Terug

Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (NRgfo)

Veelgestelde vragen over Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (NRgfo)

Zijn de onderdelen uit hoofdstuk 2 Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft verplicht voor mijn product?

De onderdelen uit hoofdstuk 2 Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (‘NRgfo’) zijn verplicht als een financiëledienstverlener informatie over een complex product als bedoeld in artikel 52 Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (‘Bgfo’) verstrekt. In dat geval moet een financiëledienstverlener voor zover van toepassing de informatie als bedoeld in artikel 2:1 en 2:2 NRgfo geven.

Stuur deze vraag door

Wordt er voor de toepassing van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft en de Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft onderscheid gemaakt tussen winstdelende en niet-winstdelende verzekeringen?

Nee. Volgens artikel 1, sub d, Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (‘Bgfo’) valt een niet-winstdelende verzekering onder de definitie van een complex product als het gaat om een levensverzekering, anders dan de verzekering waarbij de verplichting van de aanbieder tot het doen van een uitkering of een reeks uitkeringen alleen dan ontstaat, indien het overlijden van degene op wiens leven de verzekering betrekking heeft plaatsvindt voor de in de polis genoemde datum. Onder deze definitie valt ook een niet-winstdelende verzekering. In het Bgfo en de Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (‘NRgfo’) wordt geen onderscheid gemaakt tussen winstdelende en niet-winstdelende verzekeringen.

Stuur deze vraag door

Is een tijdelijke overlijdensrisicoverzekering met (gedeeltelijke) premierestitutie een complex product? Zo ja, is het een opbouwproduct?

Ja. Een tijdelijke overlijdensrisicoverzekering met (gedeeltelijke) premierestitutie valt onder de definitie van een complex product. Het gaat namelijk om een levensverzekering, anders dan de verzekering waarbij de verplichting van de aanbieder tot het doen van een uitkering of een reeks uitkeringen alleen dan ontstaat, indien het overlijden van degene op wiens leven de verzekering betrekking heeft plaatsvindt voor de in de polis genoemde datum (artikel 1, sub d, Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft). Een tijdelijke overlijdensrisicoverzekering met (gedeeltelijke) premierestitutie is een opbouwproduct. Het gaat namelijk om een complex product, dat wordt aangewend om een kapitaal te doen groeien (artikel 1:1, sub o, Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft).

Stuur deze vraag door

Moet ik als tussenpersoon een risico-indicator opnemen op mijn website als ik reclame maak voor complexe producten?

Ja. Als een financiëledienstverlener, in een reclame-uiting informatie verstrekt over een complex  product, verstrekt hij daarbij tevens informatie over de belangrijkste financiële risico’s van dat product, die onder meer inzichtelijk worden gemaakt door een risico-indicator (artikel 52 Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft en artikel 2:1 Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft).

Stuur deze vraag door

Wat wordt verstaan onder een reclame-uiting?

Onder een reclame-uiting wordt verstaan iedere vorm van informatieverstrekking die dient ter aanprijzing of een wervend karakter kent ter zake van een bepaalde financiële dienst of een bepaald financieel product (artikel 1:1 Wet op het financieel toezicht).

Stuur deze vraag door

Wat is de juiste aanduiding: risico-indicator of risicometer?

In de Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (‘NRgfo’) en het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (‘Bgfo’) is de aanduiding ‘risico-indicator’ opgenomen. In de informatie die bestemd is voor de consument moet een financiëledienstverlener de aanduiding ‘risicometer’ opnemen.

Stuur deze vraag door

Wordt met een ‘recht van deelneming in beleggingsinstellingen’ en een ‘recht van deelneming’ hetzelfde bedoeld?

Nee, in het algemeen niet, maar in artikel 3:6 lid 3, en 3:7 lid 3, Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft wordt met ‘recht van deelneming’ wel bedoeld ‘recht van deelneming in een beleggingsinstelling’.

Stuur deze vraag door