Terug

Interpretaties beurzen

Hier vindt u samenvattingen van casusgevallen met interpretaties van de AFM over verschillende aspecten van wet- en regelgeving onder de Wet op het financieel toezicht (Wft).

Aan de onderhavige oordelen kunnen geen rechten worden ontleend en deze zijn niet bindend.

Interpretation of Section 5:26 (15-03-2007, English language)

Section 5:26 Subsection 1 of the FSA states the prohibition to operate a market in financial instruments without a recognition. A relevant question is: when do activities of trading platforms established abroad qualify as holding a market in financial instruments in the Netherlands? To answer this question the AFM assesses if the trading platform is active in the Netherlands.

Previously the AFM qualified the activities in the Netherlands of a foreign trading platform by using the criterion ‘the placing of trading screens ’ by this trading platform. Due to the increased role of the internet in the access to a trading platform, this criterion is no longer appropriate. The AFM therefore developed new assessment criteria.

The AFM qualifies a trading platform, established abroad, as being active in the Netherlands if both of the following criteria are met:

  • The trading platform offers direct access (without making use of a local broker) to Dutch parties (Connectivity test).
  • The trading platform (plans to) actively approach and market its activities to Dutch professional parties (Initiative test ).

If only the connectivity test provides a positive outcome the factors described below could indicate, according to the AFM, that the foreign based trading platform is active in the Netherlands: i) The (relative) number of Dutch professional parties active on the platform; ii) The relative share of Dutch professional parties on the total volume of the platform; iii) the impact of the platform on the Dutch capital markets.

If the AFM qualifies the trading platform established abroad as being active in the Netherlands, these activities will be subject to the prohibition of Section 5:26, Subsection 1 of the FSA. The respective trading platform will have to apply for a dispensation of the recognition requirements, as described in Section 5:27, Subsection 2 of the FSA, if it wishes to remain being active in the Netherlands. The final decision to grant such a dispensation will be made by the Minister of Finance, upon advice by the AFM. A regulated market, as defined in Section 1:1 of the FSA, of which the holder is established in a member state of the European Economic Area, can make use of the “Uitvoeringsregeling WFT” as referred to in Section 5:26, Subsection 4 of the FSA.

(1) Please be referred to the heading ‘Activities of foreign markets in financial instruments in the Netherlands’

(2) Placing trading screens included the following: the holder of a market in financial instruments places hardware at a member, the supplying of software to gain access to the trading platform and to trade on it, the provision of a leased line, or the provision of a secured internet portal.

(3) This could be by informative meetings, road shows, mailings, the use of the Dutch language, provision of information on or referral to Dutch laws or the Dutch regime, etc.

Beheren of exploiteren v.e. gereglementeerde markt of het exploiteren v.e multilaterale handelsfaciliteit in Nederland (15-03-2007)

In deze interpretatie geeft de AFM aan hoe zij bepaalt of een gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit in Nederland wordt beheerd, dan wel geëxploiteerd. Voor de definities van een gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit wordt verwezen naar de definities in artikel 1:1 Wft.

In artikel 5:26, eerste lid, Wft is neergelegd dat het verboden is zonder een daartoe door Onze Minister verleende vergunning in Nederland een gereglementeerde markt te exploiteren of te beheren.

In artikel 2:96, eerste lid, Wft is bepaald dat het verboden is in Nederland zonder een daartoe door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning beleggingsdiensten te verlenen of beleggingsactiviteiten te verrichten. Het in de uitoefening van beroep of bedrijf exploiteren van een multilaterale handelsfaciliteit is volgens de definities van artikel 1:1 Wft het ‘verrichten van een beleggingsactiviteit’.

Hoe stelt de AFM nu vast of een gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit in Nederland wordt beheerd of geëxploiteerd?

Een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit wordt in Nederland beheerd dan wel geëxploiteerd zodra er sprake is van:

  1. het bieden van directe toegang tot het platform (zonder gebruik te maken van een lokale broker) aan Nederlandse natuurlijke personen of rechtspersonen (connectivity test), én 
  2. het actief in Nederland benaderen van potentiële leden van of deelnemers aan het handelsplatform door het platform of door andere leden van het platform om deel te nemen aan, of lid te worden  van de handelsfaciliteit (initiative test). (Dit kan zijn door voorlichtingsbijeenkomsten, road shows, mailings, gebruik van de Nederlandse taal, informatieverschaffing over of verwijzing naar Nederlandse wetten of het Nederlandse fiscale regime, enz.)

De situatie kan bestaan dat wel voldaan is aan het connectivity-vereiste, maar dat het initiative- vereiste niet aangetoond kan worden. In dat geval kunnen onder meer de volgende factoren aanleiding geven dat de AFM toch van mening is dat een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit in Nederland wordt beheerd dan wel geëxploiteerd:

  • het (relatieve) aantal Nederlandse deelnemers aan, of leden van het in het buitenland gevestigde platform
  • het marktaandeel van Nederlandse deelnemers aan of leden van het betreffende platform
  • de invloed van het platform op de Nederlandse kapitaalmarkt.

Gereglementeerde markten uit andere lidstaten mogen op grond van artikel 5:26, tweede lid, Wft, in Nederland ‘passende voorzieningen’ treffen om de in Nederland gevestigde leden of deelnemers op afstand beter in staat te stellen toegang te krijgen tot deze markt en er op te handelen.

Beleggingsondernemingen uit andere lidstaten mogen op grond van hun Europees Paspoort ook in Nederland beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten en kunnen derhalve in Nederland een multilaterale handelsfaciliteit exploiteren.

Een handelsplatform met zetel in een niet-lidstaat dat een met een gereglementeerde markt vergelijkbare functie vervult en in Nederland een gereglementeerde markt wil beheren of exploiteren zal een vergunning op grond van artikel 5:26, eerste lid, Wft, of een ontheffing op grond van artikel 5:26, derde lid, Wft, dienen aan te vragen bij het Ministerie van Financiën.

Een handelsplatform met zetel in een niet-lidstaat dat een met een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbare functie vervult en deze in Nederland wil exploiteren zal een vergunning op grond van artikel 2:96, eerste lid Wft, of een ontheffing op grond van artikel 2:96, tweede lid, Wft, dienen aan te vragen bij de Autoriteit Financiële Markten.

De vrijstelling van de vergunningplicht genoemd in artikel 2:96 Wft op grond van artikel 10 Vrijstellingsregeling Wft voor beleggingsondernemingen uit de VS, Zwitserland en Australië ziet alleen op het verlenen van beleggingsdiensten en niet op het verrichten van beleggingsactiviteiten. Beleggingsondernemingen uit deze landen die een multilaterale handelsfaciliteit in Nederland willen exploiteren kunnen dus geen beroep doen op deze vrijstelling.

Informatie delen

Delen via: deel
Alle onderwerpen