Terug

AFM legt bestuurlijke boete op aan DSB Bank N.V. voor advies kredietbeschermingsverzekeringen

Nieuws Dit bericht is ouder dan 3 jaar. De inhoud kan hierdoor niet meer actueel zijn.

Update 15 november 2010: Hierbij maakt de AFM op grond van artikel 1:98 Wft bekend dat het besluit van 26 januari 2010 waarbij de AFM aan DSB Bank N.V. een boete heeft opgelegd, inmiddels rechtens onaantastbaar is geworden.

De AFM is er door de curatoren van DSB op gewezen dat de volgende tekst uit het primaire boetebesluit door bepaalde media onterecht wordt gebruikt om te suggereren dat de curatoren consumenten ontraden een claim in te dienen bij DSB: “Bij consumenten moet vooral niet de valse hoop worden gewekt dat het indienen van een claim zinvol is”.

Deze zin moet worden gelezen in de context van hetgeen namens DSB tijdens de hoorzitting naar voren is gebracht, zoals ook uit het primaire boetebesluit duidelijk volgt. Met bedoelde zin wijzen curatoren er op dat het bestuursrechtelijk oordeel van de AFM (dat volgens haar sprake is van een schending van één van de verplichtingen in de Wft) naar hun mening nog niet betekent dat in civielrechtelijke zin sprake is van een schending van een zorgplicht. Mede in dat licht is de vraag opgeworpen welk belang bestond bij het publiceren van het boetebesluit. De curatoren hebben aangegeven dat een andere uitleg ook niet in overeenstemming is met het beleid dat curatoren consequent hebben gevoerd en uitgedragen: klanten van DSB die een klacht hebben of een claim menen te hebben dienen zich juist te melden bij curatoren, zodat zij de klacht of claim kunnen onderzoeken.

Het oorspronkelijke bericht:
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft op 26 januari 2010 een bestuurlijke boete van € 24.000,- opgelegd aan DSB Bank N.V. (DSB).

De AFM heeft 27 dossiers van DSB onderzocht uit de periode van 1 januari 2009 tot 10 juni 2009, waarin DSB naast een consumptief krediet tevens een kredietbeschermingsverzekering heeft geadviseerd, zoals een arbeidsongeschiktheidsverzekering, een werkloosheidsverzekering of een overlijdensrisicoverzekering. De AFM heeft geconstateerd dat DSB in verschillende gevallen voorafgaand aan de advisering van de kredietbeschermingsverzekeringen, onvoldoende informatie heeft ingewonnen over de financiële positie, doelstellingen, risicobereidheid en kennis en ervaring van de cliënt. DSB heeft haar advies voorts niet gebaseerd op deze informatie die zij had moeten inwinnen. In sommige gevallen heeft DSB haar advies evenmin gebaseerd op relevante informatie waarover zij wel beschikte.

DSB betrok in haar advies dat de cliënt in het verleden reeds maatregelen had getroffen ter bescherming van de financiële positie bij arbeidsongeschiktheid (4 dossiers), werkloosheid (4 dossiers) of overlijden (22 dossiers). DSB stelde in die dossiers dat de maatregelen voldoende, of juist onvoldoende waren. DSB inventariseerde echter niet welke maatregelen waren getroffen, en wat die maatregelen inhielden. Ook wanneer DSB in het dossier aangaf dat er in het verleden geen maatregelen waren getroffen voor arbeidsongeschiktheid (4 dossiers) of werkloosheid (3 dossiers), en dat het nieuwe krediet onvoldoende was afgedekt, liet DSB na om dat oordeel op de benodigde informatie te baseren.

DSB heeft in verschillende dossiers over de looptijd van een arbeidsongeschiktheidsverzekering (5 dossiers), een werkloosheidsverzekering (5 dossiers) of een overlijdensrisicoverzekering (11 dossiers) geadviseerd, zonder het advies over de looptijd op de benodigde informatie te baseren. Ook het advies van DSB over de hoogte van een arbeidsongeschiktheidsverzekering (8 dossiers), een werkloosheidsverzekering (8 dossiers) of een overlijdensrisicoverzekering (3 dossiers), is niet op de benodigde informatie gebaseerd.

In 18 dossiers heeft DSB geadviseerd om de verzekering te betalen door middel van een eenmalige koopsom. Niet blijkt dat DSB informatie heeft ingewonnen over de voorkeur van de cliënt voor een koopsomverzekering (met verhoging van de schuldpositie), of een verzekering met maandelijkse premiebetaling. Evenmin is de kennis en ervaring van de consument op dit punt ingewonnen.

In 1 dossier heeft DSB geconstateerd dat de nieuwe kredietlast in geval van werkloosheid voldoende was afgedekt, en heeft zij niettemin geadviseerd om een werkloosheidsverzekering af te sluiten. In 6 dossiers is een overlijdensrisico geadviseerd aan een alleenstaande, zonder dat DSB is nagegaan of de betreffende cliënten in hun positie wel prijs stellen op verzekering van dit risico. Voorts had de cliënt in 3 dossiers aangegeven tevreden te zijn over de restschuld bij overlijden, en heeft DSB niettemin een overlijdensrisicoverzekering geadviseerd. DSB had op dit punt nadere informatie moeten inwinnen om haar advies op te baseren.

DSB heeft hiernaast in 25 dossiers onvoldoende informatie ingewonnen over vermogensbestanddelen waarover de cliënt beschikken (anders dan de eigen woning) die zouden kunnen worden aangesproken bij inkomensverlies door arbeidsongeschiktheid, werkloosheid of overlijden. In geen van de dossiers is DSB nagegaan of het aannemelijk is dat zich in de voorzienbare toekomst levensgebeurtenissen zullen voordoen die invloed hebben op de financiële positie van de cliënten (bijvoorbeeld kinderwensen, het starten van een eigen onderneming of het kopen van een huis). In dossiers waarin de partner parttime werkt (9 dossiers), is DSB niet nagegaan of de partner in staat en bereid is om meer te gaan werken bij inkomensverlies door arbeidsongeschiktheid, werkloosheid of overlijden.

In geen van de onderzochte dossiers heeft DSB voldoende informatie ingewonnen over de kennis en ervaring van de cliënt met betrekking tot kredietbeschermingsverzekeringen.

Hiermee heeft DSB artikel 4:23, lid 1, van de Wet op het financieel toezicht overtreden. Deze wet verplicht financiële ondernemingen die een cliënt adviseren onder meer om in het belang van de cliënt en voor zover redelijkerwijs relevant voor het advies, informatie in te winnen over de financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid van de cliënt. De financiële onderneming dient er zorg voor te dragen dat het advies, voor zover redelijkerwijs mogelijk, mede is gebaseerd op de in te winnen informatie.

DSB is op 19 oktober 2009 failliet verklaard. De AFM legt de boete op omdat de begane overtredingen dateren uit de periode van 1 januari 2009 tot 10 juni 2009, toen DSB nog als financieel dienstverlener actief was. Het besluit van de AFM kan door belanghebbende(n) ter toetsing aan de rechter worden voorgelegd.

Het volledige besluit kunt u hiernaast in PDF formaat te downloaden. Bij vragen of klachten kunt u contact opnemen met het Meldpunt Financiële Markten van de AFM: 0900-5400 540 (0,05 euro per minuut).

De AFM bevordert eerlijke en transparante financiële markten. Wij zijn de onafhankelijke gedragstoezichthouder op de markten van sparen, lenen, beleggen en verzekeren. De AFM bevordert zorgvuldige financiële dienstverlening aan consumenten en ziet toe op een eerlijke en efficiënte werking van kapitaalmarkten. Ons streven is het vertrouwen van consumenten en bedrijven in de financiële markten te versterken, ook internationaal. Op deze manier draagt de AFM bij aan de welvaart en de economische reputatie van Nederland.

De AFM maakt zich sterk voor eerlijke en transparante financiële markten.

Als onafhankelijke gedragstoezichthouder dragen wij bij aan duurzaam financieel welzijn in Nederland.

Informatie delen

Delen via: deel