Go to content
uil kijkt achter boom 400x200
Nieuws 07/11/22

Geen algemene zorgplicht in de Wtp, wel acceptabele alternatieven

Wil de AFM nou wel of niet dat de algemene zorgplicht expliciet in de Wet toekomst pensioenen (Wtp) wordt opgenomen? Daarover ontstond onduidelijkheid tijdens het wetgevingsoverleg in de Tweede Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 10 oktober jl. In een brief aan de Kamercommissie hebben wij dat uitgelegd.

‘Allereerst dit,’ zegt Anne de Groot, manager pensioentoezicht, ‘wij zien het wetsvoorstel Wet toekomst pensioenen als een positieve stap in de pensioenhervorming.’

Zorgplicht in Burgerlijk Wetboek

Maar die zorgplicht dan, hoe zit dat nou precies? Wij leggen in de brief aan de Kamercommissie (pdf, 181 Kb)uit dat de zorgplicht het fundament is van het gedragstoezicht van de AFM. Met die zorgplicht wordt gedoeld op het beginsel dat professionele partijen moeten handelen in het belang van de consument. Dit beginsel is opgenomen in het Burgerlijk Wetboek. Deze civielrechtelijke zorgplicht geldt voor alle financiële instellingen – ook voor pensioenfondsen - en consumenten kunnen naleving afdwingen via de rechter.

Daarnaast een ‘algemene zorgplicht’ in de Wft

Voor financieel dienstverleners is daarnaast een ‘algemene zorgplicht’ opgenomen in de Wet op het financieel toezicht (Wft): ‘Een financiële dienstverlener neemt op zorgvuldige wijze de gerechtvaardigde belangen van de consument of begunstigde in acht.’ Wij kunnen ons in ons toezicht beroepen op deze norm.

Deze algemene zorgplicht ontbreekt in de Pensioenwet. Wij hebben de wetgever er in eerdere uitingen op gewezen dat de rechtsbescherming van deelnemers bij pensioenfondsen daarmee niet gelijk is aan die van deelnemers bij verzekeraars en ppi’s. En we hebben de wetgever eerder verzocht dit verschil weg te nemen.

‘Onze zorgen zijn geadresseerd’

Anne: ‘De wetgever heeft daarvoor niet gekozen, maar heeft in plaats daarvan meer specifieke normen voor deelnemersbescherming opgenomen. Neem de verplichte keuzebegeleiding, het risicopreferentieonderzoek en de inrichting van een externe onafhankelijke geschillencommissie voor en na de transitie. Wij begrijpen deze keuze en oordelen dat veel van onze zorgen rond deelnemersbescherming door de wetgever zijn geadresseerd.’

Contact bij dit artikel

Wilt u het laatste nieuws van de AFM ontvangen?

Schrijf u dan in voor onze nieuwsbrief, dan houden wij je op de hoogte.