Terug

$name

Veelgestelde vragen voor Artikel 3:8 NRgfo

Voor traditionele lijfrenteverzekeringen geldt dat de gegarandeerde uitkeringen afhankelijk zijn van de marktrente. Deze wordt regelmatig aangepast. Hoe moet ik hiermee omgaan?

Bij alle belangrijke wijzigingen moet een financiëledienstverlener de financiële bijsluiter aanpassen. Dit geldt ook voor belangrijke wijzigingen in de marktrente.

Stuur deze vraag door

Bij diverse producten (bijvoorbeeld (direct ingaande) lijfrenteverzekeringen) is afkoop niet mogelijk. Hoe moet hiermee worden omgegaan?

Opzeggen van (direct ingaande) lijfrenteverzekeringen is zuiver civielrechtelijk gezien wel degelijk mogelijk, los van de eventuele fiscale gevolgen van tussentijdse opzegging. Een financiëledienstverlener moet kosten die het gevolg zijn van het opzeggen van een complex product bij de beëindigingskosten weergeven.

Stuur deze vraag door

Moet ik de afsluitprovisie die de klant betaalt opnemen in de kostenparagraaf?

Ja. Een financiëledienstverlener moet de afsluitprovisie die de klant betaalt opnemen in de kostenparagraaf.

Stuur deze vraag door

De kostenparagraaf is gebaseerd op een 4%-opbrengstscenario. Gaat het om een bruto of een netto fondsrendement?

Het gaat bij een 4%-opbrengstscenario in de kostenparagraaf om een bruto fondsrendement.

Stuur deze vraag door

Moet ik de eenmalige kosten meerekenen voor de berekening van het bruto 4% rendement in de kolom ‘Rendement’ als bedoeld in artikel 3:8, lid 4, Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (NRgfo)?

Nee. Voor de berekening van het bruto 4% rendement worden eenmalige kosten niet meegerekend aangezien de eenmalige kosten geen rendement genereren. De kolom ‘Rendement’ als bedoeld in artikel 3:8, lid 4, Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (NRgfo) moet berekend worden op basis van een bruto rendement van 4% minus de inleg als bedoeld in artikel 3:8, lid 2 en 3, NRgfo. De inleg als bedoeld in artikel 3:8, lid 2, NRgfo betreft de som van alle betalingen van de consument, exclusief de rentebetalingen in het geval van een schuldproduct. De eenmalige kosten maken deel uit van de inleg en van de rubriek ‘uw kosten’.

Stuur deze vraag door

Moet ik incidentele kosten in de financiële bijsluiter opnemen?

Nee, tenzij de ‘maatmens’ incidentele kosten heeft. Voor het opstellen van een financiële bijsluiter zijn namelijk bepaalde keuzes gemaakt (‘maatmens’). Om de berekeningen voor de risico-indicator, kosten en opbrengsten te kunnen maken, zijn in artikel 3:5 Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft de benodigde parameters opgenomen inzake looptijd, persoonlijke gegevens, hoogte van schuld of streefkapitaal, inleg en beleggingsklasse. De kosten in de financiële bijsluiter moeten een goede afspiegeling zijn van de kosten die het huidige klantenbestand heeft of de kosten die het toekomstige klantenbestand heeft als het gaat om nieuwe producten. Heeft de ‘maatmens’ incidentele kosten, dan moet de financiëledienstverlener deze kosten in de financiële bijsluiter opnemen. Heeft de ‘maatmens’ geen incidentele kosten, dan hoeft de financiëledienstverlener deze kosten niet in de financiële bijsluiter op te nemen.

Stuur deze vraag door

Hoe moet ik de kolom ‘Rendement’ berekenen als bedoeld in artikel 3:8, lid 4, Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft?

De kolom ‘Rendement’ als bedoeld in artikel 3:8, lid 4, Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (NRgfo) moet berekend worden op basis van een bruto rendement van 4% minus de inleg als bedoeld in artikel 3:8, lid 2 en 3, NRgfo. De inleg als bedoeld in artikel 3:8, lid 2, NRgfo betreft de som van alle betalingen van de consument, exclusief de rentebetalingen in het geval van een schuldproduct. Voor de berekening van de kolom ‘Rendement’ van een koopsomproduct geldt dan: 4% over (de koopsom minus de bij aanvang te onttrekken kosten).

Stuur deze vraag door

Hoe moet ik de beleggingskosten berekenen als mijn product een complex product is in de zin van artikel 1, sub d, Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft en is opgebouwd uit meerdere beleggingsfondsen?

Een financiëledienstverlener die een product dat is opgebouwd uit meerdere beleggingsfondsen aanbiedt, mag slechts één financiële bijsluiter opstellen. Hij moet voor de berekening van de risico-indicator de te gebruiken parameters vaststellen op basis van de Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (‘NRgfo’). Dit geldt in grote lijnen voor zowel opbouwproducten als ook voor schuldproducten. In bijlage 4 NRgfo is de toelichting op de berekening van de GUISE (Gemiddelde Uitbetaling in de slechtste 10% van de gevallen) te vinden. In bijlage 5 NRgfo staat de bepaling van de beleggingsklasse en de parameters.

In bijlage 4 NRgfo is de toelichting op de berekening van de GUISE opgenomen. De te gebruiken parameters voor verschillende onderliggende waarden, alsmede enkele bepalingen in welke gevallen welke klasse van onderliggende waarden moet worden gekozen zijn te vinden in bijlage 5 NRgfo.

In bijlage 5 NRgfo is beschreven hoe de beleggingsklasse bepaald moet worden. Deze beleggingsklasse moet gehanteerd worden bij het kiezen van de parameters, dan wel het raadplegen van de tabellen. Deze beleggingsklasse is ook bepalend voor de berekening van de risico-indicator en moet op basis van artikel 3:5, lid, 6 NRgfo vastgesteld worden. Welke beleggingsklasse is gekozen bij de financiële bijsluiter, moet in de financiële bijsluiter worden toegelicht. Met andere woorden, de aannames moeten worden vermeld. Deze aannames worden aangegeven in de inleiding van de financiële bijsluiter. In tabel 1 en 2 van Bijlage 5 NRgfo wordt voor zover van toepassing aangegeven welke keuze gemaakt moet worden naar gelang de beleggingsklasse zoals voorgeschreven in artikel 3:3, lid 1 en 4, NRgfo.

De ‘maatmens’-financiële bijsluiter moet een goede afspiegeling zijn van het product. Uitgangspunt voor het het bepalen van de beleggingsklasse in de ‘maatmens’-financiële bijsluiter is dat er voor het betreffende product een representatieve keuze van beleggingen gemaakt moet worden. De term representatief kan geïnterpreteerd worden als de meest afgenomen vorm binnen een product. Representatief kan/mag dus lager zijn dan 75%.

De beleggingskosten moeten gebaseerd worden op een representatieve keuze van de klanten. Dit geldt zowel voor het aantal fondsen als voor als voor de keuze van de fonds(en):

  • Als het merendeel van de klanten belegt in één fonds, moeten de beleggingskosten worden berekend op basis van de kosten van het meest gekozen fonds.
  • Als het merendeel van de klanten belegt in bijvoorbeeld drie fondsen, moeten de beleggingskosten worden berekend op basis van een representatieve verdeling over deze drie fondsen.
  • Als meerdere fondsen worden gebruikt in de berekening, moet het rendement en de kosten voor ieder fonds apart worden berekend en vervolgens worden getotaliseerd (dus niet rekenen op basis van gemiddelde kosten / rendementen).

De beleggingskosten moeten een goede afspiegeling zijn van de kosten die het huidige klantenbestand heeft of van de verwachte kosten van een nieuw product.



Stuur deze vraag door

Mag ik de kosten van de Total Expense Ratio (‘TER’) verdisconteren in de kolom ‘Rendement’ als bedoeld in artikel 3:8, lid 4, Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (NRgfo)?

Nee. Het is niet toegestaan de kosten van de Total Expense Ratio (TER) te verdisconteren in de kolom ‘Rendement’. De kolom ‘Rendement’ als bedoeld in artikel 3:8, lid 4, Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (NRgfo) moet berekend worden op basis van een bruto rendement van 4% minus de inleg als bedoeld in artikel 3:8, lid 2 en 3, NRgfo.

Let op: alle kosten moeten in de financiële bijsluiter worden opgenomen.

Stuur deze vraag door

In de voorbeeld financiële bijsluiter voor lijfrenteverzekeringen zie ik informatie over verzekeringspremie, overige kosten en kosten bij eerder beëindigen. Wat moet ik hieronder verstaan?

In artikel 3:8, lid, 5, Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (NRgfo) is beschreven wat onder verzekeringspremie, overige kosten en kosten bij eerder beëindigen wordt verstaan:

a. bij ‘verzekeringspremie’ de hoogte van de gezamenlijke premies voor overlijdensrisico-, arbeidsongeschiktheids- en werkloosheidsdekking en eventueel andere tot complexe producten behorende verzekeringen;

b. bij ‘bij eerder beëindigen’ de bedragen die de aanbieder van het complex product in rekening brengt bij of ten laste laat komen van de consument die verband houden met diens beëindiging van het complex product vóór afloop van de contractuele looptijd, exclusief rentedervingskosten;

c. bij ‘overige kosten’ het saldo van de totale kosten onder aftrek van de premie bedoeld onder a en de kosten van beëindiging bedoeld onder b en

d. de som van de bedragen als bedoeld onder a tot en met c (totale kosten).

Het gaat bij de informatie in de voorbeeld financiële bijsluiter om een voorbeeld. De ‘maatmens’-financiële bijsluiter moet een goede afspiegeling zijn van het product. Dit geldt ook voor de kosten in de financiële bijsluiter. Als er sprake is van kosten, moet een financiëledienstverlener deze kosten in daarvoor gehanteerde categorieën weergeven.

Stuur deze vraag door

Hoe moet ik de kosten berekenen bij een winstdelend product als dit winstdelende product een complex product is in de zin van artikel 1, sub d, Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft?

Bij dit winstdelende product moet een financiëledienstverlener de kosten berekenen op basis van een waardevermeerdering van de belegging/het kapitaal van 4%.

Stuur deze vraag door

Moet ik voor een direct ingaande lijfrente bij de berekening van de kolom ‘Rendement’ als bedoeld in artikel 3:8, lid 4, Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (‘NRgfo’) rekening houden met de uitkeringen

Ja. Bij de berekening van de kolom ‘Rendement’ als bedoeld in artikel 3:8, lid 4, Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (NRgfo) moet voor een direct ingaande lijfrente rekening worden gehouden met de uitkeringen.

Stuur deze vraag door

Moet ik de provisie meerekenen voor de berekening van het bruto 4% rendement in de kolom ‘Rendement’ als bedoeld in artikel 3:8, lid 4, Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (NRgfo)?

Nee. Voor de berekening van het bruto 4% rendement wordt de provisie niet meegerekend aangezien de provisie geen rendement genereert. De kolom ‘Rendement’ als bedoeld in artikel 3:8, lid 4, Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (NRgfo) moet berekend worden op basis van een bruto rendement van 4% minus de inleg als bedoeld in artikel 3:8, lid 2 en 3, NRgfo. De inleg als bedoeld in artikel 3:8, lid 2, NRgfo betreft de som van alle betalingen van de consument, exclusief de rentebetalingen in het geval van een schuldproduct. De provisie maakt deel uit van de inleg en van de rubriek ‘uw kosten’.

Stuur deze vraag door

Moet ik de rentebetalingen voor een schuldproduct opnemen in de kostenparagraaf?

Nee. Een financiëledienstverlener hoeft de rentebetalingen voor zover het een schuldproduct betreft niet op te nemen in de kostenparagraaf.

Stuur deze vraag door

Welke subtitels moet ik opnemen in de financiële bijsluiter?

In de Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (NRgfo) is beschreven welke subtitels een financiëledienstverlener in de financiële bijsluiter moet opnemen. Het gaat om de volgende bepalingen:

  • artikel 3:4 NRgfo (Inhoud product)
  • artikel 3:6 NRgfo (Risico’s)
  • artikel 3:8 NRgfo (Kosten)
  • artikel 3:9 NRgfo (Uitkering)
  • artikel 3:10 NRgfo (Eerder beëindigen).

De tekst in de hiervoor genoemde artikelen is leidend voor de vraag welke subtitels een financiëledienstverlener in de financiële bijsluiter moet opnemen. Daarnaast helpt de FB-generator. De financiële bijsluiter die met de FB-generator gemaakt wordt, geeft de juiste subtitels weer.


Stuur deze vraag door

Wanneer moet ik de tekst ‘voorspelling op basis van ‘4% van de belegging’ hanteren?

Een financiëledienstverlener moet in geval van beleggingen voor rekening van de consument, bijvoorbeeld bij beleggingshypotheken en –verzekeringen, het begrip ‘belegging’ hanteren in het kopje. In alle overige gevallen, zoals bijvoorbeeld een spaarrekening of garantieproduct, kan het begrip ‘kapitaal’ gehanteerd worden.

Stuur deze vraag door