Terug

Caribisch Nederland - Gedragstoezicht

De veelgestelde vragen over Caribisch Nederland zijn verdeeld in onderstaande categorieën.

 

Veelgestelde vragen voor Caribisch Nederland - Gedragstoezicht

Welke gedragsregels zijn van toepassing op bijkantoren van banken of verzekeraars op de BES, waarvan het hoofdkantoor is gevestigd op Curaçao of St Maarten en die daar een vergunning hebben van de CBCS?

In beginsel moet ook elk bijkantoor voldoen aan de gedragsregels van de Wfm BES. Dit betreft bijvoorbeeld regels over de deskundigheid en betrouwbaarheid van bestuurders van het bijkantoor, de bedrijfsvoering en zorgvuldige behandeling van cliënten. De gedragsregels zijn van toepassing voor zover die betrekking hebben op activiteiten die het bijkantoor ook daadwerkelijk in de BES verricht (artikel 3:14 WfmBES).

Stuur deze vraag door

Valt een debetstand op een bankrekening, waarbij uiterlijk binnen een maand wordt afgelost, onder de regels van krediet? Moet hiervoor ook een formulier worden ingevuld waarbij informatie wordt ingewonnen over de financiële positie, risicobereidheid, kennis & ervaring en doelstelling?

Bij een debetstand die binnen een maand moet worden afgelost hoeft geen informatie ingewonnen te worden over de financiële positie, risicobereidheid, kennis & ervaring en doelstelling.

Wel moet de financiële dienstverlener de klant juist en duidelijk over deze kredietvorm informeren zodat de klant een goed oordeel kan vormen.

De financiële dienstverlener moet dan ook voldoen aan de regels met betrekking tot informatieverstrekking (artikel 5:3 Wfm BES), precontractuele informatie (artikel 5:4 Wfm BES) en de maximale kredietvergoeding (artikel 5:15 Wfm BES).

Stuur deze vraag door

Is er sprake van driedubbel toezicht, door de CBCS, DNB en AFM?

Nee, de CBCS blijft verantwoordelijk voor het toezicht op Curaçao en Sint Maarten.

DNB wordt in Caribisch Nederland verantwoordelijk voor onder andere het prudentiele toezicht op banken, verzekeraars en trustkantoren dat is gericht op de soliditeit van die instellingen en de stabiliteit van de financiële sector. Voor banken die alleen bijkantoren hebben in Caribisch Nederland, zal uitsluitend integriteitstoezicht worden uitgeoefend. Het overige toezicht zal door de CBCS worden verricht.

De AFM wordt in Caribisch Nederland onder andere verantwoordelijk voor het toezicht op bemiddelaars en adviseurs (en beleggingsinstellingen en effectenbeurzen, die er nu echter niet zijn).

Stuur deze vraag door

Welke handhavingsmaatregelen kan de AFM in Caribisch Nederland opleggen?

De AFM heeft bij overtredingen verschillende mogelijkheden tot het opleggen van een handhavingsmaatregel. De AFM kan:

  • Een aanwijzing opleggen, waarbij een vergunninghouder wordt verplicht een bepaalde gedragslijn te volgen.
  • Een curator benoemen.
  • Een last onder dwangsom opleggen (en openbaar maken).
  • Een bestuurlijke boete opleggen (en openbaar maken).
  • Een openbare waarschuwing geven.
  • Een vergunning intrekken.
Stuur deze vraag door

Wat merkt de consument van het toezicht van de AFM?

De AFM houdt vanaf juli 2012 gedragstoezicht op alle financiële instellingen in Caribisch Nederland. De consument zal dan meer gaan merken van het nieuwe toezicht. Er zijn regels voor onder andere het transparantietoezicht en het voorkomen van overkreditering. Deze regels hebben tot doel de informatievoorziening aan de consument over financiële producten te verbeteren en de consument te beschermen.

Stuur deze vraag door

Welke informatie moet aan de cliënt worden verschaft in de precontractuele fase?

In artikel 7:5 tot en met 7:10  Bfm BES staat opgenomen welke precontractuele informatie bij een specifiek product moet worden verschaft. De informatie die gedurende de looptijd van het contract moet worden verstrekt is opgenomen in artikel 7:11 tot en met 7:16  Bfm BES.  De informatie moet conform artikel 5:3 Wfm BES feitelijk juist, duidelijk en niet misleidend zijn.

Stuur deze vraag door

Aan welke eisen moet een cliëntdossier minimaal voldoen?

De AFM heeft geen checklist waar een cliëntdossier in caribisch Nederland aan moet voldoen. De informatie die ingewonnen zal moeten worden is mede afhankelijk van de complexiteit van het product. In de toelichting op dit artikel wordt als voorbeeld gegeven: ‘Zo zal de verplichting van de dienstverlener om te informeren naar de financiële positie van de consument of cliënt van groot belang zijn als het gaat om een beleggingsproduct of een krediet (zie ook artikel 5:14). De verplichting is veel minder uitgebreid indien de consument bijvoorbeeld een spaar- of betaalrekening wenst te openen of een specifieke risicoverzekering wenst af te sluiten.’

De inventarisatie van de financiële positie, kennis en ervaring, doelstellingen en risicobereidheid zal in ieder geval uit het cliëntdossier (zoals dat in de administratie van de financiële instelling is opgenomen) moeten blijken (artikel 5:7 Wfm BES). Hiertoe zal conform artikel 3:23-3:25  Bfm BES de ingewonnen informatie bewaard moeten worden. Er kunnen hierbij door de toezichthouders nadere regels worden gesteld.

Wat de AFM in een dossier in ieder geval verwacht aan te treffen is (niet limitatief):

  • Getekend aanvraagformulier voor een verzekering of krediet;
  • Verzekeringspolis of kredietovereenkomst;
  • Afhankelijk van de complexiteit: Vastlegging van het nader uitvragen omtrent de financiële positie, kennis en ervaring, doelstelling en risicobereidheid;
  • Bij verschaffing van een (consumptief of hypothecair) krediet of een (levens)risicoverzekering: Onderbouwing van de financiële positie door middel van werkgeversverklaring en loonstrook en vermogenspositie (pensioenoverzichten, eigendommen, banksaldo, etc.);
  • Bij verschaffing van een (consumptief of hypothecair) krediet of een (levens)risicoverzekering: Onderbouwing van de lopende financiële verplichtingen;
  • Een vastlegging van een keuze van een consument of cliënt om anders te handelen dan geadviseerd, bijvoorbeeld door een ander product te kopen dan aanbevolen;
  • Alle correspondentie met de consument of cliënt;
  • Vastleggingen van afspraken met consument of cliënt al dan niet schriftelijk of telefonisch.

De AFM zal een dossier controleren door vanuit het product dat is geadviseerd te toetsen of het gegeven advies aansluit bij de financiële positie, kennis en ervaring, doelstellingen en risicobereidheid.
In de praktijk ziet de AFM ook dat de informatieverstrekking aan de consument of cliënt in het cliëntdossier wordt bewaard. Hiermee kan de financiële dienstverlener aantonen welke informatie hij of zij heeft verstrekt.

Stuur deze vraag door

Hoe moet een financieel dienstverlener mogelijke risico’s van een product/dienst kenbaar maken naar de klant toe?

De financieel dienstverlener in Caribisch Nederland moet alle risico’s vermelden in de verstrekte informatie (brochure of offerte, of intakeformulier) die voor de klant nodig zijn om zich een goed oordeel te kunnen vormen over het product, voordat hij of zij het product aanschaft. Te denken valt hierbij aan de risico’s die bijvoorbeeld standaard zijn verzekerd én risico’s die juist niet zijn verzekerd (omdat ze niet verzekerd kunnen worden, of een aanvullende dekking is vereist). 

Als een klant alleen een Wettelijke Aansprakelijkheidsverzekering afsluit voor een auto, dan moet hij er zich van bewust zijn dat bij een schade alleen de schade aan de tegenpartij wordt vergoed en niet de eigen schade. De klant kan zich dan een oordeel vormen of hij of zij wel een aanvullende verzekering neemt, of het risico wil lopen om de eigen schade niet vergoed te krijgen.

Het is niet verplicht dit te vermelden op een intake formulier of de offerte, evenmin dat de klant hiervoor moet tekenen. In de geest van de wet moet de klant vooraf bekend zijn welke risico’s verbonden zijn aan het product en de financieel dienstverlener mag zelf bepalen waar hij de risico’s vermeldt. Wel moet de informatie feitelijk juist, duidelijk en niet misleidend zijn.

Als met de vraag bedoeld wordt het inwinnen van risicobereidheid bij een advies over een financieel product dan kan gedacht worden aan het volgende. Bij het adviseren over een hypotheek en een bijbehorende risicoverzekering kan onder andere uitgevraagd worden aan de consument of cliënt in hoeverre hij bereid is om met een restschuld achter te blijven bij gedwongen verkoop of overlijden.

Stuur deze vraag door

Hoe denkt de AFM over het standaard afsluiten van een risico/levensverzekering (bij het aangaan van een lening/hypotheek) die qua dekking gelijk is aan de hoofdsom van de lening/hypotheek?

De AFM kijkt hier als volgt naar. Uit het gegeven advies moet blijken waarom een bepaald verzekerd bedrag is geadviseerd. Bij de inventarisatie van gegevens van de klant moet gevraagd worden naar de risicobereidheid van de klant. 

Wil de achterblijvende partner bijvoorbeeld in het huis blijven wonen, of wil hij of zij dat juist niet. Als de achterblijvende partner in het huis wil blijven wonen, dan moeten de financieringslasten voor hem of haar ook haalbaar blijven na een eventueel overlijden. Het verzekerd bedrag moet daar rekening mee houden. Mocht de achterblijvende partner niet in het huis willen blijven wonen, dan is het ook van belang dat gevraagd wordt naar het risico dat hij of zij met een restschuld geconfronteerd wil worden. Ook daar kan het verzekerd bedrag op worden afgestemd. 

Mocht de klant toch een hoger of lager verzekerd bedrag wensen, dan is het van belang dat dit in het dossier (schriftelijk) wordt vastgelegd. In onze toezichtspraktijk zijn wij financiële instellingen tegengekomen die een (te) hoog verzekerd bedrag hebben geadviseerd met als doel om een hoge provisie te incasseren. Als de aanbieder van de hypothecaire lening een dergelijke verzekering verplicht stelt en er geen sprake is van een advies, dan hoeft geen analyse te worden gemaakt om het verzekerd bedrag te bepalen. Wel moet de klant daar dan over worden geïnformeerd en dient dit vastgelegd te worden in het klantdossier.

Stuur deze vraag door

Hoe moet de vakbekwaamheid op de BES gewaarborgd zijn van bijkantoren van banken of verzekeraars op de BES, waarvan het hoofdkantoor is gevestigd op Curaçao of St Maarten en die daar een vergunning hebben van de CBCS?

De vakbekwaamheid is van belang voor het waarborgen van de kwaliteit van de dienstverlening binnen de BES. Daarom moeten er feitelijk leidinggevenden betrokken zijn bij de dienstverlening met voldoende vakbekwaamheid. Niet ieder bijkantoor op de BES is groot genoeg om de werkzaamheden zelf conform de wet uit te voeren. Er is bijvoorbeeld geen personeel in de BES dat voldoet aan de eisen voor de vakbekwaamheid, omdat de feitelijk leidinggevenden zich op het hoofdkantoor op St Maarten of Curaçao bevinden. Om in dat geval toch te voldoen aan de regels omtrent vakbekwaamheid kan de onderneming er voor kiezen om eventuele feitelijk leidinggevenden op St Maarten op Curaçao, die wel beschikken over de gevraagde vakbekwaamheid, te betrekken in de dienstverlening op de WfmBES om op die manier de kwaliteit te waarborgen. De onderneming moet er wel op letten dat in deze constructie het feitelijk leidinggevenden moeten zijn, en derhalve van een actieve betrokkenheid bij de dienstverlening sprake moet zijn.

De wijze waarop de onderneming zorgt dat de vakbekwaamheid geborgd wordt, moet in alle gevallen worden beschreven in de bedrijfsvoering.

Stuur deze vraag door

In welke mate moeten bijkantoren van banken of verzekeraars op de BES, waarvan het hoofdkantoor is gevestigd op Curaçao of St Maarten en die daar een vergunning hebben van de CBCS, op de BES informatie inwinnen als advies verstrekt wordt?

Het bijkantoor op de BES moet op grond van de gedragsregels alle informatie, als een consument wordt geadviseerd (zie eisen ten aanzien van passende advies, artikel 5:7 en 5:8 WfmBES), inwinnen en bewaren. Het hoofdkantoor op bijvoorbeeld St. Maarten of Curacao kan dan deze aanvragen beoordelen. Als dit het geval is, moet de procedure zodanig zijn dat alle aanvragen uit de BES eilanden zichtbaar gefiatteerd worden door de goedgekeurde feitelijk leidinggevende. De instelling op de BES moet ervoor zorgen dat deze procedure goed wordt geborgd in de organisatie.

Stuur deze vraag door

Moeten dossiers fysiek aanwezig zijn op één van de eilanden van Caribisch Nederland wanneer de feitelijke leider hier niet woonachtig is?

De dossiers moeten fysiek aanwezig zijn in de zin dat er inzage verleend moet kunnen worden als de AFM om een klantdossier vraagt. Er zou dan de mogelijkheid beschikbaar moeten zijn om een dossier in te kunnen zien en uit te kunnen printen. Voor de volledigheid wijst de AFM u er op dat de administratie van klanten van Curacao en van Caribisch Nederland gescheiden moet zijn. In artikel 7:10, vierde lid, Wfm BES is daarover bepaald: ‘Een financiële onderneming is, voor zover zij de op haar activiteiten in of vanuit de openbare lichamen betrekking hebbende boeken, bescheiden of andere informatiedragers in het buitenland aanhoudt, verplicht de toezichthouder op diens verzoek inzage te verlenen in die boeken, bescheiden of informatiedragers en hem daartoe toegang te verlenen tot de plaats waar deze zich bevinden.’

Stuur deze vraag door

Moet een verzekeringsaanvraag die in behandeling is genomen door een medewerker, door de feitelijke leider afgetekend worden?

De AFM gaat ervan uit dat als een advies is gegeven door een medewerker die niet beschikt over de benodigde vakbekwaamheid het advies zichtbaar gecontroleerd wordt door de feitelijk leidinggevende. Aan de zichtbare controle, zoals hiervoor bedoeld, kan worden voldaan door de verzekeringsaanvraag door de feitelijk leidinggevende af te laten tekenen. Controle van het gegeven advies kan ook worden aangetoond door de aanwezigheid van aantekeningen en/of opmerkingen bij het advies. Deze kunnen via moderne communicatiemiddelen worden gecommuniceerd.

Stuur deze vraag door