Terug

Faillissement van een financiële onderneming Voor Adviseurs & bemiddelaars

Hoe handelt u bij het faillissement van een financiële onderneming? Zowel de onderneming als de verantwoordelijke curator moet een aantal belangrijke stappen nemen, zoals de verkoop van de portefeuille en het intrekken van de Wft-vergunning.

Informatie voor de onderneming

Bij een faillissement zal de curator de afhandeling van de intrekking van de vergunning van de AFM op zich nemen. Wel is het mogelijk voor een financiële dienstverlener om voorafgaand aan een faillissement vrijwillig de AFM-vergunning in te leveren.

Informatie voor de curator

Als een curator de afwikkeling van een financiële onderneming op zich neemt, is het van belang dat hij of zij let op de volgende drie aandachtspunten:

  • Verkoop portefeuille
  • Informatie delen met de AFM
  • Bestuurdersaansprakelijkheid

Verkoop van de portefeuille = inkomsten uit de boedel

De verkoop van de portefeuille is een van de belangrijkste taken van de curator omdat de verkoop inkomsten genereert. Vanaf het moment van intrekking van de vergunning heeft u drie maanden de tijd om de portefeuille te verkopen of over te dragen.

Voorkomen moet worden dat klanten van de gefailleerde onderneming tussen wal en schip raken – bijvoorbeeld omdat hun hypotheken, kredieten of verzekeringspolissen niet of onzorgvuldig worden beheerd. Omdat verkoop van de portefeuille inkomsten genereert, dient die taak bovenaan de prioriteitenlijst van de curator te staan. Het tegen de best mogelijke condities verkopen van de portefeuille is immers bij uitstek zijn verantwoordelijkheid.

In de periode tussen faillietverklaring en verkoop van de portefeuille onderhandelt de curator met kandidaat-kopers, tracht hij de waarde van de portefeuille te bepalen en worden rekening-courantverhoudingen en terugboekingsrisico’s in kaart gebracht. Een oplettende curator checkt voorafgaand aan de verkoop van de portefeuille in het register van de AFM (www.afm.nl/register) of hij zaken doet met een vergunninghoudende instelling.

Om het risico van consumentenbenadeling verder te verkleinen, krijgt de curator – op grond van artikel 1:104, derde lid, Wft – in beginsel een termijn van drie maanden voor de verkoop of overdracht van de portefeuille, vanaf de intrekkingsdatum van de vergunning:

“De toezichthouder kan bij het besluit tot intrekking van een vergunning tevens bepalen dat de financiële onderneming binnen een door de toezichthouder te stellen termijn het bedrijf geheel of gedeeltelijk afwikkelt.”

De afwikkeling moet gericht zijn op portefeuilleoverdracht aan een vergunninghoudende onderneming. Voor het zover is, mag de curator mutaties aan aanbieders doorgeven voor bestaande klanten en provisie ontvangen. Heeft de curator meer tijd nodig, dan kan de termijn op verzoek worden verlengd. Voor het verstrijken van de driemaandstermijn richt de curator een gemotiveerd verzoek tot verlenging van de intrekkingstermijn aan het Ondernemersloket. Het adres is:

Autoriteit Financiële Markten
Ter attentie van het Ondernemersloket
Postbus 11723
1001 GS AMSTERDAM

Na afloop van de termijn mag de curator geen vergunningplichtige activiteiten meer verrichten. Het aangaan van nieuwe overeenkomsten, het doorgeven van mutaties of het ontvangen van provisie zijn dan bijvoorbeeld uit den boze. Doet hij dat toch, dan overtreedt de curator artikel 2:80, eerste lid, Wft.

Meldplicht aanbieder

Als een aanbieder constateert dat een curator en/of een bemiddelaar vergunningplichtige activiteiten verricht na afloop van deze termijn van drie maanden, dan moet de aanbieder dit direct melden bij de AFM via het meldingsformulier. Op grond van artikel 4:97 Wft moet een aanbieder bij constatering van een overtreding tijdens haar normale bedrijfsvoering direct melding doen bij de AFM als er sprake is van een overtreding
van artikel 4:15 Wft, niet integere bedrijfsvoering, in dit geval door een curator in naam van de bemiddelaar.

Blijkt de portefeuille in zijn geheel – of zijn delen ervan – onverkoopbaar, dan zoekt de curator contact met de aanbieder van het financiële product of de verstrekker van het krediet. Op grond van samenwerkingsovereenkomsten kan namelijk worden vastgesteld of de portefeuille – al dan niet tegen betaling – door aanbieder of kredietverstrekker moet worden ingenomen.

Deel informatie met de AFM

Goed curatorschap brengt ook met zich mee dat u vaststelt of er aanleiding is een vordering in te stellen tegen de ex-bestuurder(s) wegens onbehoorlijke taakvervulling. Daarnaast wil de AFM weten onder welke omstandigheden een faillissement heeft plaatsgevonden.

Geheimhoudingsplicht toezichthouder: Informatie verstrekken, informatie ontvangen

Op zijn beurt wil de curator wellicht beschikken over informatie van de AFM. Maar kan dat eigenlijk wel, gezien de geheimhoudingsplicht van de toezichthouder? Hier biedt artikel 1:91, eerste lid, sub f, Wft uitkomst. Dit artikel regelt de bevoegdheid van de AFM om – gevraagd of ongevraagd – vertrouwelijke informatie te verstrekken aan de curator. Op de ontvanger van vertrouwelijke informatie rust eveneens de geheimhoudingsplicht, behoudens wettelijke uitzonderingen (zoals artikel 1:91, derde lid, Wft).

Zolang de belangen die de Wft beoogt te beschermen niet in het geding zijn, mag de curator dus beschikken over vertrouwelijke informatie die van de toezichthouder is verkregen. De AFM blijkt dus geenszins een closed shop te zijn. Op de keper beschouwd bijten de belangen van de curator en de toezichthouder elkaar niet. Integendeel: wat hen bindt is het grote maatschappelijke belang van een integere financiële sector en de wens om faillissementen voortvarend af te wikkelen.

Bestuurdersaansprakelijkheid bij een faillissement

U wilt misschien ook informatie opvragen bij de AFM over de onderneming  waarvoor u het faillissement afhandelt. Ondanks onze wettelijke geheimhoudingsplicht zijn daar zeker mogelijkheden voor.

Omdat de curator nu een vergoeding ontvangt voor het doen van aangifte van faillissementsfraude, is de verwachting dat het aantal strafrechtelijke procedures tegen ex-bestuurders toe zal nemen. Het ministerie van Justitie neemt de vergoeding voor het melden van fraude (tijdelijk) op in de garantstellingsregeling voor curatoren. De Belastingdienst kent sinds december 2008 een vergoedingsregeling voor het doen van aangifte faillissementsfraude. Tot voor kort deden curatoren weinig aangifte omdat zij daarvoor geen vergoeding ontvingen.

De AFM wil ook weten onder welke omstandigheden een faillissement heeft plaatsgevonden. Soms vraagt een bestuurder die betrokken is geweest bij een faillissement namelijk opnieuw een vergunning aan of is hij nog actief als (mede)beleidsbepaler bij een andere instelling. Bij de beoordeling van de betrouwbaarheid kan informatie over bestuurdersaansprakelijkheid van doorslaggevende betekenis zijn. Vandaar het expliciete verzoek aan de curator om informatie over bestuurdersaansprakelijkheid met de toezichthouder te delen. Dit kunt u sturen naar het Ondernemersloket. Het adres is:

Autoriteit Financiële Markten
Ter attentie van het Ondernemersloket
Postbus 11723
1001 GS AMSTERDAM

Informatie delen

Delen via: deel
Alle onderwerpen voor Adviseurs & bemiddelaars