Terug

Externe kredietbeoordelingen nog altijd gebruikt als onderdeel van beleggingsbeslissing in Nederland

Rapport Dit bericht is ouder dan 3 jaar. De inhoud kan hierdoor niet meer actueel zijn.

rapport

De AFM concludeert uit eigen onderzoek dat het gebruik van externe kredietbeoordelingen (credit ratings) nog altijd veel voorkomt, maar zelden de enige bron is voor investeringskeuzes. Het bijgevoegde rapport beschrijft hoe de AFM onderzoek heeft gedaan naar de invloed van kredietbeoordelingen, de gebruikers van ratings en voor welk doel de externe kredietbeoordelingen worden gebruikt. Het onderzoek, uitgevoerd in de tweede helft van 2013, behelst onder meer interviews met vermogensbeheerders, handelaren, financiële infrastructuren en overheidsinstellingen.

Dit onderzoek geeft de AFM een breed inzicht in het gebruik van externe kredietbeoordelingen in Nederland en biedt handvatten bij het bepalen van onze positie in toekomstige discussies over het verwijderen van referenties naar ratings. Daarnaast verlangt de derde CRA-Verordening dat nationale toezichthouders hun ondertoezichtstaande financiële instellingen monitoren op adequate risicobeheersing en het gebruik van contractuele referenties naar externe kredietbeoordelingen.

Uit het rapport blijkt dat in een contract tussen investeerder en vermogensbeheerder ratings gebruikt worden bij de bepaling van de bandbreedte voor investeringen. De vermogensbeheerders gaven in de interviews wel aan dat er mitigerende maatregelen in de vermogensbeheermandaten staan die ‘klifeffecten’ moeten voorkomen als sprake zou zijn van verplichte verkoop van activa door de ratingverlaging. Om massale verkoop in een keer van afgewaardeerde activa te voorkomen is het bijvoorbeeld mogelijk om een termijn waarbinnen verkoop plaats kan vinden in te voeren of de mogelijkheid te hebben om de activa in een fonds met andere voorwaarden onder te brengen.

Ook bij de selectie van geschikte tegenpartijen (eligible counterparties) zijn externe kredietbeoordelingen van invloed. Een ratingafwaardering kan leiden tot het wijzigen van het aantal geschikte tegenpartijen, met name in de interbancaire markt. Hierbij is de keuze om het oordeel van een externe kredietbeoordelaar leidend te laten zijn een beleidskeuze van de marktpartijen zelf zonder verplichting vanuit externe regelgeving.

Over het algemeen lijkt het erop dat de rol van externe kredietbeoordelingen groter is indien de marktpartij kleiner is. Grotere instellingen hebben meer middelen om hun eigen model voor kredietbeoordeling te maken, maar kennen tegelijkertijd ook striktere interne beleidsgrenzen die onafhankelijke, kwantitatieve limieten vereisen. Interne modellen van banken, centrale tegenpartijen en andere financiële instellingen, bevatten nog altijd externe kredietbeoordelingen, maar hun rol is zelden doorslaggevend in het model.

Het rapport laat zien dat het gebruik van externe kredietbeoordelingen in Nederland nog altijd wijdverbreid is, maar dit leidt niet tot de conclusie dat (financiële) instellingen te zwaar leunen op het oordeel van een externe kredietbeoordelaar bij het maken van investeringsbeslissingen.

De AFM maakt zich sterk voor eerlijke en transparante financiële markten.

Als onafhankelijke gedragstoezichthouder dragen wij bij aan duurzaam financieel welzijn in Nederland.

Informatie delen

Delen via: deel