Go to content
""
Artikel 02/02/26

Een koopkrachtig of stabiel pensioen? Wees eerlijk over wat je nastreeft

Welke fundamentele keuzes maak je als pensioenuitvoerder bij de vormgeving van de uitkeringsfase? Streef je naar het jaarlijks kunnen verhogen van pensioenuitkeringen van gepensioneerde deelnemers? Met als gevolg: een grotere kans op koopkrachtbehoud, maar ook op verlaging van de pensioenuitkering. Of streef je primair naar het voorkomen van verlagingen, met dus een kleine (of zelfs geen) kans op koopkrachtbehoud. Communiceer daarover richting je deelnemers, en doe dat op een duidelijke en evenwichtige manier.

In het artikel 'Voorkom teleurstellingen: wees transparant over koopkrachtbehoud in nieuwe regeling' (Transitiebulletin, juli 2025) riep de AFM pensioenuitvoerders op om deelnemers te informeren over de verwachte mate van koopkrachtbehoud in de uitkeringsfase. Ook wijzen we regelmatig op transparantie over de mogelijkheid van verlagingen. Wij zien momenteel in ons onderzoek naar (concept)transitieoverzichten dat pensioenuitvoerders hier nog stappen in moeten zetten.

Uitruil tussen koopkrachtbehoud en stabiliteit

Er is geen gratis geld. Wil je dat pensioenen in het nieuwe stelsel kunnen stijgen met de inflatie (koopkrachtbehoud), dan moet je dat ergens uit financieren. Dat kan onder andere door te starten met een lagere pensioenuitkering (aanpassen van het projectierendement). En door risico te nemen bij het doorbeleggen van het kapitaal van gepensioneerden (met kans op verlagingen van de uitkering van tijd tot tijd). Pensioenfondsen met een solidaire premieregeling kiezen nu vooral voor het nemen van beleggingsrisico in de uitkeringsfase en de inzet van de solidariteitsreserve om nominale verlagingen (die voortkomen uit het nemen van risico) te voorkomen. Daarbij blijft echter een daling van de pensioenuitkering mogelijk als het langdurig economisch tegenzit. Schets daarom niet het beeld dat de solidariteitsreserve in alle gevallen dalingen van de pensioenuitkering voorkomt. 

Leg keuzes uit

In het kader van uitlegbaarheid is het belangrijk dat je als pensioenuitvoerder transparant bent naar deelnemers over de gemaakte keuzes en wat dit betekent voor hen. Dat helpt bij het voorkomen van teleurstellingen achteraf. In haar onderzoek naar (concept)transitieoverzichten ziet de AFM soms passages terug die de indruk wekken dat kortingen niet aan de orde zijn, door bijvoorbeeld te spreken over een ‘stabiel pensioen’. Ook ziet de AFM dat in sommige gevallen wordt gesproken over een nominaal stabiel en tegelijkertijd koopkrachtig pensioen. Dat gaat niet samen.

Oude stelsel

We zien dat pensioenfondsen in het transitiejaar de pensioenuitkering vaak eenmalig verhogen door het uitdelen van de buffers. Daar staat tegenover dat die pensioenuitkering met grote kans de inflatie de eerstvolgende jaren niet kan bijbenen, ook omdat het spreidingsvermogen nog niet is gevuld. Wees ook daar open en eerlijk over om voorzienbare teleurstellingen te voorkomen. Overigens was de kans op verlagingen en koopkrachtverlies er ook in het oude stelsel. Teleurstellingen over het uitblijven van verwachte indexaties hebben in het verleden geleid tot verlies van vertrouwen. De overgang naar het nieuwe pensioenstelsel is een kans om dit te voorkomen en vanaf de start eerlijk te zijn over wat deelnemers van hun pensioenuitkering mogen verwachten.

Contact bij dit artikel

AFM

Wilt u het laatste nieuws van de AFM ontvangen?

Schrijft u zich dan in voor onze nieuwsbrief, dan houden wij u op de hoogte.