Terug

Eed of belofte

De ‘eed of belofte in de financiële sector’ is een moreel-ethische verklaring die beleidsbepalers en een bepaalde groep medewerkers van een financiële onderneming dienen af te leggen. De eed of de belofte, bevat de verklaring van de aflegger dat deze - onder andere - zijn functie zorgvuldig en integer zal uitoefenen, het klantbelang centraal zal stellen en zich zal inspannen om het vertrouwen in de financiële sector te behouden en te bevorderen.

Eed of belofte en bankierseed

Naast de eed of belofte voor de financiële sector, is er nog de al langer bestaande ‘bankierseed’. Deze gaat verder dan de verklaring voor andere financiële ondernemingen. Bij banken moeten alle medewerkers deze eed of belofte afleggen.

De regels omtrent de eed of belofte zijn uitgewerkt in artikel 4:9 Wft, artikel 4:15a Wft en de Regeling eed of belofte financiële sector 2015, voor ondernemingen waar het toezicht van de Autoriteit Financiële Markten op ziet. Voor ondernemingen waarbij De Nederlandsche Bank de primaire toezichthouder is, zoals bij banken en verzekeraars, zijn de regels van de eed of belofte vastgelegd in artikel 3:8 Wft en 3:17c Wft en dezelfde Regeling eed of belofte financiële sector 2015. Deze pagina gaat verder in op de regels waar de AFM toezicht op houdt.

Doel van de eed of belofte

De invoering van de eed of belofte is ingegeven door de kredietcrisis. De crisis maakte duidelijk dat er een fundamentele hervorming van de financiële sector nodig was om het vertrouwen in financiële ondernemingen te herstellen. Die gewenste cultuuromslag vroeg niet alleen om wet- en regelgeving, maar had (en heeft) ook een sterke morele dimensie. Deze morele dimensie keert terug in het afleggen van de moreel-ethische verklaring in de vorm van een eed of belofte.

De eed of belofte bevat kernwaarden waaraan een medewerker in de financiële sector moet voldoen. Daarbij heeft de eed of belofte de bedoeling normerend te werken, doordat het een duidelijke aanzet geeft tot het antwoord op de vraag wat goede financiële dienstverlening inhoudt. Verder kan een eed of belofte ook vormend werken doordat het medewerkers in de financiële sector uitnodigt om over hun handelen en verantwoordelijkheden na te denken. Het is een persoonlijk appèl en daarmee een vorm van zelfbinding.

De eed of belofte is een instrument om het belang te onderstrepen van de centrale normen en waarden waar de financiële sector voor staat en om de bewustwording daarvan te versterken bij de persoon die hem aflegt.

Voor wie geldt de eed of belofte

De wettelijke regels voor de eed of belofte gelden voor alle financiële ondernemingen. Voor het AFM toezicht vallen daaronder:

  • beheerder van een beleggingsinstelling;
  • beleggingsmaatschappij;
  • beheerder van een icbe (instelling voor collectieve belegging in effecten);
  • maatschappij voor collectieve belegging in effecten;
  • beleggingsonderneming;
  • bewaarder van een icbe;
  • financiële dienstverlener (waaronder ook aanbieder van beleggingsobjecten, aanbieder van krediet en gevolmachtigd agent)
  • pensioenbewaarder.

Verder moeten de eed of belofte afleggen: natuurlijke personen van financiële ondernemingen met zetel in Nederland, en natuurlijke personen die in Nederland werken bij bijkantoren met zetel in een staat die geen EU-lidstaat is.

 

Personen die de eed of belofte afleggen

Binnen die ondernemingen legt een bepaalde groep natuurlijke personen de eed of belofte af. Die groep kan worden verdeeld in natuurlijke personen voor wie de geschiktheidseisen (art. 4:9 Wft) gelden en natuurlijke personen genoemd in 4:15a van de wet, die niet op hun geschiktheid worden getoetst

Dagelijks beleidsbepalers en interne toezichthouders

De eerste groep betreft dagelijks beleidsbepalers (bestuurders) en interne toezichthouders (zoals commissarissen). Met toepassing van de eed of belofte op deze groep is beoogd een goede ‘tone at the top’ van een financiële onderneming te borgen. Bij vergunningaanvraag en toetsing van dagelijks beleidsbepalers en/of toezichthouders (art 4:9 lid 1), moet een verklaring worden opgestuurd dat de eed of belofte binnen drie maanden na indiensttreding door de dagelijks beleidsbepalers en/of toezichthouder wordt afgelegd. De AFM legt vervolgens de toegestuurde verklaring vast in het dossier.

Mocht een beleidsbepaler of interne toezichthouder niet tot het afleggen van de eed of belofte overgaan (binnen drie maanden na aanvang van de werkzaamheden), of de eed of belofte na aflegging niet naleven, dan kan de toezichthouder hieraan in het kader van de geschiktheidstoets consequenties verbinden door de betreffende persoon te hertoetsen. Dit kan er in een uiterst geval toe leiden dat de dagelijks beleidsbepaler of interne toezichthouder zijn/haar functie niet langer kan uitoefenen.

Medewerkers die het risicoprofiel beïnvloeden of klantcontact hebben

De tweede groep die de eed of belofte af dient te leggen, zijn de medewerkers binnen een onderneming die het risicoprofiel kunnen beïnvloeden of zich rechtstreeks bezighouden met dienstverlening aan de klant. Met toepassing van de eed of belofte op deze personen, wordt beoogd dat ook de werkvloer zich ten volle bewust moet zijn van de gedragsregels die hen persoonlijk aangaan. 

De eed of belofte voor deze groep maakt deel uit van de integere en beheerste bedrijfsvoering, wat een aangelegenheid is van de onderneming. Het is zodoende aan de financiële onderneming zelf – en daarmee ook diens primaire verantwoordelijkheid – om ervoor zorg te dragen dat deze medewerkers een eed of belofte afleggen en naleven. In geval van overtreding van deze bepaling door de financiële onderneming, kan de toezichthouder zo nodig handhaven, door middel van bestuursrechtelijke maatregelen. 

Het staat ondernemingen vrij andere werknemers die de eed of belofte niet verplicht hoeven af te leggen een vergelijkbare eed of belofte te laten afleggen. Dit is op vrijwillige basis en valt (nog) niet onder de regels van de Wft.

Inhoud van de eed

In de Regeling eed of belofte financiële sector 2014 is opgenomen op welke wijze de eed of belofte moet worden afgelegd. Daarbij is de tekst van de eed of belofte voor personen van financiële ondernemingen waarvoor de eisen van geschiktheid gelden, voorgeschreven. Dit is terug te vinden in de bijlagen van de Regeling eed en belofte financiële sector 2015.

Ook is bepaald uit welke elementen de eed of belofte tenminste moet bestaan voor andere medewerkers van ondernemingen op wie de eed van toepassing is, namelijk:

  1. het integer en zorgvuldig uitoefenen van de functie;
  2. het maken van een zorgvuldige afweging tussen de belangen van partijen die bij de onderneming betrokken zijn, in het bijzonder die van de klanten en de maatschappij;
  3. het centraal stellen van het belang van de klant;
  4. het naleven van wetten, reglementen en gedragscodes;
  5. en het behouden en bevorderen van het vertrouwen in de financiële sector.

Een onderneming mag de schriftelijke verklaring aanpassen om het een eigen karakter te geven. De aanpassingen mogen niets afdoen aan de strekking van de eed.

Procedure afleggen eed of belofte medewerkers

De verdere procedure omtrent de eed of belofte is erop gericht dat de eed of belofte geen formaliteit mag worden. Het gaat niet alleen gaat om het ondertekenen van het formulier, maar ook om het uitspreken van de eed of belofte. Dit onderstreept het belang van de centrale normen en waarden waar de financiële sector voor staat en versterkt de bewustwording daarvan bij de persoon die de eed of belofte aflegt.

Het afleggen van de eed of belofte gebeurt ten overstaan van een persoon in een hogere functie, indien dat mogelijk is. Mede gelet hierop, ligt het voor de hand dat ondertekening van de eed of belofte plaatsvindt gedurende een ceremonie. Na het afleggen van de eed of belofte wordt deze ondertekend door de persoon die de eed of belofte heeft afgelegd. 

De onderneming moet nadien kunnen aantonen dat de eed of belofte is afgelegd én ondertekend. Voorbeelden hiervan zijn elektronische registratie van het afleggen en ondertekenen of het toevoegen van de ondertekende eed of belofte aan het personeelsdossier. Deze registratie moet in ieder geval op een zodanige wijze plaatsvinden dat deze eenvoudig toegankelijk is voor de toezichthouders. Nieuwe medewerkers van financiële ondernemingen hebben tot drie maanden na indiensttreding de tijd om de eed of belofte af te leggen.

Toezicht AFM en DNB

De AFM en DNB zijn beiden verantwoordelijk voor toezicht op de wijze waarop financiële ondernemingen het afleggen en naleven van de eed of belofte in hun bedrijfsvoering hebben opgenomen. De primaire toezichthouder (de financiële toezichthouder die de vergunning verleent) is in beginsel eindverantwoordelijke voor het toezicht op de eed of belofte. Dit betekent dat DNB primair verantwoordelijk is voor het toezicht op banken, voor de andere financiële ondernemingen is dat de AFM. 

Handhaving

Waar het gaat om handhaving zijn er drie soorten te onderscheiden:

  • de personen die op geschiktheid worden getoetst; 
  • de financiële onderneming die verantwoordelijk is voor aflegging en naleving van de eed of belofte;
  • de individuele medewerker die zich aan zijn eed of belofte moet houden.

Bij het niet naleven van de eed of belofte, of het niet afleggen ervan, kan dit consequenties hebben voor de geschiktheid en/of betrouwbaarheid van dagelijks beleidsbepalers of interne toezichthouders. De AFM en/of DNB kunnen overgaan tot hertoetsing.

De financiële onderneming is volgens artikel 4:15a, tweede lid, Wft primair verantwoordelijk om er voor te zorgen dat de eed wordt afgelegd én nageleefd door de medewerkers die de eed of belofte dienen af te leggen. Doet zij dat niet, dan handelt de financiële onderneming in strijd met artikel 4:15a Wft als onderdeel van de beheerste bedrijfsvoering, en kan een maatregel of boete van de AFM volgen.

Toezicht op naleving van de eed of belofte door individuele medewerkers (niet zijnde personen die op geschiktheid worden getoetst), valt niet onder AFM of DNB. Als een medewerker die de eed of belofte heeft afgelegd de eed of belofte niet naleeft, kan deze (uiteindelijk) tuchtrechtelijk worden aangesproken. Voor bankmedewerkers kan dat bij Stichting Tuchtrecht Banken en voor anderen via het KiFidTuchtraad financiële dienstverlening

Informatie delen

Delen via: deel
Alle onderwerpen