Terug

$name

Veelgestelde vragen voor Artikel 2:2 NRgfo

Is artikel 2:2 Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft van toepassing op een fictief rekenrendement dat ik hanteer in de offerte van mijn (hypotheek)product?

Ja. Als een financiëledienstverlener een fictief rekenrendement hanteert, verstrekt hij informatie over een toekomstig rendement. Richting de consument wordt een fictief rekenrendement namelijk gebruikt als prognose. Aan de hand van dit rendement wordt, uitgaande van een beoogd eindkapitaal, de maandelijkse inleg voor het betreffende product berekend.

Artikel 2:2, lid 2, NRgfo bepaalt dat informatie over een toekomstig rendement als bedoeld in artikel 52, lid 5 of 6, Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (‘Bgfo’) wordt berekend conform het opbrengstscenario bedoeld in artikel 3:9, lid 1, sub a, b of c, Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (‘NRgfo’) dan wel een rendement op basis van een eigen berekening, welk rendement het opbrengstscenario als bedoeld in artikel 52, lid 1, Bgfo niet overschrijdt. Voor de berekening van het toekomstig rendement moet de financiëledienstverlener dus een keuze maken uit de drie scenario’s als bepaald in artikel 3:9, lid 1, NRgfo, namelijk een rendement op basis van een historisch, 4% of een pessimistisch scenario. Bij wijze van alternatief mag een aanbieder een volgens eigen techniek berekend rendement weergeven, zij het dat dit rendement nooit gunstiger mag zijn dan het verplichte historische opbrengstscenario (Toelichting op artikel 2:2 NRgfo). Hieruit volgt dat er een keuze gemaakt moet worden voor de berekening van het toekomstig rendement.

De consument die overweegt een complex product te kopen zal zich aan de hand van een concrete op zijn wensen afgestemde offerte voor het laatst kunnen informeren over onder andere rendement, risico’s en kosten. Ook voor deze ‘laatste’ informatie geldt uiteraard de basisnorm dat de verschafte informatie inhoudelijk juist, begrijpelijk, niet misleidend moet zijn en geen afbreuk mag doen aan overige verplichte informatieverstrekking aan de consument. Ten einde de financiëledienstverleners zo veel mogelijk ruimte te laten voor de inrichting van offertes voor complexe producten, is ervoor gekozen te volstaan met de verplichting inzake rendementen aan te sluiten bij opbrengstscenario’s zoals al verplicht in de financiële bijsluiter. Daartoe strekken dan ook hoofdzakelijk de betreffende regels (Algemene Toelichting op de NRgfo).

Stuur deze vraag door

Op welke wijze moet ik incidentele kosten weergegeven?

Volgens artikel 52, lid 5 en 6, Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (‘Bgfo’) verstrekt de financiëledienstverlener informatie over de belangrijkste kosten van dat product als hij informatie verstrekt over een historisch of toekomstig rendement. De systematiek, berekeningswijze en de presentatie van kosten in de offerte moet gelijk zijn aan die van de ‘maatmens’-financiële bijsluiter, tenzij de financiëledienstverlener uitdrukkelijk aangeeft dat hiervan wordt afgeweken. Het is echter wel toegestaan dat de financiëledienstverlener de kosten in cumulatieve vorm verstrekt. Op welke wijze een financiëledienstverlener incidentele kosten moet weergeven wordt niet voorgeschreven. Wel moet de ‘maatmens’-financiële bijsluiter een goede afspiegeling zijn van het product. Dit geldt ook voor de incidentele kosten in de financiële bijsluiter.

Toelichting:
Het ligt volgens de toelichting op artikel 60, lid 1, sub q, Bgfo voor de hand dat een levensverzekeraar bij het toelichten van de invloed van de kosten op het rendement en de uiteindelijke uitkering van een ‘complexe’ levensverzekering, de voor de ‘maatmens’-financiële bijsluiter voorgeschreven systematiek volgt, of uitdrukkelijk aangeeft dat hiervan wordt afgeweken. Worden de voorschriften over deze systematiek, berekeningswijze en presentatie niet gevolgd, dan zal de informatie al snel misleidend zijn en/of afbreuk doen aan de informatie die de financiëledienstverlener op grond van de Wet op het financieel toezicht en onderliggende regelingen aan de consument moet verstrekken, in het bijzonder de verplichting om een actuele ‘maatmens’-financiële bijsluiter op te stellen en beschikbaar te houden. De informatie mag niet tot verwarring leiden bij de consument ten aanzien van de aard en inhoud van de informatie en mag ook niet tot gevolg hebben dat de informatie voor de consument onvergelijkbaar wordt met andere informatie over complexe producten, omdat de maker van de gepersonaliseerde informatie een andere systematiek, rekenmethode of wijze van presentatie volgt.

Stuur deze vraag door

Kan ik in de offerte volstaan met het noemen van het standaardvoorbeeldrendement en een eigen rendement of moet ook het pessimistisch en historisch rendement worden weergegeven?

Artikel 2:2, lid 2, NRgfo bepaalt dat informatie over een toekomstig rendement als bedoeld in artikel 52, lid 5 of 6, Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (‘Bgfo’) wordt berekend conform het opbrengstscenario bedoeld in artikel 3:9, lid 1, sub a, b of c, Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (‘NRgfo’) dan wel een rendement op basis van een eigen berekening, welk rendement het opbrengstscenario als bedoeld in artikel 52, lid 1, Bgfo niet overschrijdt. Voor de berekening van het toekomstig rendement moet de financiëledienstverlener dus een keuze maken uit de drie scenario’s als bepaald in artikel 3:9, lid 1, NRgfo, namelijk een rendement op basis van een historisch, 4% of een pessimistisch scenario. Bij wijze van alternatief mag een aanbieder een volgens eigen techniek berekend rendement weergeven, zij het dat dit rendement nooit gunstiger mag zijn dan het verplichte historische opbrengstscenario (Toelichting op artikel 2:2 NRgfo). Hieruit volgt dat er een keuze gemaakt moet worden voor de berekening van het toekomstig rendement.

De consument die overweegt een complex product te kopen zal zich aan de hand van een concrete op zijn wensen afgestemde offerte voor het laatst kunnen informeren over onder andere rendement, risico’s en kosten. Ook voor deze ‘laatste’ informatie geldt uiteraard de basisnorm dat de verschafte informatie inhoudelijk juist, begrijpelijk, niet misleidend moet zijn en geen afbreuk mag doen aan overige verplichte informatieverstrekking aan de consument. Ten einde de financiëledienstverleners zo veel mogelijk ruimte te laten voor de inrichting van offertes voor complexe producten, is ervoor gekozen te volstaan met de verplichting inzake rendementen aan te sluiten bij opbrengstscenario’s zoals al verplicht in de financiële bijsluiter. Daartoe strekken dan ook hoofdzakelijk de betreffende regels (Algemene Toelichting op de NRgfo).

Stuur deze vraag door

Op welk rendementspercentage moet de informatie over kosten als bedoeld in artikel 2:2, lid 3, Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft gebaseerd zijn?

De informatie over kosten moet gebaseerd zijn op het rendementspercentage dat gebruikt wordt bij het historisch en het toekomstig rendement als bedoeld in artikel 2:2, lid 1 en 2, Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (‘NRgfo’). Informatie over de kosten, bedoeld in artikel 52, lid 5 of 6, Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft, wordt verstrekt in absolute getallen indien de aanbieder van het complexe product de rendementen bedoeld in het  lid 1 en 2 in absolute getallen weergeeft dan wel in percentages indien de dienstverlener de rendementen in percentages weergeeft. De informatie over de kosten wordt verstrekt in cumulatieve vorm (artikel 2:2, lid 3, NRgfo).

Stuur deze vraag door

Hoeveel rendementen mag ik maximaal opnemen in mijn offerte (voorafgaande informatie) voor een complexe product?

In de offerte voor een complex product mogen op basis van artikel 2:2 Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (‘NRgfo’) maximaal twee rendementen worden opgenomen: het historisch rendement zoals bedoeld in artikel 2:2, lid 1, NRgfo en het toekomstig rendement zoals bedoeld in artikel 2:2, lid 2, NRgfo. De Autoriteit Financiële markten gaat er echter mee akkoord dat:

  • De verzekeraars in afwijking van het bepaalde in artikel 2:2 NRgfo de Code Rendement en Risico volgen als het gaat om het aantal rendementen in de precontractuele informatie over complexe producten.
  • De overige marktpartijen in afwijking van het bepaalde in artikel 2:2 NRgfo meer dan twee rendementen opnemen in de precontractuele informatie over complexe producten.
Stuur deze vraag door