Terug

Boetes - algemeen

Veelgestelde vragen voor Boetes - algemeen

Voor wat voor soort overtredingen legt de AFM boetes op?

De AFM houdt op basis van verschillende wetten toezicht op de financiële sector, waarvan de belangrijkste de Wet op het financieel toezicht (Wft), de Pensioenwet, de Wet handhaving Consumentenbescherming en de Wet toezicht accountantsorganisaties zijn. Op grond van deze wetten heeft de AFM de bevoegdheid om voor overtreding van met name genoemde artikelen een bestuurlijke boete op te leggen. Als voorbeeld wordt hierna de Wft gehanteerd.

Op 1 augustus 2009 zijn de Wet wijziging boetestelsel financiële wetgeving (Boetewet) en het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector (Boetebesluit) in werking getreden. Door wijziging van het boetestelsel financiële wetgeving kunnen hogere boetes worden opgelegd. Per 1 juli 2009 is ook de Algemene wet bestuursrecht gewijzigd (Vierde tranche Awb). Hierdoor kan de AFM ook aan een feitelijk leidinggevende een boete geven. De nieuwe regels gelden voor overtredingen die hebben plaatsgevonden of zijn aangevangen na de datum van inwerkingtreding van bovengenoemde wetswijzigingen.

In artikel 1:80 Wft is aangegeven voor welke artikelen de AFM een boete kan opleggen. Met de nadruk op kan, want het opleggen van een boete is een bevoegdheid en geen verplichting. In haar jaarverslag maakt de AFM jaarlijks bekend hoeveel boetes zij opgelegd heeft en voor welke onderwerpen. Het online jaarverslag vindt u hier. De opbrengsten van de boetes komen overigens ten gunste van de AFM en daarmee uiteindelijk ten gunste van de instellingen die onder toezicht van de AFM staan en de kosten van dat toezicht betalen.

Stuur deze vraag door

Hoe hoog zijn de boetes?

De AFM houdt op basis van verschillende wetten toezicht op de financiële sector, waarvan de belangrijkste de Wet op het financieel toezicht (Wft), de Pensioenwet, de Wet handhaving Consumentenbescherming en de Wet toezicht accountantsorganisaties zijn. Op grond van deze wetten heeft de AFM de bevoegdheid om voor overtreding van met name genoemde artikelen een bestuurlijke boete op te leggen. Als voorbeeld wordt hierna de Wft gehanteerd.

Onder de Boetewet zijn de overtredingen ingedeeld in drie categorieën. Voor categorie 1 geldt een gefixeerd boetebedrag van € 10.000,-. Dit bedrag staat in beginsel vast. Alleen op grond van draagkracht, evenredigheid en bijzondere omstandigheden kan dit bedrag worden gematigd. Voor de categorieën 2 en 3 heeft de wetgever een basisbedrag vastgesteld. Dit basisbedrag kan de AFM vervolgens verlagen of verhogen aan de hand van de boeterichtsnoeren zoals opgenomen in het Boetebesluit. Dit betekent dat de AFM expliciet moet overwegen of omstandigheden zoals de ernst en duur van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid van de overtreder verlagend of verhogend moeten werken voor het basisbedrag. De boete wordt vastgesteld met inachtneming van het basisbedrag en de boeterichtsnoeren. Het boetebedrag kan vervolgens op grond van draagkracht en evenredigheid worden gematigd indien hiertoe aanleiding is.

In artikel 1:81 Wft zijn de boetebedragen opgenomen, zoals ook weergegeven in onderstaande tabel:

Categorie     Basisbedrag           Minimumbedrag      Maximumbedrag
 1                  € 10.000,-                 € 0,-                         € 10.000,-
 2                  € 500.000,              - € 0,-                         € 1.000.000,-
 3                  € 2.000.000,           - € 0,-                         € 4.000.000,-

Indien de overtreder met de overtreding een voordeel heeft behaald van meer dan € 2.000.000,- dan kan de AFM de hoogte van de boete vaststellen op twee keer het bedrag van het behaalde voordeel. De AFM verdubbelt de vastgestelde boete als er sprake is van recidive. Onder recidive wordt onder de Wft verstaan het plegen van eenzelfde overtreding waarvoor in de vijf voorafgaande jaren een bestuurlijke boete is opgelegd.

Stuur deze vraag door

Wie houdt zich binnen de AFM bezig met het opleggen van boetes?

De AFM houdt op basis van verschillende wetten toezicht op de financiële sector, waarvan de belangrijkste de Wet op het financieel toezicht (Wft), de Pensioenwet, de Wet handhaving Consumentenbescherming en de Wet toezicht accountantsorganisaties zijn. Op grond van deze wetten heeft de AFM de bevoegdheid om voor overtreding van met name genoemde artikelen een bestuurlijke boete op te leggen. Als voorbeeld wordt hierna de Wft gehanteerd.

Binnen de AFM houden speciaal daarvoor aangewezen medewerkers zich bezig met de oplegging van een bestuurlijke boete. Zij zijn als boetefunctionaris of als diens plaatsvervanger of assistent benoemd. Met de benoeming heeft de AFM invulling gegeven aan de functiescheiding die de formele wetgever voorschrijft. In artikel 10:3, vierde lid, Algemene wet bestuursrecht is een mandaatverbod opgenomen, waarin is bepaald dat diegene die van de overtreding een rapport heeft opgemaakt niet ook de bevoegdheid mag krijgen tot het opleggen van een boete. De personen die betrokken zijn geweest bij het vaststellen van de overtreding en het daaraan voorafgaande onderzoek zullen daarom niet ook belast mogen zijn met het opleggen van de boete.

Stuur deze vraag door

Hoe verloopt een boetetraject?

De AFM houdt op basis van verschillende wetten toezicht op de financiële sector, waarvan de belangrijkste de Wet op het financieel toezicht (Wft), de Pensioenwet, de Wet handhaving Consumentenbescherming en de Wet toezicht accountantsorganisaties zijn. Op grond van deze wetten heeft de AFM de bevoegdheid om voor overtreding van met name genoemde artikelen een bestuurlijke boete op te leggen. Als voorbeeld wordt hierna de Wft gehanteerd.

Na het vaststellen van een overtreding kan een toezichthoudende afdeling van de AFM besluiten om een dossier over te dragen aan de boetefunctionaris. Dit is geen verplichting; de AFM heeft diverse toezichtmaatregelen tot haar beschikking. Voorwaarde voor een boete is wel dat de formele wetgever de overtreding in principe boetewaardig acht.

Een boete kan niet worden opgelegd als de overtreding is verjaard. Op grond van artikel 5:45, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht geldt voor overtredingen van de Wft een verjaringstermijn van 5 jaar.

Het eerste contact voor een (rechts)persoon met de boetefunctionarissen bestaat uit het boetevoornemen dat door de boetefunctionarissen wordt gestuurd. Daarin wordt aan de betrokkene kenbaar gemaakt dat de AFM het voornemen heeft om een boete op te leggen voor een bepaalde geconstateerde overtreding. De betrokkene wordt daarbij in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze te geven. Het recht om gehoord te worden, is neergelegd in artikel 5:53, derde lid, Algemene wet bestuursrecht gelezen in samenhang met artikel 5:50 Algemene wet bestuursrecht. Voor overtredingen op grond van de Wft moet de betrokkene altijd in de gelegenheid worden gesteld om zijn zienswijze te geven voorafgaand aan het opleggen van een boete. De hoorplicht wordt in het bijzonder van belang geacht nu in beginsel iedere bestuurlijke boete gepubliceerd dient te worden, al dan niet onmiddellijk na het opleggen daarvan.

De boetefunctionarissen adviseren na de fase van de zienswijze het bestuur van de AFM over het opleggen van een boete. Het bestuur beslist over boeteoplegging. Tot het advies van de boetefunctionarissen behoort ook de vraag of afgezien moet worden van publicatie. Uitgangspunt is dat alle boetes uiteindelijk gepubliceerd worden. Alleen indien publicatie in strijd is of zou kunnen komen met het doel van het door de AFM uit te oefenen toezicht op de naleving van de Wft, blijft publicatie achterwege (artikel 1:97, vierde lid, Wft en artikel 1:98 Wft). Bij de andere wetten kan dit anders liggen.

De publicatievraag behoort tot het besluit om een boete op te leggen. Er is sprake van 1 besluit. Wanneer het bestuur van de AFM besluit tot het opleggen van een boete, ontvangt de betrokkene een boetebesluit van de boetefunctionarissen. De boetefunctionarissen maken het besluit van het bestuur kenbaar. Zij hebben daartoe een tekeningsmandaat.

Stuur deze vraag door

Wanneer wordt een boete gepubliceerd?

De AFM houdt op basis van verschillende wetten toezicht op de financiële sector, waarvan de belangrijkste de Wet op het financieel toezicht (Wft), de Pensioenwet, de Wet handhaving Consumentenbescherming en de Wet toezicht accountantsorganisaties zijn. Op grond van deze wetten heeft de AFM de bevoegdheid om voor overtreding van met name genoemde artikelen een bestuurlijke boete op te leggen. Als voorbeeld wordt hierna de Wft gehanteerd.

Uitgangspunt van de Wft is dat alle boetes uiteindelijk gepubliceerd worden, tenzij publicatie in strijd is of zou kunnen komen met het doel van het door de AFM uit te oefenen toezicht op de naleving van de Wft. Het moment van publicatie is afhankelijk van de overtreding. Onder de Wft moet een boete voor een zogenaamde zware overtreding (categorie 3 of door de wet aangewezen) onmiddellijk gepubliceerd worden (artikel 1:97, eerste lid, Wft), dat wil zeggen vijf werkdagen na bekendmaking van het besluit. Bij lichte overtredingen vindt de eerste publicatie plaats nadat het boetebesluit in rechte onaantastbaar is geworden (artikel 1:98 Wft). Ook hier geldt dat slechts van publicatie van de boete wordt afgezien indien publicatie in strijd is of zou kunnen komen met het doel van het door de AFM uit te oefenen toezicht op de naleving van de Wft (artikel 1:97, vierde lid, Wft respectievelijk artikel 1:98 Wft). Voor de overige hierboven genoemde wetten bestaat een ander publicatieregime. Bij deze wetten kan de AFM overgaan tot publicatie van het boetebesluit. Omdat dit een discretionaire bevoegdheid betreft dient de AFM een belangenafweging te maken voordat zij besluit tot publicatie.

De boetefunctionarissen adviseren het bestuur ook over de publicatie van een op te leggen boete nu de beslissing om te publiceren onderdeel uitmaakt van het besluit tot boeteoplegging.

Stuur deze vraag door

Welke rechtsbescherming is er tegen de publicatie van een boete?

De AFM houdt op basis van verschillende wetten toezicht op de financiële sector, waarvan de belangrijkste de Wet op het financieel toezicht (Wft), de Pensioenwet, de Wet handhaving Consumentenbescherming en de Wet toezicht accountantsorganisaties zijn. Op grond van deze wetten heeft de AFM de bevoegdheid om voor overtreding van met name genoemde artikelen een bestuurlijke boete op te leggen. Als voorbeeld wordt hierna de Wft gehanteerd.

Onder de Wft wordt het door de wetgever van belang geacht snel te waarschuwen bij zware overtredingen nu het gaat om overtredingen van met name verbodsbepalingen en marktmisbruikbepalingen. Daarbij wordt een wachttermijn van vijf werkdagen geïntroduceerd waarbinnen betrokkene een voorlopige voorziening kan verzoeken (artikel 1:97, tweede lid, Wft). Een belanghebbende kan dus opkomen tegen een publicatie; de weg naar de bestuursrechter staat open. Daarbij is wel vereist dat tegelijkertijd tegen hetzelfde besluit, te weten het boetebesluit, een bezwaarprocedure aanhangig wordt gemaakt. De voorlopige voorziening richt zich immers tegen het boetebesluit waarvan de publicatie onderdeel uit maakt. Met publicatie van lichte overtredingen wordt in beginsel gewacht tot het besluit in rechte onaantastbaar is geworden.

Rechtsbescherming wordt geboden in de vorm van bezwaar en (hoger) beroep. Bezwaar en (hoger) beroep richten zich tegen het boetebesluit waarvan de publicatie onderdeel uit maakt. Voor de andere hierboven genoemde wetten geldt dezelfde rechtsbescherming.

Stuur deze vraag door

Beoogt de publicatie van een boete leed toe te voegen?

De AFM houdt op basis van verschillende wetten toezicht op de financiële sector, waarvan de belangrijkste de Wet op het financieel toezicht (Wft), de Pensioenwet, de Wet handhaving Consumentenbescherming en de Wet toezicht accountantsorganisaties zijn. Op grond van deze wetten heeft de AFM de bevoegdheid om voor overtreding van met name genoemde artikelen een bestuurlijke boete op te leggen. Als voorbeeld wordt hierna de Wft gehanteerd.

Met de publicatie van een opgelegde boete als bedoeld in artikel 1:97 Wft en verder wordt niet beoogd leed toe te voegen. Het primaire doel van publicatie is het waarschuwen van partijen op de financiële markten. De publicatie op grond van de Wft is daarom niet punitief of bestraffend. De boete zelf is dat wel. De boete heeft het karakter van een straf.

Stuur deze vraag door

Wanneer moet de boete worden betaald?

De AFM houdt op basis van verschillende wetten toezicht op de financiële sector, waarvan de belangrijkste de Wet op het financieel toezicht (Wft), de Pensioenwet, de Wet handhaving Consumentenbescherming en de Wet toezicht accountantsorganisaties zijn. Op grond van deze wetten heeft de AFM de bevoegdheid om voor overtreding van met name genoemde artikelen een bestuurlijke boete op te leggen.

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht dient een boete te worden betaald binnen zes weken na de inwerkingtreding van het besluit. Onder de Wft geldt dat het maken van bezwaar de verplichting om de boete te betalen schorst totdat op het bezwaar is beslist (artikel 1:85, eerste lid, Wft). De verplichting tot betaling van de boete wordt ook geschorst als na de bezwaarprocedure in beroep wordt gegaan, totdat op het beroep is beslist (artikel 1:85, tweede lid, Wft). Er moet wel wettelijke rente worden betaald over de periode dat de verplichting om de boete te betalen is geschorst (artikel 1:85, tweede lid, Wft).

Onder de andere hierboven genoemde wetten geldt ten aanzien van de schorsende werking van de betaling van de boete een ander regime. Op grond van artikel 6:16 Awb wordt namelijk door het aantekenen van bezwaar of beroep tegen het boetebesluit de verplichting tot betaling van de boete niet geschorst. De boete dient dus altijd te worden betaald binnen zes weken na inwerkingtreding van het boetebesluit. Als de boete niet wordt betaald binnen deze zes weken dan is wettelijke rente verschuldigd.

Stuur deze vraag door