Terug

Prospectusplicht Voor Effectenuitgevende ondernemingen

Partijen die effecten zoals aandelen of obligaties aanbieden, zijn verplicht een goedgekeurd prospectus te publiceren. Deze verplichting geldt ook voor het toelaten van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zoals Euronext Amsterdam. In Nederland is de AFM de bevoegde autoriteit die prospectussen goedkeurt. De AFM controleert of het prospectus begrijpelijk en consistent is, en of het alle informatie bevat die voor een belegger van belang is om tot een geïnformeerde beleggingsbeslissing te kunnen vormen. In het bijzonder de informatie over de financiële positie en vooruitzichten van de uitgevende instelling en de voorwaarden van de effecten.

De Prospectusverordening

Een goedgekeurd prospectus is verplicht wanneer effecten worden aangeboden aan het publiek of toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland of in een andere lidstaat van de Europese Unie. Deze verplichting is vastgelegd in de Prospectusverordening (EU) 2017/1129. Om te bepalen of sprake is van een prospectusplicht zijn de begrippen ‘effecten’, ‘aanbieding van effecten aan het publiek’ en, in geval van het toelaten tot de handel, ‘gereglementeerde markt’ van belang. Deze begrippen worden gedefinieerd in artikel 2 van de Prospectusverordening. De Prospectusverordening bevat onder meer enkele uitzonderingen op de prospectusplicht, de vereisten voor de inhoud van het prospectus en regels voor reclame.

Aan bepaalde vereisten van de Prospectusverordening wordt nadere invulling gegeven in Gedelegeerde Verordeningen. De Europese Commissie heeft op 15 maart 2019 deze Gedelegeerde Verordeningen gepubliceerd:

  • Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 van 14 maart 2019 wat betreft de vorm, de inhoud, de controle en de goedkeuring van het prospectus
  • Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/979 van 14 maart 2019 betreffende essentiële financiële informatie in de samenvatting van een prospectus, de publicatie en classificatie van prospectussen, reclame voor effecten, aanvullingen van een prospectus, en het kennisgevingsportaal.

De  Europese Autoriteit voor Effecten en Markten (ESMA) heeft richtlijnen over de risicofactoren die in het prospectus opgenomen moeten worden. Ook heeft ESMA Q&A’s over de Prospectusverordening gepubliceerd.

Lees meer over de prospectusregelgeving op de website van ESMA.

Uitzonderingen op de prospectusplicht

Niet in alle situaties waarbij effecten worden aangeboden aan het publiek of toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt is de publicatie van een goedgekeurd prospectus verplicht. In artikel 1 van de Prospectusverordening wordt bepaald onder welke omstandigheden een aanbieding of toelating tot de handel van effecten niet prospectusplichtig is.

Uitzonderingen op de aanbieding

Voor het aanbieden van effecten aan het publiek is in bepaalde gevallen de publicatie van een goedgekeurd prospectus niet verplicht. Deze uitzonderingen vindt u in artikel 1 lid 4 van de Prospectusverordening. Een aanbieding van effecten aan het publiek is onder meer uitgezonderd van de verplichting om een prospectus te publiceren voor de volgende soorten aanbiedingen:

  • aanbiedingen die alleen gericht zijn aan gekwalificeerde beleggers
  • aanbiedingen die gericht zijn aan, per lidstaat, minder dan 150 natuurlijke personen of rechtspersonen die geen gekwalificeerde beleggers zijn
  • aanbiedingen van effecten met een nominale waarde per eenheid van ten minste €100.000
  • aanbiedingen waarbij beleggers voor minimaal €100.000 aan effecten moeten aankopen
  • aanbiedingen met een totale tegenwaarde van minder dan €5 miljoen. Aan deze vrijstelling zijn voorwaarden verbonden.

Om te bepalen of er sprake is van een uitzondering of vrijstelling kunt u de Prospectusverordening raadplegen. Het is raadzaam om daarbij professioneel juridisch advies in te winnen.

Uitzonderingen op het toelaten tot de handel op een gereglementeerde markt

Voor het toelaten tot de handel van effecten op een gereglementeerde markt is in bepaalde gevallen de publicatie van een goedgekeurd prospectus niet verplicht. Deze uitzonderingen vindt u in artikel 1 lid 5 van de Prospectusverordening. Een goedgekeurd prospectus is bijvoorbeeld niet verplicht als sprake is van:

  • effecten van dezelfde categorie of klasse die reeds zijn toegelaten tot de handel op diezelfde gereglementeerde markt en over een periode van twaalf maanden minder dan 20% van het aantal effecten dat al was toegelaten tot die gereglementeerde markt vertegenwoordigen.
  • aandelen die voortkomen uit conversie of omruiling van andere effecten, als deze aandelen van dezelfde klasse zijn als de aandelen die reeds zijn toegelaten tot een gereglementeerde markt en bezien over een periode van twaalf maanden minder dan 20% vertegenwoordigen van het aantal effecten dat reeds was toegelaten tot die gereglementeerde markt. Deze vrijstelling kan niet met de voorgaande worden gecombineerd.
  • effecten die door de werkgever worden aangeboden aan bestuurders of werknemers.
  • effecten die reeds tot de handel op een andere gereglementeerde markt zijn toegelaten als die gedurende meer dan 18 maanden tot de handel op die andere gereglementeerde markt zijn toegelaten.

€5 miljoen-vrijstelling

Wilt u effecten aanbieden en is de totale tegenwaarde van de aanbieding lager dan €5 miljoen? Dan bent u mogelijk vrijgesteld van de prospectusplicht. Op grond van artikel 3 van de Prospectusverordening is een aanbieding in de Europese Unie met een totale tegenwaarde van minder dan € 8 miljoen berekend over een periode van twaalf maanden vrijgesteld van de prospectusplicht. Omdat de verschillende financiële markten in de Europese Unie een uiteenlopende omvang kennen, hebben de lidstaten de mogelijkheid om in hun nationale wetgeving een drempel voor toepassing van deze vrijstelling vast te stellen.

In Nederland is deze drempel op €5 miljoen vastgesteld. Dit betekent dat voor de toepassing van deze vrijstelling de totale tegenwaarde van de aanbiedingen van in een groep verbonden groepsmaatschappijen, berekend over een periode van twaalf maanden, onder de € 5 miljoen moet blijven. Aan deze vrijstelling zijn een aantal voorwaarden verbonden. Allereerst moet u de aanbieding vooraf melden bij de AFM. Daarnaast moet u voor de beleggers een informatiedocument opstellen. Verder moet u o.a. in het reclamemateriaal een voorgeschreven vrijstellingsvermelding opnemen.

Meldplicht en informatieplicht

Aanbiedingen onder de €5 miljoen-vrijstelling moet u vooraf bij de AFM melden. Daarnaast bent u verplicht gegevens te verstrekken aan beleggers door middel van een informatiedocument. Voor dit informatiedocument moet u het formulier volgen dat als bijlage bij de Vrijstellingsregeling Wft is opgenomen. Dit informatiedocument moet u gelijktijdig met de melding aan de AFM verstrekken. Het informatiedocument helpt beleggers om de kosten, risico’s en het rendement van de belegging beter te begrijpen.

Hoe doet u een melding?

U kunt via het meldformulier inloggen en uw melding doorgeven. Een format voor het invullen van het informatiedocument vindt u hiernaast. Raadpleeg de invulinstructie voor het invullen van het informatiedocument. U kunt het meldformulier niet tussentijds opslaan. Verzamel dus eerst de benodigde gegevens voordat u het meldformulier invult. Lees ook eerst de AFM Q&A over de vrijstellingsregeling. Hierin vindt u onder meer welke gegevens het meldformulier moet bevatten (onder het kopje ‘Hoe en wat moet u precies melden?’).

Vrijstellingsvermelding

Wanneer een aanbieding van effecten is vrijgesteld op basis van de € 5 miljoen-vrijstelling moet een verplichte vrijstellingsvermelding worden opgenomen. De vrijstellingsvermelding bestaat uit een zin en een symbool. Informatie hierover vindt u op de pagina Vrijstellingsvermelding.

Groepsbegrip bij €5 miljoen-vrijstelling prospectusplicht

Voor de toepassing van de €5 miljoen-vrijstelling wordt de totale tegenwaarde van de aanbiedingen berekend per categorie effect (niet per klasse) over een periode van 12 maanden van in een groep verbonden groepsmaatschappijen bij elkaar opgeteld. Dit betekent dat de totale tegenwaarde van de aanbiedingen van in een groep verbonden groepsmaatschappijen onder de €5 miljoen moet blijven, om gebruik te kunnen maken van deze vrijstelling. Met categorie effecten worden verschillende soorten effecten bedoeld. Aandelen en obligaties kunnen zodoende afzonderlijk profiteren van de vrijstelling.

Criteria groepsbegrip

In het Burgerlijk Wetboek is bepaald dat sprake is van een groep wanneer rechtspersonen en vennootschappen een economische eenheid vormen, waarin zij organisatorisch met elkaar zijn verbonden. Volgens de toelichting op de wet en jurisprudentie kan een groep in de kern worden omschreven als een samenstel van juridisch zelfstandige ondernemingen onder centrale leiding.

Om te bepalen of sprake is van een groepsmaatschappij kan gekeken worden naar onderstaande (niet-limitatieve en niet-cumulatieve) punten:

  • zeggenschapsverhoudingen (is er de mogelijkheid om zeggenschap uit te oefenen op grond van aandeelhouderschap, statutaire voorziening, lidmaatschap of contractuele (beheer)relatie?)
  • gemeenschappelijk beleid of strategie
  • gezamenlijke monitoring, bijvoorbeeld middels de aanwezigheid van een gecentraliseerd planning- en controlesysteem
  • consolidatie van de jaarrekeningen
  • gezamenlijke financiering en/of garantstelling voor schulden
  • gezamenlijke inkoop
  • externe uitingen aan het publiek.

Om te bepalen of gebruik kan worden gemaakt van de €5 miljoen-vrijstelling, moet bij meerdere aanbiedingen ook worden nagegaan of de aanbiedingen zijn aan te merken als ‘aanbiedingen van in een groep verbonden groepsmaatschappijen’. De totale tegenwaarde van de aanbiedingen van in een groep verbonden groepsmaatschappijen moet onder de €5 miljoen blijven, om gebruik te kunnen maken van deze vrijstelling.

Informatie delen

Delen via: deel
Alle onderwerpen voor Effectenuitgevende ondernemingen