Go to content
Attention:

Lukt het niet om in te loggen op het AFM Portaal?

Het kan helpen om uw browsergeschiedenis/cookies te verwijderen

Toelichting AFM op richtsnoeren ESA

Onderstaande uitklapbare onderdelen geven lichten toe hoe de AFM specifieke ESA-richtlijnen toepassen en op welke doelgroep deze van toepassing zijn. 

De 'comply or explain'-procedure en de betekenis van richtsnoeren

De AFM kan bij haar toezicht te maken krijgen met richtsnoeren en aanbevelingen uitgevaardigd door zowel EBA, EIOPA als ESMA.

Zodra richtsnoeren of aanbevelingen zijn uitgevaardigd geldt voor de nationale autoriteiten de comply or explain-procedure. Wanneer de AFM voor deze richtsnoeren of aanbevelingen de bevoegde nationale autoriteit is, geeft zij aan of ze deze zal toepassen binnen haar toezichtpraktijk. Hierbij geldt het principe dat bevoegde autoriteiten (zoals de AFM) en financiële marktdeelnemers zich inspannen om aan deze richtsnoeren te voldoen.

Als de AFM niet voornemens is om de richtsnoeren of aanbevelingen op te volgen, dan moet zij de betreffende ESA hiervan in kennis stellen met opgave van redenen. Besluit de AFM de richtsnoeren of aanbevelingen toe te passen in haar toezicht, dan publiceert zij dit op haar website.

Richtsnoeren en aanbevelingen zetten het standpunt van een European Supervisory Authority (ESA) uiteen over de toepassing van het recht van de Europese Unie op een bepaald gebied en laten zien hoe de betreffende ESA passende toezichtpraktijken in het Europees Systeem voor Financieel Toezicht (ESFS) ziet. Voorafgaand aan de publicatie van die richtsnoeren of aanbevelingen houdt de betreffende ESA een openbare consultatie onder financiële marktdeelnemers. In dat kader publiceert de ESA tevens een feedback statement. Daarnaast wint de betreffende ESA advies in bij de Stakeholdergroep. Deze groep bestaat uit representanten van diverse marktpartijen. Ook maakt de relevante ESA een analyse van potentiële kosten en baten.

Richtsnoeren inzake de initiëring en monitoring van leningen

De EBA Richtsnoeren inzake de Initiëring en Monitoring van Leningen (EBA-GLOM) leggen kwaliteitseisen op aan de hypotheekaanbieder wat betreft de kredietwaardigheidstoets voorafgaand aan de totstandkoming van een kredietovereenkomst. Daarnaast leggen de EBA-GLOM kwaliteitseisen op wat betreft doorlopende monitoring van de klant. Enkel afdeling 5 van de EBA-GLOM, dat ziet op Procedures voor de initiëring van leningen, betreft regels die relevant zijn voor het AFM-gedragstoezicht.

Wat is het doel van de richtsnoeren?

Het doel van de richtsnoeren is het verbeteren van de processen en mechanismen op het gebied van kredietverlening. Instellingen dienen robuuste en prudente normen te hanteren voor het verstrekken van leningen en het beheren van kredietrisico’s gedurende de looptijd van het krediet. De richtsnoeren schrijven voor dat de instellingen consumenten op een eerlijke manier behandelen, in overeenstemming met de regels voor consumentenbescherming. Op deze manier worden leningen verstrekt die verantwoord en betaalbaar zijn voor consumenten. Met deze doelstellingen wil de EBA de financiële stabiliteit en veerkracht van het EU-bankwezen verbeteren.

Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?

De AFM past afdeling 5 van de EBA-GLOM toe in haar toezicht voor zover het de verstrekking van kredieten aan consumenten betreft.

Op welke financiële ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

Afdeling 5 is van toepassing op de volgende instellingen, voor zover zij leningen (Leningen en voorschotten, zoals gedefinieerd in bijlage V bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 van de Commissie) uitgeven: kredietinstellingen (het in ontvangst nemen van deposito’s en het verlenen van kredieten voor eigen rekening), instellingen die betaalmiddelen in de vorm van elektronisch geld uitgeven, beleggingsondernemingen voor zover zij zelf gelden en/of effecten aanhouden en financiële conglomeraten.

Wanneer treden de richtsnoeren in werking?

De richtsnoeren gelden vanaf 30 juni 2021.

Meer informatie

Download hier het volledige document.

Richtlijnen inzake risicofactoren voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

In deze richtsnoeren worden risicofactoren uiteengezet waarmee ondernemingen rekening moeten houden bij de beoordeling van het risico op witwassen van geld en financiering van terrorisme (money laundering and terrorist financing - ML/TF) dat verbonden is aan hun activiteiten en aan een zakelijke relatie of een occasionele transactie met een natuurlijke of rechtspersoon ("de cliënt"). In de richtsnoeren wordt ook uiteengezet hoe ondernemingen de omvang van hun klantenonderzoek (CDD) moeten aanpassen aan het door hen vastgestelde risico op witwassen van geld en financiering van terrorisme.

Wat is het doel van de richtsnoeren?

Het doel van deze richtsnoeren is het bevorderen van de ontwikkeling van een gemeenschappelijke opvatting, bij ondernemingen en bevoegde autoriteiten in de hele EU, over wat de risicogebaseerde benadering van AML/CFT inhoudt en hoe deze moet worden toegepast.

Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?

De AFM past deze richtsnoeren toe in haar toezicht door toe te zien op de naleving van deze richtsnoeren door financiële instellingen die onder het Wwft-toezicht van de AFM vallen. Dit gebeurt via al haar toezichtactiviteiten, waaronder typisch thematische onderzoeken en begeleiding.

Op welke financiële ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

Deze richtsnoeren zijn van toepassing op kredietinstellingen en financiële instellingen zoals gedefinieerd in artikel 3 lid 1 en 2 van Richtlijn (EU) 2015/849. Voor zover relevant voor de AFM zijn deze richtsnoeren van toepassing op beleggingsondernemingen, beheerders van beleggingsinstellingen en bemiddelaars in levensverzekeringen.

Wanneer treden de richtsnoeren in werking?

Deze richtsnoeren zijn van toepassing vanaf 1 juni 2021.

Richtsnoeren uit hoofde van de verzekeringsdistributierichtlijn betreffende verzekeringen met een beleggingscomponent die een zodanige structuur hebben dat cliënten de daaraan verbonden risico’s moeilijk kunnen beoordelen

EIOPA heeft in het kader van artikel 30, lid 3 van de richtlijn voor verzekeringsdistributie (IDD) volgens lid 8 richtsnoeren opgesteld. De richtsnoeren zijn bedoeld voor (nationale bevoegde autoriteiten van) lidstaten die gebruik maken van de optie om de passendheidstoets bij execution only van verzekeringen met een beleg-gingscomponent weg te laten. Nederland maakt niet van deze optie gebruik. Verzekeringen met een beleggingscomponent zijn complexe producten waarbij een passendheidstoets wenselijk is.

Wat is het doel van de richtsnoeren?

De richtsnoeren behandelen met name de kwestie van de identificatie van contractuele structuren of kenmerken die het voor de cliënt moeilijk kunnen maken de aan een verzekering met een beleggingscomponent verbonden risico's te beoordelen. Er wordt echter ook een aantal andere kwesties behandeld die van belang zijn voor de beoordeling van de complexiteit van verzekeringen met een beleggingscomponent.

Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?

Nederland heeft er niet voor gekozen van deze lidstaatoptie gebruik te maken. De Richtsnoeren zijn niet op de AFM van toepassing.

Op welke financiële ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

De richtsnoeren zijn gericht aan nationale bevoegde autoriteiten en zijn van toepassing op bemiddelaars en tussenpersonen in verzekeringen met een beleggingscomponent.

Wanneer treden de richtsnoeren in werking?

De richtsnoeren zijn sinds 2019 in werking voor (nationale bevoegde autoriteiten van) lidstaten die van de lidstaatoptie van artikel 30, lid 3 van de richtlijn voor verzekeringsdistributie.Omdat Nederland niet gebruik maakt van deze lidstaatoptie zijn de richtsnoeren niet op de AFM van toepassing.

Meer informatie

Download hier het volledige document.

Richtsnoeren en aanbevelingen over de uitvoering van de CPSS-IOSCO-beginselen voor financiële marktinfrastucturen met betrekking tot centrale tegenpartijen (CCP’s)

Wat is het doel van de richtsnoeren?

Hoewel in EMIR en de daaruit voortvloeiende RTS vereisten worden vastgesteld voor de consistente uitvoering van de PFMI's, worden in het regelgevingskader van EMIR niet overal dezelfde operatieve bewoordingen gebruikt als in de PFMI's. ESMA maakt zich zorgen dat verschillen tussen de operatieve bewoordingen van het regelgevingskader van EMIR en de operatieve bewoordingen in de PFMI's ertoe kunnen leiden dat de uitvoering door de EU van de PFMI's met betrekking tot CCP's als niet in overeenstemming beoordeeld wordt.

Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?

AFM en DNB houden, samen met de FMI’s zelf, binnen ons doorlopend toezicht in de gaten dat deze self-assessments tijdig door de FMI worden gedaan. De informatie in de self-assessments komen voor de CCP’s in grote lijnen overeen met de Proof of Compliance (PoC) documenten die we sinds een enkele jaren, samen met alle onderliggende rules en procedures, bij de Nederlandse CCP’s opvragen in het kader van de jaarlijkse CCP-herbeoordeling (artikel 21 EMIR reassessment).

Op welke financiële ondernemingen van toepassing?

Deze richtsnoeren en aanbevelingen zijn van toepassing op bevoegde autoriteiten die overeenkomstig artikel 22 van EMIR zijn aangewezen om de uit EMIR voortvloeiende taken uit te voeren met betrekking tot het verlenen van vergunningen aan en het toezicht op CCP’s.

Wanneer treden de richtsnoeren in werking?

Deze richtsnoeren en aanbevelingen zijn van toepassing vanaf 4 september 2014.

Meer informatie

Download hier het volledige document.

Richtsnoeren inzake uitstel van openbaarmaking van voorwetenschap en interactie met prudentieel toezicht

De Verordening Marktmisbruik (MAR) bepaalt dat uitgevende instellingen voorwetenschap die hen rechtstreeks aangaat zo snel mogelijk openbaar moeten maken. Wanneer aan specifieke voorwaarden is voldaan, kunnen uitgevende instellingen, onder hun verantwoordelijkheid, de openbaarmaking van dergelijke voorwetenschap uitstellen. Deze richtsnoeren richten zich op de interactie tussen de MAR-transparantieverplichtingen met betrekking tot voorwetenschap en het prudentiële toezichtkader. Zo geven ze een niet-uitputtende en indicatieve lijst van legitieme belangen van de uitgevende instellingen die waarschijnlijk worden geschaad door onmiddellijke openbaarmaking van voorwetenschap en situaties waarin uitstel van openbaarmaking waarschijnlijk tot misleiding van het publiek zal leiden, overeenkomstig artikel 17, lid 11, van Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad. Daarnaast verschaffen deze richtsnoeren duidelijkheid over het bestaan van voorwetenschap met betrekking tot P2R en P2.

Wat is het doel van de richtsnoeren?

Het doel van deze richtsnoeren is consistente, efficiënte en effectieve toezichtpraktijken binnen het ESFT vast te stellen en een gemeenschappelijke, uniforme en consistente toepassing van artikel 7, lid 1, artikel 17, lid 1, en artikel 17, lid 4, van MAR te waarborgen.

Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?

De AFM past deze leidraad toe in haar toezicht op marktmisbruik, specifiek het toezicht op het uitstellen van de openbaarmaking van voorwetenschap.

Op welke financiële ondernemingen zijn de leidraad van toepassing?

Deze richtsnoeren zijn van toepassing op uitgevende instellingen.

Wanneer treden de richtsnoeren in werking?

Deze richtsnoeren zijn van toepassing vanaf 13 juni 2022.

Meer informatie

Download hier het volledige document.

Richtsnoeren inzake de toepassing van deel C, punten 6 en 7 van bijlage 1 van MiFID

Wat is het doel van de richtsnoeren?

Deze richtsnoeren dienen tot wijziging van de richtsnoeren inzake de toepassing van deel C, punten 6 en 7 van bijlage 1 van MiFID II, die in oktober 2015 door ESMA zijn vastgesteld om te zorgen voor een gemeenschappelijke, uniforme en consistente toepassing van artikel 4, lid 1, onder 17, gelezen in samenhang met de punten 6 en 7 van deel C, bijlage I van MiFID, zoals bijgevoegd bij artikel 38 van Verordening 1287/2006.

Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?

De AFM past de richtsnoeren toe bij de beoordeling van vergunningaanvragen van marktexploitanten, het toezicht op deze marktexploitanten als zij een bestaande vergunning hebben en door het doorlopende toezicht op de handel dat plaatsvindt op deze platformen. Voor zover de richtsnoeren betrekking hebben op aanbieders van datarapporteringsdiensten, past de AFM deze richtsnoeren niet meer toe. Het toezicht op deze instellingen is namelijk per 1 januari 2022 overgegaan naar ESMA.

Op welke financiële ondernemingen van toepassing?

Deze richtsnoeren gelden voor bevoegde autoriteiten en beleggingsondernemingen overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder 1) van MiFID II.

Wanneer treden de richtsnoeren in werking?

Deze richtsnoeren zijn van toepassing vanaf 5 augustus 2019.

Meer informatie

Download hier het volledige document.

Richtsnoeren inzake toegang van een CSD tot de transactiestroom van CTP's en handelsplatformen

Deze richtsnoeren zijn van toepassing op de risico's waarmee een CCP of een handelsplatform rekening moet houden bij het uitvoeren van een alomvattende risicobeoordeling, naar aanleiding van een verzoek van een CCP om toegang tot de transactieaanvoer van de CCP of het handelsplatform.

Wat is het doel van de richtsnoeren?

Artikel 53 van de CSDR voorziet in toegang door andere marktinfrastructuren tot CSD’s, alsook in toegang door CSD’s tot andere marktinfrastructuren. Wanneer een CCP of een handelsplatform in overeenstemming met dat artikel een uitgebreide risicobeoordeling uitvoert naar aanleiding van een verzoek om toegang van een CCP, en wanneer de bevoegde autoriteit van de CCP of van het handelsplatform de redenen beoordeelt voor de weigering van de CCP of het handelsplatform om diensten te verlenen, moet de bevoegde autoriteit rekening houden met de volgende risico's die uit een dergelijke dienstverrichting voortvloeien:
  1. juridische risico's
  2. financiële risico's
  3. operationele risico's.
Het doel van deze richtsnoeren is de risico's te specificeren waarmee een CCP of een handelsplatform rekening moet houden bij het uitvoeren van een uitgebreide risicobeoordeling naar aanleiding van een verzoek van een CSD om toegang tot de transactiestroom van de CCP of het handelsplatform.

Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?

Als bevoegde autoriteit voor het toezicht op CCP's en handelsplatformen in Nederland hanteert de AFM de risico's, zoals gespecificeerd in de betreffende ESMA richtsnoeren, bij de beoordeling van een weigering van een toegangsverzoek door een CSD. Een CCP of handelsplatform dat toegang weigert, dient de verzoekende CSD volledig schriftelijk te motiveren op basis van een uitgebreide risicobeoordeling. Een partij die toegang weigert, moet deze weigering volledig schriftelijk motiveren aan de verzoekende CSD op basis van een uitgebreide risicobeoordeling. De AFM onderzoekt de klacht door de redenen voor de weigering te beoordelen en verstrekt de verzoekende CSD een met redenen omkleed antwoord.
Bij de beoordeling van de redenen voor weigering van diensten door de CCP of het handelsplatform houdt de AFM rekening met de risico's die ESMA in haar Richtsnoeren geeft, namelijk juridische, financiële en operationele risico's.

Op welke financiële ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

Bevoegde autoriteiten, CCP's en handelsplatformen.

Wanneer treden de richtsnoeren in werking?

Deze richtsnoeren zijn van toepassing vanaf 9 augustus 2017.

Meer informatie

Download hier het volledige document.

Richtsnoeren voor samenwerking tussen autoriteiten uit hoofde van artikel 17 en artikel 23 van de CSDR

Deze richtsnoeren zijn van toepassing op de samenwerkingsvereisten voor bevoegde autoriteiten wanneer zij betrokken zijn bij de procedure voor het verlenen van een vergunning aan een aanvragende CSD als bedoeld in artikel 17 van Verordening (EU) nr. 909/2014 (CSDR). Ook zijn ze van toepassing op de procedures voor het verlenen van diensten in een andere lidstaat, als bedoeld in artikel 23 van de CSDR.

Wat is het doel van de richtsnoeren?

Het doel van deze richtsnoeren is te zorgen voor de gemeenschappelijke, uniforme en consistente toepassing van bepaalde samenwerkingsvereisten voor autoriteiten overeenkomstig artikel 14, lid 1, tweede alinea, van de CSDR. Zij bieden met name richtsnoeren voor:
  • de raadpleging van autoriteiten die betrokken zijn bij de procedure voor de verlening van een vergunning aan een aanvragende CSD als bedoeld in artikel 17 CSDR
  • de communicatie tussen de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst en de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst in het kader van de procedure die is beschreven in artikel 23, leden 3 tot en met 7, van de CSDR.


Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?

Wanneer de AFM betrokken is bij de procedure voor het verlenen van een vergunning aan een aanvragende CSD en bij de procedure met betrekking tot het voor de eerste maal verlenen van diensten in een andere lidstaat door een CSD, past zij de algemene samenwerkingsvereisten toe zoals aangekondigd in deze richtsnoeren. Zo neemt de AFM de leidraden en modelformulieren met betrekking tot het verstrekken van informatie en verzoeken om zienswijzen aan bevoegde autoriteiten van andere lidstaten op in haar werkzaamheden.

Op welke financiële ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

Deze richtsnoeren zijn van toepassing op de bevoegde autoriteiten die zijn aangewezen op grond van artikel 11, lid 1, van de CSDR. Als bevoegde autoriteit voor artikel 11 van de CSDR in Nederland zijn deze richtsnoeren van toepassing op de AFM.

Wanneer treden de richtsnoeren in werking?

Deze richtsnoeren zijn van toepassing vanaf 28 mei 2018.

Meer informatie

Download hier het volledige document.

Richtsnoeren inzake samenwerking en informatie-uitwisseling voor de toepassing van Richtlijn (EU) 2015/849 tussen de bevoegde autoriteiten die toezicht houden op kredietinstellingen en financiële instellingen

Wat is het doel van de richtsnoeren?

De richtsnoeren geven een kader voor samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de bevoegde autoriteiten door middel van bilaterale overeenkomsten of colleges voor de bestrijding van witwassen/terrorismefinanciering (AML/CFT-colleges). Tevens bevatten deze richtsnoeren regels over de oprichting en het functioneren van AML/CFT colleges.

Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?

De AFM heeft een aantal AML/CFT colleges opgericht en neemt deel aan een aantal AML/CFT colleges gehost door andere EU-toezichthouders.

Op welke financiële ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

Het richtsnoer is van toepassing op beleggingsondernemingen , beheerders van beleggingsinstellingen en bemiddelaars in levensverzekeringen.

Wanneer treden de richtsnoeren in werking?

Deze richtsnoeren zijn van toepassing vanaf 10 januari 2020.

Richtsnoeren betreffende bepaalde aspecten van de MiFID II-eisen over passendheid en execution only

Deze richtsnoeren verduidelijken de toepassing van bepaalde aspecten van de MiFID II-vereisten over geschiktheid en execution-only. Deze richtsnoeren zijn met name van toepassing op artikel 25, leden 3 en 4, van MiFID II en de artikelen 55 tot en met 57 van de gedelegeerde verordening. Deze richtsnoeren zijn ook van toepassing op de organisatorische eisen van artikel 16, lid 2, 5 tot en met 7 van MiFID II en de artikelen 21, 72 en 76 van de Gedelegeerde Verordening, evenals op artikel 24, leden 1, 4 en 5 en artikel 25, leden 1, 5 en 6 van MiFID II, voor zover deze betrekking hebben op de beoordeling van gepastheid.

Wat is het doel van de richtsnoeren?

Deze richtsnoeren hebben tot doel de toepassing van bepaalde aspecten van de MiFID II-eisen te verduidelijken om te zorgen voor een gemeenschappelijke, eenvormige en consistente toepassing in de landen van de EER.

Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?

De AFM past deze richtsnoeren toe bij haar toezicht op de naleving van de relevante gedragsregels uit deel 4 van de Wet op het financieel toezicht en de volgende Europese wet- en regelgeving: - In verband met artikel 25, leden 3 en 4, van MiFID II - Artikelen 55 tot en met 57 van de gedelegeerde verordening (EU) 2017/565.

Deze richtsnoeren gelden eveneens in verband met de organisatorische eisen van artikel 16, lid 2, en leden 5 tot en met 7, van MiFID II en de artikelen 21, 72 en 76 van de gedelegeerde verordening, artikel 24, leden 1, 4 en 5, en artikel 25, leden 1, 5 en 6, van MiFID II, voor zover deze betrekking hebben op de passendheidstoets.

Op welke financiële ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

  • Beleggingsondernemingen (als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 1, van MiFID II)
  • Kredietinstellingen (als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 27, van MiFID II) wanneer zij diensten zonder advies verlenen
  • Beheerders van alternatieve beleggingsfondsen (abi’s) (als gedefinieerd in artikel 5, lid 1, onder a), van de AIFMD wanneer zij de in artikel 6, lid 4, onder b), iii), van de AIFMD bedoelde nevendienst verlenen).


Vanaf wanneer zijn deze richtsnoeren van toepassing?

Deze richtsnoeren zijn van toepassing vanaf 12 november 2022.

Meer informatie

Download hier het volledige document.

De richtsnoeren inzake paspoortmeldingen voor kredietbemiddelaars uit hoofde van de richtlijn inzake woningkredietovereenkomsten

Deze richtsnoeren bevatten regels over het proces waarbij een hypothecaire kredietbemiddelaar die gevestigd is in een lidstaat ook in een andere lidstaat actief wil zijn. De toezichthouder van de lidstaat van herkomst stelt de toezichthouder van de lidstaat van ontvangst in kennis van dit voornemen (paspoortmeldingen). In deze richtsnoeren staan ook eisen over het bijwerken van het openbaar register voor hypothecaire kredietbemiddelaars ten aanzien van deze paspoortmeldingen.

Wat is het doel van de richtsnoeren?

Het doel van deze richtsnoeren is het bevorderen van een consistent, efficiënt en effectief kader voor paspoortmeldingen van kredietbemiddelaars.

Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?

Als een Nederlandse hypothecaire kredietbemiddelaar met een registratie van de AFM grensoverschrijdende diensten wil verlenen of een bijkantoor wil vestigen in een andere lidstaat, dan moet dit aangevraagd worden bij de AFM. De AFM verstuurt vervolgens binnen één kalendermaand een kennisgeving, volgens de eisen en het format van deze richtsnoeren, aan de lidstaat van ontvangst. Ook eventuele wijzigingen in de informatie die in de kennisgeving is verstrekt wordt binnen één kalendermaand aan de lidstaat van ontvangst doorgegeven. De AFM werkt haar openbare register tijdig bij met de vereiste informatie.

Op welke financiële ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

Deze richtsnoeren zijn van toepassing op hypothecaire kredietbemiddelaars met een vergunning van de AFM die diensten (willen) verlenen in een andere lidstaat.

Wanneer treden de richtsnoeren in werking?

Deze richtsnoeren zijn van toepassing vanaf 21 maart 2016.

Richtsnoeren voor de rapportage van mislukte afwikkelingsoperaties uit hoofde van artikel 7 van de CSDR

Overeenkomstig artikel 7, lid 1, van de CSDR stelt een CSD voor elk effectenafwikkelingssysteem dat zij exploiteert een systeem in dat mislukte afwikkelingsoperaties bij transacties in de in artikel 5, lid 1, CSDR bedoelde financiële instrumenten, monitort. Zij verstrekt aan de bevoegde autoriteit en de betrokken autoriteiten regelmatig rapporten over het aantal mislukte afwikkelingsoperaties en de bijzonderheden daarover, alsook alle andere relevante informatie, inclusief de maatregelen die CSD’s en hun deelnemers overwegen om de efficiëntie van de afwikkeling te verbeteren.

Wat is het doel van de richtsnoeren?

Het doel van deze richtsnoeren is het verduidelijken van de reikwijdte van de gegevens die door CSD’s moeten worden gerapporteerd, de vertegenwoordiging en waardering van financiële instrumenten, alsook hoe mislukte afwikkelingsoperaties moeten worden gerapporteerd op basis van de reden (oorzaak) van de mislukte afwikkelingsoperaties. De bevoegde autoriteiten zoals de AFM delen met de ESMA alle relevante informatie over mislukte afwikkelingsoperaties.

De richtsnoer inzake afwikkelingsdiscipline specificeert de nadere regels voor de in artikel 7, lid 1, van de CSDR bedoelde verslagen over mislukte afwikkelingsoperaties. Met name ten aanzien van de artikelen 14 en 39 van de RTS betreffende afwikkelingsdiscipline is het doel van deze richtsnoeren duidelijkheid te verschaffen over de reikwijdte van de gegevens die CSD’s rapporteren, de vertegenwoordiging en waardering van financiële instrumenten, en over de wijze waarop mislukte afwikkelingsoperaties op basis van de reden (oorzaak) van de mislukte afwikkelingsoperaties moeten worden gerapporteerd.

Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?

De AFM heeft de richtsnoeren verwerkt in haar toezicht. Waar bepaalde richtsnoeren primair zijn gericht tot CSDs, heeft de AFM door middel van haar toezicht op CSDs, ervoor gezorgd dat de richtsnoeren worden nageleefd.

Op welke financiële ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

Deze richtsnoeren zijn bedoeld voor CSD’s en de bevoegde autoriteiten.

Wanneer treden de richtsnoeren in werking?

Deze richtlijnen zijn van toepassing vanaf 1 februari 2022.

Meer informatie

Download hier het volledige document.

Richtsnoeren met betrekking tot bepaalde aspecten van de MiFID II-geschiktheidseisen

Deze richtsnoeren verduidelijken de toepassing van bepaalde aspecten van de geschiktheidsvereisten van MiFID II. Het betreft een herziening van de ESMA-richtsnoeren van 2018. De herziening is het gevolg van de gewijzigde Gedelegeerde Verordening MiFID II en de resultaten van de door de nationale bevoegde autoriteiten (NCA's) uitgevoerde Common Supervisory Action (CSA) voor 2020 met betrekking tot de toepassing van de geschiktheidsvereisten van MiFID II. Met de herziening geven de richtsnoeren onder meer invulling aan de integratie van duurzaamheidsvoorkeuren, -factoren en -risico’s in de geschiktheidstoets door beleggingsondernemingen.

Wat is het doel van de richtsnoeren?

De richtsnoeren zijn bedoeld om MiFID II-geschiktheidseisen te verduidelijken, inclusiefduurzaamheidsnormen. Ook zorgen de richtsnoeren voor een gemeenschappelijke, eenvormige en consistente toepassing van deze geschiktheidseisen.

Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?

De AFM past deze richtsnoeren toe bij haar toezicht op de naleving van de relevante gedragsregels uit Deel 4 van de Wet op het financieel toezicht en de volgende Europese wet- en regelgeving: artikel 25, lid 2, van MiFID II en de artikelen 54 en 55 van de gedelegeerde verordening (EU) 2017/565.

Op welke financiële ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

Deze richtlijnen gelden voor:
  • Beleggingsondernemingen (zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 1, van MiFID II) wanneer zij de diensten beleggingsadvies en/of vermogensbeheer verrichten
  • Kredietinstellingen (zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 27, van MiFID II) wanneer zij de diensten beleggingsadvies en/of vermogensbeheer verrichten
  • Beleggingsondernemingen en kredietinstellingen wanneer zij gestructureerde deposito’s aan cliënten verkopen of cliënten adviseren in verband daarmee
  • ICBE-beheermaatschappijen (zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt b), van de ICBE-richtlijn)
  • Beheerders van alternatieve beleggingsfondsen (abi’s) (zoals gedefinieerd in artikel 5, lid 1, punt a), van de AIFMD wanneer zij de beleggingsdiensten van individueel portefeuillebeheer of nevendiensten (in de zin van artikel 6, lid 3, punten a) en b), i), van de ICBE-richtlijn en artikel 6, lid 4, punten a) en b), i), van de AIFMD) verlenen

Wanneer treden de richtsnoeren in werking?

Deze richtsnoeren zijn van toepassing vanaf 3 oktober 2023.

Meer informatie

Download hier het volledige document.

Richtsnoeren betreffende de MiFID II-/ MiFIR-verplichtingen inzake marktgegevens

De richtsnoeren zijn van toepassing op marktdata die handelsplatformen, goedgekeurde publicatieregelingen (APA's), aanbieders van geconsolideerde transactietapes (CTP's) en beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling (SI's) openbaar moeten maken ten behoeve van de regeling voor transparantie voor en na transacties. De richtsnoeren beschrijven hoe deze gegevens op een volledige en duidelijke manier openbaar moeten worden gemaakt.

De richtsnoeren zijn van toepassing op artikel 13, artikel 15 lid 1, en artikel 18 lid 8, van MiFIR, en nader gespecificeerd in de artikelen 6 tot en met 11 van Gedelegeerde Verordening 2017/567 en van artikel 64 lid 1 en 2, en artikel 65, lid 1 en 2, van MiFID II, en nader gespecificeerd in de artikelen 84 tot en met 89 van Gedelegeerde Verordening 2017/56.

Wat is het doel van de richtsnoeren?

Deze richtsnoeren zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat financiële marktdeelnemers een uniform begrip hebben van het vereiste om marktgegevens op redelijke commerciële voorwaarden (RCB) te verstrekken. Daar horen ook de openbaarmakingsvereisten bij, net als de eis om de marktgegevens 15 minuten na publicatie (vertraagde data) kosteloos te verstrekken.

De richtsnoeren moeten ervoor zorgen dat de aangewezen bevoegde autoriteiten tot een gemeenschappelijke interpretatie komen en consistente toezichtpraktijken ontwikkelen bij de beoordeling van de volledigheid, begrijpelijkheid en consistentie van de bepalingen inzake RCB en vertraagde data.

Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?

De AFM gebruikt deze richtsnoeren bij het beoordelen van marktgegevensbeleid in het kader van consistentie, begrijpelijkheid en volledigheid van de marktgegevens die marktpartijen die in Nederland actief zijn openbaar moeten maken.

Op welke financiële ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

De Richtsnoeren van MiFID II-/ MiFIR-verplichtingen voor marktgegevens zijn van toepassing op CTP's, handelsplatformen en beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling (SI's) in de Europese Unie.

Wanneer treden de richtsnoeren in werking?

Deze richtsnoeren zijn van toepassing vanaf 1 januari 2022.

Meer informatie

Download hier het volledige document.

Richtsnoeren inzake het leidinggevend orgaan van marktexploitanten en aanbieders van datarapporteringsdiensten

De richtsnoeren zijn gebaseerd op artikel 45, lid 9, voor marktexploitanten en artikel 63, lid 2, voor aanbieders van datarapporteringsdiensten van Richtlijn 2014/65/EU (MiFID II). Ze verduidelijken de vereisten die van toepassing zijn op leden van de bestuursorganen van marktexploitanten of aanbieders van datarapporteringsdiensten. De richtsnoeren verduidelijken ook hoe informatie door marktexploitanten of aanbieders van datarapporteringsdiensten moet worden geregistreerd om deze ter beschikking te stellen van de bevoegde autoriteiten voor de uitoefening van hun toezichthoudende taken.

Wat is het doel van de richtsnoeren?

Deze richtsnoeren hebben ten doel gemeenschappelijke normen te ontwikkelen die door marktexploitanten en aanbieders van datarapporteringsdiensten in aanmerking moeten worden genomen bij de benoeming van nieuwe en de beoordeling van huidige leden van het leidinggevend orgaan en richtsnoeren te verstrekken over de wijze waarop marktexploitanten en aanbieders van datarapporteringsdiensten informatie moeten registreren om deze ter beschikking te stellen van de bevoegde autoriteiten voor de uitoefening van hun toezichthoudende taken.

Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?

De AFM past de richtsnoeren toe bij de beoordeling van vergunningaanvragen van marktexploitanten en bij het doorlopende toezicht op deze marktexploitanten. De richtsnoeren die betrekking hebben op aanbieders van datarapporteringsdiensten past de AFM niet meer toe, omdat het toezicht op deze instellingen per 1 januari 2022 is overgegaan naar ESMA.

Op welke financiële ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

Deze richtsnoeren zijn van toepassing op marktexploitanten en aanbieders van datarapporteringsdiensten.

Wanneer treden de richtsnoeren in werking?

Deze richtsnoeren zijn van toepassing vanaf 3 januari 2018.

Meer informatie

Download hier het volledige document.

Richtsnoeren voor productgovernanceverplichtingen van MiFID II

De ESMA richtsnoeren voor productgovernanceverplichtingen van MiFID II zijn op 3 augustus 2023 geactualiseerd en gepubliceerd. De ingangsdatum was 5 februari 2018.

Wat is het doel van de geactualiseerde richtsnoeren?

In artikel 16(3) en artikel 24(2) van MiFID II, en de artikelen 9 en 10 van de Gedelegeerde richtlijn MiFID II, worden productgovernanceverplichtingen geïntroduceerd ten behoeve van de bescherming van beleggers. ESMA heeft deze verplichting nader uitgewerkt in guidelines (richtsnoeren), met in het bijzonder aandacht voor de bepaling van de doelgroep met betrekking tot duurzaamheid voor het financiële instrument door ontwikkelaars en distributeurs. Daarnaast benoemt ESMA het belang van de online keuzeomgeving bij execution only dienstverlening en heeft zij aandacht voor nudging en digital engagementpraktijken, finfluencers en evaluaties. Ook is een aantal case studies toegevoegd, waaronder een over opties. De productgovernanceverplichtingen zien op zowel de ontwikkeling als de distributie door beleggingsondernemingen van financiële instrumenten gedurende de gehele levenscyclus van het product, met als doel dat ondernemingen alleen financiële instrumenten ontwikkelen en distribueren die in het belang van de cliënt zijn. De richtsnoeren waarborgen de gemeenschappelijke, uniforme en consistente toepassing van de productgovernanceverplichtingen van MiFID II. ESMA verwacht dat het naleven van deze richtsnoeren beleggers beter beschermd.

Een uitgebreidere toelichting op de actualisaties, staat in de Richtsnoeren productgovernanceverplichtingen

Hoe past de AFM de richtsnoeren toe?

Deze richtsnoeren zijn in lijn met de gedragsregels uit Deel 4 van de Wet op het financieel toezicht (Wft) en het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo). De AFM past deze richtsnoeren toe in het toezicht op de naleving van de relevante gedragsregels uit de Wft en het BGfo.

Op welke ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

De richtsnoeren zijn van toepassing op:

• beleggingsondernemingen, met inbegrip van kredietinstellingen, wanneer deze beleggingsdiensten verlenen en beleggingsactiviteiten verrichten;
• beleggingsondernemingen met inbegrip van kredietinstellingen wanneer zij verkopen verrichten of advies verlenen aan cliënten in verband met gestructureerde deposito’s; en
• icbe-beheermaatschappijen en externe abi-beheerders, indien zij individuele bepaalde beleggingsdiensten mogen verlenen.

Wanneer treden de richtsnoeren in werking?

De richtsnoeren treden in werking op 3 oktober 2023.

Richtsnoeren inzake uitbesteding aan aanbieders van clouddiensten

Ondernemingen besteden in toenemende mate uit naar de cloud. Dat heeft voordelen, maar is niet vrij van risico’s. De ESMA-richtsnoeren geven invulling aan passende beheersmaatregelen voor deze risico’s en helpen bij een gemeenschappelijke aanpak van de risico’s in de EU. Met de richtsnoeren wijst ESMA financiële ondernemingen op de beheersing van risico’s bij uitbesteding aan aanbieders van clouddiensten. De richtsnoeren helpen bij het identificeren, adresseren en monitoren van risico’s. Ze worden onderschreven door de AFM en DNB.

Doel van de richtsnoeren

De ESMA-richtsnoeren helpen financiële ondernemingen bij:

  • de risicobeoordeling en due diligence die zij moeten uitvoeren op aanbieders van clouddiensten
  • de governance en organisatorische en controlekaders die zij moeten opzetten om toezicht te houden op de prestaties van aanbieders
  • het beëindigen van hun uitbestedingsovereenkomsten zonder onnodige verstoring van hun bedrijfsvoering
  • de contractuele bepalingen die hun overeenkomsten moet omvatten
  • de informatie die zij aan de bevoegde autoriteiten moeten verstrekken, inclusief het bijhouden van een register met informatie over al haar uitbestedingsovereenkomsten voor clouddiensten

Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?

De AFM gebruikt de richtsnoeren voor het risicogestuurd toezicht op clouddiensten. Waar nodig, gebruikt de AFM de richtsnoeren als input voor normenkaders om de beheersing van clouddiensten bij financiële ondernemingen te beoordelen.

Op welke financiële ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

  • Beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en bewaarders van alternatieve beleggingsinstellingenInstellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s), beheermaatschappijen en bewaarders van icbe’s en beleggingsmaatschappijen zonder vergunninghoudende beheermaatschappij
  • Centrale tegenpartijen, waaronder Tier 2-partijen uit derde landen die voldoen aan de relevante EMIR-voorschriften
  • Beleggingsondernemingen en kredietinstellingen bij het verlenen van beleggingsdiensten en het verrichten van beleggingsactiviteiten
  • Aanbieders van datarapporteringsdiensten en marktexploitanten van handelsplatformen en centrale effectenbewaarinstellingen

 

Wanneer treden de richtsnoeren in werking?

Voor nieuwe of aangepaste overeenkomsten: vanaf 31 juli 2021
Voor bestaande contracten: vanaf 31 december 2021

 

Meer informatie

Download hier het volledige document

Gewijzigde richtsnoeren over de identificatiecode voor juridische entiteiten (LEI)

Op 20 december 2021 heeft EIOPA gewijzigde richtsnoeren gepubliceerd over het hebben van een Legal Entity Identifier (LEI)-code voor bepaalde onder toezicht staande ondernemingen. Van deze ondernemingen staan enkel de (her)verzekeringstussenpersonen onder toezicht van de AFM. Deze richtsnoeren gelden met ingang van 23 maart 2022.

Verduidelijking van de eisen

De richtsnoeren schrijven voor dat (her)verzekeringstussenpersonen die grensoverschrijdend actief zijn een LEI-code moeten hebben. De LEI-code moet binnen twee jaar, en dus uiterlijk 23 maart 2024, bij de AFM bekend zijn.

Past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?

De AFM zal er voor zorg dragen dat de LEI-codes van (her)verzekeringstussenpersonen die grensoverschrijdend actief zijn, uiterlijk op 23 maart 2024 bij haar bekend zijn.

Richtsnoeren compliancefunctie (ESMA)

Op 6 april 2021 heeft ESMA richtsnoeren gepubliceerd met betrekking tot bepaalde aspecten van de MiFID II-eisen voor de compliancefunctie (ESMA35-36-1952 NL). Deze richtsnoeren gelden met ingang van 7 juni 2021. De Richtsnoeren met betrekking tot bepaalde aspecten van de MiFID-eisen voor de compliancefunctie van 25 juni 2012 (EAEM/2012/388) zijn hiermee komen te vervallen.

Verduidelijking van de eisen


De richtsnoeren hebben tot doel de MiFID II-eisen voor de compliancefunctie bij beleggingsondernemingen te verduidelijken. Deze richtsnoeren geven onder meer invulling aan de taken, de rapportageverplichtingen, de vakbekwaamheid, kennis, deskundigheid en autoriteit en de onafhankelijkheid van de compliancefunctie.
ESMA verwacht dat deze richtsnoeren zullen bijdragen aan een consistente toepassing van de MiFID II-eisen voor de compliancefunctie. Daarmee wordt de bescherming van beleggers versterkt.

Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?


De AFM integreert de richtsnoeren in haar toezicht op de compliancefunctie van beleggingsondernemingen en andere ondernemingen die beleggingsdiensten verlenen. Bij vergunningverlening beoordeelt de AFM of een compliancefunctie over voldoende middelen beschikt en adequaat is georganiseerd, en of adequate rapportagelijnen tot stand zijn gebracht. In het doorlopend toezicht beoordeelt de AFM of de inrichting en de taakuitvoering van de compliancefunctie in lijn met de richtsnoeren zijn.

Op welke beleggingsondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?


- beleggingsondernemingen
- kredietinstellingen die beleggingsdiensten verrichten
- beheerders van instellingen in collectieve belegging in effecten (icbe), wanneer deze beleggingsdiensten verrichten in de vorm van individueel vermogensbeheer of beleggingsadvies (als bedoeld in artikel 6, lid 3, onder a) en b), van de icbe-richtlijn)
- beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (abi-beheerders), wanneer deze beleggingsdiensten verrichten in de vorm van individueel vermogensbeheer, beleggingsadvies of het ontvangen en doorgeven van orders (als bedoeld in artikel artikel 6, lid 4, onder a) en b), van de BAB-richtlijn).

Richtsnoeren SFTR-verordening

Op 6 januari 2020 (bijgewerkt op 21 december 2020) en 29 maart 2021 heeft ESMA richtsnoeren gepubliceerd over het rapporteren van securities financing transactions (ESMA70-151-2838 NL). Deze richtsnoeren gelden met ingang van 30 maart 2021.

Verduidelijking van de eisen

De richtsnoeren hebben tot doel een aantal bepalingen van de SFTR-verordening te verduidelijken en een praktische leidraad te bieden voor de uitvoering van een aantal van deze bepalingen. De richtsnoeren scheppen duidelijkheid over o.a. het aantal te rapporteren SFT’s, het invullen van de rapportagevelden en het genereren van feedback door transactieregisters.

Past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?

De AFM past de richtsnoeren toe in haar toezicht op de juiste naleving van artikel 4 en 12 van Verordening (EU) 2015/2365.

Op welke ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

Deze richtsnoeren gelden voor tegenpartijen in SFT’s.

ESMA richtsnoeren SFTR-verordening

BMR-richtsnoeren voor methodologie, toezichtfunctie en bijhouden registers

Het doel van deze richtsnoeren, die zijn gebaseerd op de benchmarkverordening (BMR), is te zorgen voor een uniforme toepassing van de vereisten met betrekking tot: het gebruik van een alternatieve benchmarkmethodologie in uitzonderlijke omstandigheden, materiële wijzigingen in de methodologie, de toezichtfunctie en de vereisten voor het bijhouden van gegevens.

De richtsnoeren zijn opgesplitst in twee delen:

De eerste reeks richtsnoeren is gebaseerd op artikel 16, eerste lid, van de ESMA-Verordening. Het behandelt de belangrijkste elementen van de methodologie en de materiële wijzigingen in de methodologie die van toepassing is op cruciale en significante benchmarks, de toezichtfunctie op cruciale en significante benchmarks en de vereisten voor het bijhouden van gegevens voor alle benchmarks.

De tweede reeks richtsnoeren wijzigt de bestaande richtsnoeren voor niet-significante benchmarks, gebaseerd op artikel 5, zesde lid, en artikel 13, vierde lid, van de BMR, met betrekking tot de belangrijkste elementen van de methodologie en de toezichtfunctie.

Richtsnoeren ESMA voor de methodologie, de toezichtfunctie en het bijhouden van registers krachtens de benchmarkverordening

De AFM past de richtsnoeren toe in het toezicht op naleving van de BMR.

Richtsnoeren voor samenwerking tussen nationale toezichthouders bij bestrijding van witwassen, corruptie en terrorismefinanciering

De Europese bankautoriteit (EBA) heeft ‘AML/CFT-colleges’ richtsnoeren opgesteld. Deze richtsnoeren zien op het verder bevorderen van Europese samenwerking tussen de nationale toezichthouders op het gebied van de bestrijding van witwassen, corruptie en terrorismefinanciering. De richtsnoeren gelden vanaf 10 januari 2020.

De AFM houdt (onder meer) toezicht op de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). De financiële ondernemingen die onder ons toezicht vallen zijn:

- beleggingsondernemingen
- (beheerders van) beleggingsinstellingen
- (beheerders van) icbe's
- financiële dienstverleners, voor zover zij bemiddelen in levensverzekeringen

Wat houden de richtsnoeren in?


De richtsnoeren vormen een kader voor samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de Europese anti-witwastoezichthouders op financiële ondernemingen door middel van bilaterale overeenkomsten of de zogenaamde toezichtcolleges voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. Zij voorzien in de oprichting en werking van deze AML/CFT-colleges.

Bekijk de volledige EBA-richtsnoeren

Past de AFM de richtsnoeren toe in het toezicht?

De kern van de richtsnoeren ziet op de volgende werkzaamheden door de AFM:

Het in kaart brengen van de toezichtpopulatie om te bepalen voor welke financiële ondernemingen AML/CFT toezichtcolleges opgericht moeten worden.
Het oprichten en coördineren van toezichtcolleges voor deze financiële ondernemingen.
Het deelnemen aan door andere EU-witwastoezichthouders opgerichte toezichtcolleges, omdat bijkantoren en/of dochterondernemingen actief zijn in Nederland.
Het anti-witwastoezicht is al jarenlang een toezichtprioriteit van de AFM. Sinds 2022 is de AFM compliant met de EBA guidelines.


Op wie zijn de richtsnoeren van toepassing?


De richtsnoeren zijn primair van toepassing op de Wwft-toezichthouders op de financiële sector, DNB en de AFM. Wanneer financiële ondernemingen aan de richtsnoeren voldoen, kan voor deze ondernemingen een AML/CFT toezichtcollege worden opgericht. De AFM zal te zijner tijd meer informatie publiceren over de AML/CFT toezichtcolleges.

Vragen?


Voor meer informatie, neem contact op met: amlcftcolleges@afm.nl

 

Richtsnoeren voor toetsing risicofactoren in prospectus

Europees toezichthouder ESMA heeft richtsnoeren opgesteld over de risicofactoren in het kader van de prospectusverordening. Daarmee wil ESMA nationale toezichthouders helpen bij hun toetsing van risicofactoren die effectenuitgevende ondernemingen moeten opnemen in hun prospectussen.

Toetsing aan wettelijke vereisten


Ondernemingen moeten in een prospectus (en supplement) alle risico’s beschrijven die van materieel belang zijn voor het nemen van een geïnformeerde beleggersbeslissing en moeten specifiek zijn voor de uitgevende onderneming en de betreffende effecten. De materialiteit en specificiteit moet bevestigd worden door de overige informatie in het prospectus. De risicofactoren moeten daarnaast in categorieën ingedeeld en gepresenteerd worden. De AFM toetst of de risicofactoren in prospectussen aan de wettelijke vereisten voldoen. Dat doen we door de ESMA-richtsnoeren te integreren in ons prospectustoezicht.

Richtsnoeren ESMA rapportage artikel 37 van de MMF-verordening

Deze richtsnoeren gelden vanaf 22-06-2020. Zij hebben als doel consistente, efficiënte en effectieve toezichtpraktijken tot stand te brengen en de gemeenschappelijke, uniforme en consistente toepassing van artikel 37 van de MMF-verordening en de uitvoeringsverordening over rapportage te waarborgen. Zij zijn in het bijzonder bedoeld om een leidraad te verschaffen voor het invullen van de velden van het rapportagetemplate in de bijlage bij de uitvoeringsverordening inzake rapportage.

Op welke financiële ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?


Deze richtsnoeren zijn van toepassing op nationale bevoegde autoriteiten en geldmarktfondsen en beheerders van geldmarktfondsen in de zin van de MMF-verordening.

Richtsnoeren ESMA rapportage artikel 37 van de MMF-verordening


Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?


De AFM past deze richtsnoeren toe bij haar toezicht op de naleving van de relevante gedragsregels uit Deel 4 van de Wet op het financieel toezicht.

 

Richtsnoeren ESMA voor niet-significante benchmarks 

Op 19 juni 2019 heeft ESMA richtsnoeren voor niet-significante benchmarks gepubliceerd in alle Europese talen. Deze richtsnoeren vormen een nadere uitwerking van de toepassing van artikelen 5, 11, 13 en 16 van de Benchmarkverordening (Verordening (EU) 2016/1101) op niet-significante benchmarks. Niet-significante benchmarks zijn benchmarks die een beperkte mate van gebruik kennen en makkelijk vervangbaar zijn in gebruik.

Wat is het doel van de richtsnoeren?


De Benchmarkverordening heeft een vergunningplicht voor de beheerders van benchmarks in het leven geroepen, en bevat daarnaast bepaalde verplichtingen voor bijdragers aan en gebruikers van benchmarks. Het doel van deze richtsnoeren is te zorgen voor een gemeenschappelijke, uniforme en consistente toepassing van de Benchmarkverordening. Deze richtsnoeren zien op de toezichtfunctie van een benchmarkbeheerder, inputgegevens bij een beheerder, de transparantie van de methodologie door de beheerder en de governance en controles voor onder toezicht staande bijdragers aan benchmarks.

Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?


ESMA heeft deze richtsnoeren opgesteld voor toezichthouders om ze te gebruiken bij hun toezicht op niet-significante benchmarks. De AFM gebruikt deze richtsnoeren bij het uitvoeren van haar toezicht, en verwacht van financiële marktdeelnemers (voor zover relevant) dat zij deze richtsnoeren kennen en toepassen.

Op welke financiële ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?


De richtsnoeren zijn van toepassing op benchmark beheerders die niet-significante benchmarks aanbieden. Daarnaast bevatten de richtsnoeren vereisten voor contribuanten die bijdragen aan niet-significante benchmarks.

Wanneer treden de richtsnoeren in werking?


De richtsnoeren zijn gepubliceerd op 19 juni 2019. De Nederlandse versie staat op de website van ESMA

Richtsnoeren klachtenprocedures vermeende inbreuken op Richtlijn Betalingsdiensten 2

De EBA heeft op 13 oktober 2017 de richtsnoeren inzake klachtenprocedures met betrekking tot vermeende inbreuken op de Richtlijn Betalingsdiensten 2 gepubliceerd.

Wat houden de richtsnoeren in?


Artikel 99 van de Betaaldienstenrichtlijn 2 (PSD2) bepaalt dat de EBA richtsnoeren op moet stellen ten aanzien van de klachtenprocedures van nationale toezichthouders met betrekking tot PSD2-regelgeving. Deze richtsnoeren beogen te waarborgen dat in alle lidstaten een mechanisme bestaat om klachten over overtreding van PSD2-regelgeving te ontvangen en te gebruiken in het toezicht.

Richtsnoeren klachtenprocedures vermeende inbreuken Richtlijn Betalingsdiensten

Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?


De AFM past de richtsnoeren volledig toe in haar werkwijze bij meldingen en klachten, vanaf het moment dat de Richtlijn Betalingsdiensten 2 in de Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd.

Op welke financiële ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?


De richtsnoeren zijn niet rechtstreeks van toepassing op ondernemingen, maar op de bevoegde toezichthouders op de Richtlijn Betalingsdiensten 2. De AFM is één van de bevoegde toezichthouders.

Richtsnoeren beloningsbeleid ICBE-richtlijn (ESMA)

Deze richtsnoeren gelden sinds 1 januari 2017 en hebben ten doel te zorgen voor de gemeenschappelijke, uniforme en consistente toepassing van de beloningsbepalingen in de artikelen 14 bis en 14 ter van de icbe-richtlijn. Deze richtsnoeren hebben betrekking op het beloningsbeleid en de beloningspraktijken voor beheermaatschappijen en hun geïdentificeerde medewerkers.

Op welke financiële ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

De onderhavige richtsnoeren gelden voor beheermaatschappijen als gedefinieerd in artikel 2, lid 1, onder b), van de icbe-richtlijn en voor bevoegde autoriteiten. Ze gelden ook voor beleggingsondernemingen die geen beheermaatschappij hebben aangewezen die beschikt over een krachtens de icbe-richtlijn verleende vergunning.
De beloningsbeginselen die zijn vastgelegd in de Aanbeveling 2009/384/EG van de Commissie van 30 april 2009 over het beloningsbeleid in de financiële sector (de Aanbeveling) zijn van belang voor die icbe’s, voor zover deze vallen onder de definitie van “financiële onderneming” in punt 2.1 van de Aanbeveling.

Richtsnoeren voor goed beloningsbeleid in kader van ICBE-richtlijn

Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?

De AFM past deze richtsnoeren toe bij haar toezicht op de naleving van de relevante gedragsregels uit Deel 4 van de Wet op het financieel toezicht.

Richtsnoeren MiFID II transactierapportage

Op 10 oktober 2016 heeft ESMA richtsnoeren gepubliceerd over MiFID II Transactierapportage 'Guidelines on transaction reporting, order record keeping and clock synchronization under MiFID II' (ESMA/2016/1452). De richtsnoeren zijn op 8 augustus 2017 geactualiseerd. Deze richtsnoeren gelden met ingang van 3 januari 2018.

Wat houden de richtsnoeren in?

Beleggingsondernemingen moeten de details melden van de door haar uitgevoerde transacties in financiële instrumenten (en alle instrumenten die daarvan zijn afgeleid) die worden verhandeld of die toegelaten zijn tot de handel op een handelsplatform (gereglementeerde markt, MTF of OTF), ongeacht de plaats van uitvoering. Het doel van de nieuwe regels voor transactierapportage is om beter inzicht te krijgen in het handelsgedrag van marktpartijen en om de opsporing van marktmisbruik te verbeteren.

De inhoud van de te rapporteren transactiegegevens en de specifieke vereisten zijn omschreven in de gedelegeerde verordening (EU) 2017/590 van de commissie van 28 juli 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen voor de melding van transacties aan de bevoegde autoriteiten.

In de richtsnoeren zijn vervolgens verschillende scenario’s opgenomen en wordt aan de hand van voorbeelden uitgelegd hoe gerapporteerd moet worden.

Richtsnoeren MiFID II - transactierapportage

Past de AFM de richtsnoeren toe in het toezicht?

De AFM past de richtsnoeren toe in haar toezicht op de juiste naleving van artikel 26, eerste lid, van Verordening (EU) 600/2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) 648/2012 (MiFIR) (Transactierapportageverplichting).

Op welke ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

Deze richtsnoeren gelden voor beleggingsondernemingen, voor bedrijven die optreden als goedgekeurd rapporteringsmechanisme (Approved Regulatory Mechanism, ARM) en handelsplatformen.

Richtsnoeren voor productgovernanceverplichtingen van MiFID II

Op 5 februari 2018 heeft ESMA richtsnoeren gepubliceerd inzake productgovernanceverplichtingen van MiFID II.

Wat houden de richtsnoeren in?

In artikel 16(3) en artikel 24(2) van MiFID II, en de artikelen 9 en 10 van de Gedelegeerde richtlijn MiFID II, worden productgovernanceverplichtingen geïntroduceerd ten behoeve van de bescherming van beleggers. ESMA heeft deze verplichting nader uitgewerkt in Guidelines (richtsnoeren), met in het bijzonder aandacht voor de bepaling van de doelgroep voor het financiële instrument of gestructureerde deposito door ontwikkelaars en distributeurs. ESMA specificeert onder meer de eisen waaraan de bepaling van de doelgroep moet voldoen, zoals de vijf doelgroepcategorieën. De productgovernanceverplichtingen zien op zowel de ontwikkeling als de distributie door beleggingsondernemingen van financiële instrumenten gedurende de gehele levenscyclus van het product, met als doel dat zij alleen financiële instrumenten ontwikkelen en distribueren die in het belang van de cliënt zijn.

Richtsnoeren productgovernanceverplichtingen


Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?


Deze richtsnoeren zijn in lijn met de gedragsregels uit Deel 4 van de Wet op het financieel toezicht (Wft) en het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo). De AFM past deze richtsnoeren toe in het toezicht op de naleving van de relevante gedragsregels uit de Wft en het BGfo.

Op welke ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?


De richtsnoeren zijn van toepassing op:

• beleggingsondernemingen, met inbegrip van kredietinstellingen wanneer deze beleggingsdiensten verlenen en beleggingsactiviteiten verrichten;
• beleggingsondernemingen en kredietinstellingen wanneer zij verkopen verrichten of advies verlenen aan cliënten in verband met gestructureerde deposito’s; en
• icbe-beheermaatschappijen en externe abi-beheerders, indien zij individuele bepaalde beleggingsdiensten mogen verlenen.

 

Richtsnoeren handelsonderbrekingen MiFID II

Op 27 juni 2017 heeft ESMA richtsnoeren gepubliceerd voor de afstemming van de handelsonderbrekers en de publicatie van handelsonderbrekingen volgens MiFID II.

Deze richtsnoeren zijn van toepassing op handelsplatformen die algoritmische handel op hun systemen toestaan of mogelijk maken en op bevoegde autoriteiten. De richtsnoeren zijn een verduidelijking van de bepalingen in artikel 48, lid 5, MiFID II maar hebben een beperkter toepassingsgebied dan dit specifieke artikel in de zin dat zij enkel zien op handelsplatformen die algoritmische handel op hun systemen toestaan of mogelijk maken. Deze richtsnoeren gelden vanaf 3 januari 2018.

Wat houden de richtsnoeren in?

Kort samengevat moeten MiFID II-lidstaten op basis van artikel 48, lid 5 van handelsplatformen eisen dat deze in staat zijn om de handel tijdelijk stil te leggen of te beperken als er sprake is van kortstondige significante koersbewegingen op de eigen of aanverwante markten.

Daarnaast moet er op grond van dit artikel van handelsplatformen worden verlangd dat zij in uitzonderlijke gevallen een transactie kunnen annuleren, wijzigen of corrigeren. Ook moeten de parameters om de handel stil te leggen voldoende geijkt zijn om rekening te kunnen houden met onder meer de liquiditeit van de verschillende categorieën en subcategorieën activa, de aard van het marktmodel en de soorten gebruikers en dat deze parameters volstaan om aanzienlijke verstoringen van de ordelijke werking van de markt te voorkomen.

Het doel van deze richtsnoeren is de ontwikkeling van gemeenschappelijke normen waarmee rekening moet worden gehouden door handelsplatformen die algoritmische handel op hun systemen toestaan of mogelijk maken bij het kalibreren van hun handelsonderbrekers en, meer in het algemeen, om een consistente toepassing te garanderen van de bepalingen in artikel 48, lid 5 van MiFID II.

Richtsnoeren afstemming handelsonderbrekers en publicatie handelsonderbrekingen (ESMA)

Past de AFM de richtsnoeren toe in het toezicht?

De AFM is voornemens om de ESMA richtsnoeren “Afstemming van handelsonderbrekers en publicatie van handelsonderbrekingen volgens MiFID II” toe te passen in haar toezichtpraktijk.

Het toezicht richt zich op het kalibreren van volatiliteitsparameters en de externe communicatie over activering van handelsonderbrekingen. De door handelsplatformen ingestelde handelsonderbrekers moeten referentiekoersen gebruiken die het volatiliteitsgedrag van het betrokken instrument op een betrouwbare en consistente manier weerspiegelen en moeten, waar van toepassing, de mogelijkheid bieden naar externe referenties te verwijzen.

Handelsplatformen moeten hun handelsonderbrekers kalibreren volgens een vooraf bepaalde, statistisch ondersteunde methodologie, waarbij rekening wordt gehouden met aantal in de richtsnoeren genoemde elementen. Bij het kalibreren van hun handelsonderbrekers moeten handelsplatformen rekening houden met het aantal keren dat het mechanisme de afgelopen jaren op hun platforms werd gebruikt. Handelsplatformen moeten onmiddellijk door middel van gebruikelijke methoden voor het beschikbaar stellen van pre- en post trade-informatie de activering van een handelsonderbreking bekend maken, alsmede de soort handelsonderbreking, de handelsfase waarin deze werd geactiveerd, de omvang van de onderbreking en het einde van de onderbreking.

Op welke ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

De richtsnoeren zijn van toepassing op handelsplatformen die algoritmische handel op hun systemen toestaan of mogelijk maken.

ESMA-richtsnoeren koppelverkoop

Op 11 juli 2016 heeft ESMA richtsnoeren gepubliceerd voor de beoordeling van koppelverkoop. Deze richtsnoeren gelden per 3 januari 2018.

Wat houden de richtsnoeren in?

MiFID II introduceert een regelgevend kader voor koppelverkoop door beleggingsondernemingen. Met koppelverkoop wordt verstaan: het aanbieden van een beleggingsdienst samen met een andere dienst of een ander product als onderdeel van een pakket of als voorwaarde waarvan de overeenkomst of het pakket afhankelijk wordt gesteld.

Als sprake is van koppelverkoop dan moet een beleggingsonderneming de cliënt informeren over:

- de mogelijkheid om verschillende producten en/of diensten afzonderlijk te kopen
- de kosten van de afzonderlijke componenten
- de manier waarop de risico’s veranderen als cliënten de componenten niet afzonderlijk, maar als gebundeld pakket aanschaffen.

De richtsnoeren van ESMA dienen ter verduidelijking van de gedragsnormen en organisatorische regelingen die worden verwacht van ondernemingen die zich bezighouden met koppelverkoop om de hieraan verbonden schadelijke gevolgen voor beleggers te beperken.

Richtsnoeren voor koppelverkoop (ESMA)

Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?

De AFM past de richtsnoeren in haar toezicht toe op grond van artikel 25 lid 1 van MiFID II.

De richtsnoeren zijn van toepassing op:

- beleggingsondernemingen
- kredietinstellingen die beleggingsdiensten verrichten
- beheerders van een beleggingsinstelling of ICBE die op grond van 2:67a Wft of op grond van 2:69c Wft beleggingsdiensten of nevendiensten mogen verlenen.

Richtsnoeren voor markten voor grondstoffenderivaten en gerelateerde spotmarkten (ESMA)

Op 17 januari 2017 heeft ESMA richtsnoeren gepubliceerd over grondstoffenderivatenmarkten en spotmarkten.

Wat houden de richtsnoeren in?

De richtsnoeren bevatten voorbeelden van informatie over grondstoffenderivatenmarkten en spotmarkten waarvan kan worden verwacht of is vereist dat die openbaar wordt gemaakt, waaronder informatie over:

- verschillende grondstoffenderivaten die onder MiFID II door handelsplatformen moet worden gepubliceerd
- de veilingen op de spotmarkten voor grondstoffencontracten in onder meer energie
- de productie, invoer, uitvoer en voorraden van grondstoffen waarop een grondstoffenderivaat is gebaseerd en transactiegegevens over activiteiten op de spotmarkt voor grondstoffen
- het bestaan van een belangrijke ziekte die gevolgen heeft voor landbouwgrondstoffen.

Richtsnoeren grondstofderivaten (ESMA)

Past de AFM de richtsnoeren toe in het toezicht?

De AFM past de richtsnoeren toe in haar toezicht op de naleving van de MAR.

Op welke ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

De richtsnoeren zijn van toepassing op marktdeelnemers.

Richtsnoeren voor producttoezicht- en governanceregelingen retailbanken (EBA)

EBA heeft op 15 juli 2015 de richtsnoeren inzake producttoezicht- en –governanceregelingen gepubliceerd. Deze richtsnoeren gelden per 3 januari 2017.

Eisen

De richtsnoeren stellen eisen aan initiators en distributeurs bij het ontwikkelen en op de markt brengen van hypotheken, persoonlijke leningen, deposito's, betaalrekeningen, betaaldiensten en elektronisch geld. De richtsnoeren zijn het antwoord van de EBA op toenemende risico’s voortvloeiend uit verkeerd gedrag van financiële instellingen richting consumenten en maken deel uit van het werk van de EBA om de consumentenbescherming in de hele EU te verbeteren.

Richtsnoeren voor producttoezicht- en -governanceregelingen

Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?

De AFM houdt toezicht op deze richtsnoeren door middel van het toezicht op de naleving van de relevante gedragsregels uit Deel 4 van de Wet op het financieel toezicht. De gedragsregels in de Wft zijn reeds in lijn met de door EBA ontwikkelde richtsnoeren, voor zover deze betrekking hebben op intitiators. De richtsnoeren met betrekking tot distributeurs zijn nog niet in lijn met de Wft en worden om die reden tot die tijd nog niet toegepast in het toezicht.

Op welke financiële ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

De onderhavige richtsnoeren hebben betrekking op initiators en distributeurs van aan consumenten aangeboden en verkochte producten, zoals hypotheken, persoonlijke leningen, deposito's, betaalrekeningen, betaaldiensten en elektronisch geld.

Richtsnoeren beoordeling kennis en bekwaamheid (EMSA)

Op 22 maart 2016 heeft ESMA richtsnoeren gepubliceerd voor de beoordeling van kennis en bekwaamheid van medewerkers.

Wat houden de richtsnoeren in?

In de richtsnoeren voor de beoordeling van de kennis en bekwaamheid heeft ESMA de norm voor de vakbekwaamheid van personeel dat cliënten adviseert of informeert uit MiFID II nader uitgewerkt. Naast algemene normen bevatten deze richtsnoeren criteria voor de kennis en bekwaamheid van personeel dat klanten informeert en adviseert, en organisatorische eisen voor beleggingsondernemingen.

In de algemene normen is onder meer opgenomen dat beleggingsondernemingen ervoor zorgen dat het personeel met klantcontact beschikt over de nodige kennis en bekwaamheid om aan de geldende wet- en regelgevingseisen en normen voor bedrijfsethiek te voldoen. Ook staat hierin dat het personeel op de hoogte moet zijn van de interne gedragsregels en procedures van de onderneming.

De nodige kennis en bekwaamheid voor het personeel is in de richtsnoeren nader uitgewerkt. Zowel voor het personeel dat informeert als voor het personeel dat adviseert is een afzonderlijke lijst met criteria opgesteld. In beide lijsten is bijvoorbeeld opgenomen dat ze over de nodige kennis en bekwaamheid beschikken om:

1. de belangrijkste kenmerken, risico’s en aspecten te begrijpen van de beleggingsproducten die de onderneming aanbiedt
2.  het totaalbedrag van de kosten en lasten te begrijpen die door de cliënt moeten worden gemaakt voor transacties in een beleggingsproduct
3.  te begrijpen hoe financiële markten werken en hoe deze de waarde en de prijsstelling van beleggingsproducten beïnvloeden.

De organisatorische eisen bevatten normen voor het beoordelen, onderhouden en bijhouden van kennis en bekwaamheid. Beleggingsondernemingen moeten er bijvoorbeeld voor zorgen dat:

1. zij jaarlijks de behoefte aan ontwikkeling en ervaring bij het personeel bepalen
2. het personeel dat niet over de nodige kennis en bekwaamheid beschikt de functie niet zelfstandig uitoefent, maar onder toezicht werkt
3. de kennis en bekwaamheid onderdeel uitmaakt van de beoordeling van het personeel.

Richtsnoeren voor de beoordeling van kennis en bekwaamheid

Past de AFM de richtsnoeren toe in het toezicht?

De AFM zal de richtsnoeren toepassen in haar toezicht.

In verband hiermee hebben Stichting DSI en de AFM afspraken gemaakt over de borging van de kennis en bekwaamheid. Met de afspraken willen we het voor de ondernemingen vergemakkelijken om de richtsnoeren na te leven. Ook moeten de afspraken bijdragen aan het effectief en efficiënt toezicht van de AFM op de voorschriften die gelden voor de vakbekwaamheid. De afspraken tussen Stichting DSI en de AFM zijn vastgelegd in een convenant.

Ondernemingen zijn niet verplicht om de kennis en bekwaamheid van hun personeel via DSI te borgen. Als zij dit niet via DSI doen, dan moeten zij wel op een andere manier kunnen aantonen dat hun personeel vakbekwaam is.

Hoe vult de AFM de minimumnormen uit de richtsnoeren nader in?

De richtsnoeren bevatten een aantal minimumnormen. De AFM mag hogere kennis- en bekwaamheidsniveaus eisen. We informeren u hieronder hoe de AFM met deze normen omgaat. Dit is in overeenstemming met de informatieplicht die de AFM heeft op basis van de punten 21 en 22 uit de richtsnoeren.

Wat betreft punt 21 heeft de AFM besloten de criteria uit de richtsnoeren over te nemen en geen lijst met specifieke passende kwalificaties te publiceren. Voor de kenmerken van de passende kwalificatie sluit de AFM aan bij de definitie in de richtsnoeren, met de toevoeging dat het personeel aantoonbaar een kwalificatie of andere toets of opleiding met succes behaald moet hebben. De AFM stelt dus geen aanvullende eisen aan de passende kwalificatie, anders dan dat deze aantoonbaar moet zijn.

Ten aanzien van punt 22 van de Richtsnoeren heeft de AFM besloten:

- de vereiste periode om passende ervaring op te doen, vast te stellen op 12 maanden op voltijdsbasis;
- de maximale periode dat een personeelslid ten hoogste onder toezicht mag werken te handhaven op 4 jaar;
- dat de beoordeling van de passende kwalificatie van personeelsleden dient te worden uitgevoerd door de onderneming en dat deze zich hierbij mag baseren op het oordeel van een externe instelling, zoals DSI.

Publicatiecriteria punt 21

Op welke ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

De richtsnoeren zijn van toepassing op:

- beleggingsondernemingen
- beleggingsondernemingen die gestructureerde deposito’s verkopen of daarover adviseren
- kredietinstellingen die beleggingsdiensten verlenen
- kredietinstellingen die adviseren of informeren over gestructureerde deposito’s
- beheerders van een beleggingsinstelling of ICBE die op grond van 2:67a Wft of op grond van 2:69c Wft beleggingsdiensten of nevendiensten mogen verlenen.

Op welke datum treden de richtsnoeren in werking?

De richtsnoeren gelden per 3 januari 2018.

MAR - personen die marktpeilingen ontvangen (ESMA)

De richtsnoeren bevatten:

- factoren waarmee personen bij wie een marktpeiling wordt verricht, rekening moeten houden wanneer aan hen informatie wordt verstrekt, om zo te bepalen of die informatie al dan niet voorwetenschap is
- stappen die dergelijke personen moeten nemen indien zij over voorwetenschap beschikken
- gegevens die deze personen moeten bewaren.

Richtsnoeren MAR voor personen die marktpeilingen ontvangen

Past de AFM de richtsnoeren toe in het toezicht?

De AFM past de richtsnoeren toe in haar toezicht op de naleving van de MAR.

Op welke ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

De richtsnoeren zijn van toepassing op ‘buy side’-partijen.

MAR richtsnoeren openbaarmaking van voorwetenschap (ESMA)

Op 20 oktober 2016 heeft ESMA richtsnoeren voor uitstel van de openbaarmaking van voorwetenschap gepubliceerd. Deze richtsnoeren gelden per 20 december 2016.

Wat houden de richtsnoeren in?

De richtsnoeren geven meer uitleg aan 2 (van de 3) cruciale vereisten waaraan een uitgevende instelling moet voldoen om de openbaarmaking van voorwetenschap te kunnen uitstellen:

Het uitstel dient de rechtmatige belangen van de uitgevende instelling. Zo kan onder bepaalde voorwaarden uitstel gerechtvaardigd zijn gedurende onderhandelingen over fusies, of wanneer nog gewacht moet worden op instemming van de raad van commissarissen van de uitgevende instelling.

Het uitstel leidt niet tot misleiding van het publiek. Zo leidt uitstel wel tot misleiding wanneer de uit te stellen voorwetenschap strijdig is met de marktverwachtingen of materieel verschilt van eerdere openbare kennisgeving over hetzelfde onderwerp.

Richtsnoeren MAR - uitstel openbaarmaking voorwetenschap

Past de AFM de richtsnoeren toe in het toezicht?

De AFM past de richtsnoeren toe in haar toezicht op de naleving van de MAR

Op welke ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

De richtsnoeren zijn van toepassing op uitgevende instellingen.

Voorbereidende richtsnoeren producttoezicht en governanceregelingen voor verzekeringsondernemingen en verzekeringsdistributeurs (EIOPA)

EIOPA heeft op 13 april 2016 de voorbereidende richtsnoeren over producttoezicht en governanceregelingen voor verzekeringsondernemingen en verzekeringsdistributeurs gepubliceerd.

Richtsnoeren EIOPA voor producttoezicht- en -governanceregelingen


De voorbereidende richtsnoeren stellen eisen aan ontwikkelaars en distributeurs bij het ontwikkelen en op de markt brengen van verzekeringen. Producttoezicht en governanceregelingen spelen een belangrijke rol bij de bescherming van de klant in de Insurance Distribution Directive (IDD). Ze zorgen ervoor dat verzekeringsproducten voldoen aan de behoeften van de doelmarkt en vermijden zo misleidende verkopen. De voorbereidende richtsnoeren zijn bedoeld om te waarborgen dat nationale autoriteiten een consistente en convergente benadering hanteren met betrekking tot de voorbereiding van de uitvoering van de IDD.

Richtsnoeren voor producttoezicht- en -governanceregelingen

Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?

De door EIOPA ontwikkelde voorbereidende richtsnoeren voor ontwikkelaars zijn in lijn met de gedragsregels uit Deel 4 van de Wet op het financieel toezicht (Wft). De AFM houdt hier toezicht op. De richtsnoeren met betrekking tot distributeurs zijn nog niet in lijn met de Wft. Voor distributeurs geldt dat de richtsnoeren tot doel hebben ondersteuning en begeleiding te bieden bij de implementatie van IDD die wordt opgenomen in de Wft. Zodra de normen voor distributeurs onderdeel zijn van de Wft gaat de AFM er toezicht op houden.

Op welke financiële ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

Deze richtsnoeren hebben betrekking op ontwikkelaars en distributeurs van verzekeringen.

Richtsnoeren voor alternatieve prestatiemaatstaven (ESMA)

Op 30 juni 2015 en 5 oktober 2015 heeft ESMA richtsnoeren gepubliceerd over alternatieve prestatiemaatstaven (APM) (2015/1057). Deze richtsnoeren gelden met ingang van 3 juli 2016.

Transparant

De richtsnoeren hebben tot doel het nut en de transparantie van in prospectussen of gereglementeerde informatie opgenomen alternatieve prestatiemaatstaven te bevorderen. Hiertoe wordt uitgelegd hoe de APM’s moeten worden gepresenteerd. Naleving van de richtsnoeren bevordert de vergelijkbaarheid, betrouwbaarheid en/of begrijpelijkheid van APM.

ESMA guidelines on APMs - Questions and answers

Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?

De AFM integreert de richtsnoeren in het prospectustoezicht en in het toezicht op gereglementeerde informatie. Voorbeelden van gereglementeerde informatie zijn jaarverslagen en halfjaarverslagen die aan de markt worden verstrekt in overeenstemming met de Transparantierichtlijn en openbaarmakingen uit hoofde van het bepaalde in artikel 17 van de Verordening marktmisbruik.

De AFM past zodoende de richtsnoeren toe bij het goedkeuren van prospectussen en supplementen, in het toezicht op de naleving van verslaggevingsvoorschriften in de (half)jaarlijkse financiële verslaggeving en in het toezicht op de naleving van het bepaalde in artikel 17 van de Verordening marktmisbruik (bij bijvoorbeeld (incidentele) openbaarmakingen met financiële resultaten).

Richtsnoeren alternatieve prestatiemaatstaven

Op welke ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

Deze richtsnoeren gelden in verband met APM die door uitgevende ondernemingen of door voor een prospectus verantwoordelijke personen openbaar worden gemaakt bij het publiceren van gereglementeerde informatie en prospectussen (en supplementen).

Richtsnoeren voor complexe schuldinstrumenten en gestructureerde deposito's (ESMA)

Op 4 februari 2016 heeft ESMA richtsnoeren gepubliceerd voor complexe schuldinstrumenten en gestructureerde deposito’s.

Wat houden de richtsnoeren in?

Beleggingsondernemingen moeten een passendheidstoets uitvoeren voordat de consument een beleggingsdienst zónder advies afneemt om te waarborgen dat de consument over voldoende kennis en ervaring beschikt. De passendheidstoets hoeft niet te worden uitgevoerd als aan een aantal criteria wordt voldaan. Eén van die criteria is dat de dienst ziet op ‘niet-complexe’ financiële instrumenten. De richtsnoeren hebben tot doel om te verduidelijken wat ‘complexe’ en ‘niet-complexe’ financiële instrumenten zijn.

Past de AFM de richtsnoeren toe in het toezicht?

De AFM past deze richtsnoeren toe op grond van Richtlijn 2014/65/EU (MiFID II) en ziet toe op de naleving van afdeling 4.2.3 van de Wet op het financieel toezicht, in het bijzonder artikel 4:24 van de Wft.

Op welke ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

De Richtsnoeren zijn van toepassing op:

- beleggingsondernemingen;
- kredietinstellingen die beleggingsdiensten verrichten; en
- icbe-beheermaatschappijen wanneer deze de beleggingsdiensten verrichten in de vorm van individueel vermogensbeheer of beleggingsadvies (als bedoeld in artikel 6, lid 3, onder a) en b), van de icbe-richtlijn).

Op welke datum treden de richtsnoeren in werking?

Deze richtsnoeren gelden sinds 3 januari 2017.

Richtsnoeren kredietwaardigheidsbeoordeling, achterstallige betalingen en gedwongen verkoop (EBA)

EBA heeft op 19 augustus 2015 de richtsnoeren over kredietwaardigheidsbeoordelingen en achterstallige betalingen en gedwongen verkoop gepubliceerd. Deze richtsnoeren gelden per 21 maart 2016.

Implementatie hypotheekrichtlijn

De richtsnoeren ondersteunen de nationale implementatie van de hypotheekrichtlijn en zorgen voor een uniforme uitvoering van de richtlijn door alle EU-lidstaten. De richtsnoeren leggen uit aan welke eisen de kredietwaardigheidsbeoordeling door kredietverleners moet voldoen en hoe kredietverleners met achterstallige betalingen en gedwongen verkoop moeten omgaan.

Richtsnoeren kredietwaardigheidsbeoordelingen

Richtsnoeren achterstallige betalingen en gedwongen verkoop

Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?

De AFM houdt toezicht op deze richtsnoeren met het toezicht op de naleving van de relevante gedragsregels uit deel 4 van de Wet op het financieel toezicht (Wft). De gedragsregels in de Wft blijven in lijn met de door EBA ontwikkelde richtsnoeren, voor zover ze dat niet al zijn, bij de verdere implementatie van de hypotheekrichtlijn in de Nederlandse wetgeving.

De betreffende richtsnoeren gelden voor kredietinstellingen.

Richtsnoeren nationale lijsten betaalrekeningsdiensten (EBA)

EBA heeft op 18 maart 2015 richtsnoeren over nationale lijsten met betaalrekeningdiensten gepubliceerd. Hieruit volgen een aantal verplichtingen voor bevoegde nationale toezichthouders.

EU Payments Accounts Directive (PAD)


De richtsnoeren zijn een eerste stap in de ontwikkeling van een gestandaardiseerde terminologie in de hele EU op het gebied van betaalrekeningdiensten. Ze zijn ontwikkeld in het kader van de EU Payments Accounts Directive (PAD) en geleiden de bevoegde autoriteiten in EU-lidstaten in de ontwikkeling van voorlopige lijsten van de meest representatieve aan een betaalrekening verbonden diensten waarvoor een vergoeding in rekening wordt gebracht.

Op wie zijn de richtsnoeren van toepassing?

De richtsnoeren zijn niet rechtstreeks van toepassing op ondernemingen, maar op de bevoegde toezichthoudende autoriteiten van EU-lidstaten. De AFM is op het gebied van deze richtsnoeren de bevoegde autoriteit in Nederland.

Richtsnoeren voorschriften financiële verslaggeving (ESMA)

Deze richtsnoeren zijn op 29 december 2014 in werking getreden. Met als doel om op het gebied van het toezicht op de financiële verslaggeving van ondernemingen met aan de beurs genoteerde aandelen of obligaties, een consistente, doelmatige en doeltreffende toezichtpraktijk in Europa tot stand te brengen en waarborgen van een gemeenschappelijke, uniforme en consistente toepassing van het recht van de Unie.

Waarborgen internationale verslaggevingstandaarden


Overweging 16 van de IAS-verordening, geeft aan dat, op grond van artikel 10 van het Verdrag, de lidstaten verplicht zijn om een passend en rigoureus handhavingsstelsel op te zetten om de nakoming van internationale verslaggevingstandaarden voor de jaarrekening te waarborgen. De totstandbrenging van een goed en strikt handhavingsregime draagt bij aan een versterking van het vertrouwen van beleggers in de financiële markten en een vermijding van toezichtarbitrage.

Richtsnoeren voorschriften financiële verslaggeving

Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?

De AFM past deze richtsnoeren toe in het toezicht op de financiële verslaggeving dat zij krachtens de Wet Toezicht Financiële Verslaggeving uitoefent. In dit toezicht beoordeelt de AFM of de financiële verslaggeving overeenkomstig de verslaggevingsvoorschriften is opgesteld en treft zij zo nodig maatregelen om de naleving van bedoelde voorschriften af te dwingen. Naar verwachting zal de toepassing van deze richtsnoeren geen tot weinig wijzigingen in het toezicht op de financiële verslaggeving tot gevolg hebben.

Op welke ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

De richtsnoeren zijn niet rechtstreeks van toepassing op ondernemingen maar op de bevoegde toezichthoudende autoriteiten van de EER-lidstaten voor zover de transparantierichtlijn in deze lidstaten van toepassing is. De AFM is zo’n bevoegde autoriteit.

 

Richtsnoeren rapportageverplichtingen AIFMD (ESMA)

Deze richtsnoeren zijn bedoeld om te zorgen voor de gemeenschappelijke, uniforme en consistente toepassing van de rapportageverplichtingen aan nationale bevoegde toezichthoudende autoriteiten die voortvloeien uit artikel 3, lid 3, onder d), en artikel 24, leden 1, 2 en 4,van de AIFM-Richtlijn 2011/61/EU (Alternative Investment Fund Managers Directive - AIFMD) en artikel 110 van AIFM-Verordening nr. 231/2013 tot uitvoering van de AIFMD.

Hoe past de AFM de richtsnoeren toe in haar toezicht?

De AFM past deze richtsnoeren toe bij haar toezicht op de naleving van de relevante gedragsregels uit Deel 4 van de Wet op het financieel toezicht. DNB past deze richtsnoeren toe bij haar toezicht op de naleving van de relevante regels in het kader van prudentieel toezicht uit Deel 3 van de Wet op het financieel toezicht.

Richtsnoeren voor rapportageverplichtingen - AIFMD

Op welke financiële ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

Deze richtsnoeren gelden voor bevoegde autoriteiten AFM en DNB en verstrekken uitleg over de informatie die beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen aan de nationale bevoegde autoriteiten moeten rapporteren, het tijdschema voor deze rapportages en de procedure die moet worden gevolgd wanneer abi-beheerders van de ene rapportageverplichting overstappen op een andere.

De onderhavige richtsnoeren zijn van toepassing op beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (abi’s). Dit betreft ofwel een externe beheerder ofwel, indien de rechtsvorm van de abi intern beheer toestaat en het besturend orgaan van de abi ervoor kiest geen externe abi-beheerder aan te stellen, de abi zelf.

Deze richtsnoeren zijn van toepassing per 8 oktober 2014.