Terug

Richtsnoeren beoordeling kennis en bekwaamheid (ESMA)

Op 22 maart 2016 heeft ESMA richtsnoeren gepubliceerd voor de beoordeling van kennis en bekwaamheid van medewerkers.

Wat houden de richtsnoeren in?

In de richtsnoeren voor de beoordeling van de kennis en bekwaamheid heeft ESMA de norm voor de vakbekwaamheid van personeel dat cliënten adviseert of informeert uit MiFID II nader uitgewerkt. Naast algemene normen bevatten deze richtsnoeren criteria voor de kennis en bekwaamheid van personeel dat klanten informeert en adviseert, en organisatorische eisen voor beleggingsondernemingen.

In de algemene normen is onder meer opgenomen dat beleggingsondernemingen ervoor zorgen dat het personeel met klantcontact beschikt over de nodige kennis en bekwaamheid om aan de geldende wet- en regelgevingseisen en normen voor bedrijfsethiek te voldoen. Ook staat hierin dat het personeel op de hoogte moet zijn van de interne gedragsregels en procedures van de onderneming.

De nodige kennis en bekwaamheid voor het personeel is in de richtsnoeren nader uitgewerkt. Zowel voor het personeel dat informeert als voor het personeel dat adviseert is een afzonderlijke lijst met criteria opgesteld. In beide lijsten is bijvoorbeeld opgenomen dat ze over de nodige kennis en bekwaamheid beschikken om:

  1. de belangrijkste kenmerken, risico’s en aspecten te begrijpen van de beleggingsproducten die de onderneming aanbiedt
  2. het totaalbedrag van de kosten en lasten te begrijpen die door de cliënt moeten worden gemaakt voor transacties in een beleggingsproduct
  3. te begrijpen hoe financiële markten werken en hoe deze de waarde en de prijsstelling van beleggingsproducten beïnvloeden.

De organisatorische eisen bevatten normen voor het beoordelen, onderhouden en bijhouden van kennis en bekwaamheid. Beleggingsondernemingen moeten er bijvoorbeeld voor zorgen dat:

  1. zij jaarlijks de behoefte aan ontwikkeling en ervaring bij het personeel bepalen
  2. het personeel dat niet over de nodige kennis en bekwaamheid beschikt de functie niet zelfstandig uitoefent, maar onder toezicht werkt
  3. de kennis en bekwaamheid onderdeel uitmaakt van de beoordeling van het personeel.

Past de AFM de richtsnoeren toe in het toezicht?

De AFM zal de richtsnoeren toepassen in haar toezicht.

In verband hiermee hebben Stichting DSI en de AFM afspraken gemaakt over de borging van de kennis en bekwaamheid. Met de afspraken willen we het voor de ondernemingen vergemakkelijken om de richtsnoeren na te leven. Ook moeten de afspraken bijdragen aan het effectief en efficiënt toezicht van de AFM op de voorschriften die gelden voor de vakbekwaamheid. De afspraken tussen Stichting DSI en de AFM zijn vastgelegd in een convenant.

Ondernemingen zijn niet verplicht om de kennis en bekwaamheid van hun personeel via DSI te borgen. Als zij dit niet via DSI doen, dan moeten zij wel op een andere manier kunnen aantonen dat hun personeel vakbekwaam is.

Hoe vult de AFM de minimumnormen uit de richtsnoeren nader in?

De richtsnoeren bevatten een aantal minimumnormen. De AFM mag hogere kennis- en bekwaamheidsniveaus eisen. We informeren u hieronder hoe de AFM met deze normen omgaat. Dit is in overeenstemming met de informatieplicht die de AFM heeft op basis van de punten 21 en 22 uit de richtsnoeren.

Wat betreft punt 21 heeft de AFM besloten de criteria uit de richtsnoeren over te nemen en geen lijst met specifieke passende kwalificaties te publiceren. Voor de kenmerken van de passende kwalificatie sluit de AFM aan bij de definitie in de richtsnoeren, met de toevoeging dat het personeel aantoonbaar een kwalificatie of andere toets of opleiding met succes behaald moet hebben. De AFM stelt dus geen aanvullende eisen aan de passende kwalificatie, anders dan dat deze aantoonbaar moet zijn.

Ten aanzien van punt 22 van de Richtsnoeren heeft de AFM besloten: 

  • de vereiste periode om passende ervaring op te doen, vast te stellen op 12 maanden op voltijdsbasis;
  • de maximale periode dat een personeelslid ten hoogste onder toezicht mag werken te handhaven op 4 jaar;
  • dat de beoordeling van de passende kwalificatie van personeelsleden dient te worden uitgevoerd door de onderneming en dat deze zich hierbij mag baseren op het oordeel van een externe instelling, zoals DSI.

Op welke ondernemingen zijn de richtsnoeren van toepassing?

De richtsnoeren zijn van toepassing op:

  • beleggingsondernemingen
  • beleggingsondernemingen die gestructureerde deposito’s verkopen of daarover adviseren
  • kredietinstellingen die beleggingsdiensten verlenen
  • kredietinstellingen die adviseren of informeren over gestructureerde deposito’s
  • beheerders van een beleggingsinstelling of ICBE die op grond van 2:67a Wft of op grond van 2:69c Wft beleggingsdiensten of nevendiensten mogen verlenen.

Op welke datum treden de richtsnoeren in werking?

De richtsnoeren gelden per 3 januari 2018.

Informatie delen

Delen via: deel
Alle onderwerpen