Terug

Prospectustoezicht

Veelgestelde vragen over Prospectustoezicht

Welke informatie moet in het prospectus worden opgenomen over beheerders van closed-end beleggingsinstellingen?

Wordt het prospectus opgesteld in het kader van deelnemingsrechten in een instelling voor collectieve belegging van het closed-end type, opgezet als een gemeenschappelijk fonds met een fondsbeheerder, kort gezegd een beleggingsfonds met een aparte beheerder, dan vereist de Prospectusverordening dat ook over de beheerder bepaalde informatie in het prospectus wordt opgenomen.

Het gaat om informatievereisten uit Bijlage 1 van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 met betrekking tot de uitgevende instelling die dan in plaats van het beleggingsfonds (zijnde uitgevende instelling) met betrekking tot de beheerder opgenomen moeten worden. Welke informatievereisten uit Bijlage 1 dit precies betreft, is te vinden in de tweede alinea van de introductie van Bijlage 4 van diezelfde Verordening; de afdelingen/rubrieken 6, 12, 13, 14, 15.2, 16 en 20 van Bijlage 1 zijn dan van toepassing op de beheerder. Daarnaast zijn de informatievereisten opgenomen in rubrieken 2, 4 en 18 van Bijlage 1 van toepassing op zowel de beheerder als op het closed-end beleggingsfonds. Dit betreft onder andere de historische financiële informatie, ook van de beheerder moeten dus door een accountant gecontroleerde jaarrekeningen in het prospectus worden opgenomen.

Let op dat de eerste alinea van de introductie van Bijlage 4 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 verwijst naar informatievereisten uit Bijlage 1 die voor het fonds gelden. Omdat in geval van beleggingsfondsen met een aparte beheerder de rubrieken uit Bijlage 1 van toepassing zijn op ofwel het fonds, ofwel de beheerder of beide, heeft de AFM voor het gemak daar een speciale verwijzingstabel voor opgesteld (met de titel: ‘Bijlage 1 voor de toepassing van bijlage 4: Registratiedocument collectieve belegging van het closed-endtype). De toepasselijke verwijzingstabellen vindt u hier.

 

Stuur deze vraag door

Welke informatie moet in het prospectus worden opgenomen over duurzame obligaties zoals groene obligaties?

Duurzaamheid in de financiële sector is een speerpunt van de AFM. De markt voor duurzame obligaties en de trends en ontwikkelingen daarvan krijgt daarom extra aandacht binnen het toezicht.

Niet alleen in Nederland, maar ook op Europees niveau zijn er allerlei ontwikkelingen gaande zoals het Action Plan on Financing Sustainable Growth van de Europese Commissie, de nadere ontwikkeling van een classificatiesysteem (ook wel taxonomie genoemd) voor duurzame economische activiteiten en een standaard voor groene obligaties. De AFM heeft hierover ook een position paper gepubliceerd.

Nu de uitgifte van duurzame (waaronder groene) obligaties ook plaatsvindt met gebruikmaking van een door de AFM goedgekeurd prospectus, verwacht de AFM voor dergelijke prospectussen het volgende:

  • Teksten die suggereren dat er sprake is of kan zijn van greenwashing (bijvoorbeeld in de risicofactoren) worden niet geaccepteerd;
  • Indien er met betrekking tot duurzame obligaties specifieke materiële risico’s bestaan, dan moeten deze risico’s zo specifiek mogelijk in het prospectus beschreven worden;
  • De bestemming van de opbrengst van de uitgifte moet zo specifiek mogelijk in het prospectus worden beschreven. In het geval van een basisprospectus: indien de precieze bestemming van de opbrengst pas wordt gespecificeerd in de definitieve voorwaarden, dan dienen daar in de sectie “Form of Final Terms” specifieke placeholders voor te worden opgenomen zodat gewaarborgd wordt dat bij een specifieke uitgifte de allocatie van de opbrengst zo concreet en specifiek mogelijk wordt beschreven in de definitieve voorwaarden;
  • Indien een uitgevende instelling een eigen ‘framework’ heeft opgesteld, zoals een green bond framework, dan is het wenselijk dat de belangrijkste punten hieruit worden opgenomen in het prospectus, bijvoorbeeld in de sectie waar de besteding van de opbrengst beschreven wordt. Denk hierbij aan: de criteria, de allocatie, management van de opbrengsten, rapportage en externe beoordeling;
  • Indien in het prospectus wordt vermeld dat de uitgevende instelling de intentie heeft om voor de duurzame obligaties na uitgifte daarvan informatie ter beschikking te stellen, dan dient gespecificeerd te worden hoe beleggers op de hoogte gesteld worden van deze informatie en/of waar die ‘post-issuance’ informatie precies verkregen kan worden.     

Het is van belang dat alle materiële informatie met betrekking tot de duurzame obligaties zo specifiek mogelijk in het prospectus wordt opgenomen, zodat beleggers in staat worden gesteld om een weloverwogen beleggingsbeslissing te kunnen nemen.

Stuur deze vraag door

Welke informatie moet in het prospectus worden opgenomen over Benchmarks zoals Euribor en Libor?

De AFM vereist een duidelijke, volledige en begrijpelijke openbaarmaking van informatie over (de gebruikmaking van) benchmarks in een prospectus. Dit is in het bijzonder belangrijk voor prospectussen die betrekking hebben op uitgiftes van obligaties en andere effecten zonder aandelenkarakter waarbij de betaling van de rente afhangt van een benchmark (bijvoorbeeld EURIBOR of LIBOR).

In zulke prospectussen verwacht de AFM in ieder geval het volgende:

  • Een begrijpelijke, volledige en consistente beschrijving van alle fallback-bepalingen die van toepassing worden wanneer de oorspronkelijke benchmark ophoudt te bestaan of (tijdelijk) niet beschikbaar of gepubliceerd is;
  • Een begrijpelijke en volledige beschrijving van alle materiele risico’s in het hoofdstuk risicofactoren die zich kunnen verwezenlijken wanneer de oorspronkelijke benchmark ophoudt te bestaan of wanneer die benchmark (tijdelijk) niet beschikbaar of gepubliceerd is;
  • Een begrijpelijke en volledige beschrijving van elk potentieel belangenconflict van de uitgevende instelling (of een verbonden partij) als de uitgevende instelling (of een verbonden partij) discretionaire bevoegdheid heeft in (i) het bepalen van een benchmark event en/of (ii) het vaststellen van een alternatieve benchmark;
  • Een vermelding of de uitgevende instelling dan wel een gelieerde partij is of kan worden aangesteld om een alternatieve benchmark of een spread daarop vast te stellen en te bepalen, en of die instelling of partij dan voldoet aan de vereisten van de Benchmarkverordening (waaronder een benchmarkvergunning);
  • Up-to-date en relevante informatie over de geselecteerde benchmarks, de hervorming van de benchmarks en de Benchmarkverordening;
  • Een verklaring of de beheerder van de geselecteerde benchmark is opgenomen in het ESMA-register voor benchmarkbeheerders.

Zie ook de informatie over ons toezicht met betrekking tot de Benchmarkverordening.

 

Stuur deze vraag door

Is het verplicht om een ISIN code voor de effecten op te nemen in het prospectus?

Ja, het opnemen van de ISIN code is verplicht, ook als de effecten nog geen ISIN code hebben.

De effecten die onder het prospectus worden uitgegeven, moeten een ISIN code hebben. De ISIN moet vermeld worden in de samenvatting en in het prospectus. Dit volgt uit respectievelijk artikel 7 van de Prospectusverordening en uit de informatievereisten in de toepasselijke bijlages van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980. In geval van een basisprospectus kan de ISIN code ook vermeld worden in de definitieve voorwaarden als op het moment van goedkeuren van het basisprospectus de ISIN nog niet bekend is.

Stuur deze vraag door

Is het verplicht om een LEI op te nemen in het prospectus?

Ja, het opnemen van de LEI in het prospectus is verplicht, ook als de entiteit nog niet over een LEI beschikt.

De Legal Entity Identifier (LEI) is een wereldwijd unieke code waarmee partijen op financiële markten geïdentificeerd kunnen worden. Dit helpt om financiële risico’s beter te beheersen omdat toezichthouders mogelijke systeemrisico’s en marktmisbruik eenvoudig en tijdig kunnen herkennen. De LEI wordt onder meer gebruikt om betrokken partijen te identificeren bij een financiële transactie. ESMA heeft in een publicatie uiteengezet wie allemaal een LEI kan aanvragen. Deze publicatie treft u hier.

Op grond van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 bestaat de verplichting om een LEI op te nemen in het prospectus voor:

  • de uitgevende instelling (rubriek 4.2 van Bijlage 1) (ook als de uitgevende instelling een Fonds voor Gemene Rekening (FGR) is, dient het een eigen LEI aan te vragen);
  • de beheerder van de uitgevende instelling (rubriek 4.2 van Bijlage 1);
  • de entiteit die het taxatieverslag opstelt (rubriek 2.7 sub a jo. rubriek 4.1 van Bijlage 4 jo rubriek 4.2 van Bijlage 1);
  • enige andere entiteit die voor het beheer van het vastgoed verantwoordelijk is, bijvoorbeeld de beheerder en/of een property manager (rubriek 2.7 sub b jo. rubriek 4.1 van Bijlage 4 jo. rubriek 4.2 van Bijlage 1); en
  • de bewaarder (rubriek 5.1 sub a van Bijlage 4 jo rubriek 4.2 van Bijlage 1).
  • de garant (art. 7 lid 7 sub c Prospectusverordening).

Een LEI kunt u aanvragen via de website van de Kamer van Koophandel (KvK). Het is bij de KvK alleen mogelijk een LEI aan te vragen voor organisaties die in het Handelsregister staan ingeschreven. Indien inschrijving bij de KvK niet mogelijk is, bijvoorbeeld in het geval van een Fonds voor Gemene Rekening, dan is het ook mogelijk een LEI aan te vragen in het buitenland. Klik hier voor meer informatie.

 

Stuur deze vraag door

Welke informatie moet in het prospectus worden opgenomen over lock-up-overeenkomsten?

Op grond van rubriek 7.4 van Bijlage 11 en vergelijkbare rubrieken van andere bijlagen van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 moet in het prospectus informatie worden opgenomen over eventuele lock-up-overeenkomsten.

Het bestaan van een lock-up-overeenkomst is relevante informatie voor bestaande en nieuwe kapitaalverschaffers van een onderneming. Deze informatie geeft de zekerheid dat voor een vooraf vastgestelde periode een bepaald gedeelte van de aandelen niet verhandeld zal worden. Gezien de impact van deze afspraken op de koers van de aandelen is het belangrijk dat deze overeenkomst duidelijk wordt beschreven in het prospectus. Zijn er voorwaarden overeengekomen waaronder de betrokken partijen zich niet aan de lock-up hoeven te houden, dan moet deze mogelijkheid inclusief de voorwaarden ook worden beschreven in het prospectus.

De AFM constateert dat uitzonderingen en/of opschortende voorwaarden op de lock-up regelmatig onvoldoende in het prospectus worden beschreven. Alleen door een duidelijke beschrijving kunnen beleggers een inschatting maken over de mate waarin de lock-up-overeenkomst verzekert dat de aandelen niet op de markt zullen worden aangeboden binnen de afgesproken termijn. In gevallen waarbij de lock-up naar believen (‘full discretion’) van de betrokken partijen opgeheven kan worden, dient de uitgevende instelling te overwegen of de mogelijkheid dat de lock-up-overeenkomst nog voor het einde van de lock-up-periode wordt opgeschort, opgezegd of anderszins buiten toepassing kan worden gesteld, als een afzonderlijke risicofactor moet worden opgenomen in het prospectus.

Stuur deze vraag door

Moet het prospectus altijd een Nederlandstalige samenvatting bevatten?

Nee, dat hoeft niet. De AFM, als bevoegde autoriteit voor de uitvoering van de Prospectusverordening, aanvaardt de Nederlandse en de Engelse taal als talen waarin het prospectus kan worden opgesteld. Voor de samenvatting stelt de AFM geen aanvullende eisen. De samenvatting van een Engelstalig prospectus hoeft voor aanbiedingen van effecten aan het publiek of toelatingen tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland dus niet in het Nederlands vertaald te worden.

Stuur deze vraag door

Welke (reclame)vereisten gelden voor een analistenpresentatie?

Een analistenpresentatie kwalificeert (doorgaans) niet als reclame. Dit betekent echter niet dat er geen regels op van toepassing zijn. Een analistenpresentatie kwalificeert namelijk (in bijna alle gevallen) als ‘in mondelinge en schriftelijke vorm medegedeelde informatie betreffende de aanbieding van effecten aan het publiek of de toelating van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt’.

De normen die voor deze (mondelinge en schriftelijke informatie) gelden, staan benoemd in artikel 22 lid 4 van de Prospectusverordening en worden verder ingevuld in artikel 16 Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/979. Deze normen gelden dus voor informatie ook al wordt deze niet voor reclamedoeleinden verstrekt, bijvoorbeeld voor analistenpresentaties.

Informatie opgenomen in een analistenpresentatie moet daarom stroken met de informatie in het prospectus. Dit betekent onder andere dat de informatie in een analistenpresentatie niet in tegenspraak mag zijn met de informatie in het prospectus en dat de informatie in een analistenpresentatie geen materieel onevenwichtig beeld mag geven van de informatie in het prospectus, bijvoorbeeld door negatieve aspecten (zoals risico’s) van die informatie minder prominent te presenteren dan de positieve aspecten, door weglating of door selectieve weergave van bepaalde informatie. Dit is neergelegd in artikel 16 lid 1 van bedoelde Gedelegeerde Verordening. Op grond van artikel 22 lid 2 van de Prospectusverordening is het niet vereist om een prospectusverwijzing op te nemen in een mondelinge/schriftelijke uiting, zoals een analistenpresentatie. Alhoewel dit geen vereiste is raadt de AFM een uitgevende instelling toch aan om een prospectusverwijzing op te nemen, zodat beleggers op een adequate manier geïnformeerd worden.

De AFM biedt uitgevende instellingen de mogelijkheid om reclame en andere mondelingen/schriftelijke informatie in het kader van het goed te keuren prospectus voorafgaand aan de publicatie te laten beoordelen. Dit is ook mogelijk voor een analistenpresentatie.

 

Stuur deze vraag door

Hoe moeten de hyperlinks naar documenten die door middel van verwijzing worden opgenomen in het prospectus, worden vermeld in het prospectus?

Op grond van artikel 19 lid 2 van de Prospectusverordening (EU) 2017/1129, in verband met de toegankelijkheid van de informatie voor beleggers, is het vereist dat in het prospectus voor ieder afzonderlijk document dat door middel van verwijzing is opgenomen in het prospectus een hyperlink wordt opgenomen. De hyperlink moet direct linken naar het document zelf. Er kan niet volstaan worden met een hyperlink naar een webpagina waar het document te downloaden is.

In dit kader wijst de AFM er verder op dat documenten die worden opgenomen door middel van verwijzing, op grond van artikel 21 lid 2 van de Prospectusverordening op de website toegankelijk moeten zijn op dezelfde plaats waar ook het prospectus te downloaden is. Dit vereiste is te vinden in artikel 21 lid 2 van de Prospectusverordening.

Stuur deze vraag door

Kan een uitgevende instelling die obligaties uitgeeft met een grotere nominale waarde dan 1000 euro op grond van artikel 5:25a Wft een andere lidstaat van herkomst kiezen dan de lidstaat en bevoegde autoriteit die zij heeft gekozen voor de goedkeuring van haar prospectus?

Ja, de keuze voor een lidstaat van herkomst en bevoegde autoriteit onder de prospectusverordening staat los van de keuze voor de lidstaat van herkomst onder artikel 5:25a Wft (de lidstaat van herkomst onder de transparantierichtlijn).

Zie voor de bepaling van de lidstaat van herkomst en het al dan niet hebben van een keuzemogelijkheid de algemene inleiding bij deze veelgestelde vragen.

Stuur deze vraag door