Terug

Welke personen moeten betrouwbaar zijn?

De AFM maakt bij betrouwbaarheidstoetsingen onderscheid tussen de betrouwbaarheid van de beleidsbepalers van een financieel dienstverlener en de werknemers van een financieel dienstverlener.

Beleidsbepalers (dagelijks- en mede-)
De betrouwbaarheid van een dagelijks- dan wel een medebeleidsbepaler wordt getoetst door de AFM. De beleidsbepaler moet hiervoor een betrouwbaarheidsformulier invullen, dat hij aan de AFM toestuurt. De AFM gaat dan bij een aantal instanties na of de betreffende persoon daar bekend staat. Deze instanties staan genoemd in artikel 14 Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft, enkele voorbeelden:

  • Landelijk Officier van Justitie
  • Database Vennoot 1998 van het Ministerie van Justitie
  • Belastingdienst
  • Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties
  • Nederlandse of buitenlandse toezichthouders
  • Openbaar Ministerie
  • Referenten die door de beleidsbepaler zijn opgegeven
  • Openbare bronnen
  • Curatoren en bewindvoerders
  • Beroepsgenoten.

Enkele voorbeelden van beleidsbepalers:

  • Dagelijks beleidsbepalers: houder eenmanszaak, bestuurder, vennoot, andere personen die feitelijk de dagelijkse leiding hebben over de onderneming. 
  • Medebeleidsbepalers: meerderheidsaandeelhouder en andere personen die feitelijk invloed van betekenis kunnen uitvoeren op de dagelijkse leiding van de onderneming.

Deze eis is gebaseerd op artikel 4:10 van de Wet op het financieel toezicht en artikel 12 en verder van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft.

Werknemers
De betrouwbaarheid van werknemers en andere personen die zich onder zijn verantwoordelijkheid rechtstreeks bezig houden met het verlenen van financiële diensten, dient getoetst te worden door de financieel dienstverlener zelf. Dit houdt in dat de financieel dienstverlener in ieder geval:

  • een verklaring omtrent het gedrag moet opvragen bij de werknemer (en andere personen die onder de verantwoordelijkheid van de financieel dienstverlener vallen); en
  • moet nagaan of de werknemer (en andere personen die onder de verantwoordelijkheid van de financieel dienstverlener vallen) niet failliet is verklaard (tenzij rehabilitatie heeft plaatsgevonden). 

Deze eis is gebaseerd op artikel 4:11 van de Wet op het financieel toezicht en artikel 28 van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft.

Zie ook: Nieuwsbrief financieel dienstverleners 27-6-2006



Naar alle veelgestelde vragen