Terug

Afwikkelondernemingen

Afwikkelondernemingen zijn verantwoordelijk voor de afhandeling van het girale betalingsverkeer. De AFM en de Nederlandsche Bank (DNB) houden samen toezicht op de afwikkelondernemingen. Afwikkelondernemingen met meer dan 120 miljoen transacties per jaar hebben een vergunning nodig om hun activiteiten te mogen verrichten.

Betrouwbaar betaalsysteem

Afwikkelondernemingen zorgen voor de verwerking van het girale betalingsverkeer. Het is essentieel dat dit goed werkt. Zou het girale betalingsverkeer niet goed functioneren, dan heeft dat vergaande consequenties. In Nederland worden in vergelijking met andere landen veel transacties met betaalpassen verricht waarbij verschillende risico’s kunnen ontstaan. Een van de risico’s is het slecht of niet functioneren van het betaalverkeer als gevolg van tekortschietende interne procedures en systemen bij afwikkelondernemingen of als gevolg van externe gebeurtenissen. Operationele risico’s kunnen ontstaan door menselijk of technisch falen. Deze risico’s kunnen leiden tot een systeemrisico.

Stel, het girale betalingsverkeer ligt plat en dat duurt enige tijd. Dat kan tot maatschappelijke ontwrichting leiden, aangezien er op korte termijn onvoldoende alternatieven zijn voor girale betalingen en mensen het vertrouwen in het betaalsysteem verliezen. Ook ontstaat economische schade voor degenen aan wie moet worden betaald: zij ontvangen immers geen betaling. 

Afwikkeldiensten

Er zijn drie soorten afwikkeldiensten die onder de regels vallen:

  1. Het doorzenden van verzoeken over de goedkeuring van betaalopdrachten, bijvoorbeeld wanneer de klant in de winkel een aankoop doet met een betaalkaart.
  2. Het goedkeuren van de verzoeken als bedoeld onder 1 door te controleren of er voldoende geld op de rekening staat.
  3. Salderen, het vaststellen van geldelijke vorderingen of verplichtingen, waarbij de rekening van de klant wordt gedebiteerd en die van de verkoper gecrediteerd.

Vergunning

Ondernemingen die giraal betaalverkeer afwikkelen moeten een vergunning aanvragen bij de Nederlandsche Bank (DNB) om hun activiteiten te mogen verrichten, wanneer zij meer dan 120 miljoen transacties per jaar afwikkelen. Afwikkelondernemingen die onder deze drempelwaarde blijven moeten bij DNB melden dat zij afwikkeldiensten verlenen.

Toezicht AFM en DNB

Bestaande afwikkelondernemingen (zoals Equens en CCV) krijgen te maken met een procedure waarin de toezichthouders kijken of aan de nieuwe wetgeving wordt voldaan. Nieuwe toetreders moeten een vergunning aanvragen. Indien een partij één of meer afwikkeldiensten aanbiedt en boven een drempel van 120 miljoen transacties per jaar komt, is een vergunning nodig. Indien een partij deze diensten uitvoert maar minder transacties doet, moet deze zich eenmaal per jaar notificeren. Op die manier houden DNB en AFM inzicht in wie actief zijn bij het Nederlandse giraal betaalverkeer.

De wetsteksten voor het toezichtregime zijn gebaseerd op de wereldwijde standaarden voor financiële markten infrastructuren, de zogenaamde FMI-principles uit 2012. Die principles zijn opgesteld door de Committee on Payment and Settlement Systems (CPSS) en de International Organization of Securities Commissions (IOSCO).

Verantwoordelijkheden AFM

De AFM is per 1 januari 2014 een nieuwe toezichthouder voor afwikkelondernemingen. Voor 1 januari 2014 stonden de bestaande afwikkelondernemingen al onder 'vrijwillig' toezicht van DNB. De AFM richt zich vooral op het gedragstoezicht van de afwikkelondernemingen. Wij kijken naar de toegangs- en deelnemerscriteria van een afwikkelonderneming, of de afwikkelonderneming haar diensten efficiënt verleent, welke communicatieprocedures en -standaarden de onderneming heeft en of de afwikkelonderneming zich houdt aan transparantieverplichtingen.

Samenwerking met DNB

DNB is per 1 januari 2014 de vergunningverlenende autoriteit voor afwikkelondernemingen. Een afwikkelonderneming dient zich dan ook tot DNB te wenden bij het voornemen om afwikkeldiensten te verlenen. AFM en DNB werken samen in hun toezicht. In de Wet op het financieel toezicht zijn de taken tussen AFM en DNB verdeeld op basis van de FMI-principles. DNB houdt toezicht op de naleving van de regels die zien op o.a. geschiktheid en betrouwbaarheid, integere bedrijfsvoering, zeggenschap en de inrichting van de bedrijfsvoering van de afwikkelonderneming. De AFM houdt toezicht op de naleving van de regels die zien op o.a. de efficiënte dienstverlening en de communicatieprocedures van de afwikkelonderneming. AFM en DNB houden gezamenlijk toezicht op de regels ten aanzien van governance en effectiviteit. Hiernaast werken AFM en DNB samen in het vergunningsverleningstraject: DNB verleent, na advies van de AFM, wel of niet een vergunning aan de afwikkelonderneming.

Informatie delen

Delen via: deel
Alle onderwerpen