Artikel
26/10/26
4 vragen over ons onderzoek naar keuzebegeleiding
We publiceren vandaag het rapport over ons onderzoek naar keuzebegeleiding. We onderzochten de begeleiding bij keuzes die deelnemers bij pensionering kunnen maken en de uitleg over de gevolgen van die keuzes. Vier vragen en antwoorden over het onderzoek.
Waarom vindt de AFM keuzebegeleiding zo belangrijk?
Als deelnemers de gevolgen van keuzes niet kunnen overzien, of verkeerd inschatten, heeft dit daadwerkelijke impact op de betaalbaarheid van hun oude dag. Deelnemers ervaren die gevolgen meestal pas als zij nauwelijks handelingsperspectief meer hebben. Daarom hebben we de keuzebegeleiding van acht pensioenuitvoerders getoetst aan wettelijke eisen. Daarvoor hebben we bij hen documenten opgevraagd om te analyseren hoe ze hun keuzebegeleiding in de praktijk aanpakken.En, doen pensioenuitvoerders het goed?
De intentie om het goed te doen, zien we bij alle pensioenuitvoerders. Het ‘volwassenheidsniveau’ (dat we bij vijf van deze pensioenuitvoerders eveneens in kaart hebben gebracht) blijkt ook redelijk in orde. Anders gezegd: het officiële beleid op het gebied van keuzebegeleiding is doorgaans goed. En toch gaan er in de praktijk best wat dingen fout bij keuzebegeleiding.Wat gaat er dan fout of moet er beter?
In ons rapport beschrijven we in detail waar pensioenuitvoerders scherp op moeten zijn bij keuzebegeleiding. Om te beginnen zijn dat de pensioenplanners die veel pensioenuitvoerders gebruiken om deelnemers te helpen bij digitale keuzebegeleiding. Een handig hulpmiddel, maar er mogen geen fouten in zitten. Helaas kwamen we die in sommige pensioenplanners wel tegen. We roepen pensioenuitvoerders daarom op om de planner goed te testen; periodiek en bij iedere wijziging die wordt doorgevoerd. Andere omissie: bij sommige pensioenfondsen staan er keuzes in het pensioenreglement, die niet actief worden aangeboden in de keuzebegeleiding. Als je iets kunt kiezen – deeltijdpensioen bijvoorbeeld of de keus voor laag-hoog – dan moet de deelnemer ook weten dat hij dit kan kiezen. Wat ook vaak misgaat is dat deelnemers geen goed inzicht krijgen in de gevolgen van de keuzes die ze maken. Of ze krijgen die gevolgen pas te zien als de keuze definitief is. Dan kun je niet meer terug, daar heb je dus niet veel aan.Kenden deelnemers die gevolgen echt niet, of hadden ze die wel kunnen inschatten?
In sommige gevallen zagen we die gevolgen echt niet terugkomen in het keuzebegeleidingsproces. Soms, maar lang niet altijd, hadden deelnemers wel een gesprek gehad met een pensioenconsulent. Mogelijk zijn de gevolgen daar aan bod gekomen. Die gesprekken zijn doorgaans niet goed vastgelegd. Wanneer een pensioenuitvoerder onderdelen van de keuzebegeleiding aan deelnemers, waaronder gesprekken, niet vastlegt, dan loopt de pensioenuitvoerder het risico dat hij niet kan aantonen wat er in dat gesprek is gezegd en ook niet meer kan vaststellen of adviseur en deelnemer elkaar wel goed hebben begrepen. Dat is voor de pensioenuitvoerder én de deelnemer onpraktisch mocht het ooit tot een (civiel) geschil komen met een deelnemer die achteraf ontevreden is over de keuzebegeleiding die hij ontvangen heeft.Contact bij dit artikel
Wilt u het laatste nieuws van de AFM ontvangen?
Schrijft u zich dan in voor onze nieuwsbrief, dan houden wij u op de hoogte.