Terug

Hoe controleert een beleggingsonderneming of de (bank)beleggingsondernemingen en/of beleggingsinstellingen waar zij mee samenwerkt in Nederland actief mogen zijn?

Volgens artikel 11, tweede lid, onder c, Vrijstellingsregeling Wft mogen orders alleen worden doorgegeven aan beleggingsinstellingen die in Nederland beleggingsfondsen mogen aanbieden en beleggingsondernemingen en kredietinstellingen die in Nederland beleggingsdiensten mogen verlenen. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen beleggingsfondsen die aangeboden worden door beleggingsinstellingen die een vergunning hebben en beleggingsinstellingen die zijn vrijgesteld van de vergunningplicht.

De beleggingsonderneming opererend binnen de reikwijdte van het nationaal regime kan verifiëren of een beleggingsonderneming of beleggingsinstelling in Nederland activiteiten mag verrichten door raadplegen van de registers van de AFM.

Vrijgestelde beleggingsinstellingen staan echter niet in het AFM-register. De beleggingsonderneming moet daarom bij deze beleggingsinstelling nagaan op welke grondslag zij zijn vrijgesteld. In het kader van de bedrijfsvoering moet dit worden vastgelegd.



Naar alle veelgestelde vragen