Go to content
tekstballonnetje gevormd door groep mensen
Artikel 21/04/26

Vijf vragen over koopkracht versus stabiliteit

De AFM vraagt dit jaar veel aandacht voor communicatie over de uitkeringsfase. Sommige pensioenuitvoerders kiezen voor een nominaal stabiele uitkering; andere vinden koopkrachtbehoud (met vergrote kans op dalingen) belangrijker. Vijf vragen over het waarom van die aandacht.

1.    De kernvraag: waarom vindt de AFM dit zo’n belangrijk onderwerp?

‘We willen voorzienbare teleurstellingen bij deelnemers voorkomen. Natuurlijk doen de meeste pensioenuitvoerders er veel aan om dalingen in de uitkeringsfase op te vangen. Maar uit berekeningen blijkt duidelijk dat de kans dat pensioengerechtigden een (forse) daling meemaken, reëel is. En die kans is des te groter als je risicovol doorbelegt in de uitkeringsfase. Dat doorbeleggen heeft ook een voordeel: het rendement is naar verwachting hoger waardoor de kans groter is dat de pensioenuitkering de inflatie bijhoudt. Voorzichtig beleggen daarentegen maakt de kans op koopkrachtbehoud minder groot. Deelnemers moeten weten voor welke strategie hun pensioenfonds gekozen heeft en hoe dat uitpakt voor hun pensioen. We merken dat pensioenuitvoerders in hun communicatie vaak vooral gericht zijn op het geruststellen van deelnemers. Begrijpelijk, maar je communicatie moet wel realistisch zijn. Ook hier geldt: leg je beleid dat je voert op begrijpelijke wijze uit aan je deelnemer.

2.    Waarom komen we er nú mee?

We hebben ons vorig jaar vooral gericht op de transitie, meer specifiek: op de transitieoverzichten. We richten ons nu steeds meer op de structurele fase na de pensioentransitie. Transparantie over koopkracht versus stabiliteit speelt natuurlijk ook in de transitie, maar is vooral iets waarover pensioenuitvoerders in de structurele fase blijvend moeten communiceren met hun deelnemers. We gaan in de toekomst ook onderzoeken hoe ze dat doen.

3.    Speelt de onzekere geopolitieke situatie ook een rol? Dat het risico loert dat de beleggingen van pensioenuitvoerders fors in waarde dalen.

Ja, uiteindelijk speelt bij beleggingen de geopolitieke situatie en de gevolgen daarvan op de financiële markten altijd  een rol. Dat is ook waarom het zo belangrijk is om het beleid dat je voert te doorleven in verschillende scenario’s. En niet uit te gaan van gemiddelden op de lange termijn, maar te kijken wat een uitkering kan doen op maatmensniveau. Dus wat betekent een flinke achteruitgang op de beurs voor maatmens a, b en c op jaarbasis over verschillende jaren? Is je gevoerde beleid en je communicatie daarover dan voor deze verschillende maatmensen voldoende begrijpelijk geweest?   

4.    Staan pensioenuitvoerders open voor dit punt?

Ja. We merken in gesprekken met pensioenuitvoerders dat onze aandacht voor koopkracht en stabiliteit weerklank vindt. Ze herkennen het risico en passen hun communicatie aan. We zien echt goede voorbeelden van pensioenfondsen die uitleggen aan deelnemers welke keuzes ze op dit terrein hebben gemaakt en waarom. Ze leggen ook eerlijker uit dat de solidariteitsreserve verlagingen deels kan opvangen, maar dat in extreme situaties nog steeds grote verlagingen mogelijk zijn.

5.    Maar in het FTK was er toch ook een kans op korten? Daarover communiceerden pensioenuitvoerders zelden. 

Dat klopt. Toen de dekkingsgraden fors daalden, moesten veel pensioenfondsen een herstelplan indienen bij DNB en korten op pensioenaanspraken. Dat heeft toen tot veel onrust geleid. We hebben nu de kans om deelnemers met de juiste verwachtingen het nieuwe pensioenstelsel in te laten gaan. Dat is essentieel voor het vertrouwen en om voorzienbare teleurstellingen te voorkomen.

Contact bij dit artikel

AFM

Wilt u het laatste nieuws van de AFM ontvangen?

Schrijft u zich dan in voor onze nieuwsbrief, dan houden wij u op de hoogte.