Terug

Is er bestuursrechtelijke jurisprudentie over mystery shoppen?

Ja. Er zijn twee uitspraken, New World Investments (Rechtbank Amsterdam 18 oktober 2001 (kort geding) en Rechtbank Rotterdam 14 april 2003, www.rechtspraak.nl LJN: AF7601 ) en Les Amis de France (Rechtbank Rotterdam 27 april 2006, LJN: AW9671 en College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) 7 juni 2007, LJN BA7443).

In de eerste zaak deed een AFM-medewerker zich voor als geïnteresseerde bezoeker van een website. In antwoord op een vraag van deze medewerker stuurde NWI een brief waarin zij aangaf een inschrijfformulier toe te zullen sturen. De rechtbank oordeelde dat het gebruik van deze brief voor het bewijs van de voortdurende overtreding van de aanwijzing ‘geenszins ontoelaatbaar’ was.

In de tweede zaak deed een AFM-medewerkster zich voor als een particulier belegger, en stuurde een e-mail met een verzoek om informatie. In de toegezonden brochure stond: 'Deelname vanaf € 50.000,-, andere inleg mogelijk'. De medewerkster stuurde daarop een e-mail waarin zij aangaf dat zij ongeveer € 25.000,- kon investeren en vroeg of zij toch kon deelnemen. Daarop werd geantwoord dat over de hoogte van het deelnamebedrag altijd overeenstemming te bereiken was. Zowel Rechtbank als CBb oordeelden dat het handelen van de AFM-medewerkster niet als uitlokking kon worden aangemerkt. Ook zonder haar optreden was het, gelet op de inhoud van de brochure, mogelijk om voor een lager bedrag dan € 50.000,- participaties te kopen. Evenmin had de AFM “enige rechtsregel overtreden door in het kader van haar taakverrichting anoniem nadere informatie bij appellant op te vragen”.



Naar alle veelgestelde vragen