Terug

MiFID II - bescherming beleggers

De herziening van MiFID I leidt tot belangrijke wijzigingen in regelgeving op het gebied van beleggersbescherming. De bescherming van de beleggers neemt toe door aangescherpte en nieuwe gedragsregels onder MiFID II.

Beleggingsondernemingen moeten bijvoorbeeld meer informatie verstrekken over de kosten van een beleggingsdienst en over de onafhankelijkheid van hun beleggingsadvies. Er komen ook nieuwe gedragsregels voor beleggingsdienstverlening. Zo moet personeel met klantcontact voldoen aan vakbekwaamheidseisen. Ook door het stellen van organisatorische eisen ontstaat er meer beleggingsbescherming. Bijvoorbeeld doordat regels voor productontwikkeling ook voor beleggingsondernemingen gaan gelden.

Best execution

Beleggingsondernemingen moeten voor elke order van een cliënt het beste resultaat behalen. Deze verplichting wordt de best execution-verplichting genoemd.

Dat betekent onder meer dat de beleggingsonderneming de uitvoeringsplaats kiest die de meeste kans geeft op het best mogelijke resultaat voor de cliënt. Daarbij houdt de beleggingsonderneming rekening met verschillende factoren, zoals de kwalificatie van de cliënt, prijs, de kosten, de snelheid, de waarschijnlijkheid van uitvoering en afwikkeling, de omvang en de aard van de order.

De best execution-verplichting bestond ook al onder MiFID I. Binnen MiFID II wordt deze verplichting uitgebreid en aangescherpt.

De belangrijke wijzigingen van de best execution-verplichting zijn van toepassing op handelsplatformen en beleggingsondernemingen:

  • Uitvoeringsplaatsen moeten kosteloos en periodiek en minimaal jaarlijks rapporteren over de kwaliteit van uitvoering.. Het rapport bevat in ieder geval gegevens over de prijs, de kosten, de snelheid en waarschijnlijkheid van uitvoering van de individuele financiële instrumenten. Op basis van deze rapportages moeten de beleggingsondernemingen vervolgens verantwoording afleggen aan de klant.

  • Uitvoeringsplaatsen moeten elk kwartaal kosteloos gegevens openbaar maken voor members en gebruikers van de uitvoeringsplaats. De uitvoeringsplaatsen moeten per marktsegment en per klasse financieel instrument, informatie geven over het type uitvoeringsplaats, de naam en locatie (land) van de uitvoeringsplaats en de datum van de handelsdag. Dat moeten zij ook doen over de prijs (intraday-informatie en dagelijkse informatie), de kosten en de waarschijnlijkheid van de uitvoering.

  • Beleggingsondernemingen zijn verplicht om onder MiFID II een beleid op te stellen voor hun orderuitvoering. Die verplichting gold ook al onder MiFID I, maar MiFID II geeft extra toelichting: het beleid moet voor de klant helder, voldoende gedetailleerd en op een begrijpelijke wijze zijn beschreven. Daarnaast verplicht MiFID II dat beleggingsondernemingen hun beleid monitoren op effectiviteit. Dit moeten zij ten minste jaarlijks doen. Als tijdens het monitoren blijkt dat het beleid niet effectief is, moet deze adequaat worden aangepast.

  • Beleggingsondernemingen moeten jaarlijks per klasse financieel instrument en per type klant de top 5 van handelsplaatsen publiceren waar zij cliëntenorders uitvoeren en/of waaraan zij orders doorgeven. Daarnaast moeten zij op basis van hun monitoringactiviteiten per klasse financieel instrument een analyse maken en publiceren over de kwaliteit van uitvoering.

  • Het begrip ‘financieel instrument’ is in MiFID II aangepast. Grondstoffenderivaten en emissierechten vallen met MiFID II ook onder het begrip financieel instrument. Dit heeft tot gevolg dat beleggingsondernemingen die beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten voor grondstoffenderivaten en emissierechten nu ook aan de best execution-verplichting moeten voldoen.

Geschiktheidstoets

Bij het beheer van een individueel vermogen of advies over financiële instrumenten, moet de beleggingsonderneming een geschiktheidstoets afnemen. Dit houdt in dat de beleggingsonderneming informatie van de cliënt inwint voordat zij beleggingsadvies geeft of individueel vermogen beheert. Een groot deel van de regels in MiFID II is vergelijkbaar met bestaande regelgeving, maar er is ook een aantal veranderingen.

Volgens MiFID II geldt de geschiktheidstoets bijvoorbeeld ook voor beheer of advies over gestructureerde deposito’s. Dat zijn producten waarvan het rendement afhangt van bijvoorbeeld een aandelenindex. Ook moet een beleggingsonderneming bij beleggingsadvies voortaan per gegeven advies een rapport verstrekken aan een cliënt. Hierin legt hij uit waarom het advies volgens hem geschikt is op basis van de ingewonnen klantinformatie. Bij vermogensbeheer kan een dergelijk rapport periodiek worden verstrekt. Daarnaast moet een beleggingsonderneming bij beleggingsadvies duidelijk aangeven of er periodiek een geschiktheidstoets wordt afgenomen ten aanzien van de bestaande portefeuille.

Kostentransparantie

Een beleggingsonderneming moet zijn cliënt informeren over de kosten van de beleggingsdienstverlening en de financiële instrumenten. MiFID II stelt een aantal extra eisen en verduidelijkt een aantal bestaande eisen. Met MiFID II gelden de eisen voor kostentransparantie ook ten aanzien van professionele beleggers en in aanmerking komende tegenpartijen.

Samengevat houden de nieuwe regels het volgende in:

  1. De beleggingsonderneming moet voorafgaand aan de dienstverlening de cliënt een totaaloverzicht van alle kosten verstrekken. Onder alle kosten wordt verstaan: de kosten van de dienstverlening (beleggingsdienst en nevendienst) en de kosten van het financieel instrument, bijvoorbeeld de transactiekosten die een fonds maakt bij de koop en verkoop van effecten.

    De eisen voor kostentransparantie zijn in ieder geval van toepassing op vermogensbeheer en beleggingsadvies. Ook moet een beleggingsonderneming informatie over kosten geven wanneer zij algemene aanbevelingen doet in het kader van execution only-dienstverlening, bepaalde financiële instrumenten promoot of een verplichting heeft om een PRIIPS KID of UCITS KIID te verstrekken.

  2. Met behulp van een illustratie moet de beleggingsonderneming haar cliënt inzicht geven in het cumulatieve effect van de totale kosten op het rendement.

  3. De beleggingsonderneming moet haar cliënt informeren over de manier waarop de kosten in rekening worden gebracht. De eisen voor kostentransparantie verplichten beleggingsondernemingen ook om de klant te informeren over de ontvangen provisies. Door provisies apart mee te nemen in het totale kostenoverzicht is de klant beter in staat om de totale kosten te vergelijken tussen verschillende beleggingsdiensten, financiële instrumenten en beleggingsondernemingen. Dit bevordert een gelijk Europees speelveld.

  4. De beleggingsonderneming moet de cliënt ten minste 1 keer per jaar informatie geven over de in totaal in rekening gebrachte kosten. Deze informatie kan in de reguliere periodieke rapportages worden opgenomen.

Onafhankelijk beleggingsadvies

MIFID II maakt onderscheid tussen advies op onafhankelijke basis en afhankelijke basis. Een beleggingsonderneming moet een cliënt voorafgaand aan het advies aangeven of dit advies op onafhankelijke of afhankelijke basis wordt verstrekt.

Advies is onafhankelijk als de beleggingsonderneming bij het advies een voldoende groot aantal beschikbare financiële instrumenten of gestructureerde deposito’s beoordeelt. In het onafhankelijke advies moeten verschillende typen financiële instrumenten van verschillende aanbieders zijn betrokken. Onafhankelijk advies mag niet beperkt zijn tot financiële instrumenten die worden uitgegeven of verschaft door de beleggingsonderneming zelf of aanverwante entiteiten. Als advies niet voldoet aan deze eisen is het advies niet onafhankelijk.

De kwalificatie van advies is daarnaast van belang voor de toepasselijkheid van provisieregels bij advies aan professionele beleggers.

Productinterventie

Met MiFID II heeft de AFM mogelijkheden tot productinterventie gekregen. Hiermee kan de AFM het op de markt brengen, verspreiden of verkopen van bepaalde producten of producten met bepaalde kenmerken verbieden of beperken. Deze bevoegdheden zijn van toepassing op financiële instrumenten en gestructureerde deposito’s. Daarnaast krijgt de AFM de bevoegdheid om een bepaalde financiële activiteit of praktijk op te schorten.

De AFM kan deze bevoegdheden onder specifieke omstandigheden inzetten. Namelijk wanneer de beleggersbescherming, het ordelijk functioneren en de integriteit van financiële markten of grondstoffenmarkten in gevaar komt. Zij kan deze bevoegdheid ook gebruiken op het moment dat de stabiliteit van het financiële stelsel of een deel daarvan in ten minste 1 lidstaat wordt bedreigd. Ten slotte kan zij de bevoegdheid inzetten als een derivaat een negatief effect heeft op het prijsvormingsmechanisme op de onderliggende markt.

De Europese Commissie heeft hiervoor criteria opgesteld. Op basis van die criteria kan de AFM haar interventiebevoegdheden pas inzetten als:

  • er geen andere bestaande regels zijn om deze bedreigingen af te wenden
  • de bedreigingen niet beter met toezicht of handhaving kunnen worden aangepakt, en
  • de interventiemaatregel evenredig is en rekening houdt met de aard van de bedreiging, het kennisniveau van de betreffende beleggers of deelnemers en het verwachte effect.

ESMA en EBA krijgen vergelijkbare bevoegdheden. Ook voor hen geldt dat deze bevoegdheden slechts onder specifieke omstandigheden mogen worden ingezet. Een belangrijke voorwaarde is dat de nationaal bevoegde autoriteit geen effectieve maatregelen heeft genomen om de bedreiging af te wenden.

Product governance

MiFID II introduceert regels voor de ontwikkeling van beleggingsproducten (product governance). Onder beleggingsproducten vallen financiële instrumenten en gestructureerde producten.

Bij product governance wordt onderscheid gemaakt tussen beleggingsondernemingen die beleggingsproducten ontwikkelen (ontwikkelaars) en beleggingsondernemingen die beleggingsproducten distribueren (distributeurs). Voor ontwikkelaars en distributeurs bestaan verschillende regels. Het kan zijn dat een beleggingsonderneming zowel een ontwikkelaar als een distributeur is. In dat geval zijn beide sets van regels van toepassing.

Ontwikkelaars

Een beleggingsonderneming die beleggingsproducten ontwikkelt voor de verkoop aan cliënten moet een proces hebben voor de ontwikkeling, goedkeuring en herziening van beleggingsproducten. In dit proces moet voor elk beleggingsproduct de eindcliënten zijn geïdentificeerd (de doelgroep). Het beleggingsproduct moet aansluiten bij de behoefte, karakteristieken en doelstellingen van die doelgroep. Hier hoort onder meer bij dat het risico-/rendementsprofiel van het product wordt beoordeeld. Ook moet zijn geborgd dat het beleggingsproduct kenmerken heeft die in het belang zijn van de klant.

Daarnaast moet de beleggingsonderneming ervoor zorgen dat alle risico’s voor de doelgroep zijn geëvalueerd. Hiervoor moet zij onder meer scenario-analyses uitvoeren. Ook moet de kostenstructuur worden beoordeeld. Ten slotte moet de distributiestrategie op de doelgroep zijn afgestemd.

Voordat de beleggingsonderneming het product op de markt brengt, moet zij nagaan of het beleggingsproduct een bedreiging kan vormen voor het ordelijk functioneren of voor de stabiliteit van de financiële markten.

Beleggingsondernemingen moeten beleggingsproducten op regelmatige basis evalueren, daarbij rekening houdend met gebeurtenissen die tot mogelijke risico’s voor de doelgroep leiden. Daarnaast moet de beleggingsonderneming beoordelen of het beleggingsproduct voldoende aansluit bij de behoefte van de doelgroep en of de distributiestrategie nog steeds geschikt is.

Distributeurs

Bij de selectie van beleggingsproducten en -diensten moet de beleggingsonderneming aan de volgende eisen voldoen:

  • De beleggingsonderneming heeft een adequaat proces. Dat proces leidt ertoe dat de producten en diensten die zij willen aanbieden aansluiten bij de behoeften, karakteristieken en doelstellingen van een geïdentificeerde doelgroep (de doelgroep).
  • De distributiestrategie is afgestemd op de doelgroep.
  • De beleggingsonderneming gebruikt de informatie van de ontwikkelaar en combineert dit met haar eigen informatie van haar cliënten. Aan de hand van de behoeften, karakteristieken en doelstellingen van haar cliënten bepaalt de beleggingsonderneming aan wie zij het beleggingsproduct of de dienst gaat aanbieden. De distributeur moet dus zelf een doelgroep vaststellen.
  • Vervolgens bepaalt de beleggingsonderneming op welke wijze de distributie plaatsvindt.

Als het beleggingsproduct niet is ontwikkeld door een ontwikkelaar die onder de scope van MIFID II valt, moet de distributeur al het redelijke doen om te waarborgen dat de productinformatie van deze ontwikkelaar betrouwbaar en adequaat is.

De distributeur moet het selectieproces van beleggingsproducten regelmatig beoordelen en bepalen of het product of de beleggingsdienst aansluit bij de behoeften van de doelgroep. Ook moet hij beoordelen of de distributiestrategie nog steeds geschikt is. De distributeur moet de ontwikkelaar hierover informeren en over de verkoop van het beleggingsproduct. De ontwikkelaar heeft die informatie nodig voor het herzien van zijn beleggingsproducten. 

Opname telefonische en elektronische communicatie

Nieuw onder MiFID II is dat beleggingsondernemingen verplicht zijn om telefoongesprekken en elektronische communicatie op te nemen. De gedachte hierachter is dat deze gegevens voor bewijs zorgen. Bewijs over de voorwaarden van door cliënten gegeven orders en de overeenstemming over transacties die door de beleggingsonderneming zijn verricht. Daarnaast kan door de opnames mogelijk marktmisbruik worden opgespoord.

De communicatie moet in ieder geval worden opgenomen wanneer er voor eigen rekening wordt gehandeld en wanneer orders van cliënten worden ontvangen en doorgegeven of uitgevoerd. De beleggingsonderneming moet alle communicatie opnemen die is bedoeld om tot een transactie te leiden  of tot de verlening van de genoemde beleggingsdiensten. Deze communicatie moet dus ook zijn opgenomen als dit uiteindelijk niet heeft geleid tot een transactie of tot het ontvangen en doorgeven of uitvoeren van orders van cliënten.

Als de cliënt de order niet telefonisch verstrekt, moet de beleggingsonderneming deze vastleggen met duurzame dragers, zoals brieven, faxen of e-mails. Orders die tijdens een bijeenkomst met en door een cliënt zijn geplaatst, moeten worden vastgelegd, bijvoorbeeld door notulen of notities.
 
Beleggingsondernemingen moeten nieuwe en bestaande cliënten vooraf melden dat telefonische communicatie en gesprekken die kunnen leiden of leiden tot transacties, worden opgenomen en vastgelegd. Dit kan 1 keer worden gedaan voorafgaand aan het verlenen van beleggingsdiensten aan nieuwe en bestaande cliënten. Op verzoek van de cliënt moet de opgenomen communicatie worden verstrekt. De communicatie moet 5 jaar worden bewaard en 7 jaar als de AFM dit verzoekt. De beleggingsonderneming moet voorkomen dat haar werknemers met privéapparatuur communiceren met cliënten, bijvoorbeeld met een privé-telefoon.

Transparantie

In MiFID I zijn de transparantiebepalingen beperkt tot aandelen. MiFIR breidt dit uit tot eigenvermogensinstrumenten zoals Exchange Traded Funds (ETF’s), depositary receipts en certificaten. Ook introduceert MiFIR  transparantieverplichtingen voor en na de handel voor andere instrumenten dan eigenvermogensinstrumenten, zoals obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten.

De transparantieverplichtingen voor andere instrumenten dan eigenvermogensinstrumenten, zoals obligaties en derivaten, lijken sterk op die voor eigenvermogensinstrumenten. Het belangrijkste verschil is dat van de verplichtingen voor deze klasse van producten ook ontheffingen (voor de handel) en uitstel (na de handel) kan worden verleend wanneer de liquiditeit van een instrument onder een bepaalde grens valt.

Transparantie voor de handel

De exacte transparantieverplichtingen voor de handel hangen af van het type handelssysteem. Voor beleggingsondernemingen die buiten een handelsplatform om handelen gelden er geen transparantieverplichtingen voor de handel, met uitzondering van beleggingsondernemingen met systematische internalisatie.

Net als onder MiFID I hebben nationale toezichthouders de bevoegdheid om ontheffingen te verlenen aan gereglementeerde markten, MTF’s en nu ook OTF’s. Dit houdt in dat onder bepaalde omstandigheden ontheffing kan worden verleend van de transparantieverplichtingen voor de handel, bijvoorbeeld wanneer een order groot in omvang is (large in scale). Daarnaast kunnen ontheffingen worden verleend op basis van de reference price, de negotiated trade en de order management facility (de regelgeving voor instrumenten anders dan eigenvermogensinstrumenten kent echter geen reference price-ontheffingen of ontheffingen voor negotiated trades). Een toezichthouder moet andere nationale toezichthouders en ESMA informeren over het voornemen om een ontheffing te verlenen. Vervolgens geeft ESMA aan of de ontheffing voldoet aan MiFIR. Dit is een niet-bindend advies.

Volume cap mechanism

MiFIR  beperkt het gebruik van ontheffingen van transparantieverplichtingen voor de handel voor transacties in eigenvermogensinstrumenten door de invoering van het volume cap mechanism. Dit mechanisme wordt ingevoerd om de handel op zogenaamde dark pools te beperken en daarmee de algemene transparantie van prijsvorming te vergroten.

Het mechanisme houdt in dat het verhandelde volume in een instrument onder ofwel de reference price-ontheffing ofwel de negotiated trade-ontheffing niet groter mag zijn dan 4% van het totale volume in dat instrument per handelsplatform en niet groter dan 8% van het totale volume in het instrument. Bij overschrijding van een van deze grenzen worden de ontheffingen in dat instrument voor respectievelijk het handelsplatform of alle handelsplatformen opgeschort voor een periode van 6 maanden. Dit betekent dat het handelsplatform (of de handelsplatformen) gedurende deze 6 maanden wel aan de transparantieverplichtingen voor de handel in dat instrument moet(en) voldoen. Vanwege de grenzen van 4% en 8% wordt het mechanisme vaak aangeduid als double volume cap.

Transparantie na de handel

Onder MiFIR gelden de transparantieverplichtingen na de handel (anders dan voor transparantieverplichtingen voor de handel) ook voor transacties door beleggingsondernemingen die buiten een handelsplatform om tot stand zijn gekomen.

De beleggingsonderneming die als verkopende partij optreedt (voor een cliënt of zichzelf) buiten een handelsplatform is verantwoordelijk voor de publicatie van de transacties. Voor transacties verricht op een handelsplatform geldt echter dat het platform deze moet publiceren. Publicatie van transacties moet zo snel als technisch mogelijk gebeuren. Voor eigen vermogensinstrumenten betekent zo snel als technisch mogelijk dat dit in elk geval binnen 1 minuut moet gebeuren, voor andere dan eigen vermogensinstrumenten binnen 15 minuten (binnen 5 minuten vanaf 2021). Nationale toezichthouders kunnen uitstel van publicatie van transacties verlenen wanneer de transactie voldoet aan een aantal eisen gebaseerd op het type product, de gemiddelde dagelijkse omzet van dat product en de grootte van de transactie.

Wat betreft transparantie na de handel moet de verbetering van de kwaliteit en consolidatie van deze informatie ten goede komen aan het voldoen aan de best execution-regels. Voor de nakoming van transparantieverplichtingen na de handel en rapportageverplichtingen voorziet MiFID II onder meer in het invoeren van Approved Publication Arrangements (APA’s), en Approved Reporting Mechanisms (ARM’s).

De introductie van de Consolidated Tape Provider (CTP’s) komt tegemoet aan de wens van een overzicht van informatie over alle uitgevoerde transacties. Door MiFID I is de handel namelijk meer gefragmenteerd over diverse handelsplatformen. Hierdoor is de informatie over uitgevoerde transacties versnipperd over die handelsplatformen. Die informatie moet weer bij elkaar worden gebracht om de referentieprijs van een genoteerd financieel instrument te weten. Dat is met name handig voor kleinere partijen die zelf geen goed beeld hebben van de markt.

De data reporting services (APA’s, ARM’s en CTP’s) worden vergunningplichtig. De nationale toezichthouders zijn verantwoordelijk voor de vergunningverlening.

Verplichte verhandeling van derivaten op een handelsplatform

MiFID II introduceert de verplichting dat orders in bepaalde derivatencontracten op een gereglementeerde markt, een MTF of een OTF worden uitgevoerd. Dat is het geval als deze contracten onder de clearingverplichting van de EMIR-wetgeving vallen en door ESMA als voldoende liquide zijn aangemerkt. Transacties in aandelen die zijn toegelaten tot de handel op een handelsplatform moeten ook worden uitgevoerd op een gereglementeerde markt, een MTF, systematische internaliseerder (SI) of een platform dat is gevestigd in een niet-EU-lidstaat, maar waarvan het toezicht wordt beschouwd als gelijkwaardig.

Vakbekwaamheid

Beleggingsondernemingen moeten zorgen voor vakbekwaam personeel. Het gaat om werknemers en andere natuurlijke personen die zich onder haar verantwoordelijkheid rechtstreeks bezighouden met het verlenen van beleggingsdiensten. De ESMA-richtsnoer voor de beoordeling van kennis en bekwaamheid geeft invulling aan de vakbekwaamheidseisen. Deze bevat criteria voor de beoordeling van de kennis en bekwaamheid.

Informatie delen

Delen via: deel

Zie ook

Alle onderwerpen