Go to content

CCDII: drie doorlopende verplichtingen

Onder de CCDII die in november 2026 in werking treedt, zijn er nieuwe normen voor verantwoorde kredietverlening en proportionele invulling, voor leeftijdsverificatie en voor preventief beheer.


Nieuwe normen voor verantwoorde kredietverlening en proportionele invulling

Met de implementatiewet en -besluit wijzigen ook de normen ten aanzien van verantwoorde kredietverlening. Er blijft sprake van een open norm, die nader ingevuld moet worden, bijvoorbeeld met de leennormenmethodiek die is opgenomen in de gedragscode van de brancheorganisatie Vereniging voor Financieringsondernemingen in Nederland (VFN).

De huidige invulling voorziet nog niet in een proportioneel regime voor kortlopende kredieten die met de implementatiewet onder de werkingssfeer van de Wft worden gebracht. Met de uitbreiding van de werkingssfeer zal een andere invulling van de open norm voor bepaalde type kredietovereenkomsten proportioneel zijn. De AFM vindt dat een proportionele invulling op zijn plaats is als per kredietopname een terugbetaalverplichting geldt die niet langer duurt dan drie maanden. De AFM verwacht dat verstrekkers van dit type kredietovereenkomsten in ieder geval aan de volgende regels voldoen voor een verantwoorde invulling van de open norm:

  • De kredietverstrekker volgt de randvoorwaarden die de implementatiewet zal stellen aan kredietverstrekking, waaronder leeftijdsverificatie en het raadplegen van het centraal krediet informatiesysteem (BKR). Als uit het BKR een bestaande achterstand blijkt, wordt geen krediet verstrekt.
  • De kredietverstrekker maakt een beoordeling van de financiële positie van de consument. Uit het implementatiewetsvoorstel volgt dat die beoordeling niet uitsluitend gebaseerd mag zijn op de kredietgeschiedenis van de consument. Alle informatie die voor deze beoordeling wordt ingewonnen, moet tevens worden geverifieerd. Hierbij kan worden gedacht aan verificatie van vermogen of het inkomen.
  • De kredietverstrekker verstrekt geen krediet als dat niet passend is bij de financiële positie van de consument. De AFM acht het wenselijk dat de sector gezamenlijke afspraken maakt over het acceptatiebeleid om een zogenaamde race to the bottom te voorkomen. De AFM overweegt daarbij dat kredietverstrekking in afwijking van sectorafspraken een indicatie kan zijn van onverantwoorde kredietverstrekking.
  • Als het verstrekte krediet een doorlopend karakter heeft, richt de kredietverstrekker een actualisatiebeleid conform de eisen die de wet daaraan stelt. Het actualisatiebeleid stelt de kredietverstrekker in staat om tijdig te herkennen dat de beschikbare kredietruimte mogelijk niet langer passend is bij de financiële situatie van de consument. Bijvoorbeeld omdat in het BKR een nieuwe achterstand staat geregistreerd, of omdat dit blijkt uit het betaalgedrag van de consument.

    We verwachten daarnaast dat de maatregelen voor consumentenbescherming uit de huidige gedragscode voor BNPL behouden blijven, zoals het raadplegen van het centraal curatele- en bewindregister, en het blokkeren van dienstverlening bij het optreden van een achterstand.

Leeftijdsverificatie

De implementatiewet introduceert een verplichting voor aanbieders van krediet om de leeftijd van consumenten te verifiëren aan de hand van een betrouwbare bron, zoals iDIN. Het is aan marktpartijen om een geschikte verificatiemethode te hanteren.

Preventief beheer

De implementatiewet introduceert ook nieuwe normen ten aanzien van vroegtijdige signalering van consumenten met financiële moeilijkheden en verwijzing naar schuldadviesdiensten. De AFM heeft op het gebied van preventief beheer op dit moment al verwachtingen van marktpartijen. Zie onze pagina over achterstandsbeheer. Wij zullen de leidraad Consumenten en Incassotrajecten wijzigen, waarin ook deze nieuwe normen worden verwerkt.