Terug

MiFID - de Lamfalussy-procedure

De snelheid waarmee technologische ontwikkelingen hun intrede doen in de financiële markten, maakt dat toezichthouders grip moeten houden op een erg dynamische omgeving. Snelle aanpassingen in en ontwikkeling van wetgeving is daarbij onmisbaar. Om deze reden is eind 2000 de Lamfalussy-procedure ontwikkeld door een comité van wijze mannen onder voorzitterschap van Baron Alexandre Lamfalussy met als doel het vereenvoudigen, maar ook versnellen van het wetgevingsproces van de Europese Commissie (EC).

 

Ook MiFID II wordt via dit proces opgesteld. Deze procedure betreft een getrapte 4-levelbenadering waarbij op verschillendeniveaus comités bestaande uit nationale experts aan verschillende onderdelen van de nieuwe wetgeving werken.

Level 1: De gewone wetgevingsprocedure

Op het eerste level dient de EC, vanuit haar initiatiefrecht, een wetgevingsvoorstel in. In dit voorstel worden de politieke basiskeuzen besproken die de EC graag geregeld zou zien als ook de uitvoeringsbevoegdheden die de EC op level 2 zou willen hebben. Voorafgaand aan het wetgevingsvoorstel wordt een consultatieronde gehouden zodat belanghebbenden in een vroeg stadium kennis kunnen nemen van de plannen van de EC. Via deze weg kunnen zij reageren op het voorstel om zo bij te dragen aan de visievorming binnen de EC.

Het voorstel van de EC wordt vervolgens neergelegd bij het Europees Parlement (EP) en de Raad van Ministers (RvM) ter eerste lezing. Het EP kan het voorstel met of zonder amendementen (toevoeging, aanpassing of verwijdering van teksten om het voorstel te verbeteren) akkoord bevinden en doorsturen naar de RvM. Deze kan het al dan niet geamendeerde voorstel vervolgens aannemen of afwijzen. Indien de RvM het voorstel afwijst, stelt zij een gemeenschappelijk standpunt vast en volgt er een tweede lezing waar het EP opnieuw wordt gevraagd een standpunt in te nemen. Het EP kan het gemeenschappelijk standpunt van de RvM goedkeuren, globaal verwerpen of amenderen. Wanneer het EP het gemeenschappelijke standpunt goedkeurt, geldt deze als besluit. Als het gemeenschappelijke standpunt globaal wordt verworpen, beëindigd de wetgevingsprocedure. In de meeste gevallen zal het EP het gemeenschappelijk standpunt echter amenderen. Vervolgens kan de RvM de amendementen accepteren of (gedeeltelijk) verwerpen. Verwerping leidt tot het oprichten van een bemiddelingscomité (derde lezing).

Het voorstel van de EC kan zijn neergelegd in een richtlijn of verordening. Als is gekozen voor een richtlijn, is deze voor lidstaten bindend ten aanzien van het te bereiken resultaat, maar worden zij vrijgelaten om zelf invulling te geven aan juridische vorm en middelen (Hierdoor wordt een richtlijn voor marktpartijen pas toepasselijk als deze is geïmplementeerd in nationale wetten). Voor een richtlijn wordt vaak gekozen wanneer specifieke nationale financiële markten maken dat per land op maat gemaakte wetgeving nodig is. Een voorbeeld hiervan is de MiFID.

Wanneer een verordening wordt aangenomen bestaat deze tussenstap niet. De verordening kent rechtstreekse werking waardoor omzetting in nationale wetgeving niet nodig is. Een verordening wordt opgesteld wanneer het markten betreft die dermate internationaal zijn georganiseerd dat een uniform kader over landen heen wenselijk wordt geacht. Een voorbeeld hiervan is MiFIR.

Level 2: De technische standaarden

Op level 1 zijn de politieke basiskeuzen vastgesteld. Hier wordt aangegeven welke onderdelen nader uitgewerkt moeten worden in zogenaamde technische standaarden. De uitwerking van deze standaarden gebeurt op level 2.

De technische standaarden bestaan uit reguleringsnormen en/of uitvoeringsnormen. De reguleringsnormen vormen een inhoudelijke uitwerking van de level 1 tekst en zorgen voor consistente harmonisatie van de nieuwe wetgeving tussen de verschillende landen. De uitvoeringsnormen worden opgesteld om invulling te geven aan de wijze waarop de wetgeving moet worden uitgevoerd en zo te zorgen dat alle betrokken partijen in de 28 landen uiteindelijk op uniforme wijze voldoen aan de regelgeving en een level-playing field optimaal wordt nagestreefd. Zowel reguleringsnormen als uitvoeringsnormen mogen geen beleid- of strategische keuzes bevatten.

Voor de uitwerking van deze technische standaarden is ondersteuning vereist van technische deskundigen. De wijze waarop zij worden ingeschakeld is specifiek voor het gebied van de financiële diensten. Europa kent namelijk drie Europese financiële toezichthouders (ESA’s) waarin de nationale toezichthouders van alle 28 EU-landen zijn vertegenwoordigd. Op level 1 wordt bepaald welke ESA (EBA, EIOPA of ESMA) bevoegd is de technische standaarden te ontwerpen en zo op te treden als technisch deskundige. De technische standaarden worden wettelijk bindend wanneer de EC deze bevestigt. In het geval van MiFID II is ESMA, als een van de drie ESA’s, aangewezen voor het opstellen van zowel de technische reguleringsnormen als de technische uitvoeringsnormen (in het Engels respectievelijk regulatory technical standards en implementing technical standards).

Level 3: Uitvoerbaarheid van het toezicht in de praktijk

Op level 3 wordt de regelgeving die niet al nader is ingevuld door technische regulerings- of uitvoeringsnormen vertaald door de nationale toezichthouders in guidelines en aanbevelingen. Op deze manier wordt gezorgd voor een uniforme en consistente toepassing van de nieuwe wetgeving binnen de lidstaat.

Level 4: Controle op implementatie

Nadat de richtlijn of verordening is ingevoerd, heeft de EC de verantwoordelijkheid om de naleving door de verschillende lidstaten te controleren en verschillen in impact op nationaal niveau te signaleren. De EC verzamelt hiervoor zowel zelfstandig als met behulp van de ESA’s en marktpartijen informatie over hoe de regelgeving in de lidstaten is ingevoerd. De EC kan in het geval van grote verschillen tussen lidstaten besluiten aanpassingen door te voeren in de regelgeving. In uiterste gevallen, wanneer de EC constateert dat een lidstaat regelgeving onvolledig of zelfs onjuist heeft geïmplementeerd, of met de Europese wetgeving conflicterende nationale wetten niet heeft aanpast, kan de EC een zaak voorbrengen bij het Hof van Justitie.

Informatie delen

Delen via: deel

Zie ook

Alle onderwerpen