Terug

Zijn er sancties op niet afleggen van de eed, of het niet naleven ervan?

Het niet naleven van de eed of belofte, of het niet afleggen ervan, kan consequenties hebben. Waar het gaat om beleidsbepalers of interne toezichthouders, kan dit van invloed zijn op hun geschiktheid. De AFM en/of DNB kunnen ook overgaan tot (her)toetsing (zie ook onder ‘Ben ik automatisch niet meer geschikt als ik de eed niet heb afgelegd of overtreed?').

Wanneer (andere) medewerkers de eed niet afleggen of overtreden, kan dit gevolgen hebben voor de integere en beheerste bedrijfsvoering van de vergunninghouder (art. 4:15a Wft). In geval van overtreding van deze bepaling, zal de toezichthouder bestuursrechtelijke maatregelen kunnen treffen, zoals het opleggen van een boete aan de onderneming. 

Toezicht op naleving van de eed en belofte die door individuele medewerkers is afgelegd (niet zijnde: personen die op geschiktheid worden getoetst) wordt gedaan door de financiële onderneming zelf en valt dus niet onder het toezicht van de AFM of DNB. Als een medewerker die de eed of belofte heeft afgelegd deze niet naleeft, kan de medewerker tuchtrechtelijk worden aangesproken. Voor bankmedewerkers kan dat bij Stichting Tuchtrecht Banken en voor anderen via het KiFid of Tuchtraad financiële dienstverlening.



Naar alle veelgestelde vragen