Terug

MiFID - Informatieverstrekking

Veelgestelde vragen voor MiFID - Informatieverstrekking

Op welke wijze dient invulling te worden gegeven aan de verplichting om een evaluatie- en vergelijkingsmethode te gebruiken?

Zowel bij de informatieverstrekking aan cliënten over de beleggingsonderneming en haar diensten (artikel 58b Bgfo) alsmede bij de rapportage aan cliënten met betrekking tot vermogensbeheer (artikel 70 Bgfo) wordt gesproken over een evaluatie- en vergelijkingsmethode.

De beleggingonderneming is verplicht om bij het beheren van een individueel vermogen een geschikte evaluatie en vergelijkingsmethode vast te stellen en hierover pre-contractuele informatie aan de cliënt te verstrekken alsmede deze in een vermogensbeheerrapportage op te nemen. Niet verplicht is om altijd de vorm van een benchmark te kiezen. Aan de cliënt kan dus niet de keuze worden aangeboden om geen evaluatie- of vergelijkingsmethode te gebruiken, wel om geen benchmark te gebruiken, maar een andere evaluatie- of vergelijkingsmethode. In ieder geval moet de belegger voor wie de dienst wordt verricht, in staat worden gesteld met de evaluatie- en vergelijkingsmaatstaf de prestaties van de onderneming te beoordelen in relatie met de beleggingsdoelstellingen en de soorten financiële instrumenten in de portefeuille.

Stuur deze vraag door

Op welke wijze dient invulling gegeven te worden aan de aanvullende rapportageverplichting met betrekking tot transacties waarbij een voorwaardelijke verplichting wordt aangegaan?

In artikel 71 Bgfo is bepaald dat indien een beleggingsonderneming in het kader van het beheer van een individueel vermogen voor een niet-professionele belegger transacties verricht of een beleggingsrekening beheert waarbij sprake is van een ongedekt open positie als gevolg van een transactie waarbij een voorwaardelijke verplichting is aangegaan, de beleggingsonderneming deze cliënt tevens in kennis stelt van (nog niet gerealiseerde) verliezen die uitstijgen boven een van tevoren tussen de beleggingonderneming en de cliënt overeengekomen drempel.
De kennisgeving, zoals hierboven bedoeld geschiedt uiterlijk aan het einde van de werkdag waarop de drempel wordt overschreden of wanneer de drempel op een dag die geen werkdag is wordt overschreden, aan het einde van de eerstvolgende werkdag.

De beleggingsonderneming is vrij om te bepalen op welke wijze invulling wordt gegeven aan deze bepaling. Aansluiting zou bijvoorbeeld kunnen worden gezocht bij de oude bepaling inzake publieksmargin (artikel 6:7 Nrgfo, die per 1 november 2007 komt te vervallen).

De wijze waarop de voorgeschreven informatie moet worden verstrekt wordt geregeld in artikel 49a van het Bgfo. Hieruit volgt dat de kennisgeving van (nog niet gerealiseerde) verliezen die uitstijgen boven een van tevoren tussen de beleggingonderneming en de cliënt overeengekomen drempel op een duurzame drager moet worden verstrekt. De kennisgeving houdt dus een actieve rapportageverplichting vanuit de instelling naar de cliënt toe in.

De informatieverplichting in artikel 71 Bgfo is een aanvulling op de saldibewakingsplicht in:

  • Artikel 85 Bgfo (verbod voor beleggingsonderneming om onder bepaalde omstandigheden transacties te verrichten); en 
  • Artikel 86 Bgfo (verplichting voor beleggingsonderneming om er op toe te zien dat de saldi toereikend zijn en om ervoor te zorgen dat de cliënt zonodig zekerheden stelt).
Stuur deze vraag door