Terug

Heffingen voor financiële ondernemingen dalen in 2014

Nieuws Dit bericht is ouder dan 3 jaar. De inhoud kan hierdoor niet meer actueel zijn.

De tarieven voor het doorlopend toezicht voor de meeste financiële ondernemingen en overige onder toezicht staande partijen zijn in 2014 lager dan in 2013. De belangrijkste reden hiervoor is dat de Autoriteit Financiële Markten (AFM) in 2013 minder heeft uitgegeven dan begroot, voornamelijk als gevolg van lagere personeelslasten. Dit heeft geresulteerd in een overschot van € 4 miljoen. Dit bedrag wordt met de markt verrekend. In 2013 gingen de tarieven juist omhoog.

De tarieven dalen voor de meeste groepen met meer dan 10%. Voor banken en beleggingsinstellingen is dit iets minder. Bij effectenuitgevende ondernemingen geldt dat de totale heffing over 2014 in de meeste gevallen juist hoger zal zijn dan in 2013. Dit komt doordat zij in 2013 een aanzienlijke teruggave kregen uit 2012. Voor de pensioenfondsen komt de heffing over 2014 hierdoor ongeveer op het niveau van 2013 te liggen. Door een hogere toezichtinspanning stijgen de tarieven voor de aanbieders van krediet enigszins, voor de levensverzekeraars met 8% en voor schadeverzekeraars met 16%. Voor de meeste verzekeraars geldt daarbij wel dat de totale heffing in 2014 lager zal uitvallen dan in 2013 doordat in 2014 geen aparte naheffing uit het voorgaande jaar bestaat. In 2013 kregen zij die wel uit 2012.

Ondernemingen ontvangen tussen half juni en eind 2014 een factuur van de AFM voor de heffingen die zij moeten betalen voor het doorlopend toezicht voor het jaar 2014. Een begeleidende brief bij de factuur geeft nadere uitleg. De minister van Financiën en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben de tarieven voor het doorlopend toezicht 2014 vastgesteld.

Wie betaalt voor het toezicht door de AFM?

De bekostiging van het financieel toezicht in Nederland is vastgelegd in de Wet bekostiging financieel toezicht (Wbft). In deze wet is geregeld dat alle kosten van het toezicht door de AFM worden gedragen door de ondernemingen waarop de AFM toezicht houdt, aangevuld met een vast bedrag vanuit de overheid; in 2014 is dat vaste bedrag nog € 20,2 miljoen.

Hoe worden de heffingen per onderneming vastgesteld?

De verdeling van kosten binnen een groep instellingen gebeurt in de regel met behulp van zogenaamde ‘heffingsmaatstaven’.  Een heffingsmaatstaf is overigens een maatstaf van een onderneming die uiteindelijk bepaalt hoe hoog de heffing wordt. Zo is de heffingsmaatstaf voor adviseurs en bemiddelaars het aantal medewerkers dat direct of indirect belast is met het adviseren en bemiddelen. Hoe meer medewerkers adviseren en/of bemiddelen hoe hoger de heffing wordt. Voor andere onder toezichtstaande ondernemingen geldt als maatstaf bijvoorbeeld het aantal particuliere klanten, de omzet uit wettelijke accountantscontroles of het beheerd vermogen. Een verschil tussen de heffingsmaatstaf van 2013 en 2014 heeft naast de wijziging van het tarief uiteraard ook invloed op de hoogte van de heffing van een individuele onderneming.

Heffingen in 2015 omhoog

De regering is voornemens om vanaf 2015 de overheidsbijdrage voor de kosten van het toezicht van de AFM af te schaffen. Hierdoor zal de heffing per 2015 aanzienlijk stijgen. De omvang van de stijging is nu nog niet exact aan te geven en is afhankelijk van de omvang waarin de overheid in het verleden bijdroeg aan de toezichtkosten van een specifieke groep van ondernemingen. Voor de groep adviseurs en bemiddelaars zal de stijging ongeveer 50 procent hoger liggen ten opzichte van de heffing van 2014. Het basisbedrag voor 2015 zal naar verwachting tussen de 950 en 1050 euro gaan bedragen. Daar komt nog een variabel tarief bovenop afhankelijk van het aantal medewerkers.

De AFM maakt zich sterk voor eerlijke en transparante financiële markten.

Als onafhankelijke gedragstoezichthouder dragen wij bij aan duurzaam financieel welzijn in Nederland.

Informatie delen

Delen via: deel