Terug

PRIIP's

Vanaf 31 december 2017 geldt de Europese verordening PRIIP's voor een groot aantal beleggingsproducten en verzekeringsproducten met een beleggingscomponent. PRIIP's staat voor Packaged Retail Investment and Insurance-based investment Products.

Dit betekent dat de aanbieders van deze producten het Essentiële-informatiedocument (Eid) moeten opstellen en verstrekken aan een potentiële klant. Dit document helpt beleggers bij het vergelijken en doorgronden van deze producten.

Doel PRIIP's-verordening

De Europese PRIIP's-verordening heeft tot doel de transparantie van beleggingsproducten te vergroten, ter bescherming van de belegger. Dit gebeurt door de invoering van het Essentiële-informatiedocument (Eid) met essentiële informatie over de aard van het product. Dit document heeft in de gehele Europese Unie een uniforme vorm en inhoud, waardoor belemmeringen in de interne markt voor financiële diensten en producten worden verminderd.

Het Eid moet tijdig aan retailbeleggers worden verstrekt, voordat deze retailbeleggers door een overeenkomst of aanbod met betrekking tot PRIIP's zijn gebonden. Hierdoor krijgen zij een beter inzicht in de risico’s, kosten en het beoogd rendement, zodat zij die producten kunnen vergelijken. De verplichtingen uit de verordening zijn van toepassing met ingang van 31 december 2016.

Reikwijdte PRIIP's

De verordening is van toepassing op een groot aantal verschillende producten en schept verplichtingen voor alle ondernemingen die PRIIP's ontwikkelen, adviseren of verkopen.

Producten

De PRIIP's-verordening is van toepassing op een groot aantal beleggingsproducten en verzekeringsproducten met een beleggingscomponent dat aan retailbeleggers wordt verkocht. Voor de definitie van een retailbelegger wordt in de verordening verwezen naar een niet-professionele cliënt als omschreven in MiFID (Richtlijn 2014/65/EU) en een klant als omschreven in de Richtlijn betreffende verzekeringsbemiddeling (Richtlijn 2002/92/EG), zolang het geen professionele cliënt is.

Een PRIIP's is een product dat een van beide onderstaande vormen aanneemt:

  • een verpakt retailbeleggingsproduct: beleggingen waarbij het aan de retailbelegger te betalen bedrag onderhevig is aan schommelingen door blootstelling aan referentiewaarden of aan de prestaties van een of meer activa die niet rechtstreeks door de retailbelegger zijn aangekocht, of

  • een verzekeringsgebaseerd beleggingsproduct: een verzekeringsproduct waarmee een waarde op vervaldag of een afkoopwaarde wordt aangeboden, waarbij de waarde op vervaldag of afkoopwaarde geheel of gedeeltelijk is blootgesteld, direct of indirect, aan marktfluctuaties.

Voorbeelden van producten die als PRIIP worden aangemerkt zijn beleggingsfondsen, levensverzekeringsovereenkomsten met een beleggingscomponent, gestructureerde producten, gestructureerde deposito's en derivaten. Door Special Purpose Vehicles uitgegeven producten vallen ook onder de verordening als zij aan de definitie van PRIIP’s voldoen. Sommige van deze producten zijn in Nederland verplicht een financiële bijsluiter te voeren. Deze verplichting vervalt bij de introductie van het Eid.

De verordening is niet van toepassing op de volgende producten:

  • schadeverzekeringsproducten
  • levensverzekeringscontracten waarbij enkel wordt uitbetaald bij overlijden (of letsel/ziekte)
  • deposito’s (uitgezonderd gestructureerde deposito’s)
  • directe beleggingen in aandelen en obligaties
  • pensioenproducten.

Ondernemingen

In de PRIIP's-verordening zijn normen opgenomen voor ontwikkelaars van PRIIP’s en iedereen die over PRIIP’s adviseert of PRIIP’s verkoopt. Ontwikkelaars van PRIIP’s (en iedereen die veranderingen aanbrengt in een bestaande PRIIP) zijn verplicht om een Eid op te stellen en te publiceren op hun website. Deze verplichting blijft gelden zolang het PRIIP op secundaire markten kan worden verhandeld. Iedereen die adviseert over een PRIIP of een PRIIP verkoopt aan een retailbelegger moet het Eid verstrekken aan de retailbelegger voordat overeenkomst met betrekking tot dat PRIIP tot stand komt.

Tijdelijke vrijstelling icbe’s en beleggingsinstellingen

Icbe’s (ook wel bekend als UCITS) en beleggingsinstellingen (ook wel bekend als AIF’s oftewel alternative investment funds) vallen onder de definitie van een PRIIP zoals hierboven omschreven. De beheerders van deze beleggingsfondsen zijn tot 31 december 2019 vrijgesteld van de verordening. Tot die tijd geldt de verplichting voor Essentiële Beleggersinformatie (Ebi).

Evaluatie pensioenproducten

Op dit moment vallen pensioenproducten niet onder de verordening. Op basis van de verordening beoordeelt de Commissie uiterlijk 31 december 2018, op basis van de door EIOPA ondernomen werkzaamheden betreffende het vrijgeven van productinformatie-eisen voor persoonlijke pensioenproducten, of een nieuwe wetgevingshandeling moet worden voorgesteld die de correcte vrijgave van productinformatie-eisen voor die producten garandeert, dan wel of pensioenproducten in het toepassingsgebied van deze verordening moeten worden opgenomen.

Essentiële-informatiedocument (Eid)

Het Eid is een op zichzelf staand, gestandaardiseerd document en bevat geen verwijzingen naar marketingmaterialen. Het document bestaat uit maximaal 3 bladzijden van A4-formaat en moet accuraat, eerlijk en duidelijk zijn en mag niet misleidend zijn. Er wordt deels gebruik gemaakt van voorgeschreven teksten die, afhankelijk van het product, verplicht in het Eid opgenomen moeten worden.

Informatie

Het Eid bevat onder meer informatie over het soort PRIIP, een beschrijving van de doelgroep en informatie over de risico’s, de kosten en het rendement van het beleggingsproduct. Informatie over de risico’s van het product wordt onder andere samengevat in een risico-indicator. Informatie over het rendement wordt weergegeven door 3 prestatiescenario’s (in sommige gevallen mag een extra scenario toegevoegd worden). In het Eid moeten zowel alle kosten die over de looptijd van het product in rekening worden gebracht als de totale kosten (in geldelijke en procentuele termen) opgenomen worden. Meer informatie over de gegevens die het Eid moet bevatten zijn opgenomen in de Regulatory Technical Standards (ESMA).

Verstrekking

Het Eid moet verstrekt worden door degene die adviseert over een PRIIP of een PRIIP verkoopt, voordat de aankoop tot stand komt. Hiervan kan worden afgeweken wanneer de transactie via communicatie op afstand verloopt (bijvoorbeeld telefonisch) en het onmogelijk is het Eid vooraf ter beschikking te stellen. In dat geval mag het Eid ook verstrekt worden onmiddellijk na het sluiten van de transactie, op voorwaarde dat de belegger daarmee instemt. Het Eid mag verstrekt worden op papier, op een andere duurzame drager dan papier (waaronder e-mail) of via een website. In de laatste 2 gevallen moet het medium geschikt zijn gelet op de dienstverlening die plaatsvindt. Ook moet de belegger de keuze hebben gehad tussen papier en het andere medium en duidelijk voor het andere medium gekozen hebben.

Taal

Voor PRIIP's die in Nederland gedistribueerd worden moet een Nederlandstalig Essentiële-informatiedocument (Eid) worden opgesteld. Als het Eid in een andere taal is opgesteld, wordt het Eid door de ontwikkelaar vertaald naar het Nederlands. Deze vertaling is een getrouwe en accurate weergave van het originele Eid. De AFM heeft geen andere taal aanvaard waarin het Eid mag worden opgesteld of vertaald.

De PRIIP's-ontwikkelaar is verantwoordelijk voor de juistheid van het Eid en de eventuele Nederlandse vertaling ervan.

Wetgevingsproces

De PRIIP's-verordening is opgesteld door de Europese Commissie, het Europese Parlement en de Raad. De verordening is op 29 december 2014 in werking getreden. De Europese toezichthouders ESMA, European Banking Authority (EBA) en European Investment and Occupational Pensions Authority (EIOPA) hebben Regulatory Technical Standards (RTS’s, technische standaarden) opgesteld die invulling geven aan de vorm en inhoud van het KID. De RTS’s zijn op 7 april 2016 ter goedkeuring aan de Europese Commissie voorgelegd. De Europese Commissie heeft deze RTS op 30 juni 2016 goedgekeurd. Het Europese Parlement en de Raad hadden vanaf dat moment 2 maanden de tijd (met een uitstelmogelijkheid van 1 maand) om hier bezwaar tegen te maken.

Op 14 september 2016 heeft een ruime meerderheid van het Europees Parlement de RTS behorende bij de PRIIP's-verordening verworpen. Dit betekent dat het hierna aan de Europese Commissie was om aangepaste RTS op te stellen. Naar aanleiding hiervan hebben verschillende marktpartijen een oproep gedaan tot uitstel van de toepassing van de verordening. Zij geven aan te weinig tijd te hebben voor een goede implementatie van de eisen in de verordening en de bijbehorende technische standaarden. De Commissie heeft dit verzoek in eerste instantie afgewezen.

De direct werkende verordening hoeft niet worden omgezet in nationaal recht. Wel zijn aanpassingen in de Nederlandse wetgeving vereist. Het betreft wijzigingen in het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo) en de Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen (Nrgfo), om te voorkomen dat er dubbele of strijdige verplichtingen voor financiële ondernemingen ontstaan. Het ministerie van Financiën is dat op dit moment aan het voorbereiden en komt met een voorstel voor een wijzigingsbesluit. Naar verwachting vindt de consultatie hierover in het najaar 2016 plaats.

Informatie delen

Delen via: deel

Zie ook

Alle onderwerpen