Terug

Wanneer kwalificeert een uiting als een reclame-uiting voor goederenkrediet?

1) In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat er in beginsel sprake is van een reclame-uiting voor goederenkrediet wanneer eigenschappen van het krediet selectief zijn weergegeven en van deze weergave een wervend karakter uitgaat.

De AFM brengt dit algemene antwoord op deze algemene vraag terug tot twee concrete praktijkvoorbeelden. Ten aanzien van deze praktijkvoorbeelden wordt hieronder onderbouwd aangegeven of deze worden aangemerkt als reclame-uitingen voor goederenkrediet. Het is vervolgens aan marktpartijen zelf, in lijn met deze onderbouwing en de geldende wet- en regelgeving, andersoortige uitingen kwalificeren. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt immers bij de marktpartijen zelf. Het is de taak van de AFM om hier achteraf toezicht op te houden.

In artikel 1:1 Wet op het financieel toezicht(“Wft”) is reclame-uiting als volgt gedefinieerd: “Iedere vorm van informatieverstrekking die dient ter aanprijzing van of een wervend karakter kent ter zake van een bepaalde financiële dienst of een bepaald financieel product”. De toelichting op dit artikel verwijst naar de toelichting op de Wet financiële dienstverlening (“Wfd”). Deze laatste vermeldt dat reclame-uitingen er toe dienen om zowel bestaande als potentiële afnemers te interesseren voor bepaalde aangeboden diensten of producten. Daarnaast geeft de toelichting op het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (“BGfo”) nog aan dat het primaire “kenmerk van reclame-uitingen (…) de selectieve weergave [is] van de eigenschappen van een product en het wervende karakter dat deze informatie daardoor krijgt.” Hieruit volgt dat bezien moet worden welke eigenschappen van het financiële product in de uiting moeten worden weergegeven en vervolgens of daardoor een wervend karakter ontstaat.

Hieronder zijn twee reclame-uitingen opgenomen waarbij sprake is van een aanbod tot koop op afbetaling middels goederenkrediet. Goederenkrediet is in de Wft gedefinieerd als: “het aan een consument verschaffen van het genot van een roerende zaak, financieel instrument of beleggingsobject, dan wel het aan een consument of een derde ter beschikking stellen van een geldsom ter zake van het aan de consument verschaffen van het genot van een roerende zaak, financieel instrument of beleggingsobject, ter zake waarvan de consument gehouden is een of meer betalingen te verrichten; (…).” Hieruit volgt dat de roerende zaak die op afbetaling wordt gekocht tot de eigenschappen van het goederenkrediet behoort. Andere eigenschappen van het goederenkrediet kunnen bijvoorbeeld zijn: kredietlimiet, kredietsom, totale prijs van het krediet, maandlast, (effectief) rentepercentage, etc.

Reclame-uiting I

In reclame-uiting I worden de kredietsom, de maandlast en de roerende zaak genoemd. Dit zijn alle drie eigenschappen van het goederenkrediet, die selectief zijn weergegeven. De uiting dient ter aanprijzing van de televisie. Omdat de televisie een eigenschap is van het goederenkrediet, kent de uiting derhalve een wervend karakter ter zake van het goederenkrediet. Dit geldt ook voor de relatief lage maandlast, die wordt getoond in de reclame-uiting.

Reclame-uiting II

Reclame-uiting II dient in zijn geheel tot aanprijzing van de televisie en nu daar de aankoopprijs (lees: kredietsom) in is opgenomen, worden eigenschappen van het goederenkrediet selectief weergegeven. De reclame-uiting dient (nog steeds) ter aanprijzing van de televisie (een eigenschap van het goederenkrediet) en daarmee ook ter aanprijzing van het goederenkrediet zelf. De uiting kent derhalve een wervend karakter ter zake van het goederenkrediet. Dit maakt dat ook als er geen maandlast wordt genoemd, de uiting kwalificeert als een reclame-uiting over goederenkrediet.

2) Wanneer is er sprake van een weergave van eigenschappen van het goederenkrediet die niet selectief is?
Een weergave van eigenschappen die niet selectief is, impliceert een weergave van ‘alle’ eigenschappen van het krediet. Zie voor het antwoord op deze vraag ook het antwoord op vraag 4.

3) Is een kredietprospectus een reclame-uiting voor goederenkrediet?
Onder verwijzing naar hetgeen onder 2 is uiteengezet, zal een kredietprospectus niet snel kunnen worden aangemerkt als een document waarin de eigenschappen van het krediet selectief worden weergegeven. Het kredietprospectus heeft juist ten doel een volledig inzicht te bieden in ‘alle’ eigenschappen van het krediet. Daarnaast is AFM van mening dat er in beginsel geen wervend karakter uitgaat van een kredietprospectus. Derhalve zal een kredietprospectus waarschijnlijk niet als een reclame-uiting over krediet kwalificeren.

4) Kwalificeren uiting I en uiting II nog steeds als reclame-uiting voor krediet indien deze uitingen zijn opgenomen in een catalogus die bestemd is voor consumenten die reeds een krediet hebben afgesloten?
Ook het reclame maken voor het gebruikmaken van een bestaand krediet wordt aangemerkt als het reclame maken voor krediet, zoals is bedoeld onder 1.

Voorbeelden zijn hier in PDF-formaat te downloaden:



Naar alle veelgestelde vragen