AFM heeft geconstateerd dat sommige (bank)beleggingsondernemingen een recht van gebruik bedingen op de beleggingen (financiële instrumenten) die zij voor hun cliënten bewaren. Dit wordt ook wel ‘uitlenen’ of ‘securities lending’ genoemd. Indien de belangen van cliënten niet geschaad worden, is het uitlenen van financiële instrumenten van cliënten aan hun (bank) beleggingsonderneming toegestaan.

De AFM heeft een aantal voorwaarden opgesteld waar het uitlenen aan dient te voldoen. Bij het formuleren van deze voorwaarden heeft de AFM aansluiting gezocht bij de in 2012 gepubliceerde Richtsnoeren van ESMA inzake icbe’s en de nadere Aandachtspunten die de AFM naar aanleiding van deze richtsnoeren heeft geformuleerd. De AFM verwacht van (bank)beleggingsondernemingen dat zijde volgende voorwaarden betrekken bij zorgvuldige dienstverlening aan hun cliënten:

  • De risico-rendementsverhouding is inzichtelijk. Voordat een cliënt instemt met het recht van gebruik, dient hij te worden geïnformeerd over de bijbehorende risico’s en het rendement. Omdat het uitlenen complex van aard is, dient de informatieverstrekking dusdanig concreet te zijn dat een cliënt op basis hiervan een adequate beoordeling van de dienst kan maken. (Bank)beleggingsondernemingen hebben de wettelijke plicht voorafgaand aan het verlenen van een beleggingsdienst informatie te verstrekken aan de cliënt voor zover dit redelijkerwijs relevant is voor een adequate beoordeling van die dienst.

  • De risico-rendementsverhouding is redelijk. Risico`s die uit het recht van gebruik van financiële instrumenten voortvloeien, moeten voldoende worden afgedekt door risicobeheerprocedures. Daarom dienen (bank)beleggingsondernemingen altijd adequaat onderpand te verschaffen voor het recht van gebruik van financiële instrumenten*. Daarnaast dient er een redelijke verhouding te bestaan tussen de opbrengsten van het uitlenen van financiële instrumenten en de risico’s die de cliënt loopt. Dit betekent dat wanneer een cliënt substantieel meer risico loopt door het uitlenen van financiële instrumenten, hier ook een substantiële vergoeding tegenover moet staan. Wanneer de risico’s dusdanig groot zijn en redelijkerwijs niet opwegen tegen het rendement dat kan worden behaald, dan raakt dit de zorgplicht die een (bank)beleggingsonderneming richting haar cliënten heeft.

  • De doelgroep is passend. Het recht van gebruik moet passend zijn voor de cliënt. Een (bank)beleggingsonderneming moet, om te beoordelen of de dienst passend is, onder andere informatie over de kennis en ervaring van de cliënt inwinnen. Indien de (bank)beleggingsonderneming op basis van de ingewonnen informatie vindt dat de beleggingsdienst niet passend is voor de cliënt, hoort zij deze cliënt te waarschuwen.

* Dit standpunt sluit aan bij het Technisch Advies van ESMA aan de Europese Commissie: Investment firms shall adopt specific arrangements for retail and non-retail clients to ensure that the borrower of client assets provides the appropriate collateral and that the firm monitors the continued appropriateness of such collateral and takes the necessary steps to maintain the balance with the value of client assets (ESMA’s Technical Advice to the Commission on MiFID II and MiFIR van 19 December 2014, ESMA /2014/1569, p. 75).

Provisieverbod beleggingsdienstverlening een feit

Dinsdag 17 december 2013 is in het Staatsblad het Wijzigingsbesluit financiële markten 2014 gepubliceerd. Hiermee word het provisieverbod voor beleggingsdienstverlening een feit. Het verbod moet er toe leiden dat de beleggingsonderneming (ofwel een bank, beleggingsadviseur of vermogensbeheerder) voortaan alleen nog directe vergoedingen van de belegger ontvangt.

Het verbod moet er toe leiden dat de beleggingsonderneming (ofwel een bank, beleggingsadviseur of vermogensbeheerder) voortaan alleen nog directe vergoedingen van de belegger ontvangt.

Herziening huidige Markets in Financial Instruments Directive (MiFID)

Op 3 januari 2018 is MiFID II inwerking getreden. MiFID II (Markets in Financial Instruments Directive) is een herziening van de in 2007 ingevoerde Europese richtlijn MiFID en de introductie van de verordening MiFIR.

Het doel van MiFID II is het efficiënter en transparanter maken van de Europese financiële markten en het vergroten van de bescherming van beleggers. MiFID II wijzigt bepaalde regelgeving voor beleggingsondernemingen en handelsplatformen.

ESMA richtsnoeren betreffende ETF's en andere kwesties in verband met icbe's 

De Richtsnoeren betreffende ETF's en andere kwesties in verband met icbe’s (Richtsnoeren) hebben tot doel beleggers te beschermen door een aantal eisen te stellen aan instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s).

In de Richtsnoeren worden handvatten aangereikt voor de informatie die moet worden gegeven met betrekking tot icbe’s en technieken die worden gebruikt met het oog op een goed portefeuillebeheer. Ook zijn specifieke regels opgenomen die icbe’s moeten toepassen wanneer ze transacties in onderhandse ("over-the-counter" – OTC) financiële derivaten aangaan en worden criteria gegeven waaraan financiële indexen waarin icbe’s beleggen moeten voldoen. Daarnaast heeft de AFM een aantal aanvullende aandachtspunten op het gebied van technieken voor goed portefeuillebeheer gepubliceerd.

De AFM meent dat deze Richtsnoeren en de aanvullende aandachtspunten relevant kunnen zijn voor banken en beleggingsondernemingen. Daarnaast vindt de AFM het wenselijk dat (beheerders van) beleggingsinstellingen kennis nemen van deze Richtsnoeren en deze waar mogelijk toepassen.