Terug

EMIR - belangrijkste gevolgen en verplichtingen voor financiële ondernemingen

De implementatie van EMIR heeft belangrijke gevolgen voor financiële ondernemingen. De belangrijkste zijn de verplichte centrale afwikkeling en de rapportage van OTC transacties aan Trade Repositories.

Rapportage aan Trade Repositories

EMIR bepaalt dat de details van elke derivatentransactie gerapporteerd dienen te worden bij een Trade Repository. Alle transacties moeten gemeld worden, ongeacht of het contract op de beurs, een MTF of OTC verhandeld is. In tegenstelling tot de afwikkelingsverplichting geldt de rapportageverplichting voor alle derivatentransacties. Een Trade Repository staat onder toezicht van ESMA en heeft tot doel de rapportages van de derivatentransacties centraal te verzamelen.

De rapportageplicht zal gelden voor zowel financiële als niet-financiële partijen die partij zijn bij een derivatencontract. Beide partijen bij een derivatencontract rapporteren afzonderlijk aan de Trade Repository wanneer zij een derivatencontract zijn aangegaan, wanneer er een wijziging heeft plaatsgevonden in een bestaand derivatencontract en wanneer het derivatencontract is beëindigd.

Afwikkelingsverplichting

Naast de rapportageverplichting bepaalt EMIR ook dat bepaalde typen OTC-derivaten contracten tussen financiële partijen centraal afgewikkeld moeten worden door een “zogenaamde Central Counterparty (CCP)”. EMIR beoogt hiermee de stabiliteit van het financiële stelsel te waarborgen, de tussenkomst van de CCP moet voorkomen dat het faillissement van één marktdeelnemer het faillissement van andere marktdeelnemers veroorzaakt door het tegenpartijrisico dat partijen op elkaar lopen weg te nemen.

De Europese Commissie heeft (op advies van de Europese toezichthouder ESMA) de OTC-derivaten aangewezen waarop de verplichting tot centrale afwikkeling van toepassing is. Over het algemeen geldt dat het gaat om gestandaardiseerde derivaten die door een CCP afgewikkeld kunnen worden.

Voor de gebruikers van derivatencontracten betekent de afwikkelingsverplichting dat zij toegang dienen te hebben tot een CCP, dit is mogelijk via een lidmaatschap bij een Clearing Member. Gebruikers zullen voor de af te wikkelen transacties verplicht zijn onderpand aan te houden bij de Clearing Member waar ze zijn aangesloten.

De afwikkelingsverplichting geldt voor alle financiële partijen die een transactie zijn aangegaan in (een) door ESMA aangewezen derivaat. Wanneer een financiële partij een transactie aangaat met een niet-financiële partij, geldt er een afwikkelingsplicht wanneer de niet-financiële partij met de transactie de drempelwaarde overschrijdt. Meer informatie over de drempelwaarde vindt u op de pagina met de belangrijkste gevolgen en verplichtingen voor niet-financiële tegenpartijen.

Uitzondering intragroep

Voor derivatencontracten die binnen een groep gesloten worden, is in EMIR een vrijstelling van de verplichting tot centrale afwikkeling en van bepaalde onderdelen van de bilaterale afwikkelingseisen opgenomen. Een voorwaarde voor het gebruik maken van de vrijstelling is dat de twee tegenpartijen van de transactie tot een volledig geconsolideerde groep behoren en over geschikte procedures voor risicomitigatie beschikken.

Uitzondering intragroep van centrale clearingverplichting
Een tegenpartij kan op twee verschillende manieren een beroep doen op de intragroepuitzondering van centrale clearing:

  1. In geval van derivatentransacties tussen een Nederlandse tegenpartij en een entiteit binnen de EU, moet zij de toezichthouder hiervan notificeren, conform artikel 4(2)(a) van EMIR.
  2. In geval van derivatentransacties tussen een Nederlandse tegenpartij en een entiteit buiten de EU, moet zij hiervoor een aanvraag doen bij de toezichthouder, conform artikel 4(2)(b) van EMIR.

Melden
Financiële tegenpartijen met een vergunning van de AFM en niet-financiële tegenpartijen met een derivatenpositie boven de clearing drempelwaarde (zie ook: belangrijkste gevolgen voor niet-financiële ondernemingen), kunnen de notificaties en/of aanvragen voor de intragroep uitzondering versturen aan de AFM. De meldingsformulieren waarmee dit kan zullen op korte termijn beschikbaar worden gesteld via het Digitaal loket.

Financiële tegenpartijen met een vergunning van DNB kunnen hun notificaties en/of aanvragen voor de intragroep uitzondering versturen aan DNB. Meer informatie vindt u op de website van de Nederlandsche Bank.

Wanneer?
De AFM start met het in behandeling nemen van notificaties en aanvragen voor de intragroepuitzondering op het moment dat de eerste OTC-derivatenklasse voor verplichte centrale clearing in aanmerking komt. De verwachting is dat dit eind 2015 het geval zal zijn.

Bilaterale afwikkeling

De centrale afwikkelingsverplichting die EMIR oplegt heeft betrekking op gestandaardiseerde OTC-derivatencontracten. Derivatencontracten die niet centraal afgewikkeld kunnen worden mogen bilateraal afgewikkeld worden. EMIR heeft voor deze bilaterale afwikkeling strikte voorwaarden gesteld om zorg te dragen voor de gelijke mate van risicobeheersing van deze transacties ten opzichte van centraal afgewikkelde transacties.

EMIR stelt voor de bilaterale afwikkeling diverse vereisten, waaronder operationele eisen als confirmatie en tijdige reconciliatie (artikel 13 van de Commission Delegated Regulation (EU) No 149/2013). Ook moet de waarde van de contracten dagelijks worden bepaald (mark-to-market, of wanneer dit niet mogelijk is, mark-to-model). Voorts stelt EMIR verplichtingen aan het uitwisselen van onderpand.

De bilaterale afwikkelingseisen gelden ook voor niet-financiële partijen die met een derivatentransactie de drempelwaarde niet overschrijden (wanneer zij de drempelwaarde wel overschrijden dient de transactie centraal afgewikkeld te worden). Meer informatie over de drempelwaarde vindt u op de pagina met de belangrijkste gevolgen en verplichtingen voor niet-financiële tegenpartijen.

Tijdige bevestiging van nieuwe transacties (confirmatie)

Nieuwe OTC-derivatentransacties die bilateraal worden afgewikkeld dienen zo spoedig mogelijk te worden bevestigd. Wanneer mogelijk kan dat op elektronische wijze.

 Contracten tussen financiële tegenpartijen en/of niet-financiële tegenpartijen boven de drempelwaarde onderling:
 Credit default swaps; interest rate swaps
 Contracten afgesloten in de periode…  Confirmatie uiterlijk x ‘business days’ na executiedatum van het contract, uiterlijk einde dag, waarin x =.. 
 …tot en met 28 februari 2014.   2
 …na 28 februari 2014.  1
 
 Equity swaps; foreign exchange swaps; commodity swaps en alle overige
 Contracten afgesloten in de periode…  Confirmatie uiterlijk x ‘business days’ na executiedatum van het contract, uiterlijk einde dag, waarin x =..
 …tot en met 31 augustus 2013.  3
 …na 31 august 2013 tot en met 31 augustus 2014.  2
 …na 31 augustus 2014.  1
 
 Contracten met een niet-financiële partij onder de drempelwaarde, aan tenminste één zijde:
 Credit default swaps; interest rate swaps
 Contracten afgesloten in de periode…  Confirmatie uiterlijk x ‘business days’ na executiedatum van het contract, uiterlijk einde dag, waarin x =..
 …tot en met 31 augustus 2013.  5
 …na 31 august 2013 tot en met 31 augustus 2014.  3
 …na 31 augustus 2014.  2
 
 Equity swaps; foreign exchange swaps; commodity swaps en overige
 Contracten afgesloten in de periode…  Confirmatie uiterlijk x ‘business days’ na executiedatum van het contract, uiterlijk einde dag, waarin x =..
 …tot en met 31 augustus 2013.  7
 …na 31 august 2013 tot en met 31 augustus 2014.  4
 …na 31 augustus 2014.  2

Doorgeven van niet tijdig bevestigde transacties

Wanneer financiële tegenpartijen OTC-derivatentransacties niet tijdig kunnen bevestigen dienen zij de transacties op maandelijkse basis te melden. In dergelijke meldingen moeten de transacties worden opgenomen die meer dan vijf werkdagen uitstaan (gerekend vanaf het moment dat ze uiterlijk bevestigd hadden moeten zijn). Financiële partijen met een AFM vergunning moeten de melding doen bij de AFM, financiële partijen met een vergunning van de Nederlandsche Bank (DNB) moeten de melding doen bij de DNB. De melding moet uiterlijk binnen 10 werkdagen na het einde van de betreffende maand gedaan zijn. Het formulier om deze transacties te melden is beschikbaar in het digitaal loket:

Herwaarderen van derivatenposities naar marktwaarde

Financiële tegenpartijen en niet-financiële tegenpartijen die met het aangaan van een derivatentransactie boven de drempelwaarde uitkomen zijn verplicht om op dagelijkse basis de waarde van hun uitstaande derivatencontracten op marktwaarde (mark-to-market, of wanneer dit niet mogelijk is, mark-to-model) te bepalen. Wanneer het mark-to-model model gebruikt wordt, bijvoorbeeld doordat bepaalde marktcondities het gebruik van het mark-to-market model verhindert, dient de partij zorg te dragen voor een betrouwbaar en solide model.

Risicomanagement van bilateraal afgewikkelde OTC-derivaten

Op 15 september 2013 traden drie verplichtingen ten aanzien van het risicomanagement van bilateraal afgewikkelde derivatentransacties in werking. Deze verplichtingen hebben betrekking op het reconciliëren van portefeuilles, het comprimeren van portefeuilles en geschillenoplossing en zullen van toepassing zijn op alle uitstaande OTC-derivatencontracten die niet centraal worden afgewikkeld.

Reconciliëren van portefeuilles

Het reconciliëren van portefeuilles zorgt ervoor dat partijen bij een OTC-derivatencontract gelijke transactie voorwaarden vastleggen. De verplichting om het reconciliëren van portefeuilles uit te voeren is neergelegd in artikel 13 van de Commission Delegated Regulation (EU) No 149/2013.

Financiële en niet-financiële tegenpartijen van een OTC-derivatencontract moeten voorafgaand aan het afsluiten van het contract (schriftelijk) overeenkomen op welke manier de portefeuille zal worden gereconcilieerd. De reconciliatie dient de belangrijkste voorwaarden en waarde van ieder derivatencontract op te nemen.

Financiële tegenpartijen en niet-financiële tegenpartijen die met het aangaan van een derivatentransactie boven de drempelwaarden uitkomen dienen de reconciliatie van portefeuilles uit te voeren op de volgende momenten:

  • elke werkdag, in het geval de tegenpartijen 500 of meer openstaande OTC-derivatencontracten hebben uitstaan met elkaar
  • een keer per week, in het geval de tegenpartijen tussen 51 en 499 openstaande OTC-derivatencontracten hebben uitstaan met elkaar
  • een keer per kwartaal, in het geval de tegenpartijen 50 of minder openstaande OTC-derivatencontracten hebben uitstaan met elkaar.

Niet-financiële tegenpartijen die onder de drempelwaarden blijven moeten de reconciliatie van portefeuilles uitvoeren op de volgende momenten:

  • een keer per kwartaal, in het geval de tegenpartijen op enig moment gedurende het kwartaal meer dan 100 openstaande OTC-derivatencontracten hebben met elkaar
  • een keer per jaar, in het geval de tegenpartijen 100 of minder openstaande OTC-derivatencontracten hebben met elkaar.

Comprimeren van portefeuilles

Het comprimeren van portefeuilles houdt in dat de partijen bij OTC-derivaten dezelfde risicopositie behouden, maar dat ze het aantal contracten verminderen. De verplichting om portefeuilles te comprimeren is neergelegd in artikel 14 van de Commission Delegated Regulation (EU) No 149/2013 voor zowel financiële en niet-financiële tegenpartijen met 500 of meer uitstaande OTC-derivatencontracten die niet centraal worden afgewikkeld met één tegenpartij. Deze partijen moeten procedures in plaats hebben om regelmatig, ten minste tweemaal per jaar, te analyseren of het mogelijk is om portefeuilles te comprimeren. De wederpartijen moeten een redelijke en geldige verklaring geven aan de betrokken autoriteit indien tot de conclusie is gekomen dat een oefening op het gebied van comprimeren van portefeuilles niet passend is.

Geschillenoplossing

Artikel 15 van de Commission Delegated Regulation (EU) No 149/2013 verplicht zowel financiële als niet-financiële tegenpartijen om gedetailleerde procedures en processen omtrent geschillen te hebben wanneer ze OTC-derivatencontracten met elkaar afsluiten. Deze procedures moeten de identificatie, het vastleggen en monitoren van geschillen in relatie tot de erkenning of waarde van het contract en het uitwisselen van zekerheid tussen partijen omvatten. De procedures zullen in ieder geval de duur van het onopgeloste geschil, de tegenpartij en het bedrag dat wordt betwist vastleggen. Veder moet er een specifiek proces zijn voor geschillen die niet binnen vijf werkdagen zijn opgelost.

Financiële tegenpartijen dienen alle geschillen tussen partijen in relatie tot een OTC-derivatencontract, de waardering daarvan, of de uitwisseling van onderpand melden als het gaat om een bedrag of waarde hoger dan 15 miljoen euro en als het geschil minimaal 15 werkdagen duurt. Financiële partijen met een vergunning van de AFM dienen de geschillenrapportages te versturen aan de AFM. Dit kan met het meldingsformulier voor het melden van geschillen via het digitaal loket.

Financiële partijen met een vergunning van DNB moeten hun geschillenrapportages versturen aan DNB. Hiervoor kunt u gebruikmaken van dit rapportageformulier: rapportage van geschillen in relatie tot OTC-derivatencontracten.

Gevolgen voor niet-financiële tegenpartijen
Rentederivatendienstverlening aan niet-professionele MKB
Naast het verhogen van transparantie en het bevorderen van veiligheid dwingt EMIR partijen ook om op een professionele(re) manier derivaten aan te gaan. Dit is met name relevant voor niet-financiële tegenpartijen die op deze manier weerbaarder worden gemaakt in het gebruik van deze producten. In Nederland zijn er relatief veel derivaten verschaft aan het (niet-professionele) MKB. Binnen de AFM wordt momenteel een onderzoek gedaan naar de kwaliteit van de rentederivatendienstverlening aan deze doelgroep.

Voor niet-professionele MKB-ondernemingen is het bij uitstek van belang dat zij kunnen rekenen op een passende dienstverlening op het gebied van rentederivaten. Begin 2014 heeft de AFM op basis van onderzoek naar de rentederivatendienstverlening bij niet-professionele MKB-ondernemingen de banken aanbevelingen gedaan om tot betere rentederivatendienstverlening te komen. Uit het onderzoek dat aan de aanbevelingen ten grondslag lag kwamen verschillende aandachtspunten naar voren die mogelijk in bepaalde gevallen tot een niet-passende of onzorgvuldige dienstverlening aan niet-professionele MKB-ondernemingen hebben geleid.

De AFM vindt dat er snel zicht moet komen in de mate waarin in individuele gevallen sprake is geweest van niet-passende en/of onzorgvuldige dienstverlening. Banken hebben aangegeven op redelijke termijn hun dienstverlening met betrekking tot in het verleden afgesloten rentederivaten te herbeoordelen aan de hand van de bestaande wettelijke normen. De AFM ziet erop toe dat de juiste aspecten in deze herbeoordeling worden meegenomen en dat prioriteit wordt gegeven aan situaties die een groter risico voor de MKB-onderneming opleveren.

Informatie delen

Delen via: deel
Alle onderwerpen