Terug

Provisie en beloning - Dienstverleningsdocument

Veelgestelde vragen over Provisie en beloning - Dienstverleningsdocument

Wat houdt het nieuwe dienstverleningsdocument in en voor wie is deze van toepassing?

Sinds 1 juli 2013 moeten financiële dienstverleners voorafgaand aan het verlenen van een financiële dienst een dienstverleningsdocument (DVD) aan de consument of cliënt verstrekken. Het DVD moet worden verstrekt bij producten die sinds 1 januari 2013 onder het provisieverbod vallen.

Producten die onder het provisieverbod vallen zijn:

  • betalingsbeschermers
  • complexe producten
  • hypothecaire kredieten
  • individuele arbeidsongeschiktheidsverzekeringen
  • overlijdensrisicoverzekeringen
  • uitvaartverzekeringen of
  • bij ministeriële regeling aan te wijzen andere financiële producten

Eenvoudige schadeverzekeringen vallen hier bijvoorbeeld niet onder, hiervoor hoeft dan ook geen DVD verstrekt te worden.

Financiële dienstverleners (aanbieders, adviseurs, bemiddelaars en (onder) gevolmachtigde agenten) die rechtstreeks klantcontact hebben met betrekking tot de dienstverleningsvraag van de klant moeten een DVD verstrekken. Als u geen rechtstreeks klantcontact heeft, of u heeft pas klantcontact nadat de consument het product al heeft afgesloten, hoeft u geen DVD te verstrekken.

De financiële dienstverlener publiceert, indien hij beschikt over een website, het dienstverleningsdocument op zijn website (artikel 86 lid 5 Bgfo Wft).

 

Stuur deze vraag door

Geldt de DVD verplichting voor mijn onderneming?

Of de verplichting om een DVD beschikbaar te stellen geldt voor uw onderneming, hangt van een aantal zaken af. Gebruik onderstaande schema's om te bepalen of u een verplichting heeft.

Stuur deze vraag door

Hoe maak ik een dienstverleningsdocument?

Een standaard dienstverleningsdocument (DVD) maakt u met behulp van de DVD-generator in het Digitaal loket. Het gebruik van de generator is niet verplicht. U kunt ook zelf een gestandaardiseerd DVD maken dat aan de wettelijke eisen voldoet qua inhoud en de vorm.

Stuur deze vraag door

Wanneer moet ik het nieuwe dienstverleningsdocument hebben?

Sinds 1 juli 2013 moet iedereen die hiertoe verplicht is, in het bezit zijn van de standaard DVD’s die op hun dienstverlening van toepassing zijn. Alle regels met betrekking tot standaardisering van het DVD zijn opgenomen in de Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (Nrgfo). Stuur deze vraag door

Welke dienstverleningsdocumenten zijn er?

Het uitgangspunt is dat de dienstverleningsvraag van de consument leidend is. De AFM definieert hierbij de volgende vier dienstverleningsvragen of behoeften:

  • De hypotheekvraag
  • Vermogen opbouwen
  • Werkgeverspensioen
  • Risico’s afdekken

In deze producttabel staan alle productsoorten ingedeeld per dienstverleningsvraag. En in het consultatiedocument (pagina 6) leest u meer over de dienstverleningsvragen.

Stuur deze vraag door

Wanneer moet het DVD aan de consument of cliƫnt worden verstrekt?

U moet het DVD in een vroegtijdig stadium aan de klant verstrekken. Bijvoorbeeld tijdens het eerste klantcontact, maar in ieder geval steeds voorafgaand aan het verlenen van een financiële dienst.

Dus op het moment dat de klant nog geen beslissing heeft genomen over het distributiekanaal en de persoonlijke financiële situatie nog niet in kaart is gebracht.

Zo kan de klant in een vroeg stadium geïnformeerd worden over uw dienstverlening en de bijbehorende kosten en op basis hiervan een weloverwogen keuze kan maken.

 

 

Stuur deze vraag door

Wat is het wettelijk kader?

Artikel 86f Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo) stelt regels met betrekking tot het dienstverleningsdocument en is gebaseerd op artikel 4:25b van de Wet op het financieel toezicht (Wft).

In het zevende lid van artikel 86f BGfo is de mogelijkheid opgenomen voor de AFM om nadere regels te stellen met betrekking tot de inhoud, vorm en wijze van verstrekking van het dienstverleningsdocument.

Deze nadere regels met betrekking tot standaardisering van het DVD zijn opgenomen in de Nrgfo en zijn op 1 juli 2013 in werking getreden.

Stuur deze vraag door

Wat wordt verstaan onder een contractuele verplichting?

Er is sprake van een contactuele verplichting  als er een afspraak met de aanbieder is om, in het geval u een bepaalde productsoort adviseert en/of bemiddelt, bij voorkeur te adviseren en/of te bemiddelen in het product van de aanbieder waarmee u de afspraak heeft gemaakt.

Hierbij is het hebben van een aanstelling bij een of meerdere aanbieders of een rekening courant-verhouding niet direct een contractuele verplichting, tenzij er een afspraak met een aanbieder is over het aanbrengen van bepaalde producten bij die aanbieder.

 

Stuur deze vraag door

Wanneer is er sprake van een gekwalificeerde deelneming?

Er is sprake is van een gekwalificeerde deelneming als er een rechtstreeks (door het bezit van aandelen of stemrechten) of middellijk (via een moedermaatschappij of holding) belang is van ten minste tien procent van het geplaatste kapitaal van een onderneming. Dit geldt ook voor het hebben of kunnen uitoefenen van ten minste tien procent van de stemrechten of een daarmee vergelijkbare zeggenschap in een onderneming.

Bij het bepalen van het aantal stemrechten dat iemand in een onderneming heeft, worden tot diens stemrechten mede gerekend de stemmen waarover hij beschikt of geacht wordt te beschikken op grond van artikel 5:45 Wft (zie ook de definitie van gekwalificeerde deelneming in artikel 1:1 Wft).

Stuur deze vraag door

Hoe moet ik de vragen in de DVD-generator beantwoorden bij objectieve analyse??

U hebt in de DVD-generator aangegeven dat u adviseert in producten van andere aanbieders, óf dat u adviseert in producten van andere aanbieders én uw eigen producten. In de DVD-generator dient u daarvoor 2 vragen te beantwoorden voor elke productsoort waarover u adviseert (bijvoorbeeld een annuïtaire hypotheek (AH)).

1.  Hoeveel verschillende producten neemt u in geval van een productsoort mee in uw vergelijking?

Per productsoort waarover u adviseert, moet u het gemiddeld aantal producten invullen dat u doorgaans meeneemt in een productvergelijking. Deze inschatting kunt u bijvoorbeeld baseren op de adviezen die u in het verleden heeft gegeven over AH. Voor bijvoorbeeld een AH bedenkt u hoeveel producten u doorgaans meeneemt in een vergelijking. In onderstaand voorbeeld zou het antwoord op bovenstaande vraag 4 zijn.

afb-1-objectieve-analyse

2.  Geef een schatting in hoeveel gevallen u een productsoort adviseert?

Vervolgens wordt u gevraagd aan te geven in hoeveel gevallen u consumenten een bepaalde productsoort adviseert. Bijvoorbeeld hoeveel consumenten hebben van u het advies gehad een annuïtaire hypotheek af te nemen?

afb-2-objectieve-analyse

Beide vragen dient u voor elke productsoort te beantwoorden waarvan u hebt aangegeven erover te adviseren. Wanneer u over meerdere productsoorten adviseert, hoeven de (schatting)percentages NIET op te tellen tot 100. Het gaat erom hoe vaak u een bepaalde productsoort (gemiddeld genomen) aan een consument adviseert.

Het invoeren van deze gegevens leidt er uiteindelijk toe dat in het DVD wordt weergegeven of er sprake is van een vergelijking van een ‘groot aantal producten, een vergelijking van een ‘beperkt aantal producten’ of dat er sprake is van ‘geen vergelijking’.

Stuur deze vraag door