Terug

Het opleggen van een boete

Als de AFM een overtreding vaststelt, dan kan zij een bestuurlijke boete opleggen aan de overtreder. Zij kan dit doen op basis van verschillende wetten. De belangrijkste hiervan zijn de Wet op het financieel toezicht (Wft), de Pensioenwet, de Wet handhaving Consumentenbescherming en de Wet toezicht accountantsorganisaties.

Wanneer een toezichthoudende afdeling van de AFM een overtreding heeft geconstateerd,kan deze besluiten om het dossier over te dragen aan de boetefunctionaris van de AFM. De boetefunctionaris doet zelf geen onderzoek, maar adviseert het bestuur van de AFM over het al dan niet opleggen van een boete en de hoogte hiervan.

Voorafgaand aan het advies verstuurt de boetefunctionaris een voornemen tot boeteoplegging naar de overtreder. In dit voornemen legt de boetefunctionaris uit voor welke overtreding mogelijk een boete wordt opgelegd. De overtreder wordt hierbij in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze te geven. Na de fase van de zienswijze adviseert de boetefunctionaris het bestuur van de AFM over het al dan niet opleggen van een boete. De boetefunctionaris adviseert ook over de hoogte van de boete en de publicatie hiervan.

Boete publicatie

Het uitgangspunt van de Wft is dat alle boetes uiteindelijk gepubliceerd worden, tenzij publicatie in strijd is of zou kunnen komen met het doel van het door de AFM uit te oefenen toezicht op de naleving van de Wft. Het moment van publicatie is afhankelijk van de overtreding. Een boete voor een zogenaamde zware overtreding (categorie 3 of door de wet aangewezen) moet direct gepubliceerd worden. Dat wil zeggen vijf werkdagen nadat het boetebesluit aan de overtreder bekend is gemaakt. In deze vijf dagen kan de betrokken partij verzoeken om een voorlopige voorziening.

Op deze manier kan een belanghebbende voorkomen dat de boete na vijf werkdagen wordt gepubliceerd. Bij lichte overtredingen vindt de eerste publicatie pas plaats nadat het boetebesluit definitief (in rechte onaantastbaar) is geworden.

Rechtsbescherming

Tegen een opgelegde boete kan bezwaar worden aangetekend bij de AFM. Als de AFM het niet eens is met het bezwaar (het bezwaar wordt ongegrond verklaard), dan kan men in beroep gaan bij de rechter. Daarna kan eventueel nog hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). Wijst het CBb het hoger beroep af, dan is de boete definitief.

Pilot versnelde boeteprocedure

In de versnelde boeteprocedure wordt een boetetraject sneller doorlopen in het belang van alle partijen. Een overtreder kan hiervoor onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen. Het bestuur van de AFM besluit of dat het geval is.

Bemiddelingsverbod en vrijstellingsvermelding

De Wet op het financieel toezicht (Wft) stelt dat het verboden is zonder vergunning te bemiddelen in financiële producten, anders dan financiële instrumenten. Dit is terug te vinden in artikel 2:80, eerste lid.

Aanbieders van beleggingsproducten die door een vrijstelling niet onder toezicht van de AFM staan, zijn verplicht beleggers daarvoor te waarschuwen in onder meer reclame-uitingen en op hun websites. Er is daarvoor een speciale verplichte afbeelding: de zogenoemde vrijstellingsvermelding. Dit is terug te vinden in de Vrijstellingsregeling Wft. De vrijstellingsgrens is per 1 januari 2012 verhoogd van €50.000 naar €100.000 per beleggingsproduct.

Wat houdt de versnelde boeteprocedure in?

In de versnelde boeteprocedure betwist de overtreder de feiten en de juridische beoordeling van de feiten niet en werkt hij vrijwillig mee aan een versnelde afhandeling van de boeteprocedure. De overtreder krijgt een korting van 30 procent op de hoogte van de op te leggen boete en de AFM meldt bij de publicatie van de boete dat de overtreder heeft deelgenomen aan de pilot versnelde boeteprocedure.

Als de overtreder alsnog bezwaar maakt tegen het boetebesluit en daarbij de vastgestelde feiten en/of de juridische beoordeling van de feiten betwist, voldoet de overtreder niet meer aan de voorwaarden voor de versnelde boeteprocedure en kan de korting op de opgelegde boete komen te vervallen.

Voorwaarden voor de versnelde boeteprocedure:

  • Er is niet eerder een boete opgelegd.
  • Er is geen sprake van een (redelijk) vermoeden van commune delicten, bijvoorbeeld valsheid in geschrift, oplichting of verduistering.
  • Er is geen sprake van publieke verontwaardiging.
  • Er is geen sprake van substantiële en concrete benadeling van consumenten/cliënten. Een voorbeeld van benadeling is misbruik van ingewonnen persoonsgegevens.
  • Er zijn geen andere toezichtantecedenten. Een uitzondering hierop is een waarschuwing voor het onjuist opnemen van de vrijstellingsvermelding.
  • De overtreder heeft goed meegewerkt aan het onderzoek van de AFM.
  • De overtreder betwist de feiten en de juridische beoordeling van de feiten uit het onderzoek niet.
  • De overtreder geeft geen zienswijze op het boetevoornemen en wil geen inzage in het boetedossier.
  • De overtreder voldoet aan alle voorwaarden van de versnelde boeteprocedure binnen de looptijd van de pilot versnelde boeteprocedure.

Informatie delen

Delen via: deel