Terug

Handel met voorwetenschap

Het is verboden om te handelen met voorwetenschap of te trachten te handelen met voorwetenschap. Dit staat beschreven in artikel 14 van de Europese Verordening marktmisbruik, de MAR. Daarnaast is het verboden om iemand anders aan te raden of aan te zetten om te handelen met voorwetenschap. Tot slot is het verboden om voorwetenschap wederrechtelijk mee te delen.

In de brochure 'Handel met voorwetenschap' vindt u uitgebreide informatie over de regelgeving die van toepassing is op het handelen met gebruik van voorwetenschap.

Instelling voor collectieve belegging

In artikel 19 MAR wordt een lid 1a toegevoegd en wordt lid 7 aangevuld voor: Instelling voor collectieve belegging.

Publicatie van transacties leidinggevenden

Voor transacties door leidinggevenden geldt dat de AFM dergelijke transacties openbaar zal maken in haar register. De AFM zal de drempel van €5.000 hanteren, als drempel voor het totaalbedrag van bij elkaar opgetelde transacties.

Uitkomsten uitvraag 2017 naar MAR 17 en MAR 19

Eind april 2017 heeft de AFM een korte vragenlijst over een aantal specifieke kwalificaties uit de Europese Verordening marktmisbruik nr. 596/2014 (verder: MAR) uitgestuurd (zie de link op deze pagina voor het begeleidende schrijven) aan uitgevende instellingen die aan Euronext Amsterdam zijn genoteerd. 95% van de geadresseerde uitgevende instellingen heeft deze vragenlijst beantwoord. Hierbij geeft de AFM een algemene terugkoppeling over de ontvangen antwoorden en vestigt daarbij aandacht op een aantal meer algemene, gerelateerde onderwerpen. Wij raden aan om deze suggesties toe te passen.

Kwalificatie van informatie als voorwetenschap

Het blijft van groot belang voor een uitgevende instelling om de juiste elementen te betrekken in de beoordeling of sprake is van informatie die kwalificeert als voorwetenschap.

De meerderheid van de bevraagde uitgevende instellingen geeft aan voorwetenschap niet anders te beoordelen dan vóór het van toepassing zijn van de MAR op 3 juli 2016. Een aantal uitgevende instellingen geeft wel aan dat het proces inzake de identificatie, classificatie en kwalificatie van voorwetenschap intensiever is geworden.

Het lijkt goed te werken wanneer er binnen een onderneming overleg/discussie plaatsvindt tussen personen uit verschillende disciplines over de juiste kwalificatie van informatie. De helft van de bevraagde uitgevende instellingen vermeldt dat zij samen met een juridisch adviseur tot de uiteindelijke kwalificatie is gekomen.

Achteraf melden van uitstel

Recentelijk heeft de AFM vastgesteld dat een aantal uitgevende instellingen het genomen uitstel van openbaarmaking van voorwetenschap niet heeft aangegeven in het formulier waarmee zij het persbericht bij de AFM aanleveren. De AFM verzoekt partijen om het formulier juist in te vullen. De uitgevende instelling blijft zelf verantwoordelijk voor het zo snel mogelijk en correct openbaar maken van voorwetenschap, alsmede het melden van genomen uitstel, ook indien de uitgevende instelling hierbij een externe organisatie inschakelt.

Gebruik van de website

Naast het onderzoek via de vragenlijst heeft de AFM de websites van alle aan de vragenlijst deelnemende uitgevende instellingen onderzocht op toegankelijkheid en volledigheid van de website aangaande openbaarmaking van voorwetenschap (persberichten). Uit dit onderzoek komt naar voren dat, om te voldoen aan de eisen die de Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1055 daaraan stelt, een groot aantal uitgevende instellingen nog moet zorgen voor: 

  • een gemakkelijk herkenbaar deel van de website voor de openbaargemaakte voorwetenschap; en 
  • het vermelden van niet alleen de datum, maar ook het tijdstip van de openbaarmaking.

Voorbeelden van criteria voor bepaling van voorwetenschap

Uit de antwoorden op de vragenlijst distilleert de AFM - op basis van best practices van uitgevende instellingen – voorbeelden die kunnen helpen om te bepalen of sprake is van voorwetenschap:

  • Voor de bepaling of er sprake is van voorwetenschap die rechtstreeks betrekking heeft op de uitgevende instelling kan het nuttig zijn te kijken naar de mate van afwijking van eerdere externe communicatie (waaronder strategie en outlook) en andere publiekelijk bekende informatie (waaronder de consensus). 
  • Voor het vaststellen of informatie significante invloed op de koers kan hebben, kan het relevant zijn te bepalen of en zo ja, hoe de markt in het verleden heeft gereageerd op soortgelijke informatie bij uw onderneming en/of bij concurrenten.
  • Informatie die betrekking heeft op bijvoorbeeld een leverancier of klant kan ook binnen het toepassingsgebied van voorwetenschap vallen, indien bijvoorbeeld het gevolg van die informatie rechtstreeks betrekking heeft op de uitgevende instelling en de informatie een significante invloed zou kunnen hebben op de vooruitzichten (en daarmee op de koers).

De definitie van ‘persoon met leidinggevende verantwoordelijkheid’ (ofwel PDMR)

Functies en verantwoordelijkheden kunnen door de tijd heen veranderen. De AFM raadt daarom aan om periodiek te toetsen of de personen in bepaalde functies of verantwoordelijkheden binnen uw organisatie onder de definitie van PDMR op grond van de MAR. Denk hierbij niet alleen aan directiefuncties maar bijvoorbeeld ook aan leidinggevende functies (hoofd/manager) binnen de afdelingen Legal, Finance en Human Resources, die voldoen aan de volgende criteria:

  1. de persoon heeft een leidinggevende functie, maar maakt geen onderdeel uit van een bestuurs- of toezichthoudend orgaan van die entiteit; en             
  2. heeft regelmatig toegang tot voorwetenschap die direct of indirect op de entiteit betrekking heeft; en
  3. bezit de bevoegdheid managementbeslissingen te nemen die gevolgen hebben voor de toekomstige ontwikkelingen en bedrijfsvooruitzichten van die entiteit.

Kennisgeving

Op de uitgevende instelling rust de verplichting om de PDMR’s binnen hun instelling schriftelijk in kennis te stellen van hun verantwoordelijkheden die volgen uit artikel 19 MAR. Daarnaast moet de uitgevende instelling een lijst opstellen van alle PDMR’s en de nauw met hen in verband staande personen.

Vrijehandbeheer

De PDMR moet rekening houden dat met de komst van de MAR ook de transacties die op grond van een vrijehandbeheer overeenkomst zijn uitgevoerd, moeten worden gemeld. De vrijstelling die tot 3 juli 2016 in Nederland bestond, is komen te vervallen. Dat het een transactie door middel van vrijehandbeheer overeenkomst betreft, kan worden aangegeven bij nummer 4b van het meldingsformulier betreffende de aard/soort transactie.

Samenloop meldplicht voor bestuurders en commissarissen

Wanneer er voor de desbetreffende transacties een meldplicht bestaat op grond van artikel 5:48 Wet op het financieel toezicht (Wft) (meldplicht voor bestuurders en commissarissen) en ook op grond van artikel 19 MAR dan volstaat een melding ex artikel 5:48 Wft. Daarmee is dan ook voldaan aan de meldplicht op grond van artikel 19 MAR.

Actuele ontwikkelingen

De AFM wijst u graag op de meest recente versie van de MAR Q&A van ESMA die op 6 juli 2017 openbaar is gemaakt. Daarnaast wijst de AFM u op het Besluit uitvoering verordening marktmisbruik dat op 11 juli 2017 openbaar is gemaakt en de dag erna in werking is getreden.

Meer informatie

Voor vragen en overleg over persberichten kunt u een e-mail sturen naar marketsupervision@afm.nl of contact op nemen met AFM Monitoring op telefoon nummer: +3120 797 3777.

Voor vragen en overleg over PDMR-meldingen kunt u een e-mail sturen naar melden@afm.nl.

Informatie delen

Delen via: deel
Alle onderwerpen