Terug

Beursgenoteerde ondernemingen lijken deel economische omstandigheden nog te moeten verwerken

Nieuws Dit bericht is ouder dan 3 jaar. De inhoud kan hierdoor niet meer actueel zijn.

dossier

Beursgenoteerde ondernemingen hebben in 2011 meer afgeschreven op hun bezittingen. De zogeheten 'bijzondere waardeverminderingsverliezen' zijn fors toegenomen, maar beleggers lijken gezien de huidige beurskoersen van sommige ondernemingen meer verliezen in te prijzen, zo blijkt uit onderzoek van de AFM. De AFM wijst ondernemingen erop dat juist in deze lastige economische omstandigheden tijdige informatie voor beleggers over de waarderingen van groot belang is.

Thematische onderzoeken

De AFM heeft in 2012 thematische onderzoeken uitgevoerd naar de financiële verslaggeving over 2011. De toezichthouder heeft in de jaarverslagen over 2011 specifiek gekeken naar waardeverminderingen, maar ook naar de waardering van vastgoed en de manier waarop minderheidsbelangen effect hebben op de financiële situatie van de onderneming. Ook is gekeken naar staatsobligaties. Daarover heeft de AFM al eerder conclusies bekendgemaakt. De jaarrekening is een belangrijke bron van informatie voor alle belanghebbenden bij een onderneming. Ondernemingen en hun accountants moeten daarom zorgen voor een getrouw beeld van de financiële stand van zaken.

Vastgoed

Vastgoedbeleggingsinstellingen hebben in 2011 meer informatie gepubliceerd over de waardering van vastgoed. Gelijkertijd is deze informatie onderling nog steeds moeilijk vergelijkbaar. De AFM moedigt nadere afstemming binnen de sector aan.

Minderheidsbelangen

De AFM heeft geconstateerd dat ondernemingen nog niet transparant genoeg zijn over de impact van minderheidsbelangen op de financiële positie, financiële resultaten en kasstromen van de groep. Ook geeft een derde van de ondernemingen geen goed beeld van de samenstelling van de groep.

Toelichting per thema:

Bijzondere waardeverminderingsverliezen fors toegenomen
Uit het themaonderzoek bijzondere waardevermindering van niet financiële activa blijkt dat zowel in aard als naar omvang in 2011 veel meer bijzondere waardeverminderingsverliezen zijn verantwoord in vergelijking met 2010. Opvallend is dat van de 20 ondernemingen die geen waardeverminderingsverlies hebben geboekt 11 ondernemingen een marktkapitalisatie (beurswaarde) hebben die lager is dan de boekwaarde van de netto-activa. De beleggers lijken in deze gevallen al een waardeverminderingsverlies in te prijzen terwijl de ondernemingen hiervan de noodzaak (nog) niet zien.

Verder valt op dat de meerderheid van de ondernemingen het verlies in het vierde kwartaal verantwoordt terwijl er al eerder indicaties waren voor een mogelijk verlies. Gezien de onzekere marktomstandigheden is het van belang dat beleggers tijdig geïnformeerd worden over bijzondere waardeverminderingen.
 
Vastgoedbeleggingsinstellingen verstrekken meer informatie over vastgoedwaardering, maar zijn onderling moeilijk vergelijkbaar
 In vergelijking met 2010 verstrekken vastgoedbeleggingsinstellingen over 2011, in de toelichting op vastgoedwaarderingen, meer gegevens over de waarderingsmethodieken en de daaraan ten grondslag liggende veronderstellingen. De meest voorkomende veronderstellingen zijn de verwachte huurinkomsten, de disconteringsvoet en de leegstandsverwachting. Ook nemen bijna alle vastgoedbeleggingsinstellingen gevoeligheidsanalyses op. Deze uitgebreidere toelichting (zowel kwalitatief als kwantitatief) heeft de relevantie, en dus de kwaliteit, van de financiële verslaggeving vergroot. Definities van de veronderstellingen en de aggregatieniveaus waarop deze informatie wordt verstrekt verschillen echter onderling. Voor beleggers is het daardoor lastig om de informatie te vergelijken. En juist vergelijkbare informatie is van groot belang voor hun besluitvorming. Nadere afstemming binnen de sector is gewenst.

Verder valt op dat de marktwaarde van vastgoedbeleggingsinstellingen aanzienlijk lager is dan de boekwaarde. Dit wijst erop dat de belegger ook hier rekening houdt met toekomstige afwaarderingen van de vastgoedportefeuille.

In tegenstelling tot vastgoedbeleggingsinstellingen verstrekken financiële instellingen met materiële vastgoedbeleggingen aanzienlijk minder informatie. Ook laten financiële instellingen hun vastgoedportefeuilles aanmerkelijk minder vaak extern taxeren dan vastgoedbeleggingsinstellingen. Dit komt de geloofwaardigheid van de vastgestelde reële waarden van de vastgoedbeleggingen niet ten goede.

Ondernemingen zijn nog niet transparant over de impact van minderheidsbelangen op de financiële positie, financiële resultaten en kasstromen van de groep
Voor een kwart van de ondernemingen die onder toezicht staan, vormt het belang van derden in één of meer groepsmaatschappijen (minderheidsbelangen) een materieel onderdeel van het totale groepsvermogen. Bij eveneens een kwart van de ondernemingen is de omvang van deze belangen, gemeten als onderdeel van het totale groepsvermogen, niet materieel. Het kan echter niet worden uitgesloten dat deze minderheidsbelangen wel een materiële impact hebben op één of meer individuele posten in de jaarrekening.

De AFM constateert dat ondernemingen nog niet transparant zijn, waardoor beleggers zich geen goed beeld kunnen vormen over de impact van minderheidsbelangen op de financiële positie, financiële resultaten en kasstromen van de groep. Geen van de onderzochte ondernemingen geeft samengevatte financiële informatie of heeft het geaccumuleerde minderheidsbelang aan het einde van het boekjaar toegelicht per dochtermaatschappij met een materieel minderheidsbelang. Verder geeft een derde van de ondernemingen geen goed beeld van de samenstelling van de groep.

De AFM maakt zich sterk voor eerlijke en transparante financiële markten.

Als onafhankelijke gedragstoezichthouder dragen wij bij aan duurzaam financieel welzijn in Nederland.

Informatie delen

Delen via: deel