Terug

AFM legt bestuurlijke boete op aan World of Credit B.V.

Nieuws Dit bericht is ouder dan 3 jaar. De inhoud kan hierdoor niet meer actueel zijn.

Update 15 november 2010: Hierbij maakt de AFM op grond van artikel 1:98 Wft bekend dat het besluit van 21 september 2009 waarbij de AFM aan World of Credit B.V. een boete heeft opgelegd, inmiddels rechtens onaantastbaar is geworden.

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft op 21 september 2009 een bestuurlijke boete van € 12.000,- opgelegd aan World of Credit B.V. (World of Credit).

Deze boete is opgelegd omdat World of Credit consumenten heeft geadviseerd om een bepaald consumptief krediet af te sluiten en een bepaalde beleggingsverzekering af te sluiten, terwijl zij bij de consumenten onvoldoende informatie had ingewonnen om dat advies mede op te baseren. World of Credit heeft voorts nagelaten het advies mede te baseren op informatie die zij wel had ingewonnen. De AFM gaat er momenteel, op basis van de door World of Credit aangeleverde zienswijze op het voornemen tot aanwijzing en het aangepaste klantprofiel, van uit dat World of Credit op dit moment aan de wettelijke vereisten verwoord in artikel 4:23, eerste lid, Wft voldoet. De AFM benadrukt dat dit oordeel is gebaseerd op genoemde gegevens en niet op nieuw dossieronderzoek bij World of Credit.

Het onderzoek van de AFM richtte zich op geadviseerde beleggingsverzekeringen, al dan niet in combinatie met consumptief krediet. In de periode van 1 januari 2008 tot en met 1 juli 2008 heeft World of Credit in 76 gevallen geadviseerd over een beleggingsverzekering, in alle gevallen samen met een consumptief krediet. De AFM heeft hieruit een willekeurige selectie van 20 dossiers gemaakt en daarna een nadere selectie van 10 dossiers. De AFM heeft deze 10 adviezen van World of Credit onderzocht.

In alle 10 dossiers heeft World of Credit de consumenten geadviseerd om een beleggingsverzekering af te sluiten, zonder voldoende informatie in te winnen voor het beoordelen van alternatieven zoals aflossing van het krediet in termijnen of het afsluiten van een ander vermogensopbouwproduct dan een beleggingsverzekering.

WoC heeft in alle 10 dossiers geadviseerd over het doelkapitaal van de beleggingsverzekering en over de looptijd van de beleggingsverzekering, terwijl zij bij de consumenten onvoldoende informatie had ingewonnen over hun doelstelling met betrekking tot de beleggingsverzekering. Bij 5 consumenten komt de beleggingsverzekering bij de geadviseerde looptijd tot uitkering op een leeftijd die varieert van 76 tot 79 jaar oud.

Aan 5 consumenten die hadden aangegeven een klein gedeelte te willen beleggen in aandelen, heeft World of Credit een fonds geadviseerd dat voor 25% tot 55% belegt in aandelen. Aan 3 andere consumenten die hadden aangegeven een klein gedeelte te willen beleggen in aandelen, heeft World of Credit een fonds geadviseerd dat voor 60% tot 80% belegt in aandelen. Aan 1 consument heeft World of Credit een fonds geadviseerd, terwijl zij helemaal geen informatie had ingewonnen voor het vaststellen van het beleggersprofiel.

Bij 2 consumenten die ten tijde van het afsluiten van de beleggingsverzekering een leeftijd van 50 jaar of hoger hadden, heeft World of Credit onvoldoende informatie ingewonnen omtrent de toekomstige financiële positie, om een eventuele inkomensterugval bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd te kunnen beoordelen. Bij 1 consument met een leeftijd van 50 jaar of hoger is omtrent de toekomstige financiële positie helemaal geen informatie ingewonnen. De looptijd van de beleggingsverzekering strekte zich uit tot na de pensioengerechtigde leeftijd.

World of Credit heeft bij 4 consumenten die beschikken over een hypothecaire lening, geen informatie ingewonnen over de soort hypothecaire lening, over de hoogte van de lening, over de hoogte van de rente en over een eventuele rentevastperiode. Met die informatie had World of Credit moeten nagaan of sprake zou zijn van een wijziging van de hypotheeklasten in de (nabije) toekomst.

Hiermee heeft World of Credit artikel 4:23, lid 1, van de Wet op het financieel toezicht overtreden. Deze wet verplicht financiële ondernemingen die een consument adviseren onder meer om in het belang van de consument en voor zover redelijkerwijs relevant voor het advies, informatie in te winnen over de financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid van de consument. De financiële onderneming dient er zorg voor te dragen dat het advies, voor zover redelijkerwijs mogelijk, mede is gebaseerd op de in te winnen informatie.

Het besluit van de AFM kan door belanghebbende(n) ter toetsing aan de rechter worden voorgelegd.

Het volledige besluit kunt u hiernaast downloaden in Pdf-formaat. Bij vragen of klachten kunt u contact opnemen met het Meldpunt Financiële Markten van de AFM: 0900-5400 540 (0,05 euro per minuut).

De AFM bevordert eerlijke en transparante financiële markten. Wij zijn de onafhankelijke gedragstoezichthouder op de markten van sparen, lenen, beleggen en verzekeren. De AFM bevordert zorgvuldige financiële dienstverlening aan consumenten en ziet toe op een eerlijke en efficiënte werking van kapitaalmarkten. Ons streven is het vertrouwen van consumenten en bedrijven in de financiële markten te versterken, ook internationaal. Op deze manier draagt de AFM bij aan de welvaart en de economische reputatie van Nederland.

De AFM maakt zich sterk voor eerlijke en transparante financiële markten.

Als onafhankelijke gedragstoezichthouder dragen wij bij aan duurzaam financieel welzijn in Nederland.

Informatie delen

Delen via: deel