Terug

AFM legt bestuurlijke boete op aan de heer C.S. Krommenhoek, wegens feitelijk leidinggeven aan overtreding door N.C.I.C. B.V.

Maatregel Dit bericht is ouder dan 3 jaar. De inhoud kan hierdoor niet meer actueel zijn.

Update 28 januari 2013: Het besluit van de AFM is inmiddels definitief geworden en kan door belanghebbenden niet meer ter toetsing aan de rechter worden voorgelegd. De boete is in bezwaar verder gematigd van €60.000 naar €500.

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft op 11 mei 2012 een bestuurlijke boete van 60.000 euro opgelegd aan de heer C.S. Krommenhoek, wonende te Enschede. Hij heeft feitelijk leiding gegeven aan het illegaal (onder)bemiddelen in consumptief krediet door N.C.I.C. B.V. (NCIC), gevestigd te Enschede.

Overtreding NCIC

De AFM heeft vastgesteld dat NCIC in ieder geval van 18 maart 2011 tot 23 augustus 2011 via een callcenter meer dan alleen contactgegevens heeft ingewonnen bij consumenten. Het betrof relevante gegevens voor het afsluiten van een financieel product, die betrekking hadden op werk, inkomsten, hypotheek- dan wel huurlasten en eventuele BKR-noteringen van de consument. Deze gegevens werden doorgegeven aan een financiële dienstverlener, die gelieerd is aan NCIC. Deze dienstverlener beschikte over een vergunning van de AFM voor kredietbemiddeling. NCIC verzorgde hiermee het contact tussen de consument en deze financiële dienstverlener. 

NCIC heeft zonder vergunning werkzaamheden als tussenpersoon verricht die bedoeld waren om kredietovereenkomsten tot stand te brengen. Dit is een overtreding van de Wet op het financieel toezicht (artikel 2:80, eerste lid). NCIC is sinds 23 augustus 2011 gestopt met het illegaal (onder)bemiddelen.

Feitelijk leidinggeven door de heer Krommenhoek

De heer Krommenhoek was indirect bestuurder van NCIC. In april 2011 heeft hij namens NCIC een vergunningaanvraag voor het bemiddelen in consumptief krediet bij de AFM ingediend. De vergunningaanvraag betrof het ‘genereren van leads voor externe en interne klanten’ door een callcenter. De heer Krommenhoek was daarmee kennelijk op de hoogte dat NCIC een vergunning moest hebben om deze activiteiten te kunnen uitvoeren. 

Nadat de AFM aan NCIC vragen had gesteld in het kader van de beoordeling van de aanvraag, heeft de heer Krommenhoek zonder nadere onderbouwing de vergunningaanvraag in mei 2011 ingetrokken. De AFM heeft vervolgens in haar onderzoek vastgesteld dat NCIC onder de feitelijke leiding van de heer Krommenhoek haar werkwijze ongewijzigd heeft voortgezet, in ieder geval tot 23 augustus 2011. Door zijn vergunningaanvraag in te trekken en zijn bemiddelingsactiviteiten desondanks voort te zetten, heeft de heer Krommenhoek zich willens en wetens blootgesteld aan het aanmerkelijk risico dat hij illegaal bemiddelde.

De AFM heeft vastgesteld dat de heer Krommenhoek op de hoogte was van het illegaal (onder)bemiddelen door NCIC, dat hij bevoegd en redelijkerwijs gehouden was het illegaal (onder)bemiddelen te beëindigen en dat hij maatregelen daartoe achterwege heeft gelaten. Dit zijn in de rechtspraak ontwikkelde criteria voor het aannemen van het feitelijk leidinggeven aan een overtreding. 

Het basisbedrag voor overtreding van dit wetsartikel is 2.000.000 euro. Bij het bepalen van de hoogte van deze boete heeft de AFM in haar overwegingen rekening gehouden met de ernst en duur van de overtreding, de verwijtbaarheid en de draagkracht van de heer Krommenhoek. 

De AFM maakt zich sterk voor eerlijke en transparante financiële markten.

Als onafhankelijke gedragstoezichthouder dragen wij bij aan duurzaam financieel welzijn in Nederland.

Informatie delen

Delen via: deel