Terug

Niet-geldelijke beloning

Het is niet altijd duidelijk wanneer een bepaalde activiteit kan worden aangemerkt als een niet-geldelijke beloning. Aan de hand van een aantal vragen en antwoorden proberen we te schetsen wat wordt beschouwd als niet-geldelijke beloning en wanneer het wel en niet toegestaan is.

Veelgestelde vragen over Niet-geldelijke beloning

Mag een aanbieder giften geven aan een adviseur/ bemiddelaar?

Ja, het provisieverbod kent een uitzondering voor relatiegeschenken van de aanbieder aan de adviseur/ bemiddelaar. Deze giften mogen echter gezamenlijk op jaarbasis niet meer bedragen dan 100 euro. Denk daarbij aan kleine geschenken die gebruikelijk zijn in het normale handelsverkeer, zoals kleine promotieartikelen of een fles wijn als kerstgeschenk aan het einde van het jaar. Ook op de relatie gerichte activiteiten, zoals golfclinics, wielertochten, uitnodigingen voor voetbalwedstrijden en paardenconcours worden gezien als relatiegeschenken. Adviseurs en/of bemiddelaars mogen deze activiteiten bijwonen, mits deze activiteiten gezamenlijk met de andere giften de jaarlijkse waardegrens van € 100 per financiële dienstverlener niet overstijgen.

Stuur deze vraag door

Het provisieverbod staat toe dat aanbieders adviseurs/bemiddelaars niet-geldelijk kunnen belonen als dat noodzakelijk is voor de dienstverlening. Wat houdt dit in?

Het provisieverbod kent een uitzondering voor betalingen aan adviseurs/ bemiddelaars en het ontvangen van niet-geldelijke beloning door adviseurs/bemiddelaars die 'noodzakelijk zijn voor het verlenen van de desbetreffende financiële dienst of de desbetreffende financiële dienst mogelijk maken'. Deze uitzondering moet beperkt opgevat worden.

Een aanbieder mag bijvoorbeeld een bijeenkomst verzorgen in het kader van productvoorlichting of systeemvoorlichting als dit voor de adviseurs en/of bemiddelaars of (onder)gevolmachtigde agenten noodzakelijk is voor het verlenen van de financiële dienst. Let op: een dergelijke bijeenkomst mag niet gepaard gaan met luxe extra’s die niet noodzakelijk zijn voor de kwaliteit van de opleiding op zich. Zo zal de locatie van de sessie in verhouding moeten zijn tot het doel, denk bijvoorbeeld aan een voor de doelgroep centraal gelegen locatie of een goed bereikbare vergaderlocatie. Tot slot zal de aankleding van de bijeenkomst het zakelijke karakter hiervan moeten onderstrepen. Wij verwachten van betrokken partijen dat zij bij het organiseren van en het deelnemen aan productinformatie-bijeenkomsten nadrukkelijk stil staan bij de vraag hoe het event zal worden gepercipieerd gelet op het doel van het provisieverbod.

Stuur deze vraag door

Waarom mag een aanbieder niet betalen voor opname van haar producten in advies-/vergelijkingssoftware?

De advies-/vergelijkingssoftware is een belangrijk hulpmiddel voor de zelfstandig adviseur in het dienstverleningsproces. Het gebruik van deze tools is onlosmakelijk verbonden met het adviseren over of bemiddelen in impactvolle producten. De betaling door aanbieders om opgenomen te worden in de advies-/vergelijkingssoftware kan de uitkomst van het advies beïnvloeden. De betaling brengt het risico van sturing met zich mee. De betaling is daarom in strijd met het doel en de strekking van het provisieverbod.

Stuur deze vraag door

Waar mag de aanbieder wel voor betalen aan softwareleveranciers?

De aanbieder mag de softwareleverancier wel betalen voor andere diensten, zoals het bouwen van offerteprogrammatuur of een premieberekeningsmodule voor een product of voor het gebruik van de software door de aanbieder. Aan de betalingen van de aanbieder mogen echter geen voorwaarden zijn verbonden die tot sturing in de adviezen van de zelfstandig adviseur kunnen leiden.

Stuur deze vraag door

Het kosteloos gebruik kunnen maken van een beheertool door het intermediair kan strijdig zijn met het provisieverbod. Welke randvoorwaarden heeft de AFM opgesteld om strijdigheid met het provisieverbod te voorkomen?

Er zijn vijf randvoorwaarden opgesteld:

  1. De tooling is bestemd voor de beheeractiviteiten van de aanbieder.
  2. Er mag geen sturing zitten in- of vanuit de tooling.
  3. De tooling heeft de ‘look and feel’ van de aanbieder en niet van het intermediair.
  4. De tooling kent geen data-uitwisseling met de adviessoftware van het intermediair.
  5. De tooling is geen ‘lege tooling’.

Ten aanzien van beheertools voor aflossingsvrije hypotheken hebben we deze voorwaarden nader uitgewerkt

Stuur deze vraag door