hordeloopster 400x200
Nieuws 07/11/22

Vijf vragen over het risicopreferentieonderzoek

Rond het risicopreferentieonderzoek (RPO) signaleren sommigen de nodige horden. Maar die zijn te nemen, blijkt in de praktijk. Lage risicotoleranties, lage responsen of niet-representatieve steekproeven? Hier antwoorden op 5 prangende vragen.

1. Deelnemers houden meestal niet van risico, kunnen uitvoerders dan straks door het RPO ook geen beleggingsrisico meer nemen?

Mensen houden inderdaad doorgaans niet van risico, maar zijn wel bereid om risico te nemen als daar een beloning tegenover staat. Een goed RPO zoekt naar die grens: hoeveel onzekerheid willen deelnemers accepteren in ruil voor een hogere verwachte pensioenuitkering? Op basis van eerdere onderzoeken waarbij deelnemers dit soort afwegingen maakten tussen risico en rendement, blijkt hun optimale beleggingsmix veelal voor een groot deel uit aandelen bestaan.

Ook risicodraagvlak speelt hier een belangrijke rol. Houd er rekening mee dat het pensioeninkomen van deelnemers ook elementen kent met weinig risico, zoals de AOW. Door die elementen werkt het beleggingsrisico dat binnen het tweedepijlerpensioen wordt genomen slechts gedempt door in het totale pensioeninkomen van deelnemers.

2. In het nieuwe stelsel is het mogelijk om voor jongeren meer beleggingsrisico te nemen. Maar wat als de risicotolerantie van jongeren laag blijkt?

Jongeren blijken niet automatisch meer risicotolerant dan ouderen. Aannames over de verschillen in risicotolerantie tussen groepen maar ook binnen groepen zijn vooraf lastig te maken; het RPO moet dit uitwijzen.

De voornaamste reden dat het wel degelijk logisch is om voor jongere deelnemers bij een gelijke risicotolerantie toch meer beleggingsrisico te nemen is vanwege hun risicodraagvlak, het andere onderdeel van het RPO. Jongere deelnemers hebben een langere horizon en meer toekomstige pensioenopbouw en kunnen daardoor meer risico dragen. Hun pensioenkapitaal kan daarom bij eenzelfde risicotolerantie relatief meer risicovol worden belegd dan dat van ouderen.

3. De responsratio van risicopreferentieonderzoeken is vaak laag. Hoe betrouwbaar zijn de uitkomsten dan nog?

Een lage responsratio maakt het onderzoek niet direct onbetrouwbaar, zolang de respons in absolute zin groot genoeg is en alle groepen goed vertegenwoordigd zijn onder de respondenten. Als bepaalde groepen deelnemers zoals jongeren of slapers ontbreken, kan dit tot vertekende uitkomsten leiden. Het is daarom belangrijk dat uitvoerders vooraf goed nadenken over de manier waarop ze verschillende groepen benaderen en activeren voor het onderzoek.

4. Het kan voor kleine fondsen moeilijk zijn om een steekproef van voldoende omvang te verzamelen. Welke ruimte is er om daarvoor de samenwerking op te zoeken?

We begrijpen dat het voor kleinere fondsen ingewikkelder kan zijn om te komen tot een representatieve steekproef. En dat dit gevolgen kan hebben voor de gekozen onderzoeksopzet. We staan daarom open voor de dialoog over hoe kleinere fondsen invulling hebben gegeven aan het RPO zonder afbreuk te doen aan de strekking van de wet.

5. Hoe bereidt de AFM zich voor op het toezicht op risicopreferentieonderzoeken?

Ons plan was was om in november 2022 met guidance over het RPO te komen. Die publicatie is uitgesteld door de langere parlementaire behandeling van de Wet toekomst pensioenen.

Pensioenuitvoerders die snel willen overstappen naar het nieuwe stelsel zijn vaak al bezig met het proces rond de vaststelling van de risicohouding. Wij zijn daarom op 13 oktober 2022 gestart met een verkennend onderzoek naar de RPO’s die al zijn uitgevoerd. Zo willen we bijdragen aan de soepele transitie van deze fondsen naar het nieuwe stelsel. Ook zullen we de ervaringen van deze verkenning gebruiken om ons eigen toezicht verder vorm te geven en om algemene bevindingen en goede voorbeelden uit deze verkenning breder te delen. Dit laatste zodat de sector als geheel zijn voordeel hiermee kan doen.

Contact bij dit artikel

Wilt u het laatste nieuws van de AFM ontvangen?

Schrijf u dan in voor onze nieuwsbrief, dan houden wij je op de hoogte.