Terug

Wat zijn de indicatoren op basis waarvan gemeld moet worden?

In de bijlage bij artikel 4 van het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 staat de lijst met indicatoren op grond waarvan gemeld moet worden. De indicatorenlijst onderscheidt objectieve en subjectieve indicatoren:

Objectieve indicator

Transacties van of ten behoeve van een (rechts)persoon die woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft in een staat die op grond van artikel 9 van de vierde anti-witwasrichtlijn in gedelegeerde handelingen van de Europese Commissie is aangewezen als een staat met een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme.  

Subjectieve indicator

Transacties waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat ze verband kunnen houden met witwassen of financiering van terrorisme. In de leidraad staan voorbeelden van omstandigheden die kunnen duiden op een ongebruikelijke transactie.

Het ligt in de rede dat transacties die in verband met witwassen of financieren van terrorisme aan politie of Openbaar Ministerie worden gemeld, ook aan de FIU-Nederland worden gemeld; er is immers de veronderstelling dat deze transacties verband kunnen houden met witwassen of financieren van terrorisme.

Een verrichte ongebruikelijke transactie kan ook als ‘incident’ in de zin van artikel 1 BGfo kwalificeren. Het is aan de instelling om een inschatting te maken of de ongebruikelijke transactie als incident kwalificeert. Beheerders van beleggingsinstellingen voor zover zij rechten van deelneming aan niet-professionele beleggers aanbieden, (beheerders en bewaarders van) icbe’s, pensioenbewaarders, beleggingsondernemingen en financiëledienstverleners zijn verplicht om incidenten onverwijld bij de AFM te melden.

 



Naar alle veelgestelde vragen