Terug

Interpretatie over pensioenadvies en -bemiddeling door accountantskantoren en actuariële adviesbureaus

In deze interpretatie geeft de AFM nadere uitleg over de vergunningplicht voor pensioenadviseurs en de vrijstellingsmogelijkheden.

De AFM heeft geconstateerd dat accountantskantoren en actuariële adviesbureaus die pensioenadvies leveren (hierna pensioenadviseurs) regelmatig adviseren over financiële producten zonder te beschikken over een vergunning op grond van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Ook heeft de AFM vastgesteld dat deze pensioenadviseurs bemiddelen in deze producten zonder de vereiste vergunning. Het gaat bij adviseren en bemiddelen bijvoorbeeld om het vergelijken en aanbevelen van (collectief) verzekerde pensioenregelingen en het begeleiden van de klant in de onderhandelingen met de verzekeraar.

Door te adviseren en/of te bemiddelen zonder vergunning overtreden deze pensioenadviseurs mogelijk de Wft. De AFM heeft deze adviseurs erop gewezen dat zij hun activiteiten in overeenstemming moeten brengen met de geldende wet- en regelgeving. Daarbij spoort de AFM pensioenadviseurs aan om een vergunning aan te vragen voor bemiddelen en adviseren. Als pensioenadviseurs geen vergunning hebben, moeten zij strikt voldoen aan de voorwaarden van de Vrijstellingsregeling Wft. Op grond van deze vrijstellingsregeling kan een pensioenadviseur namelijk zijn vrijgesteld van de vergunningplicht voor adviseren.

In deze interpretatie geeft de AFM nadere uitleg over de vergunningplicht voor pensioenadviseurs en de vrijstellingsmogelijkheden.

Toelichting

Wat is bemiddelen in financiële producten?
Een (collectief) verzekerde pensioenregeling is een (levens)verzekering en dus een financieel product volgens de Wft. Voor bemiddelen in financiële producten is een vergunning nodig op grond van artikel 2:80, eerste lid, Wft. De Wft hanteert een ruim begrip van bemiddelen. Alle werkzaamheden die zijn gericht op het als tussenpersoon tot stand brengen van een verzekering tussen een cliënt en een verzekeraar, gelden als bemiddelen.

Wanneer een pensioenadviseur voor zijn klant offerteaanvragen verricht, de contractonderhandelingen uitvoert, of anderszins behulpzaam is bij het totstandbrengen van een verzekeringsovereenkomst, is dus sprake van bemiddelen. Dit is ook al het geval als de pensioenadviseur meer dan contactgegevens van zijn klant aan de verzekeraar verstrekt. Het maakt daarbij niet uit of de pensioenadviseur voor zijn diensten wordt betaald door de klant, of daarvoor provisie ontvangt van de verzekeraar. De AFM heeft in de nieuwsbrief van maart 2009 nadere uitleg gegeven over het begrip ‘bemiddelen’.

Wat is adviseren over financiële producten?
Ook het adviseren over financiële producten is alleen toegestaan met een vergunning van de AFM. Dit is bepaald in artikel 2:75, eerste lid, Wft. Er is volgens de Wft, zo blijkt uit de wetstoelichting, sprake van adviseren wanneer een onderneming een aanbeveling doet voor een concreet financieel product van een bepaalde aanbieder aan een bepaalde cliënt. Een pensioenadviseur die na de beoordeling van offertes zijn klant de meest gunstige pensioenverzekering van een bepaalde aanbieder aanbeveelt, adviseert dus volgens de Wft.
 
Vrijstellingsregeling
De Wft kent een vrijstellingsregeling voor de vergunningplicht voor adviseren. Een pensioenadviseur hoeft namelijk geen vergunning te hebben voor het adviseren over financiële producten, als hij voldoet aan elk van de volgende voorwaarden:

  • De pensioenadviseur moet een andere hoofdberoepswerkzaamheid hebben dan het verlenen van financiële diensten.
  • Uit hoofde van die hoofdberoepswerkzaamheid heeft de pensioenadviseur inzicht in de financiële situatie van zijn cliënt.
  • De adviezen over financiële producten moeten in het verlengde liggen van de hoofdberoepswerkzaamheid van de pensioenadviseur.
  • De pensioenadviseur mag voor de verleende adviezen geen provisie ontvangen van de verzekeraar.
  • De adviezen mogen slechts marginaal onderdeel uitmaken van de totale werkzaamheden van de pensioenadviseur. 
  • De pensioenadviseur mag niet tevens bemiddelen in het product waarover hij adviseert.

Bovenstaande voorwaarden zijn terug te vinden in artikel 5 van de Vrijstellingsregeling Wft. Lees ook de uitleg van de voorwaarden.

Vergunning voor bemiddelen

In plaats van voldoen aan de voorwaarden van de vrijstellingsregeling spoort de AFM pensioenadviseurs aan om een vergunning aan te vragen voor bemiddelen in financiële producten. Met een vergunning voor bemiddelen in levensverzekeringen mag de adviseur tevens adviseren over pensioenverzekeringen (de afzonderlijke vergunningplicht voor adviseren is dan namelijk niet van toepassing*). Als de adviseur voldoet aan de gestelde vergunningeisen en van de AFM een vergunning krijgt, moet hij de gedragsregels naleven die voor financiële dienstverleners van toepassing zijn op grond van de Wft.

1 januari 2012: belangrijke datum

De markt voor pensioenverzekeringen wordt voor werkgevers en werknemers steeds belangrijker. De AFM verwacht daarom dat de vraag naar advisering over pensioenverzekeringen zal groeien. Dit biedt kansen voor pensioenadviseurs met een vergunning. De AFM wijst er op dat de deskundigheidseisen voor advisering in pensioenverzekeringen worden aangescherpt, conform het advies van het College Deskundigheid Financiële Dienstverlening. Naar verwachting treedt daartoe per 1 januari 2012 een nieuwe Wft-module Pensioenverzekeringen in werking. Deze module beoogt de kwaliteit van de pensioenadvisering te verbeteren. Nieuwe adviseurs en bemiddelaars in pensioenverzekeringen zullen direct, per 1 januari 2012, moeten voldoen aan de verscherpte deskundigheidseisen van deze module. Voor dienstverleners die dan al over een vergunning van de AFM beschikken, geldt een overgangsperiode van twee jaar om aan de nieuwe eisen te voldoen.

De AFM ziet nauwlettend toe op partijen die bemiddelen of adviseren zonder vergunning; adviseren zonder vergunning kan alleen als aan alle voorwaarden van de Vrijstellingsregeling is voldaan. De AFM kan maatregelen treffen als dit niet gebeurt, zoals het opleggen en publiceren van een boete.

Inwinnen van meer dan contactgegevens: een vorm van bemiddelen?

In de nieuwsbrief van de AFM van 5 september 2006 is al onder de aandacht gebracht dat het doorverwijzen van consumenten (onder consument wordt hier verstaan: consument of (in verband met verzekeringen) cliënt)) een financiële dienst kan zijn waarvoor een vergunning nodig is. Daarnaast is onder de aandacht gebracht dat het doorgeven van meer dan contactgegevens van een consument aan een aanbieder of andere bemiddelaar, onder bemiddelen valt.

De wet kent een ruim begrip van bemiddelen. Activiteiten die in verband kunnen worden gebracht met het tot stand brengen van een overeenkomst tussen een aanbieder en een consument, vallen al snel onder ‘bemiddelen’. Het bemiddelen in financiële producten is een vergunningplichtige activiteit. Je mag dus niet bemiddelen in financiële producten zonder dat je aan de eisen van een vergunning voldoet.

Hoewel in de wet is vastgelegd wat onder bemiddelen wordt verstaan, leidt dit begrip in sommige gevallen tot vragen aan de AFM. De AFM hecht er daarom aan om nadere aandacht te besteden aan het begrip ‘bemiddelen’.

Wanneer sprake is van bemiddelen leidt dat er onder meer toe dat verschillende verplichtingen jegens consumenten in acht moeten worden genomen. Zo dient een bemiddelaar de consument onder meer te informeren of hij al dan niet een contractuele verplichting heeft om uitsluitend voor één of meer aanbieders te bemiddelen. Ook gelden er bijvoorbeeld transparantieverplichtingen met betrekking tot beloning.

Wanneer is er sprake van bemiddelen?

Wanneer meer dan alleen contactgegevens worden ingewonnen, kan sprake zijn van bemiddelen. De volgende drie vragen kunt u gebruiken om te bepalen of u bemiddelt:

  1. Wint u meer dan alleen contactgegevens in van consumenten?

    o NEE? U bemiddelt niet
    o JA? Ga naar de volgende vraag

  2. Heeft u een overeenkomst met een of meerdere aanbieders of bemiddelaars met de bedoeling dat consumenten in contact komen met die aanbieder of bemiddelaar?

    o JA? Dan bent u een bemiddelaar die een vergunning nodigt heeft van de AFM
    o NEE? Ga naar de volgende vraag

  3. Geeft u meer dan contactgegevens door aan aanbieders of bemiddelaars?

    o JA? Dan bent u een bemiddelaar die een vergunning nodigt heeft van de AFM
    o NEE? U bemiddelt niet

Nadere uitleg

Er is sprake van bemiddelen als een persoon meer dan alleen contactgegevens inwint bij de consument, en een overeenkomst heeft met een aanbieder of bemiddelaar met de strekking dat consumenten (rechtstreeks of met tussenkomst van een derde) in contact komen met die aanbieder of bemiddelaar. Betaling door de aanbieder of bemiddelaar aan de persoon die de betreffende gegevens inwint, wijst op het bestaan van een overeenkomst.

De overeenkomst leidt ertoe dat het inwinnen van de betreffende informatie gericht is op het tot stand brengen van een overeenkomst tussen een consument en de aanbieder of bemiddelaar. Omdat meer dan alleen contactgegevens worden ingewonnen, is sprake van werkzaamheden die gericht zijn op een inhoudelijke betrokkenheid bij het tot stand brengen van een overeenkomst.

Wanneer geen sprake is van een overeenkomst, en de persoon die de nadere gegevens inwint meer dan alleen contactgegevens doorgeeft aan een aanbieder of bemiddelaar, is ook sprake van bemiddelen.

Voorwaarden vrijstellingsregeling voor de vergunningplicht voor adviseren

De voorwaarden van de vrijstellingsregeling voor de vergunningplicht voor adviseren zijn terug te vinden in artikel 5, eerste lid, sub f en tweede lid Vrijstellingsregeling Wft.    

    1. De pensioenadviseur moet een andere hoofdberoepswerkzaamheid hebben dan het verlenen van financiële diensten.
      De advisering over financiële producten mag geen structureel karakter hebben. Daardoor zou dit als hoofdactiviteit kunnen worden beschouwd. Het actief aanbieden van productadvies of het actief werven van klanten daarvoor duidt erop dat deze dienstverlening een zelfstandige hoofdactiviteit is. Ook wanneer de advisering is ondergebracht in een aparte afdeling, doet dit vermoeden dat sprake is van een hoofdactiviteit.

    2. Uit hoofde van die hoofdberoepswerkzaamheid heeft de pensioenadviseur inzicht in de financiële situatie van zijn cliënt.
      en
    3. De adviezen over financiële producten moeten in het verlengde liggen van de hoofdberoepswerkzaamheid van de pensioenadviseur.
      De advisering moet voortvloeien uit het inzicht dat de pensioenadviseur heeft in de financiële situatie van de klant en in het verlengde liggen van zijn hoofdwerkzaamheden voor die klant. Een accountant of actuaris die op verzoek van een werkgever berekent welke soort pensioenregeling in de pensioenbehoefte van de werkgever kan voorzien, heeft ruime kennis van de klantbehoefte. De betreffende adviseur kan met die kennis de werkgever adviseren welk pensioenverzekering past bij zijn behoefte. Dit advies ligt in het verlengde van de hoofdactiviteit van de actuaris of accountant.

    4. De pensioenadviseur mag voor de verleende adviezen geen provisie ontvangen van de verzekeraar.
      Deze voorwaarde spreekt voor zich. In de praktijk blijkt dat de meeste pensioenadviseurs voor hun adviesdiensten een vergoeding op basis van een uurtarief bij hun klant in rekening brengen.

    5. De adviezen mogen slechts marginaal onderdeel uitmaken van de totale werkzaamheden van de pensioenadviseur.
      Het begrip ‘marginaal’ wordt niet uitgelegd in de wettelijke regels. Uit de toelichting op artikel 5 van de vrijstellingsregeling blijkt dat de vrijstelling alleen geldt, als slechts ‘incidenteel’ wordt geadviseerd. Het hangt af van de omstandigheden van het geval wanneer de grens van ‘marginaal’ of ‘incidenteel’ wordt overschreden. Aan deze voorwaarde wordt in ieder geval niet voldaan als de bedrijfsvoering is ingericht op de advisering over financiële producten. Dit is bijvoorbeeld het geval als de advieswerkzaamheden zijn verwerkt in de administratieve processen. Hierboven werd beschreven dat een aparte afdeling (met actieve werving) ertoe leidt, dat de adviesdienst als hoofdactiviteit kan worden beschouwd. Dit gaat in tegen het karakter van incidenteel advies.

    6. De pensioenadviseur mag niet tevens bemiddelen in het product waarover hij adviseert.
      Als de pensioenadviseur namens zijn cliënt(en) contractbesprekingen voert met de verzekeraar wiens product hij aan de cliënt heeft geadviseerd, is hij aan het bemiddelen. In dat geval kan hij geen beroep doen op de vrijstelling van de vergunningplicht, ook niet wanneer de pensioenadviseur wel voldoet aan de eerste vijf voorwaarden. De pensioenadviseur heeft in dit geval een vergunning voor bemiddelen nodig.          

     

    Informatie delen

    Delen via: deel
    Alle onderwerpen