Terug

Wet verbeterde premieregeling Voor Pensioenuitvoerders

In 2016 is de Wet verbeterde premieregeling (Wvp) in werking getreden. Met deze wet is beoogd deelnemers aan premie- of kapitaalregelingen een alternatief te bieden voor het gebruikelijke ‘vaste pensioen’. Daarbij wordt op pensioendatum het totaal opgebouwde kapitaal in een keer omgezet in een levenslange vaste uitkering. Deelnemers kunnen nu ook kiezen voor een variabel pensioen waarmee een deel van het opgebouwde kapitaal wordt doorbelegd. Bij het bieden van de keuze tussen vast en variabel moeten pensioenuitvoerders deelnemers relevante informatie geven over de gevolgen en risico’s van beide mogelijkheden.



Onderzoek Wet verbeterde premieregeling

Niet alle pensioenuitvoerders houden bij de ontwikkeling van variabele pensioenproducten voldoende rekening met de kenmerken en behoeften van deelnemers, zoals de risico’s die ze willen en kunnen nemen. Ook begeleiden ze deelnemers niet altijd goed bij de keuze tussen een variabele of een vastgestelde pensioenuitkering. Dit blijkt uit een onderzoek naar de Wet verbeterde premieregeling (Wvp) door de AFM.

Beter inzicht in wensen deelnemers nodig

Het onderzoek laat zien dat pensioenuitvoerders de kenmerken en behoeftes van hun deelnemers beter moeten onderzoeken en meenemen bij de inrichting van variabele uitkeringen. Deelnemers moeten bijvoorbeeld de risico’s van langdurig gespreid beleggingsbeleid niet alleen willen, maar ook kunnen dragen. De AFM vindt het belangrijk dat pensioenuitvoerders de verschillende deelnemerspopulaties inzichtelijk maken en op basis hiervan bepalen voor wie een variabele uitkering wel of niet geschikt is. Dat gebeurt nu onvoldoende en kan verstrekkende gevolgen hebben voor de deelnemer.

Keuzebegeleiding bij variabele pensioenuitkeringen moet beter

Het rapport herbevestigt ook de conclusie van eerder AFM onderzoek dat de keuzebegeleiding beter moet. De keuze tussen een variabele of vastgestelde uitkering is verstrekkend en kan ook niet meer worden gewijzigd. Ook de begeleiding bij het voorlopig keuzemoment moet beter. De deelnemer moet ongeveer vijftien jaar voor zijn pensioen het risicoprofiel van het beleggingsbeleid tot aan de pensioendatum bepalen. Het is belangrijk dat deelnemers het belang en de gevolgen van hun keuze goed snappen.

Digitale keuzeomgeving kan deelnemer helpen met complexe keuzes

De AFM komt met een aantal aanbevelingen voor pensioenaanbieders. Zo kan een digitale keuzeomgeving deelnemers een beter inzicht geven in de mogelijke korte- en langetermijnuitkomsten van hun pensioen. Zo’n omgeving kan ook de risico’s van de stapeling van keuzes inzichtelijk maken. Pensioendeelnemers staan rond de pensioendatum immers voor meer keuzes. Ze kunnen besluiten eerder te stoppen met werken of kiezen voor een hogere uitkering in de eerste jaren van het pensioen.

Communicatie bij verlaging van de uitkering moet eerder

Het voordeel van een variabele uitkering is dat het resterende pensioenkapitaal wordt doorbelegd en minder afhankelijk is van de marktrente op het moment van pensionering. De uitkering kan hiermee hoger uitvallen, maar ook tot wel 15% lager. Uit het onderzoek blijkt dat gepensioneerden informatie over een verlaging soms pas krijgen nadat deze is doorgevoerd. Dit geeft hen geen ruimte meer om hun bestedingspatroon aan te passen of andere acties te ondernemen.

Uitkomsten onderzoek relevant voor nieuwe pensioenstelsel

De AFM heeft sinds de introductie in 2016 in totaal vijf onderzoeken uitgevoerd naar de Wvp. Die zijn in het rapport samengebracht en geanalyseerd. Over een aantal onderzoeken publiceerde de AFM reeds eerder. Nieuw is onder andere een onderzoek naar de ontwikkeling van variabele pensioenen door pensioenfondsen. De Wvp kent veel elementen die terugkomen in het nieuwe pensioenstelsel. De uitkomsten van dit rapport bieden daarmee ook belangrijke lessen voor de inrichting van het nieuwe pensioenstelsel.

AFM-onderzoek bij 22 pensioenfondsen naar keuzebegeleiding Wvp

De AFM heeft in 2018 bij 22 pensioenfondsen met een beschikbare premieregeling onderzocht hoe zij hun deelnemers begeleiden bij de voorlopige keuze tussen een vaste of variabele uitkering. Pensioenuitvoerders moeten hun deelnemers deze voorlopige keuze laten maken op het moment dat dat relevant wordt voor de beleggingen. Vanaf dat moment gaan de lifecycles (de beleggingsmix) voorsorteren op een vaste of variabele uitkering en wordt beleggingsrisico afgebouwd. Dit moment ligt vaak rond de 10 tot 15 jaar voor de pensioendatum.

De AFM heeft geconstateerd dat niet alle pensioenfondsen de voorlopige keuze voorlegden aan hun deelnemers en heeft deze fondsen hierop aangesproken. Uit het onderzoek concludeert de AFM bovendien dat pensioenfondsen nog stappen kunnen zetten bij het vormgeven van de keuzebegeleiding.

Aanbevelingen pensioenfondsen

De AFM verwacht dat pensioenfondsen hun deelnemers ondersteunen bij het maken van de voorlopige keuze tussen vast en variabel pensioen. Wij willen pensioenfondsen daarvoor het volgende aanbevelen.

  • Zorg ervoor dat de randvoorwaarden voor een zorgvuldig keuzeproces aanwezig zijn. Daarmee bedoelen we dat – naast duidelijke en evenwichtige informatie – inzicht nodig is in het deel van het pensioen waarvoor de keuze geldt. Ook moeten deelnemers de gevolgen van de verschillende opties goed kunnen doorgronden en moet duidelijk zijn dat en waarom de voorlopige keuze belangrijk is.
  • Geef informatie die relevant is voor de keuze, en houd daarbij rekening met de doelgroep. Daarmee bedoelen we dat informatie over de voorlopige keuze tijdig en duidelijk is, en past bij de doelgroep. Dat betekent onder meer dat geen jargon maar concrete begrippen moeten worden gebruikt en consistente en relevante informatie moet worden aangeboden. Ook moet duidelijk zijn dat er nog een definitieve keuze volgt rondom pensionering.
  • Stimuleer een actieve keuze en neem zoveel mogelijk drempels weg. Informatie en keuze-architectuur moet deelnemers stimuleren om een keuze te maken – op basis van relevante kenmerken van deelnemers (dus niet willekeurig naar een van de opties).

Shoprecht

Als een pensioenfonds zelf maar één soort uitkering aanbiedt, vast of variabel, dan hebben deelnemers het recht om de pensioenuitkering die niet wordt aangeboden aan te kopen bij een andere pensioenuitvoerder (meestal een verzekeraar). Dit zogenaamde ‘shoprecht’ maakt de keuzebegeleiding extra complex: hoe geef je inzicht in de gevolgen van een keuze voor een pensioen dat je zelf niet aanbiedt?

De AFM roept pensioenuitvoerders op om gezamenlijk te werken aan een oplossing hiervoor. Goede keuzebegeleiding is van cruciaal belang – zeker gezien de grote variëteit aan producten waar deelnemers uit kunnen kiezen.

AFM-onderzoek bij vijf verzekeraars naar productontwikkelingsproces Wvp

De markt van premieregelingen is groeiend en op dit moment grotendeels in handen van ppi’s en verzekeraars.

WvP uitvoerders graphic 1 WvP uitvoerders graphic 2 

De AFM heeft bij vijf verzekeraars onderzocht hoe hun variabele uitkeringsproducten zijn ontwikkeld. Uit dit onderzoek blijkt onder meer dat de doelgroep en distributie nog onvoldoende aansluit bij de werking van het product. Ook moet de informatie over de producten beter.

Variabele producten verschillen in de mate van beleggingsrisico, macrolanglevenrisico, inflatierisico, het naar voren halen van verwacht rendement in de vorm van een vaste daling en/of de kosten die verzekeraars hanteren. Dit beïnvloedt het verloop van de uitkering. Het is niet ondenkbaar dat een uitkering, afhankelijk van de inrichting van het product van jaar op jaar met 15% stijgt of daalt.

WvP uitvoerders graphic 4WvP uitvoerders graphic 5

Variabele uitkeringsproducten zijn complex en risicovol. Daarom is het van belang dat verzekeraars ervoor zorgen dat de producten die zij ontwikkelen alleen terecht komen bij deelnemers die de risico’s kunnen en willen dragen. De AFM heeft dit nog onvoldoende terug gezien.

WvP uitvoerders graphic 3

WvP uitvoerders graphic 6

Hoewel de markt van variabele pensioenen is bedoeld voor iedereen, is een variabele uitkering nu slechts voor ongeveer 50% van alle deelnemingen in een premie- of kapitaalregeling een echte keuzemogelijkheid. Veel kapitalen zitten onder de wettelijke afkoopgrens en/of onder de minimumkapitaalgrens die verzekeraars voor een variabel pensioen hanteren.

De keuze tussen vast en variabel pensioen is ingrijpend. Om kansen te benutten en tegelijkertijd teleurstellingen bij deelnemers te voorkomen, heeft de AFM een aantal tips voor pensioenuitvoerders opgesteld.

Leidraad Wet verbeterde premieregeling

Uit onderzoek blijkt dat risico’s en het maken van keuzes waarbij een afweging tussen risico’s en opbrengsten nodig is, voor veel mensen moeilijk is. Het is daarom van belang om de deelnemer te begeleiden bij het maken van een keuze door het verstrekken van effectieve en activerende informatie en een goede keuzearchitectuur te bieden. In de leidraad Wet verbeterde premieregeling wil de AFM richting en duidelijkheid geven aan pensioenuitvoerders die een premieovereenkomst aanbieden of uitvoeren en gaat de AFM in op hoe zij hun deelnemers moeten begeleiden, informeren en adviseren in het kader van de Wet verbeterde premieregeling.

Meer informatie vindt u in deze leidraad en in het persbericht van 22 december 2016. In 2019 wordt de Wet verbeterde premieregeling door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid geëvalueerd. Mogelijk dat de uitkomsten van de evaluatie aanleiding zijn voor een update van de leidraad.

Informatie delen

Delen via: deel
Alle onderwerpen voor Pensioenuitvoerders

Toezichtrapportage pensioenmarkt

Wet pensioencommunicatie

Wet verbeterde premieregeling