Terug

Geldt de verplichting om bij de uitvoering van orders van cliënten het best mogelijke resultaat te behalen ook voor OTC-instrumenten?

Artikel 4:90b, eerste en tweede lid, van de Wft bepalen dat de verplichting om bij de uitvoering van orders van cliënten het best mogelijke resultaat te behalen door de beleggingsonderneming moet worden vastgelegd in een orderuitvoeringsbeleid. Het orderuitvoeringsbeleid omvat vervolgens voor elke klasse van financiële instrumenten informatie over de plaatsen van uitvoering en de factoren die de keuze van de plaats van uitvoering beïnvloeden.

Voorts worden financiële instrumenten gedefinieerd in artikel 1:1 van de Wft, hieronder vallen ook OTC-instrumenten.

Overweging 70 uitvoeringsrichtlijn MiFID* stelt dat de verplichting om bij de uitvoering van orders van cliënten het best mogelijke resultaat te behalen voor alle soorten financiële instrumenten geldt, dus ook voor OTC-instrumenten. Als nadere uitwerking wordt gegeven dat het gezien de onderling uiteenlopende structuren van markten en financiële instrumenten wel moeilijkheden kan opleveren om voor een optimale uitvoering een uniforme, voor alle categorieën instrumenten geldende, effectieve standaard en procedure vast te stellen. Daarom moeten de voorschriften voor een optimale uitvoering zodanig worden toegepast dat rekening wordt gehouden met het feit dat de omstandigheden per soort financieel instrument waarvoor een order wordt uitgevoerd, verschillen. Zo zijn transacties in een financieel OTC-instrument op maat in het kader van een bijzondere contractuele relatie die op de situatie van de cliënt en de beleggingsonderneming toegesneden is, vanuit het oogpunt van optimale uitvoering wellicht niet vergelijkbaar met transacties in aandelen die op gecentraliseerde plaatsen van uitvoering worden verhandeld.

In dit kader verwijst de AFM eveneens naar antwoord 7.3 alsmede de bijlage – European Commission response to CESR questions on scope van de CESR Q & A Best Execution under MiFID van eind mei 2007**. In deze bijlage wordt antwoord gegeven op de vraag of de best execution verplichtingen gelden voor ondernemingen die handelbare quotes afgeven en vervolgens handelen op deze prijzen.In haar reactie geeft de Europese Commissie aan dat bij de interpretatie van artikel 21 van de MiFID*** de aandacht moet zijn gericht op ‘het uitvoeren van orders voor hun cliënten’. Overweging 33 van de MiFID geeft een uitleg van het concept van het uitvoeren van orders voor rekening van cliënten, door aan te geven dat de best execution verplichting moet gelden voor de onderneming die contractuele verplichtingen of een zorplicht jegens de cliënt heeft. De Europese Commissie geeft voorts voorbeelden van situaties, waarin een beleggingsonderneming orders uitvoert voor rekening van cliënten en derhalve de best execution verplichting van toepassing is. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het uitvoeren van een cliëntenorder voor rekening van cliënten of het uitvoeren van een cliëntenorder tegen de eigen positie (voor eigen rekening, waaronder systematische internaliseren), waarbij de onderneming de beslissing neemt hoe de order wordt uitgevoerd. Daarnaast worden voorbeelden gegeven van transacties, waarbij een beleggingsonderneming in het algemeen geen orders uitvoert voor rekening van cliënten en derhalve geen best execution verplichting heeft jegens de cliënt.  


* Uitvoeringsrichtlijn nr. 2006/73/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 10 augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het Europese Parlement en de Raad.
** Q & A on best execution, referentie 07-320 van 29 mei 2007.
*** Richtlijn nr. 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten in financiële instrumenten



Naar alle veelgestelde vragen