Terug

AFM: nakomen zorgplicht en informatieverstrekking door pensioenuitvoerders moet beter

Nieuws Dit bericht is ouder dan 3 jaar. De inhoud kan hierdoor niet meer actueel zijn.

De AFM heeft de afgelopen maanden een drietal onderzoeken uitgevoerd onder pensioenuitvoerders. Het betrof de zorgplicht bij premieovereenkomsten, de volledigheid en begrijpelijkheid van de startbrief en een consumentenonderzoek naar de begrijpelijkheid van het Uniform Pensioenoverzicht (UPO).

De wijze waarop pensioenuitvoerders invulling geven aan de zorgplicht schiet te kort. Informatie die de pensioenuitvoerders verstrekken is voor veel deelnemers onbegrijpelijk. De AFM verwacht dat de pensioenuitvoerders aan verbetering werken. De AFM kan in evidente gevallen van overtreding van de wettelijke vereisten formele maatregelen nemen.

1. Pensioenuitvoerders schieten tekort in nakoming zorgplicht bij premieovereenkomsten 
Verzekeraars en pensioenfondsen (pensioenuitvoerders) doen te weinig aan de zorgplicht bij pensioenregelingen met beleggingsvrijheid voor de deelnemer. De AFM heeft de zorgplicht van een representatieve selectie van 22 pensioenuitvoerders onderzocht. Het betrof negen verzekeraars en dertien pensioenfondsen. Géén van de onderzochte instanties voldeed aan alle wettelijke verplichtingen. Circa 500.000 pensioendeelnemers in Nederland hebben een premieovereenkomst met beleggingsvrijheid.

Sinds 1 januari zijn pensioenuitvoerders verplicht hun zorgplicht te vervullen bij premieovereenkomsten waarbij de deelnemer zelf de vrijheid heeft om de beleggingen te bepalen. Dat houdt in dat de verzekeraar die of pensioenfonds dat de pensioenregeling uitvoert goede informatie moet geven, een klantprofiel moet opstellen en adviseert in het belang van de deelnemer. Bovendien moeten de uitvoerders jaarlijks controleren of de beleggingen binnen de afgesproken grenzen blijven en de deelnemer daarover informeren. De AFM houdt toezicht op de naleving van deze wettelijke verplichting.

De belangrijkste conclusies uit het onderzoek:

  • De deelnemer wordt nog onvoldoende geïnformeerd over de risico’s die hij loopt bij premieovereenkomsten met beleggingsvrijheid, zoals het beleggingsrisico en het renterisico. Ook de gevolgen van de beleggingskeuzes die de deelnemer maakt voor deze risico’s zijn nog niet voldoende duidelijk;
  • Zorgvuldige inwinning van gegevens over de deelnemer en zijn (gewenste) pensioenniveau, inkomen, uitgaven, vermogen, risicobereidheid en kennis van en ervaring met beleggen met pensioengelden (“klantprofiel”) vindt niet altijd plaats.
  • De vertaling van het klantprofiel naar concrete bandbreedtes binnen de beleggingsportefeuille (risicoprofiel) laat te wensen over;
  • Het advies over de spreiding van de beleggingen in relatie tot de periode die resteert tot pensioendatum is in meer dan de helft van de onderzochte gevallen onvoldoende;
  • Meer dan de helft van de pensioenuitvoerders controleert een jaar na het geven van het advies onvoldoende of de beleggingen van de deelnemer zich binnen de geadviseerde grenzen bevinden;
  • Het beleggingsrisico in de lifecycle wordt niet (altijd) tijdig en evenwichtig afgebouwd naarmate de pensioendatum nadert, conform het wettelijk voorschrift.

2. Startbrief bij pensioen vaak niet volledig en onbegrijpelijk
De Pensioenwet schrijft voor welke informatie in de startbrief moet worden opgenomen. In een representatieve steekproef zijn de volledigheid en de begrijpelijkheid van de startbrieven getoetst. Geen van de onderzochte startbrieven bevatte alle wettelijk verplichte elementen. Er is ook een kwalitatief consumentenonderzoek naar de begrijpelijkheid uitgevoerd. Uit dit consumentenonderzoek blijkt dat deelnemers de startbrief na één keer lezen vaak niet begrijpen, het taalgebruik te complex is en de startbrief te veel jargon bevat. De begrijpelijkheid en volledigheid van de startbrief zijn beide van groot belang om een nieuwe deelnemer goed te informeren. De AFM heeft voor het onderzoek naar de volledigheid en de begrijpelijkheid van de startbrief in totaal 55 startbrieven van 39 pensioenfondsen en acht pensioenverzekeraars onderzocht.

3. Uniform Pensioenoverzicht (UPO)  voor velen moeilijk te doorgronden
Het UPO heeft de interesse van drie van de vier deelnemers. Zij realiseren zich dat dit een belangrijk document is. Desondanks geeft slechts 36% van de deelnemers aan het UPO grondig te lezen. Een meerderheid (85% ) van de consumenten begrijpt het UPO zonder toelichting niet. Consumenten vinden het pensioen en het UPO complex, waardoor ze weinig initiatief nemen om zich er in te verdiepen. Ook wordt het UPO nauwelijks geraadpleegd bij veranderingen in de leefsituatie. Slechts 18% raadpleegt het UPO bij verandering van baan. Voor deze steekproef is door 563 actieve deelnemers een online enquête ingevuld. De uitkomsten sluiten aan bij het onderzoek naar de pensioen verwachtingskloof, dat de AFM in januari 2010 heeft gepubliceerd (rapport Geef Nederlanders pensioeninzicht).:  Deze resultaten zijn voor de AFM aanleiding om samen met de pensioenkoepels na te denken over verbeteringen van het UPO-model.

De AFM bevordert eerlijke en transparante financiële markten. Wij zijn de onafhankelijke gedragstoezichthouder op de markten van sparen, lenen, beleggen en verzekeren. De AFM bevordert zorgvuldige financiële dienstverlening aan consumenten en ziet toe op een eerlijke en efficiënte werking van kapitaalmarkten. Ons streven is het vertrouwen van consumenten en bedrijven in de financiële markten te versterken, ook internationaal. Op deze manier draagt de AFM bij aan de welvaart en de economische reputatie van Nederland.

De AFM maakt zich sterk voor eerlijke en transparante financiële markten.

Als onafhankelijke gedragstoezichthouder dragen wij bij aan duurzaam financieel welzijn in Nederland.

Informatie delen

Delen via: deel