Terug

Wat zijn de indicatoren op basis waarvan gemeld moet worden?

In de bijlage van artikel 4 van het Uitvoeringsbesluit van de Wwft staat de lijst met indicatoren op grond waarvan gemeld moet worden. De indicatorenlijst onderscheidt objectieve en subjectieve indicatoren:

  • objectieve indicatoren
    Voorbeelden van objectieve indicatoren zijn: contante wisseltransacties met een waarde van 15.000 euro of meer, en transacties met aangewezen landen.
    |
  • subjectieve indicatoren
    Transacties waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat ze verband kunnen houden met witwassen of financiering van terrorisme.

Transacties die in verband met witwassen aan politie of Openbaar Ministerie worden gemeld, moeten ook aan het FIU worden gemeld.

Overigens zijn beleggingsinstellingen, beleggingsondernemingen en financiëledienstverleners in bijna alle gevallen verplicht om het feit dat zij een MOT-melding hebben gedaan bij het FIU, onverwijld als incident te melden bij de AFM. Deze plicht volgt uit respectievelijk artikel 19, derde lid, artikel 24, derde lid, en artikel 29, derde lid, Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft.

Nieuw is dat een melding dient plaats te vinden wanneer het cliëntenonderzoek niet de door de wet voorgeschreven gegevens heeft opgeleverd, en indien er 'indicaties' zijn van betrokkenheid bij witwassen of terrorismefinanciering. Ook wanneer een bestaande cliëntrelatie wordt beëindigd omdat niet alle door de wet voorgeschreven gegevens worden verkregen en deze 'indicaties' er zijn, dient een melding plaats vinden. In deze gevallen moet bij de melding ook worden aangegeven waarom het cliëntenonderzoek is mislukt.



Naar alle veelgestelde vragen